Uit het archief: interview Vico Magistretti

Het is lang geleden, en ik had nog veel te leren (nog steeds) maar dit is een van mijn meest memorabele dagen in Milaan, eind 2005.

foto Michel Vaerewijck
foto Michel Vaerewijck
Foto Michel Vaerewijck
Foto Michel Vaerewijck

Meubelmerk DePadova werd in 2006 vijftig jaar. Wij trokken naar Milaan voor een dubbelinterview met oprichtster Maddalena De Padova en Vico Magistretti, een van de laatste overgebleven designmaestro’s, geen jaar voor zijn dood in september 2006.

 

Eind 2005, een regenachtige voormiddag in Milaan. Maddalena De Padova, de dame achter het Italiaanse meubelmerk DePadova haakt haar arm in de mijne. Het is er een die steun zoekt, maar die ook leidt. Doelgericht. Ze steekt het zebrapad voor haar showroom over, stuurt ons een smallere winkelwandelstraat in en wijst op de Dolce & Gabbana-winkels met lijfwachten voor de deur. “Daar was vroeger een bakker, daar een slager, en daar een bloemenwinkel. Het is hier veel veranderd.” Ze is zo enthousiast in haar gebaren dat ze in het oog van een toevallige passant prikt. Ze proest ze het uit en verontschuldigt zich omstandig. Ze heeft de reputatie een harde tante te zijn, maar daar is vandaag niet veel van te merken.

“Ik was achttien jaar en werd airhostess. Maar nadat drie van de zes vliegtuigen van de maatschappij waar ik voor werkte neergestort waren, vond mijn moeder het welletjes. Basta !” Een paar jaar later, in 1956, startte Maddalena Corti samen met haar man Fernando De Padova een eigen meubelzaak in de Via Montenapoleone in Milaan. “We verkochten Engels porselein, Wedgwood en andere merken, maar ook Tumble Twisttapijten en andere accessoires. Toen we per toeval een tentoonstelling op de Triënnale in Milaan bezochten, ontdekten we twee verrukkelijk mooie objecten : een visketel van Kay Boysen en een saladebowl van Finn Juhl. We hadden nog nooit zulke mooie dingen gezien, met die cleane lijnen. We vertrokken naar Denemarken, waar een wereld voor ons openging.” En daarna ook voor de Italianen die hun winkel bezochten en er niet alleen Denen, maar ook andere Scandinavische ontwerpers ontdekten. DePadova werd een fenomeen in Milaan. Zeker toen ze de fabriek ICF oprichtten en daarmee de licentie binnenhaalden van het Amerikaanse bedrijf Herman Miller, en zo ook het mythische ontwerpersdrietal George Nelson, Charles Eames en Alexander Girard.

In 1965 verhuisde de winkel naar het 2000 vierkante meter grote hoekpand aan de Corzo Venezia, waarvan de etalages een attractie waren : elk seizoen werd een nieuw thema gekozen en in die sfeer werden meubels tentoongesteld. Ontwerpers verdrongen zich om erin te mogen staan. Het was het toonbeeld van moderniteit in de tweede helft van de twintigste eeuw. Tot op heden komen ook meubels die niet in de DePadovacollectie zitten in de etalage te staan.

Toen Fernando stierf, nam Maddalena het beheer van de fabriek over. In de jaren tachtig verkocht ze die echter door. Ze stortte zich volledig op de verkoop van haar meubels aan grote bouwprojecten, zoals het hoofdkwartier van De Beers in Antwerpen of het Palazzo Balbi in Genua. Door contractuele afspraken met de nieuwe eigenaar van de fabriek kon ze pas in 1985 starten met iets waar ze al jaren van droomde : een eigen collectie met meubels voor in huis en op kantoor.

Het merendeel van de collectie DePadova werd ontworpen door Vico Magistretti, maar ook andere designers werkten voor het merk : in het begin mensen als Dieter Rams en Achille Castiglioni, maar Maddalena liet ook de jongere generatie aantreden. Patricia Urquiola kreeg bijvoorbeeld haar allereerste betaalde baan bij DePadova. “Een opwindende periode”, getuigt ze nu. En dit jaar nog ontwierp ze het kuipzeteltje Ola voor haar allereerste werkgever. Er kwamen ook Belgen in de showroom terecht : Xavier Lust ontwierp Crédence, een aluminium commode.

