Uit het archief: Unfold, interview uit 2012

Het duo Unfold is DESIGNER OF THE YEAR 2017. Waarom? Omdat ze vooruitlopen.  “Hun werk loopt vijf à tien jaar vooruit op de werkelijkheid”, kopt het ere-interview in Knack Weekend deze week.  Om dat te bewijzen: een interview uit 2012 in datzelfde Knack Weekend. Toen lag hun focus qua materiaal nog meer op keramiek dan nu. Maar het was wel hun basis. 3D-printen blijft hen uitdagen, daar bestaat geen twijfel over. Proficiat!

Porseleinprinters

De derde industriële revolutie is aangebroken, kopten magazines, kranten en websites enkele maanden geleden. Daarmee verwezen ze naar de opkomende alternatieven voor de klassieke industriële methoden, waarbij een fabriek identieke massaproducten aflevert. De alternatieven heten fablabs, 3D-printers en open source design. Ook in ons land is een jonge generatie designers met nieuwe productiemogelijkheden bezig. Unfold uit Antwerpen bijvoorbeeld, het bureau van Claire Warnier en Dries Verbruggen. Ze haalden als een van de vaandeldragers van de “nieuwe industriële revolutie” pas nog de voorpagina van de New York Times. Hun L’Artisan Electronique is een “pottenbakkersstudio in het digitale tijdperk met een virtuele pottenbakkersschijf en een keramiekprinter”. Concreet : door de handen voor een laser te bewegen, wijzig je een ronddraaiende 3D-tekening op een scherm voor je. Zodra je tevreden bent over het resultaat, druk je op de knop, waarna de printer met spuitkop laagje per laagje een vaasje of kopje van klei opbouwt. Unfold noemt het stratigraphic porcelain. Toen bij Knack Weekend een uitnodiging binnenviel om de keramiek- en glasfabrieken van Iittala (de oude industriëlen, zeg maar) te gaan bezoeken, leek het ons een goed idee om daar de jonge revolutionairen op af te sturen.

Hoe goed kent u het materiaal keramiek eigenlijk ?

Dries Verbruggen : Het is het oermateriaal, het eerste wat gebruikt werd om functionele objecten mee te maken. Het heeft een schijnbare eenvoud, maar toch is het een heel complex materiaal.

Complex ?

Claire, mijn vader en ik hebben een paar jaar avondschool keramiek gevolgd. Ik begreep nooit dat mensen hun leven konden wijden aan één materiaal, ik vond dat kneuterig, zeker keramiek. Maar toen zag ik dat het gewoon erg moeilijk is en erg veel ervaring vraagt om het goed toe te kunnen passen. Het is pure chemie.

Wat hebt u geleerd van die avondschool ?

De basis. L’Artisan Electronique hebben we alleen maar kunnen maken omdat we geen specialisten zijn. We kennen wat van klei, maar ook van de beginselen van elektronica, software en van 3D-tekenen. Als we met echte keramisten spreken over 3D-printen met klei, dan zeggen ze onmiddellijk dat het onmogelijk is. Vanuit hun praktische ervaring geven ze soms compleet nutteloze tips. Omdat we bij l’Artisan Electronique precies tegen alle logica en gewone methoden ingaan. Er zit een heel gat tussen keramiek als pottenbakken en keramiek als veelgebruikt technisch industrieel materiaal. Die kloof vinden wij zo interessant. Dat keramiek, met zijn historische en duurzame associaties, ook met nieuwe technieken gecombineerd kan worden.

Welke klei gebruikt u het liefst ?

Porselein, maar we zoeken constant. Als we productieklare objecten willen afleveren, hebben we iets anders nodig. Dat is niet zo simpel, we zijn al twee jaar bezig met porseleinrecepten. En dan stoot je op de onwaarschijnlijke kennis van mensen die er al hun hele leven mee bezig zijn. We zijn ook met keramiekfirma’s gaan praten, die vinden dat allemaal heel interessant, maar het zijn ook voor hen geen ideale tijden om te gaan experimenteren. We hebben bijvoorbeeld ook al tests gedaan voor het Architectural Association School of Architecture in Londen, om te zien of sommige ideeën toepasbaar zijn op betonstructuren.

L’Artisan Electronique heeft dus een rol in deze wereld ?

Ja, en daar zijn we blij om. We doen nu tests voor echte producten. We denken andersom : we maken eerst de machine en kijken dan waarvoor we die allemaal kunnen gebruiken. Ambachtsmensen moesten vroeger eerst hun tool kunnen maken vooraleer ze aan hun ambacht konden beginnen. Zwaardsmeden in Japan maakten hun eigen gereedschap, waardoor ze een andere stijl hadden dan hun collega. Digitale tools hebben die dimensie niet. Software wordt gemaakt door grote firma’s die natuurlijk op zoek gaan naar de grootste gemene deler. Het uitgangspunt van l’Artisan Electronique ging op dat probleem in : kunnen wij als klein ontwerpbureau een digitale tool maken die nuttig kan zijn, én toekomstgericht én persoonlijk ? Die analogie van de pottenbakkersschijf werkt wel. Er is in de klassieke ontwerpsoftware te weinig relatie tussen de acties die je doet met je handen en het resultaat. Er is qua handeling geen verschil tussen een gebouw ontwerpen en Facebook checken. Je klikt en je sleept met je muis en je doet maar.

Op de allereerste Designbiennale van Istanbul werden jullie gevraagd voor een tentoonstelling over veranderende machtsstructuren en ongewone productiemethoden. Jullie geloven erg in codesign waarbij consumenten hun goederen mee ontwerpen.

