Uit het archief : Interview met Boyan Slat

Dit artikel verscheen op 14 augustus 2014 in Knack Weekend. Er is ondertussen veel gebeurd. Rond plastic, maar ook voor Boyan zelf. Ik vind het fijn om vandaag, nu hij effectief uitgevaren is,  even terug te lezen waar hij vier jaar geleden stond. He did it.

SCHOONMAKER VAN OCEANEN

Zestien was hij, toen Boyan Slat voor het eerst de ernst besefte van plasticvervuiling in zeeën en oceanen. En hij bedacht meteen een drijvende reuzentrechter om al die smurrie op te ruimen. Net twintig is hij nu, en de realisatie van zijn droom komt steeds dichterbij.

Neen, een diploma heeft hij niet, hij is zelfs geen offi- ciële student. Maar hij heeft wel mooi een eigen kantoor aan de Delft University of Technology, waar hij amper een paar maanden studeerde, “en een medewerkerspasje, dus gratis koffie en gratis printen ! Dat is een hele status hoor, hier.” Hij is extreem bescheiden, want zijn status is enorm. Zijn Ted X-filmpje met de titel How the Oceans Can Clean Themselves van oktober 2012 is meer dan 1,6 miljoen keer bekeken. Een ander filmpje van afgelopen juni meer dan 1,7 miljoen keer. Hij kwam een paar weken geleden zelfs voor in een kruiswoordraadsel in de Nederlandse krant NRC . Op zes verticaal was de omschrijving “Gaat Boyan Slat uit de zee halen”. De in te vullen letters ? Plastic.

De twintigjarige jongeman heeft er zijn missie van gemaakt om in tien jaar tijd 70 miljoen ton plastic uit een specifieke plek in de Stille Oceaan te halen, met twee drijvende armen die het opvangen wanneer het voorbijstroomt. Begin juni publiceerde hij met zijn team van The Ocean Cleanup een met crowdfunding gerealiseerde haalbaarheidsstudie. Conclusie : het kan. En dus ging vervolgens Fase Twee van start : hij gaf zichzelf op 3 juni honderd dagen tijd om twee miljoen dollar in te zamelen, nodig voor de bouw van prototypes. Begin augustus had hij nog 700.000 dollar te gaan.

Het kantoor van The Ocean Cleanup ligt op de eerste verdieping van de Dream Hall aan de universiteit. Daarin zitten “alle uit de hand gelopen studentenprojecten”, zoals Boyan omschrijft. In het midden een werkplaats met materialen en werktuigen, en in de ingang : de snelste fiets ter wereld. Wat verderop zitten jongens en meisjes die auto’s doen rijden met zonne-energie. Maar vandaag, midden in de zomervakantie, bruist er weinig op de campus. “Zullen we in het gras gaan zitten ?”, stel ik voor. “Goed idee”, vindt Boyan Slat, terwijl hij zijn zonnebril met groene spiegelglazen opzet. “Ik kom veel te weinig buiten.”

De omslagfoto op uw Facebookpagina is nochtans helemaal outdoor : een foto waarop u aan het duiken bent. Het verhaal gaat dat u vier jaar geleden tijdens een duiktrip naar Griekenland de omvang van het plasticprobleem besefte.

Boyan Slat : Yep . Dat verhaal heb ik, vermoed ik, al zeker honderdvijftig keer verteld. Ik zou volgende keer graag eens naar ergens anders op vakantie geweest zijn toen ik zestien was. Wakeboarden in Zanzibar of zo ? In elk geval : het was zo. Ik ga er nog steeds duiken, ik ben pas terug van een cursus reddend duiken. Maar dat was je vraag niet. In Griekenland zag ik inderdaad meer plastic rondzweven onder water dan dat ik vissen zag. Ik begon me af te vragen waarom dat maar niet opgeruimd geraakt.

Ik maakte er daarna een eindwerk over in het middelbaar, toen al spendeerde ik er 800 uur aan, in plaats van de vereiste 80 uur. Het idee liet me niet meer los. Ik dacht er een jaar lang over na en kwam toen met mijn vrij simpele oplossing voor een heel complex probleem : ik wil een kilometerslange barrière maken met twee drijvende armen die aan de zeebodem verankerd zit, die scheppen het plastic als een trechter samen op één plaats, waardoor het makkelijker verwijderen is. Waarom zou je boten en netten op zoek laten gaan ? Je kunt gewoon de oceaan het werk voor jou laten doen en het plastic tot bij jou laten brengen.