“Ciao Maurizio. ” – “Ciao signora De Padova.” De portier opent de poort en laat ons binnen in het appartementsgebouw waar Vico Magistretti woont. De Italiaanse grootmeester is bekend geworden met zijn vernieuwende meubels : de Carimatistoel, de plastic Selene of het Eclisselampje. Maar eigenlijk is Magistretti afgestudeerd als architect. Een titel die hij tot op vandaag draagt : il architetto Magistretti wordt hij in Milaan steevast genoemd. Ondanks zijn internationale succes als meubelontwerper is Magistretti zijn oorspronkelijke beroep jarenlang blijven uitoefenen.

“Vico !” roept Maddalena De Padova als een assistent de voordeur van zijn appartement opent. “We zijn er !” Het appartement is licht : muren, plafond en deuren zijn witgeschilderd en het interieur is een mix : van etnische voorwerpen, geërfde stukken zoals het bureau, en eigen werk. De lamp Atollo voor O Luce, de boekenkast en de Sinbadzetel voor Cassina, en de Vicostoel voor Fritz Hansen, ze zijn allemaal verzameld in het huis van de ontwerper zelf. Vico Magistretti, ondertussen 85 jaar, zit in zijn fauteuil. Hij is thuis, op rode sokken, en is misschien daardoor verrassend openhartig. Net als signora De Padova.

Maddalena De Padova : “Dus, het verhaal van onze levens… Waar zal ik beginnen ? We leerden elkaar zo’n 32 jaar geleden kennen.”

Vico Magistretti : “Misschien is het minder lang geleden. Laat me even tellen…”

De Padova (beslist) : “Het was 32 jaar geleden.”

Magistretti : “Het begin ? Ik herinner me nooit het begin (lacht).”

De Padova : “Ik kende l’architetto Magistretti niet. Wel zijn stoel : de Carimati voor Cassina uit 1960. In mijn winkel stonden voornamelijk Amerikaanse en Scandinavische meubels. Ik had een tafel van George Nelson en vond die stoelen er mooi bij passen.”

Magistretti : “Ik herinner me nog precies waar ik zat toen ik hem tekende : bij de schoorsteen in mijn oud huis. Hij was bestemd voor het restaurant van een golfclub dat ik als architect uitwerkte. Ik kon de juiste stoel niet vinden. Ik had een keuze tussen die van mijn latere vriend Alvar Aalto of iets van Deense ontwerpers. Maar het duurde heel lang om die geleverd te krijgen en toen wist ik niet waar ik ze moest kopen (lacht). In ieder geval wilde ik een stevig boerenmeubel.”

Jullie kenden elkaar niet ? Zo groot kan Milaan toch niet geweest zijn ? 

De Padova : We werkten vooral met de Amerikanen, ik kende de Italianen eigenlijk niet. Behalve degenen die bij mij in de winkel kwamen. En hij, hij kwam nooit. Maar ik verkocht wel zijn werk – de stoel en een bed – voor Cassina, dat toen nog geen eigen winkels had. Een skischool bestelde daar ineens 300 van ! Dus ik was blij met het ontwerp (lacht). Al vind ik het heel raar dat hij me niet kende, want alle architecten in Milaan wisten in die periode wie ik was. Ik was een knappe vrouw hoor !

Magistretti : Ik denk dat we elkaar ontmoet hebben bij jou in de winkel.

De Padova : Ik zal het verhaal vertellen : ik verkocht alle meubels van Herman Miller en ik wilde ook een eigen collectie beginnen. Maar daar was ik niet bekwaam voor : ik kon heel goed meubels presenteren van over de hele wereld, maar zelf ontwikkelen, nee dat kon ik niet. Het was mijn assistente die zei : “Ik denk dat je alleen met Magistretti moet werken in Italië. Met niemand anders.” En dus zijn we beginnen praten, en van elkaar gaan houden. We hebben samen de collectie DePadova uitgebouwd. C’est ça l’histoire.

