Uit het archief : Carolyn Steel

 Gisteren hoorde ik een hedendaagse held: Carolyn Steel, architect en auteur van het boek “De hongerige stad”. Ik hoorde haar niet voor het eerst. Ik mocht haar vijf jaar geleden interviewen. Even enthousiast als toen vertelde ze gisteren over hoe de manier waarop we met ons voedsel omgaan eigenlijk bepaalt hoe we met elkaar en met de planeet omgaan.

Ze kwam supporteren bij de lancering van ’t Dak van Pakt, een samentuin op drie pakhuizen, goed voor 1800 m2 kruiden, fruitbomen en groenten en 200m2 serre. Daarover binnenkort in Knack Weekend meer.

Hoe belangrijk (stads)landbouw dezer dagen is, werd bovendien bevestigd deze ochtend, toen Landgenoten, een coöperatieve aankoper van landbouwgronden de prijs voor Radicale Vernieuwer kreeg van zowel de jury als het Publiek.

Positief duurzaam nieuws vandaag, het mag ook eens.

Hieronder mijn interview van vijf jaar geleden met Carolyn Steel. Ze is bezig aan een nieuw boek, vertelde ze gisteren.

STEDEN ZIJN MEER DAN HUN ARCHITECTUUR. Om architectuur te bestuderen, moet je ervan wegkijken. Ik heb de indruk dat aan het traditionele vakgebied iets ontbreekt, namelijk het leven zelf: net datgene waaraan architectuur dienstbaar zou moeten zijn. Ik wilde de verborgen kant van stedelijkheid, haar relatie met het platteland en met de natuur onderzoeken. Hoe zou het zijn, vroeg ik mij af, als je zou proberen om een stad te beschrijven aan de hand van voedsel ? Dat leidde tot mijn boek De hongerige stad.

OVER VOEDSEL NADENKEN, IS OVER HET LEVEN NADENKEN. We hebben voedsel nodig. Het verbindt ons met elkaar en de natuur en het beïnvloedt ons in bijna elk aspect van ons leven. Sinds het boek kijk ik op een andere manier naar de wereld. Als ik een landschap zie, bedenk ik in hoeverre het aangepast is om ons van eten te voorzien. Als ik door een stad wandel, vraag ik mij af waar men- sen hun maaltijden vinden. Waar zijn de markten, waar zijn de winkels ? Koken ze thuis ? Gaan ze uit eten ? Ik kijk wat bestelwagens leveren, of mensen er gezond uitzien.

HET IS TEGELIJK GEMAKKELIJKER EN MOEILIJKER GEWORDEN DAN VROEGER OM ONS- ZELF TE VOEDEN. Technologieën van nu maken de oogsten efficiënter. Tegelijkertijd verbranden we tien calorieën voor elke calorie die we in het Westen produceren. Dat heeft toch geen zin. Bovendien zijn we met zeven miljard. We moeten ons in de toekomst concentreren op het beheer van grondstoffen. Er zijn er genoeg, maar alleen als we ze eerlijk verdelen, ze behoorlijk waarderen, voorzichtig produceren en stoppen met verspillen.

WESTERLINGEN GAVEN NOOIT EERDER IN DE GESCHIEDENIS ZO WEINIG GELD UIT AAN VOEDSEL ALS NU. Britten besteden slechts tien procent van hun inkomen aan eten, terwijl dat der- tig jaar geleden nog dertig procent was. Dat komt omdat we de echte kosten van het goedkope industriële voedsel op een andere manier betalen : grondstoffen worden opgebruikt en er is veel vervuiling, maar we worden ook geconfronteerd met gezondheidsproblemen als obesitas, kanker en hartziekten. Die kosten zijn immens voor de maatschappij en zullen een steeds grotere rol spelen. In de vorm van een vettaks, bijvoorbeeld. Ik stel het begrip sitopia voor, wat inhoudt dat bij het ontwerp van een stad rekening wordt gehouden met haar voedselproductie en -consumptie.

ZEG MIJ WAT JE EET EN IK ZAL ZEGGEN WIE JE BENT. Die zin werd voor het eerst gepopulariseerd door Anthelme Brillat-Savarin, wellicht de bekendste culinaire filosoof. Ik ben het met hem eens dat voedsel zowel plezier brengt als ons leven vormt. Ik blijf ook onder de indruk van de boer- dichter Wendell Berry, die erg goed schrijft over de relatie tussen voedsel, natuur en leven.

HOE KUNNEN WE EEN GOED LEVEN LEIDEN? DIE VRAAG WAS NIET ANDERS VOOR DE OUDE GRIEKEN DAN VOOR ONS NU. Maar zij zagen het gemakkelijker, omdat ze minder afgeleid werden. Epicurus zegt dat we het leven niet kennen, maar dat we het ook niet kunnen vermijden, dus kunnen we er evengoed plezier aan beleven. Maar met mate, anders verspillen we dat plezier. Een eenvoudige boodschap, die wel tot in de kern van de moderne dilemma’s gaat. We moeten leren ge- nieten van het leven op zich, een nieuwe balans zoeken en focussen op wat dicht bij ons staat.

IEDEREEN HEEFT RECHT OP ETEN, DAT STAAT IN DE UNIVERSELE VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS. Dat moeten we serieus nemen. Er zijn nieuwe wetten nodig, met strak- kere planningen, nieuwe belastingen en internationale overeenkomsten. De jongste jaren zien we overal ter wereld initiatieven in de goede richting, zoals jullie voedselteams en groententassen.

Carolyn Steel is architecte in Londen bij Kilburn Nightingale Architects en (gast)professor in Cambridge, Wageningen en de London Metropolitan University. Ze was de eerste studio director van het Citiesprogramma van de London School of Economics and Political Science. Vorig jaar verscheen haar boek ‘De hongerige stad’ in het Nederlands, bij het Nederlands Architectuurinstituut. Ze blogt regelmatig op www.hungrycitybook.co.uk.

Dit artikel verscheen in Augustus 2012 in Knack Weekend