Huren in plaats van kopen?

Meubels huren in plaats van te kopen. Het wordt steeds populairder. Het eerste Belgische bedrijf dat dit concept in de meubelsector in de praktijk brengt is meubelfabrikant Marie’s Corner, begot. Ze kunnen amper omschreven worden als avant-garde op vlak van vormgeving van hun collectie sofa’s, eetkamerstoelen en outdoormeubilair, maar dus wel durf op vlak van bedrijfsvoering.  Opgelet: de dienst is voorlopig beperkt tot B2B-klanten. Dus enkel bedrijven en ondernemers kunnen op hun verhuurdienst beroep doen. Marie’s Corner is niet de eerste die dat professionele piste kiest. Ook fabrikanten als Vitra en Gispen bieden dit soort Pay-per-use oplossingen aan.

Het systeem MC Rent van Marie’s Corner gaat al volgt: “Na vier jaar (48 maand)  heeft de klant meerdere opties:

  • De meubels aankopen tegen de restwaarde tussen 10% en 15%.
  •  Verlenging van het contract tegen verminderde huurprijs.
  •  Nieuw contract en vervanging van de meubels.

Ook onderhoud is inbegrepen, niet onbelangrijk voor veel bedrijven. Afwachten of de service binnenkort ook richting consument gaat, voorlopig zijn er daarover nog geen concrete plannen gemaakt, aldus Marie’s Corner.

PS:  Vorig jaar schreef ik een uitgebreid stuk over delen en leasen in Nest Magazine. Hieronder.

De bib als big business

Huren of lenen in plaats van kopen: het is ingeburgerd bij het gebruik van fietsen en auto’s. Maar het bibliotheekmodel breidt razendsnel uit. Wat je doet met een boek in de bibliotheek kan net zo goed met een brede waaier van objecten, van buggy’s tot mode: je leent het, en na jou vele anderen.

De bibliotheek is zowat hét business- model van de toekomst. Iedereen kent het systeem: je neemt een abonnement om boeken te kunnen lezen. Na gebruik breng je ze (op tijd) terug en kan een volgende lezer ze lenen. Voor de prijs van één boek kan je een jaar lang onbeperkt lezen. Je hoofd vullen zonder je boekenkast te vullen, dus. Of zonder de afvalberg te vergroten. Precies dat laatste argument blijkt erg relevant anno 2017.

IEDEREEN MAAKT DE KLIK

Het principe van lenen voor een tijdje bestaat ondertussen voor heel wat andere objecten dan voor boeken. Het komt vooral uit groene hoek of van overheden: deelwagens (cambio), wasmachines (de hippe Wasbar of de traditionele wasserette), deelfietsen (Velo, Villo! en Bluebike), kinderfietsen (Op Wielekes), kinderwagens in de stad (Buggybooker), verhuisdozen (Kodibox), skimateriaal (Skili), kampeertenten voor festivals (Sheltercare).

Zoals geldt in een bibliotheek: hoe flexibeler het systeem, hoe makkelijker en sneller je met je boek weer buiten bent. En hoe makkelijker je dat boek ook weer terugbrengt. In deze tijden van smartphones, mobiel betalen en elektronisch bankieren is het nooit zo simpel geweest om uitleendiensten consumentvriendelijk én correct te maken. Kosten, boetes en boekingen worden supersnel geregistreerd. Hoe makkelijker deelsystemen hun weg vinden in onze smartphone en in ons hoofd, hoe minder groot de stap is voor jou en mij, voor banken en bedrijven om erin mee te stappen. De klik wordt ondertussen ook gemaakt door steeds meer traditionele winkels en merken. Zelfs in de luxesector. Heel wat commerciële bedrijven onderzoeken hoe ze de deeleconomie kunnen uittesten terwijl ze parallel via de traditionele weg hun producten verkopen.

Zo heeft BMW samen met autoverhuurbedrijf Sixt sinds vorige zomer in Brussel een autodeelsysteem dat werkt zoals het deelfietsensysteem. “Via de DriveNow-app pik je zonder boeking of reservatie vooraf de dichtstbijzijnde DriveNow-wagen op”, zegt Christian Lambert van DriveNow. “Na je verplaatsing laat je de wagen achter op om het even welke correcte parkeerplek op het Brusselse grondgebied. DriveNow stelt in het totaal 310 auto’s ter beschikking.” Je betaalt 29 euro registratie en 33 cent per minuut.

Waarom BMW dit doet? “Omdat jonge stedelingen dit soort van delen appreciëren”, zegt Lambert. “Ze willen niet per se een eigen wagen kopen. Ze willen wel de vrijheid, de flexibiliteit en de snelheid. Wie maar drie tot vijf keer onze wagens gebruikt, zoals de meeste van onze klanten, doet dat soms last- minute en keert ook niet altijd naar dezelfde plaats terug. Daar is ons systeem helemaal op gebouwd.”