Ons eerste grote succes van de DePadovacollectie was de Silverstoel. We waren op vakantie in de bergen. En ik zei dat de mooiste stoel van allemaal de 811 van Marcel Breuer voor Thonet was. Op dat moment had een vriendin van ons een mand meegebracht.

Magistretti : Ja, dat herinner ik mij nog erg goed : een mand van de markt van Tokio. Ik vond die zo mooi dat ik er iets mee wilde doen.

De Padova : Toen stelde Vico voor : “Misschien moeten we eens proberen een stoel in een ander materiaal te maken. Waarom niet in aluminium ? En die mand, dat motief kunnen we gebruiken voor de zitting en de leuning.”

Magistretti : Aluminium vond je toen nog maar heel weinig in Italië. Het was nieuw, maar onmiddellijk een groot succes.

Wat betekent die periode voor u ? De periode van het grote Italiaanse design ? 

Magistretti : Italiaans design is begonnen in de jaren zestig, toen ik samen met Ignazio Gardella artistiek directeur was van de Milanese Triënnale. Toen kwamen de eerste stukken boven. Niet dat we dachten : “Nu zullen we het Italiaans design eens gaan uitvinden.” Oh nee ! We hebben vooral heel veel plezier gehad. Achille Castiglioni, Cesare Cassina… De mensen met wie ik toen werkte, dat was niet werken, dat was vriendschap. Misschien wel liefde. Maar jammer genoeg zijn ze er niet meer. Ik denk er met grote melancholie aan terug. Maar het echte geheim (zegt hij op fluistertoon, hoewel hij het keer op keer aan journalisten vertelt) van het Italiaanse design is dat het kon ontstaan dankzij de producenten : Maddalena, Cesare Cassina en de anderen.

U ontwerpt nog steeds voor DePadova. Hoe gaat dat ? 

De Padova : Ik ben zijn criticus en ik blijf altijd erg kritisch. En wat ik nu ga zeggen, is eigenlijk heel intiem. Ik ben zo kritisch omdat ik bang ben. Bang dat de nieuwe sofa die ik op schets zie, niet goed zal zijn. Ik blijf voorzichtig. Ik blijf altijd een beetje antipathiek. Dat is zo. Uit onzekerheid, denk ik.

Magistretti : Daar gaat het precies om : het is goed om nooit zeker te zijn. Zelfs wij zijn nooit zeker. We hebben ook nood aan een derde persoon die ons met de beslissing helpt.

Magistretti is vermoeid. We nemen afscheid. Zijn assistent helpt hem in zijn trui, en ze gaan de slaapkamer binnen. “Tot vanavond, Vico !” roept Maddalena De Padova hem nog na als we vertrekken. “Hij komt bij mij eten”, fluistert ze. Haar ogen blinken.

Koffie bij signora De Padova 

Lunchtijd, Maddalena De Padova neemt ons mee naar haar favoriete adresje voor een snelle risotto. Ze wordt er met veel egards behandeld, wat ons eraan herinnert dat we hier met een van de grootste signora’s van het Italiaanse design op stap zijn. “Hebben jullie zin in een kopje koffie bij mij thuis ?” Uiteraard. Haar bediende maakt de koffie, maar ze geeft zelf de suiker. “Eén of twee lepeltjes ?” We krijgen een rondleiding, tot in de slaapkamer toe. Ook hier witte muren, plafonds en deuren, en overal DePadova. Ze wijst naar een schommelstoel en haalt er meteen een boek over de Shakers bij, haar inspiratie voor die collectie. Ze zet zich in de Raffles, haar best verkopende zetel, en vertelt aan de hand van foto’s in het boek het hele Shakersverhaal. Gepassioneerd ratelt ze een kwartier aan een stuk door. En dan staat ze op. “Nu moet ik een dutje doen.” Twee minuten later staan we op straat. 

Dit artikel is eerder verschenen in knack weekend, januari 2006

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *