Milano favoriet 4 / 9 mei 2016

Sommige fabrikanten zijn gewoon erg goed in één materiaal of één techniek. Wat je met plastic kan doen, dat toont Kartell bijvoorbeeld keer op keer. De ene keer al geslaagder dan de andere. Een merk als Dedon test dan weer telkens de mogelijkheden van geweven kunststof voor buitenmeubels.

Dé expert in gebogen hout is al eeuwenlang Thonet. Het is de achternaam van ene Michael Thonet die op industriële schaal houtstaven boog voor meubels. Ondertussen is er zowel een Thonet uit Duitsland als het merk Gebrüder Thonet Vienna (GVT), uit Oostenrijk dus. Dat zijn aparte bedrijven ondertussen, met ergens een familiale afsplitsing die ik nog eens moet uitzoeken. In elk geval is GVT in handen van een nieuwe eigenaar en dat levert de jongste jaren fijne collecties op. Het goede nieuws is dat er pas weer een Belgische agent aangeduid is voor het merk, zodat we het allicht meer in onze eigen woonwinkels en in projecten zullen zien opduiken. Deze Waltz van het jonge designduo Gamfratesi toont in alle geval de mogelijkheden van houtbuigen.

 

Screen Shot 2016-05-09 at 12.58.56

 

ik weet hoe moeilijk houtbuigen is, ik heb het ooit zelf mogen doen in de Thonetfabrieken in Duitsland. Ik schreef er toen (in oktober 2008) een intro over voor Knack Weekend (zie hieronder) en ik hield er een exclusief rugleuning/achterpoten-onderdeel van de Nr. 14 aan over. Net nog meeverhuisd. De toenmalig creatief directeur van Thonet, de immer charmante James Irvine, is ondertussen gestorven, maar ik vergeet zijn woorden daar in Duitsland niet gauw. De hedendaagse Nr 14 waarover ik het hieronder heb, werd ooit uitgebracht bij Muji, maar gefabriceerd bij Thonet.

 

Buigen of barsten ?

Een paar grote handschoenen krijg ik aan. En dan moet het snel gaan. Een beukenhouten stok heeft zes uur in een stoomoven gelegen en moet nu vliegensvlug in een mal gepast, voordat hij weer afkoelt. Want alleen warm hout kan buigen. We moeten er ook een draai aan geven om te vermijden dat de stok zal barsten. Voila, ik heb de rugleuning en de achterpoten van een Thonet No. 14 geplooid. Ik ben onder de indruk, daar in die fabriek in Duitsland. Want in de meubelsector heeft die stoel eenzelfde legendarische reputatie als parfum N° 5 van Chanel in de cosmeticawereld (zie p. 210). “Het is een van de perfectste voorwerpen die ik ken. Het is een historisch product en een grote uitvinding”, zegt de Britse ontwerper James Irvine, creatief directeur van het meubelmerk. Maar hij zou geen ontwerper zijn als hij ondertussen niet de uitdaging aanging om een nieuwe, hedendaagse versie van de klassieker te bedenken.

Die zullen we maar over enkele maanden of jaren te zien krijgen, allicht. Ik ben benieuwd, want Irvine is een industrieel ontwerper met een grote expertise en een mooi palmares. Hij was hij een van de eregasten op Interieur 04 in Kortrijk. Dit weekend opent de 21ste editie van de Biënnale voor Wooncreativiteit de deuren, met deze keer Jaime Hayon als eregast. Uiteraard is er in deze Wonenspecial aandacht voor het werk van die Spaanse ontwerper, maar ook voor dat van Stefan Schöning, onze derde Belgische Designer van het Jaar en voor de belangrijkste Belgische primeurs. In de schoot van Interieur 08 wordt dit jaar een gloednieuwe biënnale voorgesteld. Design at Work zal in december 2009 plaatshebben en wil innovatie zichtbaar maken door het tonen en promoten van goed design en innovatieve productontwikkeling over de sectoren heen : van kantoormeubelen over sport- en vrijetijdsgoederen, voertuigen of bagagekoffers tot nieuwe materialen, huishoudproducten of elektronica. Op 20 oktober al worden de eerste Design at Work Awards 08 uitgereikt.

