Lentewoontrend (10): tips voor drie types thuiswerkers

Zoals het prikklokje thuis tikt…

Waar let je best op bij de inrichting van een werkplek thuis? Praktische tips en ideeën voor wie fulltime thuis zit, voor wie gedeeltelijk pendelt of voor die grote groep mensen die af en toe een paar uur van thuis uit werken.

 

Fulltime thuiswerken

Concentratie! Dat is het doel voor een goede werkplek. Wie fulltime thuiswerkt staat dus voor de uitdaging om op de plek waar ook geleefd wordt toch een focus te vinden. Wie geluk heeft, kan een aparte kamer inrichten die helemaal rond dat werken ingericht kan worden. In antieksfeer of vintage of in de populaire industriële sfeer? “We zien absoluut de voorkeur uitgaan naar een meer huiselijke sfeer,” vindt Bart Beaumont, interieurarchitect bij ’t Casteelken. “Vroeger was de bureaukamer een mini-kantoortje, een soort kopie van de bedrijfskantoren. Maar nu verkiezen mensen een warmere en gezelligere ruimte. Merken zoals Vitra hebben ook al een tijdje een home-collectie met warmere materialen. De typologie van een kamerkantoor is wel nog traditioneel: een ladekastje op wieltjes voor onder de werktafel, en een kast in dezelfde stijl als de tafel. Opvallend is dat architecten de aparte bureaukamer niet meer wegstoppen op zolder, maar meer en meer aan de woonkamer laten grenzen. Met daartussen een schuifdeur bijvoorbeeld. Die blijft overdag open, maar wanneer de kinderen thuis zijn, kan ze handig toe. Na het werk gebruiken de kinderen die kamer ook soms en dan is het weer handig dat de computer vlakbij staat om wat toezicht op hen te kunnen houden vanuit de leefruimte.”

Vooral voor dagelijkse thuiswerkers is comfort van groot belang: een goede bureaustoel is noodzakelijk. Maar ook hier geldt: hoe huiselijker die aandoet, hoe beter. Zelfs het Italiaanse merk Poltrona Frau, toch dé lederexpert, lanceerde afgelopen herfst enkele stoelen in stofuitvoering. Belangrijk voor wie uren achtereen op dezelfde plek zit, is een goede verlichting. Een plekje bij het raam is fijn, en voor wie daar niet over beschikt zijn er daglichtlampen, of bureaulampen, wederom in de stijl die u zelf wil. “Het gebeurt dat mensen een tafellamp die eigenlijk sfeermaker is voor een leefruimte, als kantoorlampje gebruiken,” weet Bart Beaumont. “De grens is vaag.”

 

Kleurrijk en warm is de Landa collectie van Alki; gedeeltelijk met textiel bekleed.

 

 

Rival van Konstantin Grcic voor Artek, een draaistoel uit hout is zeldzaam.

 

Buzzispace

 

