Categorie archief: landelijk

Picture Perfect (3): La Piscine

Les extrement se touchent. De ronde rivierkeien op de bodem van een ondiep poeltje buiten zijn de perfecte tegenhanger voor het pluizige grijze tapijt onder een eveneens doorschijnend oppervlak van de salontafel binnen. Doordat de vloer van de zithoek onder het waterniveau ligt, en enkele verschillende stroompjes als watervallen van nog hoger komen, is de waterbeleving helemaal compleet. Ook omdat het raamkader zo subtiel werd gehouden. De bijna rabarberachtige bladeren van de Gunnera plant, en de subtielere Waldstenia en de witte duizendknoop geven meteen verrassend veel variatie vlak bij het raam. Beter dan televisie, zelfs als het regent is er wat te beleven op die paar vierkante meter voor het raam. Een ondiep (30cm hier) rechthoekig vijvertje zoals dit wordt spiegelvijver genoemd. Dat fungeert zoals de naam doet vermoeden als weerspiegelaar: van de wolken of blauwe lucht. Van de bovenstaande planten, of eventueel van de architectuur. Allemaal afhankelijk van uw eigen perspectief en van de lichtinval.

Niet diep heeft voor- en nadelen: de aanleg is goedkoper en het nodige volume water en bijhorende filterinstallatie moeten dus niet de zwaarste zijn. Aandachtspunt is echter meteen wél de zuivering: omdat het niet diep is, warmt het water snel op en koelt het snel af, extremere temperatuurschommelingen die ideaal zijn voor algen. En die willen de meeste mensen dan weer liever niet, ook al omdat ze het spiegelend beeld verstoren. Het water wordt in dit badje van Biopool gefilterd door een externe filter die aangestuurd wordt vanuit de kelder onder het terras (waar eveneens een garage is), waardoor er in dit geval amper onderhoud nodig is. De watervalletjes komen vanuit een witgelakt aluminium element dat meteen ook dienst doet als plantenbak én zitbank achteraan. De tuin is aangelegd door Tuinonderneming Monbaliu en tuinarchitect Francis Broos.

Info: www.biopool.be 

Dit artikel staat flink ingekort in Feeling Wonen / Gael Maison & Eigen Huis & Interieur van deze maand, nu in de winkels.

In de reeks Picture Perfect? zoom ik deze zomer  in op een nagelnieuw interieurbeeld. Gespot in een meubelcatalogus, op een website, een Instagram-pagina, een magazine of boek.

In een andere reeks No Pictures Please, bundel ik  dan weer tekstverhalen over interieur en design, wonen en architectuur. Zonder één enkel beeld.

No Pictures Please (2): Vastgoed Leeggoed

Leegstand in Vlaanderen is een probleem, maar ook een opportuniteit. Voor het eerst werden de mogelijkheden in kaart gebracht. Halfleeg of halfvol, het is een kwestie van perspectief.

 

Wow!”, dacht ik toen ik twee jaar geleden voorbij een prachtig, maar verlaten winkelpand stapte. ‘Pop-up te huur’ stond er op de gigantische ramen gekalkt. Lang verhaal kort : ik heb een jaar gewerkt vanuit een statig honderd jaar oud kantoor, mét marmeren schoorsteen. We probeerden er boeken te verkopen en op de eerste verdieping (via een elegante roodfluwelen trap) opende een vriend een kunstgalerie. Een jaar later trok ik er weer uit, de plek bleek te weinig winkelende passanten te hebben. Even later was ze opnieuw bezet, er zat een andere kunstgalerie. Maar sinds begin dit jaar zie ik het pand weer leegstaan. Een grote banner tegen de gevel kondigt al meer dan een jaar ‘nieuwbouwappartementen en serviceflats’ aan. Zonde, denk ik, telkens ik er voorbijfiets en er waarlijk niets lijkt te gebeuren met die prachtige ruimte. Zonde.