In 1859 zou Michael Thonet dus zo’n Award in de wacht gesleept hebben. De No. 14 was een van de eerste stoelen die op industriële schaal gemaakt werd. Met succes : tegen 1930 waren 50 miljoen exemplaren verkocht. Het businessplan werkte dus perfect, Thonet had er dan ook grondig over nagedacht. Zo blijken er exact 36 stoelen in een kubieke meter te passen. Bovendien verhuisde hij in 1989 de fabrieken naar Frankenberg, te midden van uitgestrekte bossen. Transportkosten werden flink gereduceerd.

Het zijn principes die niet alleen voordeliger, maar ook ecologischer zijn. Ze passen perfect in de eco-efficiëntieprincipes die meubelbedrijven nu bezighouden (zie p. 122). In Frankenberg daagt James Irvine ons uit : “Tel het aantal zitmeubelen in je huis eens : stoelen, zetels, banken, krukjes. Ik heb deze test al veel gedaan en ik heb ontdekt dat een westerse familie er tussen de 25 en de 30 heeft”, zegt hij. “Ik zou graag mensen kunnen overtuigen om minder, maar wel betere spullen te kopen.” In hetzelfde artikel stellen William McDonough en Michael Braungart een alternatief voor. “Is het ons doel om onszelf uit te hongeren en ons te onthouden van onze cultuur, onze industrieën, onze aanwezigheid op aarde ? Streven we naar nul ? Is dat een inspirerend doel ?… Zou het niet geweldig zijn als we de menselijke industrie konden bejubelen in plaats van te beklagen ? We zouden graag een nieuwe designopdracht suggereren. Waarom beginnen we bijvoorbeeld geen producten te bedenken die, wanneer hun nuttig leven voorbij is, op de grond gegooid kunnen worden als voedsel voor planten, dieren en aarde ? Of die kunnen terugkeren naar de industriële cyclus om te dienen als ruw materiaal voor nieuwe producten ?”

KNACK WEEKEND 15 OKTOBER 2008

Screen Shot 2016-05-09 at 13.35.47

Milano favoriet 3 / 6 mei 2016

Ergens in maart sprak ik Rolf Hay, samen met zijn vrouw Mette de grote baas van het gelijknamige Deense meubellabel. Ik had hem eerder al geïnterviewd en de man liet hem zelden verleiden tot primeurs of zelfs tot andere antwoorden dan degene die hij zowat standaard geeft, welke vraag je hem ook stelt. Hij haat het om het om vergeleken te worden met die nog veel grotere andere Scandinavische meubelgigant Ikea. Hoge kwaliteit, hij herhaalt het woord in zowat elke zin, is wat zijn bedrijf anders maakt dan die blauw-gelen.

Maar vriendelijk is hij altijd wel. Met zijn baseballpet op was hij zeer goedgezind en rustig daar op die vroege ochtendmeeting in Kopenhagen. Hij was fier ook, want hij keek uit naar de presentatie in Milaan, in de Pelota in de Brerawijk. Een ietwat legendarische plek in designmiddens. Established&Sons hield er legendarische presentaties (maar dat merk is ondertussen een schim van wat het was). Niet op de beurs zou hij staan, maar temidden de stad. En, slim gezien, bezoekers konden er meteen een hapje eten én Hay-spulletjes kopen.

