Interview : Rotor DC (2/2)

Wat? Deuren, lampen, of zelfs lavabo’s  uit het stadhuis van Antwerpen zijn te koop? Online dan nog wel. Als dat geen verhaal is voor de kleinkinderen weet ik het ook niet. Wie dat mee mogelijk maakt?  De schelmen van Rotor Deconstruction uit Anderlecht natuurlijk. Ik interviewde hen het afgelopen jaar al twee keer. Hieronder het meest recente interview, uit Knack Weekend in juni 2017. Dat voor Flanders DC in januari, toen ze de Henry Van de Velde Award Bedrijf 2016 mochten ontvangen,  vind je hier

Al twaalf jaar geven ze gebruikte bouwmaterialen een tweede leven. Miuccia Prada is fan, Rem Koolhaas ook. We zijn amper halfweg 2017 en ze kregen al een belangrijke designprijs, leverden een exporuimte af, begonnen les over afbraak te geven aan de Technische Universiteit van Delft en verhuisden naar een nieuw kantoor mét showroom. Kortom, Rotor draait goed.

Ontwerpcollectief Rotor geeft gebruikte bouwmaterialen een tweede leven

Maarten Gielen (links) en Lionel Devlieger tussen het stenen aanbod op het terrein van Rotor in Anderlecht. © Fred Debrock voor Knack Weekend

Wanneer bij de doop van hun nieuwe hoofdkwartier in Anderlecht de fles schuimwijn niet kapot spat tegen de gevel, haalt Maarten Gielen een aansteker boven, brandt het touwtje door, schudt de fles en spuit de bubbels op de gevel. “Zo, wie wil er een glas?” Even nuchter en praktisch als op dit feestelijke moment, voert hij samen met Lionel Devlieger sinds 2005 het ontwerpcollectief Rotor aan. Terwijl er wordt geklonken, herhaalt hij hun hoofdbekommernis. “Zeshonderdduizend ton bouwmaterialen wordt jaarlijks als afval uit Brussel afgevoerd. Achthonderdduizend ton bouwmaterialen wordt ingevoerd. Zou het niet beter zijn om die bouwmaterialen in Brussel te hergebruiken?” En meteen voegt hij er – alweer nuchter – aan toe: “Onze bijdrage is bescheiden: wij halen voorlopig 0,1%. Maar we zorgen voor toegevoegde waarde: we werken met lokale leveranciers, aannemers, transporteurs… Hergebruik werkbaar maken is het verhaal van de kip en het ei. Architecten en ontwerpers die met tweedehandsmaterialen willen werken kunnen dat alleen maar als er een dienstverlening is. Die dienstverlening, wij dan, kan alleen maar overleven als er ook klanten zijn.” Vroeger overleefde Rotor op onderzoekswerk rond hergebruik van industriële bouwmaterialen, daarna bouwden ze artistieke presentaties van gebruikte materialen en nog later werden ze een echt demontagebedrijf. Nu breken ze voornamelijk kantoren af, inventariseren slim, stockeren en verkopen door aan ontwerpers en architecten. Of ze bouwen er zelf interieurs mee.

Showroom in Anderlecht met stalen glas uit de Val Saint Lambertfabriek. Op de achtergrond: toonzaalmeubelen uit kledingwinkels.

Showroom in Anderlecht met stalen glas uit de Val Saint Lambertfabriek. Op de achtergrond: toonzaalmeubelen uit kledingwinkels. © FRED DEBROCK voor Knack Weekend

“Wij werken niet met afval”, verduidelijkt Maarten Gielen bij een rondleiding door hun nieuwe plek. “Wij zijn het afval voor: wij hergebruiken de componenten zoals ze zijn. We gaan ze niet versmelten of vermalen. Wat goed is, moet je als dusdanig kunnen gebruiken : een tegel, een wand, een plafond… We maken hoogstens schoon en herverpakken. Kijk, twee à drie keer per week krijgen wij de sleutel van een gebouw. Alles wat wij er niet uithalen gaat naar de sloop en de afvalberg. Maar we zijn realistisch. Wij weten dat een architect en aannemer een serieuze verantwoordelijkheid nemen en dus betrouwbare materialen willen.”