Het is niet de enige leegstaande winkel in Antwerpen. Of in Vlaanderen. Recente cijfers geven aan dat één op de tien winkelpanden leegstaat. Meer in de middelgrote dan in de kleinere of grote steden. Waarom? “Omdat er paradoxaal genoeg steeds meer winkels bijgebouwd worden”, verduidelijkt Gerard Zandbergen van Locatus, dat jaarlijks alle winkelleegstand opmeet. “Zolang dat blijft duren, zullen de hoge structurele cijfers blijven bestaan. Tel daarbij de stijging in onlineshoppen en -bankieren, en de structureel hoge cijfers zijn verklaard. Dat is niet goed voor de winkels die overblijven, en ook niet voor passanten en bewoners.”

Hij kent nochtans oplossingen. “Lier bijvoorbeeld doet aan kernafbakening. Ze reserveren een ‘koopzone’ waarbinnen alles in het teken staat van leveringsmogelijkheden, wandelzones, rustbanken etcetera. Eigenlijk niet eens een dure maatregel. Het is veeleer een positionering. Een boodschap voor winkeliers én consumenten: ‘Hier is het te doen, niet aan de rand of langs de steenwegen buiten de stad’.”

Winkelleegstand mag dan – door de glazen vitrines – het meest zichtbare structurele leegstandsprobleem zijn, ook woningen, bedrijfsruimten en kantoren staan soms ongezond lang leeg. Er bestaan wel boetes om leegstand tegen te gaan, subsidiëringen ook. Maar die leveren niet genoeg hergebruik van ruimte op. Vorige maand publiceerde het Departement Omgeving voor het eerst een rapport dat leegstand in kaart brengt op basis van diverse administraties en op basis van terreinobservaties. Wat blijkt ? Er staan 19.700 woningen leeg, 3000 ha bedrijfsoppervlakte en 5700 winkels. Dat moet minder worden, vindt de Vlaamse overheid, die een betonstop wil in 2040.

SLIMMER HERBESTEMMEN

Ondertussen zijn er in Vlaanderen ook steeds meer leegstandsbeheerders aan het werk. Die helpen eigenaars van gebouwen (zowel overheden als privé-eigenaars) aan tijdelijke bewoners. Sommige zijn gespecialiseerd in kantoren, andere in shops of ateliers voor creatieve beroepen. Door de huidige leegstand aan te pakken voor een aantal jaren, houden leegstandsbeheerders een buurt levendig, tonen ze het potentieel van ongebruikte gebouwen en laten ze bouwheren toe om ondertussen alle vergunningen te regelen. Maar uiteindelijk is het pas echt geen leegstand meer als een plek een definitieve toekomst krijgt.

In de leegstandswereld heet dat dan herbestemmen. Er zijn flink wat ontwikkelaars die aan herbestemming doen op indrukwekkende oude sites : brouwerijen, kloosters, abdijen, ziekenhuizen. De kritiek luidt dat dit niet altijd even democratische of kwaliteitsvolle invullingen oplevert. Er blijkt een nood aan alternatieven.

Toen de Oudaan, de politietoren van Antwerpen, vorig jaar te koop kwam, werd er met een ludiek bedoelde actie ‘Wij kopen samen den Oudaan’ op zoek gegaan naar mogelijke gebruikers die samen 10,5 miljoen euro wilden betalen voor de aankoop. Dat bleek ruim onvoldoende om het te winnen van de hoogste bieder : een vastgoedinvesteerder bood meer dan het dubbele. Maar er groeide uit de actie wel een platform dat precies dit soort gebouwen slimmer wil herbestemmen : het Open Promotor Platform of OPP. “Op dit moment zijn we een viertal sites aan het onderzoeken : interessante plekken die een goede herbestemming verdienen”, legt Peter de Groot, de financiële man van het platform, uit.