Ik had daar in Kopenhagen vragen voorbereid die hem uit zijn kot moesten lokken, maar hij was moeilijk van zijn stuk te brengen. Tot een onverwachte telefoon hem deed ontdooien. “Hi Ronan,” nam hij op. Gevolgd door een big smile. Na drie minuten praten legde hij op en zuchtte: “Die zijn zo geweldig om mee te werken.” En meteen vertelde hij me toch nog enkele keukengeheimen over zichzelf en zijn bedrijf. Die verschenen in Knack Weekend Black Design een dikke twee weken geleden. De passage over de Bouroullecs:

“Ik heb veel samengewerkt met Erwan en Ronan Bouroullec. Niemand uit de sector brengt een esthetische balans zoals zij. We mailen amper, maar maandelijks zitten we twee dagen samen en tussendoor stuurt Ronan mij berichten. Hij schetst op papier, maakt een foto en stuurt die door. Het is een constante visuele en verbale dialoog. Zo werk ik graag.”

“De uitgangspunten voor mijn jongste opdracht aan hen: sofa’s zullen in de toekomst meer online gekocht worden en we zullen steeds kleiner wonen. Dus vroeg ik Ronan en Erwan om een sofa te ontwerpen die flatpack is. Zodat mijn klanten, de winkeliers en onlinewinkeliers, geen twee mannen moeten sturen om dat meubel drie verdiepingen naar boven te sleuren. De Bouroullecs hebben dat perfect gedaan.”

Ik ben net verhuisd en dus gevoelig voor dit soort praktische oplossingen. Want eerlijk, de Ikea-zetels (de meesters van de flatpack) kunnen mij niet altijd bekoren. Toen ik daar in Milaan echter in die Pelota in de Can-sofa van de Bouroullecs van Hay ging zitten, viel het comfort toch nog wat tegen. Maar het kan geen kwaad dat een merk als Hay nadenkt over de gewone drukbezette stadsmens die voor een sofa-levering een ladderlift per uur moet huren, parkeerverbodsborden moet aanvragen, eventueel de buren moet laten slepen en andere ongemakken oplossen. Gewoon om rustig te kunnen neerploffen. Maar mij is het gelukt. En dat ploffen is ook heerlijk.  (Geen idee wie de ontwerpers of het merk van mijn sofa’s zijn, ik heb ze gekregen van vrienden).

 

haycanbouroullec

Milano Favoriet 2 / 22 april 2016

“Bureau for the Study of Vivid Blue Every-Colour Inhabitations of the Planet, the Transformation of Reality, and a Multitude of Happy Endings.” 

Yep, dat is de naam van een collectie krukken en hoge tafels van de Berlijnse ontwerper Jerszy Seymour voor Magis. Hoe zwaar de naam ook, de meubels zijn lichtgewicht, want gemaakt uit aluminium plaatjes. Met de hand met verf beklad.  Een collectie die simpel is, eenduidig en praktisch.

En uiteraard doet die conceptuele naam er niet toe. Maar het klinkt wel beter dan “multifunctioneel”.

Screen Shot 2016-04-21 at 13.20.55

De collectie  werd voor het eerst getoond in een kunstwerk ‘New Dirty Enterprises’ van Jerszy Seymour, op de ABC Art Fair in Berlijn in 2013.

Screen Shot 2016-04-21 at 13.21.12

Milano favoriet 1 / 21 april 2016

“Wat is je absoluut favoriete object dat je gezien hebt?” Ik kreeg de vraag minstens 50 keer toen ik in Milaan was voor de internationale Meubelbeurs. Zelfs al was ik  nog maar een uurtje in de Italiaanse hoofdstad. Mijn standaardantwoord: “Dat kan ik nog niet zeggen.” Omdat er duizenden objecten gepresenteerd worden. En het quasi onmogelijk is om elk detail van elk meubel grondig te bekijken. Ondertussen (na een kleine week thuis) heb ik wat kunnen verteren. En yes, ik heb mijn favorieten ondertussen.

Zoals deze Secretello, van de bebaarde zestiger Michele de Lucchi voor Unifor en Molteni. Speels, maar serieus. Functioneel maar anders. En ook commercieel interessant: zowel vitrinekasten als bureaus om aan thuiswerk te doen zijn immers een groeiende markt.