Gedeeltelijke thuiswerkers

Voor mensen die niet elke dag van de week thuis werken, is een aparte ruimte niet altijd mogelijk. Volgens Vincent Van Duysen, architect en art director voor de Italiaanse meubelfabrikant Molteni&C, twee mogelijke pistes: “Ofwel ga je voor een meubel dat discreet ingewerkt is in de woonkamer. Dat bestaat bij Molteni&C bijvoorbeeld in de 505 collectie van Nicola Gallizia. Het bureautje is gewoon opgenomen in een modulaire wand die ook fungeert als boekenkast, bar- en televisiemeubel. De tweede optie is om voor een heuse secretaire te gaan. Een antiek model bijvoorbeeld, of een nieuw. Handig daaraan is dat het opengeklapt kan worden wanneer nodig, en weer gesloten worden als het werk erop zit. Dit jaar brachten we twee opvallende eye-catchers uit: eentje van Jasper Morrison en eentje van Michele De Lucchi.” Die laatste, een erfgenaam van de Memphis beweging heeft een duidelijke filosofie over de rol van een bureau: “Het is in feite een ruimte waar je al je tools, werkmateriaal bewaart, een aandenken of twee, favoriete objecten, wat boeken en documenten die je misschien niet direct nodig hebt, maar je weet maar nooit. Het is een plek die je karakter weerspiegelt, en je weet: je karakter is het meest precieuze dat je hebt.” Je kan een bureau heel subtiel in een woonkamer integreren, vindt ook Bart Beaumont van ’t Casteelken: “Door de eetkamerstoelen en bureaustoelen bijvoorbeeld uit dezelfde serie te kiezen en bij die laatste wieltjes te voorzien. Of door een klein bureautje te zetten, er bestaan tafeltjes van 1m15 breed. Net groot genoeg voor een laptop en wat documenten. Opvallende trend is dat de retrotafeltjes populair zijn.” Mick van der Kolff, salesmanager van Lensvelt merkt dat de AVL Office chair uit hun collectie het goed doet. “Het is een perfect compromis tussen een klassieke bureaustoel en een stoel voor de woonkamer. En verkrijgbaar in stof en leder. ” Wanneer een bureau gewoon in de leefruimte wordt opgenomen, is het belangrijk om slim op te bergen. Dat laatste hoeft niet persé in een afgesloten kast, maar kan ook in een huiselijke opbergdoos. Of in een weg te rollen ladekastje dat wanneer niet gebruikt een ideaal platform is voor decoratie. Flink wat bureautjes hebben kleine laden onderaan, waar de laptop en functionele objecten gewoon in verdwijnen wanneer de dagtaak erop zit. Sommige kantoorbenodigdheden zijn bovendien zo mooi dat ze probleemloos op een bureautje kunnen blijven staan en zelfs sfeermakers worden in de ruimte. Enkele merken bieden ook hangbureautjes aan die, zoals een barmeubel toe geklapt kunnen worden en zo geen ruimte innemen wanneer ze niet gebruikt worden. Ook een oplossing voor gedeeltelijke thuiswerkers: een bureautje in een verloren hoekje in huis: in een brede gang of onder de trap of een schuin dak bijvoorbeeld.

Mr. Walter ladenkastje van Bulo fungeert als zitbankje voor het raam.
De Stadera bureau van Franco Albini uit 1954, heruitgebracht door Cassina, past zonder moeite in een gang.

 

 

Secretello is de speelse secretaire van Michele De Lucchi voor Molteni, hier in vol daglicht achter een hoekje opgesteld.
Boekenkast én bureau in één, deze Unit van Marina Bautier voor Stattmann Neue Möbel.

 

Sporadische thuiswerker

Wie maar af en toe thuiswerkt, komt al gauw op de eettafel terecht. En dat is zelfs de bedoeling. “We merken dat veel mensen bij de aankoop van een tafel nadenken over wat daar allemaal op gebeurt: eten, natuurlijk. Maar ook huiswerk van de kinderen en van de ouders,” legt Bart Beaumont van ’t Casteelken uit. “Een glazen tafel is dan niet ideaal natuurlijk, want dat voelt te koud aan voor wie er uren achtereen aan de laptop aan moet zitten. Dus verkopen we veel houten tafels, die veel warmer aanvoelen.” Dat weet ook Mick van der Kolff van Lensvelt. “Ik werk thuis ook gewoon aan de Beefeater tafel van Bertjan Pot,” geeft hij toe. “Dat werkt prima.” Niet alleen hout is populair, maar er bestaan ook tafels met lederen top bijvoorbeeld. Wie aan die grote tafel graag iets comfortabeler zit, kan opteren voor een combinatie van bijvoorbeeld vier gewone eetkamerstoelen en twee comfortabelere modellen, eventueel op wieltjes zelfs.