ANDERS FINANCIEREN

“Projectontwikkelaars nemen posities in door de aankoop van een terrein of gebouw om het op eigen risico te ontwikkelen en dan met winst te verkopen aan potentiële gebruikers of investeerders. Wij werken omgekeerd : wij gaan eerst in de buurt potentiële bewoners, handelaars en andere partners bevragen naar wat er nodig is, om dan pas het project samen met hen uit te werken”, legt de Groot uit. “We onderzoeken ook alternatieve financieringsmodellen zoals forward funding op basis van crowdfunding (waarbij je voorfinanciert en dus risico neemt) of crowdlending (waarbij je een deel van het benodigde kapitaal uitleent en hierop interest vergaart). We merken dat ook de traditionele banken met deze modellen beginnen te werken.”

DIY-herbestemmen is dus een piste, maar sommige steden treden al jaren zelf op als vastgoedmakelaars. Overheden kunnen op die manier een bepalende rol spelen in de kwaliteit van wat herbestemd wordt. Weer een persoonlijke anekdote : ik kocht ooit zélf van een stadsontwikkelingsbedrijf een nieuw casco-appartement. Het was een voormalige semi-industriële plek in een drukbevolkte en volgebouwde woonwijk. De gebouwen werden platgegooid, de gronden gesaneerd. Buren konden een tuin kopen en wat overbleef, daar werden zes woningen op gezet door jonge architecten. Voor een heel interessante prijs kochten wij er toen eentje. We moesten er minstens drie jaar blijven wonen, een regel om speculatie tegen te gaan. Het was een win-winsituatie. Ik woon er zelf niet meer (mijn lief van toen wel nog), maar het was een verdomd goede plek. En ondertussen zie ik in die wat moeilijke wijk meer en meer panden verkocht worden aan jonge gezinnen. In Gent werkt Sogent op een soortgelijke manier.

LINK MET ARCHITECTUUR

Leegstand leeft al een tijd in de internationale architectuurwereld. Enkele jaren geleden ging, op de gerenommeerde Architectuurbiënnale van Venetië, de Gouden Leeuw nog naar de aandacht die het Venezolaanse architectencollectief Urban-Think Tank en de Nederlandse fotograaf Iwan Baan gaven aan Torre David, een gekraakte wolkenkrabber in Caracas. Eind maart verscheen van uitgeverij Gestalten het boek Upgrade. Daarin worden meer dan vijftig Europese projecten uitgelicht van unieke renovaties, waarvan het gros jarenlang leegstond. Vijf projecten uit het boek bevinden zich in Vlaanderen.

Ook de link tussen erfgoed en hedendaagse architectuur wordt hier nu meer gelegd. Het Team Vlaamse Bouwmeester werkt samen met het Agentschap Onroerend Erfgoed. In januari nog werden zes interessante herbestemmingsprojecten geselecteerd, nu worden er via een Meesterproef architecten gezocht om met die projecten aan de slag te gaan. Open Monumentendag en de Dag van de Architectuur vallen dit najaar op dezelfde dag, op 10 september. Er zal een apart programma opgezet worden rond slimme en toekomstgerichte herbestemmingen.

Leegstandsuitdagingen voor de toekomst? Ziekenhuizen zullen de komende jaren leeg komen te staan, omdat grote campussen verhuizen naar buiten de stad. “En villa’s in de buitenwijken en op het platteland. Die zijn te groot, te moeilijk te isoleren en te duur voor jonge gezinnen”, legt Tania Rens van Prevenda uit. “De eerste projecten lopen nu in de Kempen en aan de kust: we nodigen artiesten uit om er in residentie in alle rust een tijd te komen werken, zoals we dat eerder in kastelen deden.” Wordt vervolgd.

Dit artikel verscheen in Knack Weekend van 26 april 2017. 

PS: Deze post is de tweede in een aantal No Pictures Please artikels die ik deze zomer online breng. Omdat design, wonen, architectuur en interieur over meer gaat dan mooie plaatjes. 