Ja, de keramiekprinter was daarop gebaseerd : mensen bedenken altijd dingen die je niet hebt bedacht als ontwerper. Als ontwerper leg je de grenzen en de esthetische stijl vast die zorgen dat het object zal functioneren, al de rest bepaalt de consument zelf. Je krijgt iets wat wij voor de helft hebben gedaan, de gebruiker zorgt voor de andere helft. Daar geloven wij in.

Hoe vonden jullie onze uitnodiging om naar Iittala in Finland te gaan ?

Ik was benieuwd. Ik had gedacht dat de productie vooral in het Oosten zou gebeuren en effectief wordt er in Thailand geproduceerd, maar ook in Helsinki. Daar zag ik een moderne fabriek, waarin geïnvesteerd is. Alle knowhow zit daar.

Bekijkt u als ontwerper zo’n fabriek op een specifieke manier ?

Ik ben geïnteresseerd in de rijke geschiedenis van zo’n merk, natuurlijk. We hoorden dat er bij een renovatie oude mallen gevonden waren, maar ze wisten nog niet wat ze ermee gingen doen. Dat intrigeert mij immens. Als je mij zou vragen wat ik het liefste zou ontwerpen voor Iittala, dan zou ik willen kijken naar wat er is aan structuren en geschiedenis en manieren van werken, eerder dan een nieuw kommetje te bedenken. Een object is het resultaat van een proces, en vooral dat proces interesseert ons : bedrijfsstructuren, tradities, copyrights,… Het dorp dat we de dag daarna bezochten bestaat volledig uit ontwerpers en glasblazers, daar voel je gewoon de chemie, maar toch vind ik dat Iittala daar te weinig mee doet.

Hoe zou u de bestaande collectie aanpakken ?

Die nieuwe reeks Sarjaton is ontstaan uit het idee dat mensen geen volledig servies meer kopen, maar dat ze moeten kunnen mixen en matchen, en telkens stukken kunnen bijkopen die erbij passen. Maar was het misschien ook niet interessant geweest om de hele Iittalacollectie te bekijken en waar nodig schakels te versterken, in plaats van toch nog een nieuwe lijn uit te denken ? Ik kreeg ter plekke een boek over hun jarenlange huisdesigner Kaj Frank. Een van zijn eerste opdrachten was precies een set samenstellen voor mensen met een lager inkomen. Hij had echt goede ideeën om dingen bij elkaar te doen passen. Er zit zoveel in de geschiedenis in dat bedrijf, het ligt er gewoon om te rapen.

U bracht hen zelfs een cadeau mee ? Een kopie van hun Aaltovaas ?

Ja, dat was het resultaat van een van onze recente projecten, onze Kiosk, een bakfiets met een 3D-printer in en een 3D-scanner. Het idee is dat we ermee naar exposities of winkels rijden en dan dingen kopiëren en ze voor de deur op straat verkopen. Het is een provocerend idee, we zijn niet voor of tegen kopiëren, we tonen gewoon hoe simpel het is. 3D-printers worden almaar goedkoper, wie weet kan iedereen zich over vijf jaar thuis eentje permitteren ? Muziek, film, foto’s, allemaal sectoren die al gedigitaliseerd zijn, nu is het de beurt aan echte objecten. Een paar maand geleden heeft Piratebay ook een afdeling toegevoegd voor fysieke goederen. Het ís er gewoon. Weinig ontwerpers en fabrikanten zijn daarmee bezig. Ze steken hun kop in het zand en zeggen dat de kwaliteit toch nog te laag is en zo. Dat zijn dingen die men ook over muziek- en filmkopies zei.

In de Kiosk hadden we dus van een glazen Aaltovaas een plastic kopie gemaakt. De 3D-tekening daarvoor hadden we gewoon online gevonden. Iedereen kan ze online vinden. Dat is de realiteit. Dus, dan zou Iittala toch beter dat model op hun eigen website gratis beschikbaar stellen ? Dan heb je het zelf in de hand hoever mensen ermee kunnen spelen bijvoorbeeld door de wanddikte aan te laten passen. Dan combineer je echt het ambachtelijke en het digitale. En heb je een marketingtool en websitebezoekers.

Kreeg u nog andere ideeën bij uw bezoek ?

Ik zag de arbeiders vazen blazen in een stalen mal. Vakmannen die perfect hun job kennen, maar aan de lopende band dezelfde perfecte vaas maken. Wat verderop zagen we een volledig geautomatiseerde robotarm ongeveer dezelfde handelingen uitvoeren. Daar werd snel aan voorbijgegaan, dat werd blijkbaar als iets negatiefs beschouwd, ‘mondgeblazen’ klinkt toch net wat romantischer. Maar ik ben net gefascineerd door machines en door de vraag hoe je een machine ook het recht kan geven op kleine onvolmaaktheden zoals een vakman ?

DOOR LEEN CREVE

ID UNFOLD

Als jonge designstudenten ontmoetten Claire Warnier en Dries Verbruggen elkaar in Eindhoven, aan de Design Academy. Exact tien jaar na hun afstuderen hebben ze niet alleen hun handen vol met twee jonge kinderen, maar ook met hun goed draaiende ontwerpstudio. Ze werkten onder meer al voor Jaga, Heineken, Nederlands Architectuur Instituut, Middelheim Museum en Unilever. Claire was een tijdlang curator in Z33 in Hasselt en Dries geeft les aan Sint Lukas in Brussel en aan de Design Academy.

Dit artikel verscheen in oktober 2012 in Knack Weekend. Op 26 oktober 2017 ontving het duo de prijs van DESIGNER OF THE YEAR. Lees het artikel met Unfold in Knack Weekend van deze week, door collega Thijs Demeulemeester,  hier. Er loopt nu een expo bij Bank Delen in Antwerpen. Die verhuist  op 27 oktober naar het Design museum Gent.