Kunt u mij eerst even heel simpel uitleggen wat plastic is ?

Nou, die vraag kreeg ik dan weer nog nooit. Oké. Je hebt olie, dat is gemaakt van koolwaterstoffen, dat zijn moleculen van koolstof- en waterstofatomen aan elkaar. Polymeren zijn synthetische ketens van miljoenen van die oliemoleculen, letterlijk lange draden die door chemische behandeling aan elkaar klitten. De belangrijkste plastics zijn polypropyleen (PP) en polyethyleen (PE).

Wanneer is plastic een probleem ?

Het gaat niet snel kapot, het kan honderden jaren meegaan. Maar meestal is het de bouwstof voor dingen die maar een paar dagen, weken of maanden gebruikt worden. Als het uit de industriële keten ontsnapt, en in de natuur terechtkomt, begint het echte probleem, want het is heel moeilijk om weer uit het milieu te halen.

U hebt het over tonnen plastic in de oceanen. Hoe komen die eigenlijk in zee terecht ?

Twintig tot veertig procent van plastic in zee komt er via schepen die er ladingen of netten verliezen of dumpen. Zestig tot tachtig procent komt vanaf het land, door rivieren en waterwegen en de wind. Door stromingen belandt veel terug op de kust en de stranden. En een klein gedeelte… Sorry ik ben even afgeleid door die vogel boven ons hoofd. Wat is het ? Een valkje ? Een buizerd ?… Een klein gedeelte komt dus via andere stromingen in een soort kluwen in het midden van de oceaan terecht, er zijn vijf zulke geconcentreerde plekken, die worden gyres genoemd. De grootste is de Great Pacific Garbage Patch, en daar wil ik werken. Momentje, ik ga even een oorwurm van je jasje plukken. Zo. ( onverstoorbaar ) Die gyres moet je je niet voorstellen als eilanden van plastic, hoor. Het is een heel erg dunne soep. Bij hoogtepunten vind je misschien drie stukje plastic per vierkante meter. We kunnen 95 procent eruit halen. Ik krijg kritiek voor het feit dat ik de microplastics, die sommige dieren in hun lijf opstapelen, en die wij vervolgens mee opeten, niet kan filteren. Maar ik vind het belangrijker om ervoor te zorgen dat grotere stukken niet blijven liggen. Dat we dus kunnen zorgen dat ze niet traag afbreken tot micro- plastics.

Niet alleen dieren hebben er last van. De VN hebben berekend dat plasticvervuiling zo’n 13 miljard dollar per jaar kost aan schade, aan toerisme, scheepvaart en visserij. Dat is een conservatieve schatting. Een derde van alle plastic in de oceaan is te vinden in de Great Pacific Garbage Patch in de Stille Oceaan, en onze kosten zijn 300 miljoen euro om 70 miljoen kilogram in tien jaar op te ruimen. Dus volgens die berekening is het goedkoper om het eruit te halen dan om het te laten drijven.

Waar haalt u de middelen ?

Crowdfunding. Mensen sponsoren, anderen werken vrijwillig mee en bedrijven steunen ons in natura of door hun bevindingen met ons te delen. Er is een bedrijf dat zorgt voor onze wettelijke omkadering, eentje voor onze boekhouding, er is een PR-bureau dat helpt enzoverder. De eerste fase, onze haalbaarheidsstudie, deden we met een eerste campagne voor 80.000 dollar. Honderd mensen werkten mee. Nu zijn we de tweede fase van prototypes aan het voorbereiden. Op 12 september loopt de crowdfundingperiode af.

Wat als u die dag geen 2 miljoen dollar hebt verzameld ?

Dan zal alles trager gaan dan voorzien. Maar we gaan wel door. Een idee hebben en tienduizenden mensen die helpen om dat ook daadwerkelijk uit te voeren, dat is toch fantastisch ?

Wie zijn uw honderd teamgenoten ?