No Pictures Please (1): Li Edelkoort

Haar handen friemelden onafgebroken aan haar fluwelen kleed en ze sprak zacht. Ze had rode lipstick op, en schoenen met pompons. Toen Lidewij Edelkoort afgelopen winter een lezing gaf in Texture in Kortrijk, op uitnodiging van Biënnale Interieur, mocht ik haar een half uur spreken. Ik vind het heerlijk dat iemand met de naam “Edelkoort” zo van textiel houdt. Dit is wat ze onder meer vertelde: 

Hoe meer we virtueel zijn, hoe meer we nood hebben aan materiële dingen om ons heen. Als we alleen nog schermen voelen, verdwijnen onze vingers en krijgen we klauwtjes en onderontwikkelde hersenen. Baby’s komen al heel snel in aanraking met schermen. Veel wetenschappers zijn daar ongerust over. Omdat bepaalde linken in de hersenen niet gemaakt kunnen worden als je geen vormpjes vastneemt, geen teddybeertjes … Dan mist die baby essentiële informatie. Tactiel contact is nodig.

Het primitieve komt ook op andere manieren naar boven. Er is vernieuwde interesse in samenzijn, werken in teams, weg van het individualisme. Rituele vieringen ook. Ik was onlangs in Afrika waar dorpen dance battles aangaan. Uren en uren. Het is een manier om via het lichaam negatieve energie kwijt te raken. Wij zouden daar beter een voorbeeld aan nemen. Het is niet toevallig dat meer en meer mensen aan yoga doen en mediteren. Er zijn genoeg redenen om aan te nemen dat we ook als maatschappij primitiever worden, wat eigenlijk vooruitstrevend is. Het is noodzakelijk voor de toekomst van ons mens-zijn. En voor ons gevoel van belonging.

Ik ben ervan overtuigd dat we alleen maar de toekomst kunnen ingaan als we weten waar we vandaan komen. Anders bestaat die innovatie alleen maar voor de innovatie zelf en dan verlies je het noorden. Ik zie dat in de Verenigde Staten. Enkele honderden jaren geleden zijn velen daarheen geëmigreerd. Ze gaven hun relatie met het verleden op. Daarom zie je daar een stormloop op innovatie. In Europa weten we dat we van heel ver komen. Ik kijk graag naar archeologische stukken zoals eerste kledingstukken, werktuigen enz. Die tonen hoe de mens zich van in het begin kon ontwerpen. Dat geeft mij hoop op de verre toekomst. Het toont aan dat we als mens die intuïtie en die gave hebben om te creëren en vorm te geven.

Filosofen hebben het tegenwoordig over ‘new materialism’. Zoals je mensenrechten hebt en dierenrechten, zouden er ook materiaalrechten moeten bestaan, vinden ze. Omdat het materiaal zo kostbaar en levend is dat we er zuinig mee moeten omspringen. Dat soort visies wijst op een verandering in de maatschappij die teruggaat naar het begin van de menselijke cultuur. Materialen krijgen weer spirituele eigenschappen toegedicht. Respect tonen voor materiaal en er nieuwe vormen mee maken: dat hadden we niet verwacht voor de toekomst, maar het gaat gebeuren.

De losbandigheid van textiel krijgt weer waardering. Het idee van franjes en onregelmatigheden zal belangrijker worden. Minder en minder wordt materiaal gedwongen in een vorm. Het omgekeerde is waar: er wordt geluisterd naar het materiaal om de vorm te bepalen. Mode in 2017 is wild, hoor. Zo is er bont gemaakt van raffia of van cellofaan of lichtgewichtgarens. Er is een grote terugkeer naar textiel. Een van de grote tendensen van de toekomst is dat textiel het harde van de hightech gaat verzachten.