Screen Shot 2016-04-21 at 11.49.57

Ook de uitleg die maestro De Lucchi zélf gaf,  is interessant. “Desks are very special, personal places, at once intimate and public. A space, in fact, an area in which you set out all your implements, your working tools, a keepsake or two, objects you are fond of, a couple of books, a document you need, a few others that you don’t need right now, but… you never know. A place that reflects its owner’s character and, as you know, your character is the most precious thing that you have. Good characters are worth putting on show, displaying, enhancing, because good working teams are made of different characters and a good working team can also be recognized by the place it works in. So if a desk is a showcase in an empty office, when everyone has gone home, the exhibition of good people’s things can begin”, says Michele De Lucchi.

HR-managers, en clean-desk adepten, u kan leren van Italiaanse wijzen.

 

23 december / Boekbedje

Screen Shot 2015-12-23 at 14.31.35

Supersurrealistisch : een boekje in een bedje in een doosje. Een homage aan Marilyn Monroe van 8.4 cm op 6.3 cm, vol cartoonachtige tekeningen die de actrice uitbeelden.

Het boekje ligt in een plastic bedje met een rood dekentje en de boodschap “Here lies Marilyn, our sweet angel of sex.” Vreemd.

 

Screen Shot 2015-12-23 at 14.32.03 Screen Shot 2015-12-23 at 14.31.52

Marilyn Love Song. Shinichi Suzuki en Mirai-Kobo. 1983, 275 euro te koop bij Frog and Bones. Frog and Bones, Quellinstraat 46, Antwerpen. Open vandaag tot 20 uur. Daarna gesloten tot en met 5 januari 2016.

22 december / Message – Massage

Screen Shot 2015-12-22 at 17.26.29

“The Medium is the message,” was een van de eerste concepten die ik leerde in mijn lessen Communicatiewetenschappen aan de universiteit. De auteur van die zin is Marshall McLuhan, ik zal het niet meer vergeten. Hij stelt dat de manier waarop iemand een boodschap verspreidt – of ontvangt – die boodschap mee bepaalt. Hij schreef dit neer in 1964. Toen televisie en radio en kranten massamedia waren. Maar toen er van het internet nog lang geen sprake was.

Dit boekje The Medium is the Massage, an inventory of effects uit 1967 van dezelfde auteur intrigeerde mij dus meteen. Alleen is het nog veel straffer. De vormgeving van Quentin Fiore en een soort van samenvatting van de eerder theoretische teksten van professor McLuhan maken dit een geniaal boekje, dat meteen de eigen stellingen onderschrijft.

Het is bijna griezelig om deze paragraaf nu te lezen, bijna vijftig jaar nadat die geschreven werd:

“the others”

“the shock of recognition! In an electric information environment, minority groups can no longer be contained – ignored. Too many people know too much about each other. Our new environment compels commitment and participation. We have become irrevocably involved with, and responsible for, each other.”

 

Met daarnaast, op een zwarte pagina in dikke witte letters, woord onder woord dit:

There

Is

Absolutely

No

Inevitability

As

Long

As

There

Is

A

Willingness

To

Contemplate

What

Is

Happening

Screen Shot 2015-12-22 at 17.07.23 Screen Shot 2015-12-22 at 17.26.09

The medium is the massage, an inventory of effects, Marshall McLuhan en Quentin Fiore, 1967, te koop bij Frog and Bones, 50 euro

Frog and Bones, Quellinstraat 46, Antwerpen. Open woensdag 23 december. Daarna gesloten tot en met 5 januari 2016.

 

21 december / Haararchitectectuur

Screen Shot 2015-12-21 at 14.11.03

Ze werden in een van de eerste zalen van het Arsenale getoond in de 55ste Kunstbiennale van Venetië (in 2013), een reeks portretten van Nigeriaanse vrouwen met waanzinnige structuren op hun hoofd. Fotograaf was J.D ‘Okhai Ojeikere.