JEANS LEASEN

Nieuwe klanten aanspreken die niet noodzakelijk materialistisch ingesteld zijn, is dus op lange termijn een belangrijke reden voor fabrikanten om met delen te beginnen. Maar er zijn nog andere voordelen. Zo houden ze de grondstoffen en onderdelen in handen om er bijvoorbeeld een nieuwe wagen mee te kunnen maken.

Dat weet ook Mud Jeans uit Nederland. Zij leasen sinds 2013 jeans, en ondertussen hebben ze zo’n 1500 gebruikers. De lease wordt aangegaan voor een jaar en kost 7,5 euro per maand. Na dat jaar kan je het jeans- abonnement houden en de oude jeans wisselen voor een nieuw model. Of je kan de jeans gewoon houden, of je kan ze terugsturen, waarna je 10 euro terugkrijgt. “Ons doel is om de circulaire economie te introduceren in de mode-industrie. Door jeans aan mensen te leasen, zijn we er zeker van dat we de grondstoffen, katoen in dit geval, terugkrijgen en kunnen hergebruiken. Op deze manier creëren we een denimcirkel zonder afval”, legt Dion Vijgeboom van Mud Jeans uit.

Daarmee sluiten fabrikanten hun eigen kringloop, helemaal volgens het cradle-to- cradleprincipe dat enkele decennia geleden werd gelanceerd. Dit principe bestaat in de industriële wereld, maar de consument moet erin meegaan om het te kunnen doen werken. Een product mag nog zo recycleerbaar zijn, als de consument het in de vuilnisbak kiepert in plaats van bij de juiste restfractie in het containerpark, gaat het alsnog verloren. Het bibliotheek-model helpt dat te vermijden. Er zijn zelfs firma’s die bedrijven helpen om dat model in te passen in hun bestaande model. Turntoo uit Nederland is een bedrijf dat die overgang helpt mogelijk te maken. Op die manier begeleidden ze Philips richting circulaire verlichting en Bosch richting circulaire wasmachines.

VAN MAATPAK TOT HEGGENSCHAAR

De overgang van een traditioneel verkoopmodel naar een bibliotheekmodel is niet eenvoudig. Soms is er een tussenstap nodig. DutchSpirit, dat maatpakken verkoopt, deed het zo: “In 2011 startten we met het heffen van statiegeld op onze kleding”, zegt Erik Toenhake. “Wie de oude kleding terugstuurde, kreeg 50 euro retour. Pas twee jaar later startten we met het leaseconcept. Momenteel lopen er zo’n 60 leasecontracten. De looptijd bedraagt 24 maanden. Daarna stopt de maandelijkse betaalperiode. Maar dat betekent niet dat het pak dan al terug naar ons moet komen. De klant is vrij om het zo lang te dragen als hij wil. Bij de inlevering betalen we de borg terug die we inden in het begin.”

Tuincentrum Intratuin, met vestigingen in België en Nederland, leende dit voorjaar een aantal tuinmachines uit zoals een elektrische heggenschaar, een verticuteermachine, of een hogedrukreiniger. Gebruikers betaalden 15 euro voor een halve dag, en kregen die na het terugbrengen terug in de vorm van aankoopbonnen in het tuincentrum. In sommige filialen sloeg dat aan, in andere minder. Op dit moment onderzoekt Intratuin of ze de dienst zullen uitbreiden of permanent maken.

STAPEL MATRASSEN VAN 300 KM

Ook andere merken gaan met het bibliotheeksysteem aan de slag. Ook in een sector waarin geen echte tweedehandsmarkt bestaat. Zo kondigde beddenfabrikant Auping onlangs aan dat het nadenkt over het leasen van matrassen. “Vanaf volgend jaar worden alle fabrikanten verplicht om oude matrassen terug te nemen en te recycleren. Beeld je de Eiffeltoren in, en dan duizend keer zo hoog. Dat is ongeveer de stapel matrassen die ieder jaar in de Benelux verbrand wordt. Maar wij hebben al sinds 2011 een Take Back System”, legt Bart Van den Notelaer van Auping uit. “Bij de levering van een nieuwe ma- tras nemen we de oude mee. Jaarlijks nemen we zo’n 15.000 matrassen terug. Die worden dan volledig gerecycleerd in plaats van ver- brand. We zijn dus goed op weg om onze kringloop te sluiten. Het leasen is de volgende stap. We onderzoeken zowel financieel als ontwerpmatig en logistiek hoe we dat concreet gaan aanpakken.” Werk dus aan de euh… bib.

Dit artikel verscheen eerder in Nest van juni 2017.