Wie niet lang moet zitten, kan dat ook wel op een krukje. Dat zitmeubeltje wordt makkelijk gecombineerd met een ondiep tafeltje, waar het krukje gewoon weer onder schuift, na gebruik. Er bestaan werkbladen die aan een boekenrek vasthangen, maar ook aan de achterkant van een sofa. Zelfs wie maar af en toe thuiswerkt heeft meestal meer nodig dan een laptop. Ook daar kunnen opbergoplossingen in textiel een oplossing bieden. Die kunnen gewoon in de huiskamer weggezet worden wanneer niet nodig. Een snel ingeplugde tafellamp die zowel op een kast tegen de muur als op de eettafel gezet kan worden, brengt extra licht op donkere dagen. Of de nu populaire wandlampen met arm die wanneer nodig boven de tafel gedraaid kunnen worden en ’s avonds voor wandsfeerverlichting kunnen dienen. Extra plaatsbesparend zijn de pupiterachtige sta-bureautjes om rechtstaand aan te werken. Die kunnen als kleine commode of catch-all dienen in het dagelijkse leven, en als werkplek wanneer af en toe eens nodig.

 

 

Console achter de sofa, bij B&B Italia

 

Bureaulampje van Design is Wolf
Een grote eettafel, zoals deze van Joli, kan perfect dienst doen als werkblad.

 

Ideaal voor avondwerk: lamp met arm van Lampe Gras.

 

Jaswig sta-bureautje, bekroond met de Henry Van de Velde PublieksAward 2016

Dit artikel verscheen in kortere versie in januari 2017 in Feeling Wonen, Gaël Maison en Eigen Huis & Interieur. 

 

Lentewoontrend (9) : Wild bos strak geregisseerd

“Ik zie mijn bostuin als een voorstelling, met de bomen en planten als personages.” Tuinarchitect Jan Minne regisseerde vlak bij Brussel een magisch bos. Frederik Vercruysse maakte er prachtige beelden van in de zomer, in de herfst én in de lente. Ik mocht vervolgens eens gaan kijken hoe die tuin tot stand gekomen is. 

“Het is het einde van het dorp, zonder huisnummer. Aan de bosrand, in een wegel, tegenover een grote weide met paarden.” Sommige plekken kun je niet terugvinden met straatnaam en huisnummer, of als locatie op Google Maps.

Vroeger was dit een typisch weekendhuisjesperceel: met een gazonnetje en grote sparren. Tot tuinarchitect Jan Minne er landde. Hij was eerst modeontwerper en graficus, maar raakte tijdens een reis door de bergen van China en India in de ban van landschappen, bomen en planten. Hij begon in zijn tuin in het Brusselse te experimenteren en groeide in het beroep. Dit is zijn weekendbos.

Er staan twee huisjes op het perceel, veeleer boshutten. Iets nieuws bouwen mag hier niet, maar renoveren, dat kon wel. Eentje is een zomerhuisje, het andere gebruikt Jan in de winter. Ze worden bijna overwoekerd door het bos dat hij hier met de jaren bouwde.

“Enkele sparren liet ik staan, dat zijn mijn wachters. Wat brem en de rododendrons bleven. In de loop der jaren heb ik veel bomen en struiken toegevoegd die eigenlijk niet in zo’n bos horen, maar er op een spannende manier mee dialogeren en contrasteren. Het gazon is een spontane wildgroei geworden: boshyacinten, klimop, varens en honderden nieuwe plantjes.

Deze plek was een van mijn eerste creaties: een tuin die op een verrassende manier doorloopt tot diep in het aanpalende lorkenbos.” Ondertussen richtte hij talloze privétuinen in, plantte hij een 75 jaar oude eik op een plein in Diksmuide en ontwierp een tuin voor de universiteit van Hasselt. Hier in dit bosje aan de rand van Brussel laat hij zich helemaal gaan. “Ik hou van unieke bomen en struiken, ik rijd de hele Benelux rond langs kwekers, op zoek naar speciale exemplaren. Ik kies planten op basis van hun schors, de verkleuring en de vorm van blad, hun bloemen, hun geur … Ik zie mijn tuin als een schilderij. Bomen en planten zijn de personages. Misschien is het veeleer een theatervoorstelling. Ik ben de regisseur, maar zij spelen het spel. Natuur groeit en kiest een eigen weg, ik kan alleen maar sturen, met al mijn botanische kennis in mijn hoofd. Ik maak beelden, maar die beelden veranderen. Afhankelijk van het seizoen, het licht en de groeisnelheid van de planten. Een tuin is realiteit in zijn puurste vorm, maar ook een ruimte om in te verdwijnen. Een plek om te aarden én te dromen.”