Ik ben uitgenodigd door Parsons (een designinstituut in New York) om een Master in Textile op te zetten. Ik ga werken met studenten uit verschillende disciplines : beeldende kunsten, design, architectuur, mode, toneel. Ons doel is om het midden te vinden tussen hightech en softcraft. Die twee disciplines werken eigenlijk aan eenzelfde utopische toekomst. We hebben het over weven van zonnecellen, computergarens, geluidsgarens. Over het maken van biotechnologische zijde, zonder dat daar een spin aan te pas komt. We hebben het over 3D-printen, over robotisering enzovoort.

Textiel is een interessant materiaal voor de toekomst. In Amerika wordt verwacht dat textiel de toekomst van het internet is. Tegelijkertijd zien we in Hudson Valley, rond New York, een revival van arts & crafts. Met garens direct van het schaap en de geit, geproduceerd net buiten de steden. Dat is ook een belangrijke tendens. Dus zullen er lessen zijn in borduren en quilten. Maar ook lessen over de antropologie van textiel, om te achterhalen wat de relatie is tussen mens en textiel. Als je iets leert over garens, dan leer je ook iets over het inkopen van vezels. Je maakt een collectie, een businessplan. Het wordt heel spannend en erg innovatief.

Lidewij Edelkoort (66) begon als styliste bij De Bijenkorf, en werd een van de bekendste trendwatchers. Time noemde haar een van de 25 invloedrijkste modemensen. Zij start volgend jaar een masteropleiding Textiel in New York.

Dit artikel verscheen op 5 april 2017 in Knack Weekend 

PS: Deze post is de eerste in een aantal No Pictures Please artikels die ik deze zomer online zal brengen. Omdat design, wonen, architectuur en interieur over meer gaat dan mooie plaatjes. 

 
 

Lentewoontrend (10): tips voor drie types thuiswerkers

Zoals het prikklokje thuis tikt…

Waar let je best op bij de inrichting van een werkplek thuis? Praktische tips en ideeën voor wie fulltime thuis zit, voor wie gedeeltelijk pendelt of voor die grote groep mensen die af en toe een paar uur van thuis uit werken.

 

Fulltime thuiswerken

Concentratie! Dat is het doel voor een goede werkplek. Wie fulltime thuiswerkt staat dus voor de uitdaging om op de plek waar ook geleefd wordt toch een focus te vinden. Wie geluk heeft, kan een aparte kamer inrichten die helemaal rond dat werken ingericht kan worden. In antieksfeer of vintage of in de populaire industriële sfeer? “We zien absoluut de voorkeur uitgaan naar een meer huiselijke sfeer,” vindt Bart Beaumont, interieurarchitect bij ’t Casteelken. “Vroeger was de bureaukamer een mini-kantoortje, een soort kopie van de bedrijfskantoren. Maar nu verkiezen mensen een warmere en gezelligere ruimte. Merken zoals Vitra hebben ook al een tijdje een home-collectie met warmere materialen. De typologie van een kamerkantoor is wel nog traditioneel: een ladekastje op wieltjes voor onder de werktafel, en een kast in dezelfde stijl als de tafel. Opvallend is dat architecten de aparte bureaukamer niet meer wegstoppen op zolder, maar meer en meer aan de woonkamer laten grenzen. Met daartussen een schuifdeur bijvoorbeeld. Die blijft overdag open, maar wanneer de kinderen thuis zijn, kan ze handig toe. Na het werk gebruiken de kinderen die kamer ook soms en dan is het weer handig dat de computer vlakbij staat om wat toezicht op hen te kunnen houden vanuit de leefruimte.”

Vooral voor dagelijkse thuiswerkers is comfort van groot belang: een goede bureaustoel is noodzakelijk. Maar ook hier geldt: hoe huiselijker die aandoet, hoe beter. Zelfs het Italiaanse merk Poltrona Frau, toch dé lederexpert, lanceerde afgelopen herfst enkele stoelen in stofuitvoering. Belangrijk voor wie uren achtereen op dezelfde plek zit, is een goede verlichting. Een plekje bij het raam is fijn, en voor wie daar niet over beschikt zijn er daglichtlampen, of bureaulampen, wederom in de stijl die u zelf wil. “Het gebeurt dat mensen een tafellamp die eigenlijk sfeermaker is voor een leefruimte, als kantoorlampje gebruiken,” weet Bart Beaumont. “De grens is vaag.”