Ik ben de jongste. De gemiddelde leeftijd is dertig, maar er zitten ook gepensioneerden bij. En masterstudenten, PhD-studenten… Ik realiseerde me deze ochtend dat ik een derde van hen nog nooit in het echt ontmoet heb. Ze zitten wereldwijd, tot in Australië toe. Dat maakt het soms praktisch moeilijk werken, maar het lukt wel.

Hoe is uw idee eigenlijk zo snel de wereld rondgegaan ?

Ik deed een TedX Talk ginds in de aula ( wijst ). Die video stond online, maar werd gedurende maanden slechts een paar duizend keer bekeken. Op een bepaald moment pikte de Amerikaanse blog Inhabitat dat filmpje op, en ineens kreeg ik vijfhonderd mails per dag. Tot een jaar geleden werkte ik vanuit mijn slaapkamer.

Bent u altijd zo geëngageerd met het milieu bezig geweest ?

Nee, dat is door het duiken. Ik ben wel mijn leven lang al geïnteresseerd in techniek en engineering. Toen ik vijf was, keek ik naar het Discovery Channel terwijl vriendjes Pokémonkaarten ruilden. Ik maakte zélf een boomhut, en ik heb hele steden met Lego gebouwd. Rond mijn dertiende was ik echt geobsedeerd door wetenschappelijke experimenten. Toen dacht ik dat het leuk zou zijn om een record te vestigen door 250 waterraketten tegelijk te lanceren. Ik vraag me nu af waarom, maar ik vond het wel leuk om te doen, en ik heb het wereldrecord gehaald.

Sorry, maar wat is een waterraket eigenlijk ?

Dat is een plastic colafles die je deels vult met water, en vervolgens lanceer je die door er lucht in te pompen. Nu denk ik : what the hell ? Maar het heeft me wel veel geleerd. Ik was dertien en toen al bezig met sponsors. Ik had een idee, ik wilde dat uitvoeren en het is me gelukt. Hier op het sportveld van de Technische Universiteit heb ik driehonderd studenten verzameld. Uiteindelijk hebben we 213 waterraketten succesvol gelanceerd. Maar genoeg daarover.

U bent hier in Delft geboren en getogen ?

Ja, en het was ook min of meer snel duidelijk dat ik hier aan de Technische Universiteit zou belanden.

Om er na amper een jaar weer uit te stappen.

Ja, dat had ik niet voorzien (lacht) . Maar het ging zo traag allemaal. Ik sprak met professoren, contacteerde bedrijven, maar het ging niet vooruit. Toen heb ik de wanhoopsdaad gedaan om mijn studie en mijn sociale leven op te geven voor dit project. En toen het filmpje ineens viraal ging, besloot ik een crowdfundingcampagne op te zetten om geld en middelen in te zamelen.

Bent u een typisch product van uw generatie ?

Misschien, dit project zou in elk geval ondenkbaar zijn geweest zonder internet. Om te beginnen zou ik het probleem niet gekend hebben, ik had nooit een team kunnen samenstellen, we hadden zonder sociale media nooit zoveel aandacht gekregen. Zonder crowdfunding had ik geen geld gehad.

Ook de kritiek krijgt u via het internet meteen te horen. Hoe gaat u daarmee om ?

Het was een extra evaluatie. Ik heb de twintig meest gehoorde kritische stel- lingen pas nog systematisch weerlegd in een artikel op onze website. De meest evidente kritiek is dat we dweilen met de kraan open. Wel, dat klopt. Uiteraard is het beter om ervoor te zorgen dat er in de eerste plaats geen plastic in zee terechtkomt. Om de kraan toe te draaien. Maar het kan geen kwaad toch om een betere dweil uit te vinden ondertussen ?

Bovendien denk ik dat het in deze volgorde gemakkelijker is om ook daadwerkelijk de kraan dicht te draaien. Mensen houden sowieso niet van verandering. Als je hen zegt : je moet stoppen met plastic zakjes te gebruiken, dan is dat lastig, want die zakjes zijn eigenlijk wel handig. Het lijkt een stap achteruit. Als je daarentegen komt met een innovatieve manier om plastic uit de zee te halen, dat voelt voor mensen als een stap voorwaarts. Dat is een stap die ze liever zien gebeuren. En daarna kunnen we zeggen : we gaan dit doen, maar dan moet de kraan wel dicht. Het is moeilijk meetbaar, maar ik geloof in dat effect.