info: www.janminne.be meer foto’s op de website van Frederik Vercruysse

Dit artikel verscheen op 19 april 2017 in Knack Weekend 

Lentewoontrend (8) Jungletuin: de handleiding

Nee, we zijn hier niet in de tropen. Maar toch kan u van dat kleine ommuurde koertje, balkon of stadstuintje een weelderige jungletuin maken. Ik schreef deze handleiding in opdracht van Knack Weekend, met extra tips voor huurders.

Slaapboom ©Jo-Jan Smetryns

STAP 1: Use the force of the dark side

Een smalle ommuurde tuin associeer je niet meteen met veel leven? Je gazon is maar een triestig lapje? Dat hoeft niet zo te zijn. “Wil je een echte jungletuin, dan is een zogenaamde ‘schouwtuin’, met hoge muren rondom, net ideaal”, legt Greet Tijskens van de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren (Velt) uit. “In een bos groeien struiken toch ook in de schaduw? Kies de kruidlaag uit bosvegetatie: planten die je vindt op een open plek in het bos. Varens bijvoorbeeld, of salomonszegel en hondsdraf. Ook onze inheemse klimmers zijn bosplanten: klimop natuurlijk, maar ook klimhortensia doet het goed in de schaduw.” Bijkomend voordeel: veel schaduwplanten hebben mooie en grote bladeren om het weinige licht optimaal te capteren; ze zijn dus extra decoratief. “Een bonte hosta bijvoorbeeld heeft ook wit in zijn blad, dat brengt extra licht.” Ook veel bodembedekkers zijn blij met een donkere plek, denk maar aan maagdenpalm.“Er zijn natuurlijk ook stadstuinen die net wél veel zon krijgen,” weet Greet Tijskens. “Stenen muren slaan warmte op waardoor er een microklimaat kan ontstaan dat uitzonderlijk is voor onze streek. Je kan hiervan profiteren en bijvoorbeeld een vijg zetten. Die kan groot worden, maar laat zich makkelijk snoeien. Druif groeit in volle zon en bosrank zowel in de zon als in halfschaduw. Beiden kunnen ook verschillende grondtypes aan, maar hebben een klimrek nodig.”

STAP 2: Doe lekker vettig 

“Wintergroen. Dat is het belangrijkste als je het jaar rond wil genieten van weelderigheid”, weet tuinarchitect Bart Haverkamp. “Mahonia ‘Apollo’ bijvoorbeeld is een mooie struik die bloeit van januari tot maart. Of de conifeer ‘apenverdriet’. Ik vind dat een jungle iets vettigs nodig heeft. Doe maar niet te lieflijk qua struiken en bomen. Een Fatsia japonica blinkt en reflecteert het licht. Met bijna kitscherige eenjarigen zoals bromelia’s of dahlia’s kun je toch nog vrolijk oranje, rood en roze binnenhalen. En er is natuurlijk bamboe. Die is het mooist felgroen in de winter en verliest zijn blad pas in april.”Er zijn ook inheemse struiken, zoals bijvoorbeeld vlier, die in de prille zomer heerlijk ruiken”, zegt Greet Tijskens van Velt. “Maar die durven al eens te groot uitvallen voor een gemiddelde stadstuin. Een kleinere, niet-inheemse struik zoals hibiscus of eikenbladhortensia kan soms beter zijn om toch wat planten in de tuin te hebben. Als je er kiest, kies dan liefst voor enkelvoudige bloemen, zodat de bijtjes er ook iets aan hebben. Ze geraken immers fysiek niet tot bij de nectar van een roos met bijvoorbeeld erg veel bloemblaadjes in één knop.”