Screen Shot 2015-12-21 at 14.11.50

Hij had in de loop van meer dan vijftig jaar meer dan 1000 foto’s gemaakt van deze sculpturen voor een dag. Ik was, daar in Venetië, onder de indruk. Dat had ik nog nooit gezien.  De beelden bleven hangen, ergens in het geheugen. Blij om ze terug te zien in dit boek.

 

Screen Shot 2015-12-21 at 14.11.37 Screen Shot 2015-12-21 at 14.11.14

 

J.D. ‘Okhai Ojeikere Photographs, Andre Magnin, 2000. First edition. Te koop bij Frog and Bones, 50 euro.

Frog and Bones, Quellinstraat 46, Antwerpen. Open vandaag, dinsdag en woensdag. Daarna gesloten tot en met 5 januari 2016.

20 december / Friendly face

CCI20122015

Eentje voor de designfreak. Er heerst een Memphis-revival in de wereld van design. Maar wat is dat nu eigenlijk Memphis? De Italiaanse anti-stroming uit de jaren zeventig en tachtig in Italië mag dan herkenbaar zijn vanwege typische kleuren, vormen, materialen of patronen. Maar waar stond die Memphis nu echt voor? Het is soms moeilijk te achterhalen voor wie er toen niet bij was. Er is literatuur, ja m aar soms nogal hermetisch en intellectueel geschreven, het was dan ook een kritische beweging van slimme Italiaanse architecten.

Daarom ben ik zo blij dat ik dit dertig jaar oude boekje, in het Nederlands, ben tegengekomen: Michele de Luchi, een vriendelijk gezicht voor het elektronisch tijdperk. Het hoort bij de eerste persoonlijke tentoonstelling van de toen nog jonge De Lucchi buiten Italie, in 1985 in Tilburg. Een reeks essays en teksten van collega’s, curatoren en critici en van hemzelf. En schetsen, veel schetsen van zijn werk voor Olivetti, Memphis, Alchimia en Girmi.

Omdat de beelden ondertussen gekend zijn, vond ik vooral de teksten interessant. Verhelderend voor mij waren alvast deze woorden (in oude spelling):

Ontwerper Marco Zanini over Memphis: “Deze visie op de wereld zoekt kwaliteit zoals men dat in de renaissance deed, uit liefde voor kwaliteit en uit onverdraagzaamheid jegens middelmaat en middelmatigen; zoekt een zintuiglijke wereld veeleer dan een geïdeologiseerde omdat uit ideologieën en religies enkel oorlog voortkomt, niet gericht op plunderen maar op geven, oneindig ver verwijderd van academische gezichten, van het gesjacher van partijbonzen van welke kleur dan ook, ver van de treurigheid van de bureaucratie.”

 

Conservator Boijmans –van Beuningen Museum Frederique Huygen: “Memphis is commercieel gericht en produceert objecten; voorwerpen die een optimisme uitstralen en via nieuwe formele tekens een affectieve band kunnen vormen met de gebruiker. Art director van Memphis Barbara Radice: “Memphis is een poging het object meubel weer een functionele en symbolische autonomie te geven, een geruststellende en troostende aanwezigheid, een communicatieve impact”.

Design is niet langer een denksysteem dat gericht is op het creëren van een produktie, maar is een van de manieren om te denken over het bestaan. Dit sluit ook aan bij de verwachtingen omtrent de toekomstige maatschappij, waar niet de ‘hard-ware’ (industrie) bepalend is, maar de ‘soft-ware’ van de informatica en de onzichtbare technologieën. Alessandro Mendini: “Architectuur moet niet alleen fysieke bescherming bieden, maar ook een geestelijke. Delicate kleuren, vervreemde of vloeibare onderdelen, sensaties en schaduwen, lichten, geluiden en klimaat moeten direct worden behandeld als designmateriaal…” De Lucchi sluit zich aan bij die nieuwe benadering.” …. Het is De Lucchi’s verdienste elektrische huishoudelijke apparaten de status van interieurobject te geven metmensvriendelijke, huisdierachtige karaktertrekken. De Brauntraditie van serieuze, betrouwbaar uitziende, geminimaliseerde robots, doorbreekt hij met vrolijke pastelkleuren, naïviteit en eclectisisme.”