NÉT NIEUW

Hun team van zo’n twintig ontwerpers, architecten, arbeiders en ingenieurs is opgesplitst in twee bedrijven: Rotor zelf, dat het onderzoekswerk levert en Rotor DC. “Wij zijn drie in één”, vertelt Lionel Devlieger: “Architect, die de waarde en de bruikbaarheid van de materialen inschat op een af te breken werf. Tezelfdertijd aannemer, die weet hoe de demontage praktisch kan verlopen zonder dat er bijvoorbeeld schroeven kwijtraken. En ten slotte ook verhuizer.” In Anderlecht zit iedereen samen op één plek. “Handig, onze ontwerpers kunnen letterlijk komen shoppen in de showroom en het depot”, lacht Lionel.

De klanten zijn divers: schattenjagers die helemaal wild worden van bijvoorbeeld een jarenvijftigtegel van Lucien Engels. “Veel handelaars zijn actief in rustieke materialen zoals parket, marmer of schouwen, of meer industriële materialen zoals baksteen en stoer metalen fabrieksmeubilair. Maar wij houden het veeleer modernistisch”, vindt Maarten Gielen. Een tweede groep klanten bestaat uit architecten en ontwerpers die unieke, goedkope of ecologische interieuroplossingen zoeken, zoals binnenwanden, brandwerende deuren, wastafels, plafonds of tegels. “Daar telt prijs én ecologie mee.” Een opvallend nevenprojectje is Ditto: gereinigde klinken, scharnieren, schroeven en moeren, die in twee gewone doe-het-zelfzaken netjes verpakt naast de nieuwe onderdelen te koop liggen.

De week na de opening starten Lionel Devlieger en Maarten Gielen met doceren aan de Technische Universiteit van Delft. “Hoe tof is het om aan architecten, opbouwers per definitie, eens les te geven over afbraak!”

rotordb.org en rotordc.com

Showroom in Anderlecht met stalen glas uit de Val Saint Lambertfabriek. Op de achtergrond: toonzaalmeubelen uit kledingwinkels.

Showroom in Anderlecht met stalen glas uit de Val Saint Lambertfabriek. Op de achtergrond: toonzaalmeubelen uit kledingwinkels. © FRED DEBROCK voor Knack Weekend

PROJECTEN IN 2017

1. Tegels, Gent en Anderlecht

“Tegels houden ons al een tijdje bezig. Een van de eerste projecten waar door ons gerecupereerde tegels gebruikt werden, was in 2015, door Doorzon Interieurarchitecten in de winkel Moor & Moor in Gent. Onlangs ontmantelden we interieurs uit een universiteitsgebouw in Luik. Duizenden vierkante meters keramische tegels lagen er, per kamer telkens volgens een ander patroon geschikt. In de winkel hebben de architecten die tegelpatronen speels gecombineerd. Die tegels uit Luik hebben we volgens een zelf ontwikkelde methode gereinigd. Ze zijn in perfecte staat en kunnen voor een zeer redelijke prijs worden verkocht. We stelden dat reinigingsproces deze winter voor op de expo Manufactuur in Z33 in Hasselt. We ontvingen net een economische beurs om uit te zoeken hoe we dat semiautomatisch kunnen doen. Een van de hangars hier zal daarvoor gebruikt worden.”

TEGELS, Gent en Anderlecht

TEGELS, Genk, Hasselt en Anderlecht © Z33

2. Mad, Brussel

“We ontwierpen samen met architecten V+ het nieuwe MAD, een grondige transformatie van drie panden. Hier geen recuperatiematerialen, alles is nieuw en wit. We kozen wel voor materialen die aan iedere oppervlakte een aparte textuur en karakter geven, want wit is nooit gewoon wit. We staken er ook knipogen in naar typische materialen van openbare ruimten. De zwarte Pirellivloer, zoals in Brusselse metrostations, vind je hier bijvoorbeeld in het lichtgrijs.”

MAD, Brussel

MAD, Brussel

3. Bar Rural, Parijs

“Zelf zijn we helemaal wild van gelijmde, gelamineerde spanten van 25 of 30 meter lang die gebruikt worden voor de structuur van sporthallen en zo. Die maken wij bij de afbraak handelbaar door ze te verzagen in de lengte, maar ook in de breedte. Je kunt er zoveel mee doen. Ontwerper Lionel Jadot heeft er in een bar in Parijs een soort Flintstones-achtige tafels van gemaakt. Dat kunnen wij nooit verzinnen. Wij maakten er zelf een eettafel van voor onze kantoorkeuken. De oneffenheden vulden we op met op maat gefreesd inox. Lionel Jadot komt geregeld materialen bij ons kopen, ook bijvoorbeeld voor ijssalon Gaston of voor Cohabs in Brussel.”

BAR RURAL, Parijs

BAR RURAL, Parijs © ISABELLE KANAKO