 

STAP 3: Kijk omhoog en omlaag, en links én rechts

Gebruik de muren rondom in je voordeel en laat planten – gecontroleerd – klimmen. Een ideale klimplant voor beginners is de Oost-Indische kers. Ze heeft weinig wortels in de grond en kruipt snel de muur op. Gele en oranje (eetbare) bloemen krijg je er gratis bij. Ook in scheuren van stenen muren kun je planten: muurpeper of zandkruid en tijm.

Meestal heeft een stadswoning meerdere verdiepingen en kun je van de tuin genieten zowel vanuit kikker- als vanuit vogelperspectief. Eén boom, zoals een slaapboom of een fluweelboom, kan dan al volstaan voor een vol effect vanop de verdiepingen. Wie muren heeft, kan er ook gaten in boren en rekken, schapjes of plantenbakken aan bevestigen. Een verzameling cactussen op een houten plank geeft instantexotiek. Zijn de muren of afscheiding te laag, of ben je huurder en kun je geen gaten boren? Ga dan voor een verrolbare, met potten en kuipen gevulde groenmuur die in de winter binnen kan.

STAP 4: Kijk uit waar je loopt

In een jungle vindt u geen stoeptegels, kiezels of decoratieve cementtegels met vrolijke patroontjes. Toch is verharding praktisch, al was het maar om niet telkens met vuile voeten de woonkamer te moeten binnenstappen. Wat ligt er op de grond? “Wil je een echt ‘woest’ effect dan kun je kiezen voor vulkanisch substraat”, adviseert Bart Haverkamp. “Ook boomschors of zelfs witte kiezels gaan goed samen met weelderige planten. Een houten terrasje is altijd praktisch, maar dat installeer je beter niet in de schaduw, want dan wordt het een gladde en mossige bedoening.”

Greet Tijskens vult aan : “Leg alleen verharding die je dagelijks gebruikt. Een gezin van vier moet maar plaats voorzien voor een tafel en vier stoelen. Ook raden we aan om nooit ‘paadjes’ aan te leggen langs de rand van de muren, doe dat liever in het midden. Tegen een muur loop je toch nooit, daar verschijnen dan sowieso planten. Je kunt de randen beter laten begroeien.”

STAP 5: Geen vaste grond? Geen nood

“Een echte jungle komt uit de grond”, meent tuinontwerper Bart Haverkamp. Toch kun je ook met potten en kuipen een junglesfeer creëren. Voor bloempotten in de tuin of op het terras geldt: blend sfeervol en ton sur ton. Of laat er een blikvanger uitspringen. Vermijd goedkope plastic kuipen van het tuincentrum, ga op zoek naar kwaliteit. Elke kringwinkel heeft een ruim assortiment van afgedankte bloempotten (van 1 tot 10 euro), zelfs grote ornamentele en vrij klassieke modellen die het ook in een stadstuin goed doen. Twee middelmatig grote potten hebben soms een weelderiger effect dan één gigantische pot, die je bovendien amper verplaatst krijgt. “Of kies voor een reflecterende bak of pot”, tipt Bart Haverkamp. “Ook spiegels werken goed in een kleine stadstuin: ze verdubbelen visueel de ruimte én het aantal planten, als ze goed opgehangen of geplaatst zijn.” En dan zijn er nog de ‘potten’ van textiel. Ze wegen een stuk minder dan terracotta of stenen exemplaren en zijn dus makkelijker verplaatsbaar in de winter.

STAP 6: Denk aan zit- én kijkplezier

Wil je optimaal profiteren van al dat groen, dan kun je voor doorkijk-tuinmeubels kiezen. Het aanbod is gigantisch. Ze bestaan in rustige aarde- en groentinten maar ook in flashy kleuren of zuiders wit. Ook niet onbelangrijk: de verlichting. Deze brengt sfeer in de tuin, ook als je ernaar kijkt van binnenuit, vanachter het raam. Tegenwoordig bestaan er flink wat oplaadbare modellen of lampen die op zonne-energie werken, waardoor er buiten geen elektriciteit voorzien moet zijn. Een old-fashioned windlicht met een dikke kaars, doet het natuurlijk ook nog altijd. Plaats de lichtbron naast een opstapje om struikelen te vermijden of installeer ze zo dat ze je mooiste planten extra in beeld brengen.