 

Art director van Memphis Barbara Radice: “Als volgelingen van de van Sottsass afkomstige zintuiglijkheid deinzen zij terug voor theoretische schema’s, richten zij zich eer op verleiden dan op overtuigen, eer op ironie dan op logica. Zij zwemmen in een bijna uitsluitend figuratieve cultuur, zijn gek op computers en zullen wellicht een nieuw gezicht geven aan de electronica van morgen.

 

Michele De Lucchi over het woord “ludiek” opgetekend door Maarten Kusters:“Dat zeggen ze vaak over mijn ontwerpen, ja. Het woord ludiek mag voor mij gerust gebruikt worden wanneer het doelt op demystificatie van een bepaald imago van de technologie: de technologie die ver weg is, die moeilijk is en onbereikbaar. De technologie is namelijk heel eenvoudig en banaal, en dient om je te helpen.”

 

Michele De Lucchi over “Design in de jaren negentig”, anno 1985, opgetekend door Maarten Kusters: “Er zal waarschijnlijk hetzelfde gebeuren als tegenwoordig, alleen veel sneller. Een product dat nu bijvoorbeeld vijf jaar in de mode is, zal in de toekomst slechts één jaar ‘in’ zijn. De vernieuwing zal dus steeds nseller plaatsvinden. Het design zal als communicatiemiddel steeds belangrijker worden, mede door het bewustzijn dat het, door middel van industrieel vervaardigde produkten, een wereldbeeld kan bepalen.”

Gelijk had hij.

 Frog and Bones, Quellinstraat 46, Antwerpen. Open komende maandag, dinsdag, woensdat? Daarna gesloten tot en met 5 januari 2016.

19 december / Road kill cooking

 

CCI19122015

Te zot voor woorden. En daarom zijn het zo’n toffe woorden. Dit boekje Gourmet Style Road Kill Cooking, and other fine recipes van de Amerikaan Jeff Eberbaugh heeft u eerlijk waar nog nooit gezien. Het eerste deel bevat rijmpjes met totaal fictieve recepten met dieren die door wagens of trucks doodgereden zijn en van het asfalt geschraapt zijn. “these recipes are of a novelty status and are not intended for human consumption,” waarschuwt de auteur.

Een voorbeeldje?

 

FRIED OWL

There’s not a whole lot of owls in the country i ‘m from

But every blue moon you ‘ llr run across one

Who landed in the road to make a snack of a snake

Fried owl meat ’s real easy to make

The recipe’s the same for a screech or a hoot

But fried schreech owl is tough as a boot

So pressure cook it hard for as long as it takes

Cut it up like chicken but fry it like a steak

I’ve eaten all kind of critters and all kinds of fowl

But it’s really something special to eat a fried owl.

Verder ook breast of a songbird, black grilled crow-to-go, chicken wiskey of pothole possum.

Gelukkig staan er ook “normale” recepten in, “maar ook wat ongewoon, verzameld bij oudere mensen in West Virginia.” De auteur is een verpleger, die houdt van kamperen, jagen, vissen en watersport.

Gourmet Style, Road kill cooking and other fine recipes, 1991, Jeff Eberbaugh, 20 euro

Frog and Bones, Quellinstraat 46, Antwerpen. Open van woensdag tot en met zaterdag (plus elke zondag van december) tussen 12 en 18 uur.

18 december / Let it glow, let it glow!

 

IMG_7830

Er staan twee rode neons in onze etalage. Recht, als ware het Star Wars attributen. Ik hou van neons, en ik ben tegenwoordig niet alleen. Dit najaar maakte ik een artikel (hieronder) over de comeback van figuratieve neonverlichting in woningen en restaurants.