Meer weten?

beweegt.velt.be/plantenzoeker, voor de juiste plant op de juiste plaats

vmm.be/mijn-gifvrije-tuin, met heel concrete tuintips

– In het voorjaar is het plantenaanbod in tuincentra groot. Maar specialere planten vind je rechtstreeks bij de kwekers, of op plantendagen:  op 30 april in Hombeek, op 29 en 30 april in La Feuillerie in Celles met extra focus op schaduwbloemen, en van 12 tot 14 mei in Beervelde.

Het beeld bovenaan dit artikel is van Bacsac en werd gefotografeerd door Jerome Galland. Dit artikel verscheen in ingekorte versie in Knack Weekend van 4 april 2017 
 

Lentewoontrend (6): Ruitjes

Handgetekend, oldschool of zelfs in 3D: ruitjes zijn heerlijke motieven voor servies, behangpapier, tapijten of decoratieve objecten. Simpel en herkenbaar. Nostalgisch én geometrisch.

 

Habitat lanceert deze vier bamboo borden, 12 euro voor 4, www.habitat.co.uk

Homework behangpapier van Mini Moderns, in de Pale Verdigris kleur of simple grijs, 76 euro per rol, www.minimoderns.com

Colour Check: Fysiskt Prov (Nils Pedersen)

Ternslev tapijt van Ikea, 250cm op 250 cm, 1489 euro, www.ikea.be

Kunstenaar Terry Powell, ondertussen overleden, maakte graag kunstwerken uit kippengaas. Serax brengt ze nu opnieuw uit, in serie. Hier een opgesloten theepot, 118 euro, www.serax.com

Haard met tegels van D-tile.

Een deel van dit artikel verscheen eerder in Knack Weekend

Lentewoontrend (5): artistieke kleurvlakken

Ik zag daarnet dit beeld in de mannenspecial van Knack Weekend van deze week. Woontrends en modetrends durven al eens vlak bij elkaar te liggen.

Dries Van Noten SS17

Bijna abstracte kunst, een beetje camouflage en vooral veel kleur: de nieuwe kleurvlakken in huis zijn ietwat grillig, wild en onvoorspelbaar. Niet alleen of software als textiel, maar ook in hardware zoals servies. Spelen maar. De trendmeester hier? Het Franse label Moustache.

Canova, Constance Guisset voor Moustache
Happy bord, van Maarten Baas, Sergio Herman en Cor Unum, veel spannender dan de Sergio Herman servies bij Serax.
Clutch als minilandschap, bij House Doctor
Ferm Living
Habitat
Silkscreen tapijt van Les graphiquants, voor Moustache, 80 % zijde, 20 % wol

 

Zara Home
nog meer Moustache

Lentewoontrend (2): Fantasy voor beginners

Iriserend is het nieuwe zwart. Ofte: alle kleuren van de regenboog samen, zijn het nieuwe zwart. Denk olievlek, zeepbel of parelmoerschelp. Of de veren van een kolibrie of de vleugels van een vlinder. Wie tieners in huis heeft, weet het allicht al wat langer: de regenboog kwam samen met Harry Potter accessoires, eenhoorns en andere magische referenties de huiskamer binnengeslopen. De kleur heet bij tieners (en in Hema) dan ook soms holographic. (Google de term en klik op afbeeldingen, yep, de trend komt ook voor in de nagelstudio). Fantasy is in deze wereld van fake news nog niet op de terugweg, dus verwacht u de komende maanden aan meer van deze New-age regenbogen.

Hier enkel prille trendvoorbeelden.