Jammer genoeg kwam pas daarna dit boek Let there be neon, van Rudi Stern in de winkel binnen. Het behandelt de geschiedenis van de technologie, de invloed op het Amerikaanse landschap en in de rest van de wereld. Het toont nieuwe toepassingen (uit 1979) en specifieke ambachten die ermee te maken hebben. En kunst (van onder meer de auteur zelf, de slimmerik).

 

Screen Shot 2015-12-18 at 12.49.40 Screen Shot 2015-12-18 at 12.50.14 Screen Shot 2015-12-18 at 12.50.03

In onze boeken vinden we soms bladwijzers of andere papieren souvenirs van de vorige eigenaars. In dit boek stak een reclameformulier van firma Buis uit Den Haag: “Met deze brochure beogen wij u in vogelvlucht te laten zien – en lichten dat summier toe – op welke wijze uw lichtreklame door ons kan worden gerealiseerd.” staat er op. Copywriting is in die bijna veertig jaar meer geëvolueerd dan de neontechnologie, zoveel is duidelijk.

Let there be neon, Rudi Stern, te koop bij Frog and Bones, 20 euro

Frog and Bones, Quellinstraat 46, Antwerpen. Open van woensdag tot en met zaterdag (plus elke zondag van december) tussen 12 en 18 uur.

 Dit artikel schreef ik voor Knack Weekend op 28 oktober 2015. Het werd ingekort en met een andere titel gepubliceerd, maar hier nog even helemaal.

 

Terwijl ze in veel steden uit het straatbeeld verdwijnen en vervangen worden door veel zuiniger en onderhoudsvriendelijkere leds, duikt neon wél op in woningen, winkels, galerieën of restaurants. Modeontwerper Karl Lagerfeld kreeg door fotograaf Jean-Baptise Mondino een met neon gepimpte zonnebril voor The New York Times. Decoratiemerk Seletti uit Italie brengt er in de collectie, net als de Belgische Muller Van Severen.

In het Antwerpse hotdogrestaurant Frank & Brut, dat overdag omgetoverd wordt tot Franks Deli, licht rood neon de avondnaam op. Ook binnen zijn er engeltjesattributen in wit neon. “Neon heeft iets snels en iets vuils”, vindt ontwerper Ruud Belmans. “Het past dus bij de hotdogs die het restaurant serveert. Maar ook in privéwoningen werkt neon wel”, vindt Belmans. “Een sterke quote in het wit kan erg krachtig zijn.”

De Britse beeldend kunstenaar Tracey Emin, die regelmatig met teksten op haar beeldende kunst werkt, gebruikt al enkele jaren neons om (liefdes) boodschappen te verkondigen. Haar ‘I promise to love you uit 2010 werd op een Londense veiling half oktober nog verkocht voor 134 000 euro! Maar neon thuis kan ook goedkoper. Neopaul uit Wommelgem bijvoorbeeld installeert er voor ongeveer 1000 euro. “Voor geschreven teksten en tekeningen blijft neon ideaal,” legt Bart Martens van Neopaul uit. “Het licht 360° rondom de buis op en geeft een zeer specifiek en vrij intens licht. Daar kan voorlopig geen andere technologie tegenop. Ledstrips die je ook in vormen kan plaatsen, geven maar langs één zijde licht, zijn veel beperkter in kleurenpallet en kunnen de specifieke uitstraling van neon niet evenaren ” legt hij uit.

Neon? Een neonlamp is een onder lage druk met neon of een ander edelgas gevulde glazen buis, waarin door een gasontlading licht opgewekt wordt. Eigenlijk wordt enkel in de rode lampen puur neongas gebruikt. Voor de andere kleuren is het een mix van argon, helium, neon en kwik. Kwik is in principe verboden voor lampen in Europa, maar omdat de dosering ervan laag is in de neonlampen, blijven die buiten schot”, legt Jean-Pierre Meganck van de Belgian Sign Organisation uit.