 

Warp collectie Tom Dixon
Ferm living
Hema plakband
Hay
Patricia Urquiola voor Glas Italia
Flamant

(Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 47% van de Nederlanders en 42% van de Vlamingen het woord iriseren).

Lentewoontrend (1): Chique Botanique

Eigenlijk wil ik hier gewoon zes bloempot-trends tonen, maar ik weet dat bovenstaande titel gewoon veel hipper is. Vorige week las ik een artikel in Toronto Star over waarom milennials met zijn allen kamerplanten omarmen.De conclusie: planten onderhouden is makkelijker dan huisdieren of aan kinderen te beginnen. Een dag later las ik in Daily Shouts van The New Yorker, een hilarisch verslag over “attachment planting” naar analogie met “attachment parenting”.Maar dus: planten houden, stekjes geven, experimenteren met opvallende bloempotten om te hangen, staan of bengelen zijn populair. Daarvan de resultaten posten op Instagram ook. Al worden de  Latijnse plantennamen er eigenlijk nog niet altijd bij gehashtagd. Bloempotten, vazen en andere cache-pot krijgen een hoofdrol en zijn een interessante markt voor modieuze interieurmerken.

 

1/ Als een plant in een kooi

Populair dezer dagen en zo lijkt het alsnog een beetje op een kanariepietje: een plant in een kooi. Nog duidelijker kan de wilde natuur niet gedomesticeerd worden. Wie is er de baas in huis? Wij zijn de baas in huis. Hier twee nieuwe modellen van Serax. En onderaan: het ultieme hangkooitje, van Atelier Haussmann.

Serax
Atelier Hausmann

2/ Zet een tak in een vaas

Luiaards let op: een bolle vaas, of zelfs die lege Gin-fles van gisteren vult u met een bodempje water. U raapt bij een volgende passage in een park een afgevallen tak op, of koopt een kersenbloesem in de supermarkt en hop. Klaar. Hier alvast de cover van Botanical Style, een boek dat later dit jaar verschijnt bij Terra Lannoo. Meteen ook een andere tip: hang gewoon een prent van een bloem of plant aan de muur. Nog stiller stilleven.

 

3/ Maak er een geordend rommeltje van

Bloempotten in kringwinkels kosten tussen de 20 cent en de 2 euro. Zelf koop ik ze meestal in groen- en grijstinten. Of in glas, die zijn meestal nog goedkoper. Dat geeft, als er tien potten bij elkaar staan, toch nog wat eenheid. Of af en toe een zot keramieken object ertussen, dat werkt natuurlijk ook altijd. Die vind je zelfs vrij goedkoop in de wooncollecties van modeketens. Zoals deze nepkoraal.

Zara Home

4/ De truc met de plateau. En andere trompe l’oeils

Hoe groter de kamerplant hoe duurder. Wie een beperkt budget heeft, kan de truc van de plateau toepassen: zet enkele kleine en goedkope planten (misschien zelfs ineens ook die verse keukenkruiden) gewoon samen op een tafeltje en op een houten of andere plateau met een opstaande rand, zodat er een soort natuureilandje ontstaat. Zet het tafeltje op een plek die je veel passeert. Nog meer valsspelen? Een jungle-effect kan ook door de halve muur rafelig groen te schilderen zoals in onderstaand beeld van Levis verf.

Levis

5/ In de kast ermee

Staat wat zielig, zo een voorlopig nog halflege boekenkast, niet? D&M Depot voorziet boekensteuntjes om bijvoorbeeld kleine varens in te zetten, die kunnen meteen ook wat schaduw aan. Twee vliegen in één klap.

D&M Depot

6/ Doe meteen aan architectuurcultuur

Tachtig jaar geleden werd deze onderstaande bloempot ontworpen door de Finse ontwerpster Aino Aalto, vrouw van Alvar, voor een presentatie van Artek op de World Fair in Parijs in 1937. Nooit werd de pot in productie genomen, tot nu. Keramiek in diepblauw of glanzend wit, 12 of 20 cm hoog.

Artek