 

Kleurrijk en warm is de Landa collectie van Alki; gedeeltelijk met textiel bekleed.

 

 

Rival van Konstantin Grcic voor Artek, een draaistoel uit hout is zeldzaam.

 

Buzzispace

 

Gedeeltelijke thuiswerkers

Voor mensen die niet elke dag van de week thuis werken, is een aparte ruimte niet altijd mogelijk. Volgens Vincent Van Duysen, architect en art director voor de Italiaanse meubelfabrikant Molteni&C, twee mogelijke pistes: “Ofwel ga je voor een meubel dat discreet ingewerkt is in de woonkamer. Dat bestaat bij Molteni&C bijvoorbeeld in de 505 collectie van Nicola Gallizia. Het bureautje is gewoon opgenomen in een modulaire wand die ook fungeert als boekenkast, bar- en televisiemeubel. De tweede optie is om voor een heuse secretaire te gaan. Een antiek model bijvoorbeeld, of een nieuw. Handig daaraan is dat het opengeklapt kan worden wanneer nodig, en weer gesloten worden als het werk erop zit. Dit jaar brachten we twee opvallende eye-catchers uit: eentje van Jasper Morrison en eentje van Michele De Lucchi.” Die laatste, een erfgenaam van de Memphis beweging heeft een duidelijke filosofie over de rol van een bureau: “Het is in feite een ruimte waar je al je tools, werkmateriaal bewaart, een aandenken of twee, favoriete objecten, wat boeken en documenten die je misschien niet direct nodig hebt, maar je weet maar nooit. Het is een plek die je karakter weerspiegelt, en je weet: je karakter is het meest precieuze dat je hebt.” Je kan een bureau heel subtiel in een woonkamer integreren, vindt ook Bart Beaumont van ’t Casteelken: “Door de eetkamerstoelen en bureaustoelen bijvoorbeeld uit dezelfde serie te kiezen en bij die laatste wieltjes te voorzien. Of door een klein bureautje te zetten, er bestaan tafeltjes van 1m15 breed. Net groot genoeg voor een laptop en wat documenten. Opvallende trend is dat de retrotafeltjes populair zijn.” Mick van der Kolff, salesmanager van Lensvelt merkt dat de AVL Office chair uit hun collectie het goed doet. “Het is een perfect compromis tussen een klassieke bureaustoel en een stoel voor de woonkamer. En verkrijgbaar in stof en leder. ” Wanneer een bureau gewoon in de leefruimte wordt opgenomen, is het belangrijk om slim op te bergen. Dat laatste hoeft niet persé in een afgesloten kast, maar kan ook in een huiselijke opbergdoos. Of in een weg te rollen ladekastje dat wanneer niet gebruikt een ideaal platform is voor decoratie. Flink wat bureautjes hebben kleine laden onderaan, waar de laptop en functionele objecten gewoon in verdwijnen wanneer de dagtaak erop zit. Sommige kantoorbenodigdheden zijn bovendien zo mooi dat ze probleemloos op een bureautje kunnen blijven staan en zelfs sfeermakers worden in de ruimte. Enkele merken bieden ook hangbureautjes aan die, zoals een barmeubel toe geklapt kunnen worden en zo geen ruimte innemen wanneer ze niet gebruikt worden. Ook een oplossing voor gedeeltelijke thuiswerkers: een bureautje in een verloren hoekje in huis: in een brede gang of onder de trap of een schuin dak bijvoorbeeld.

Mr. Walter ladenkastje van Bulo fungeert als zitbankje voor het raam.
De Stadera bureau van Franco Albini uit 1954, heruitgebracht door Cassina, past zonder moeite in een gang.

 

 

Secretello is de speelse secretaire van Michele De Lucchi voor Molteni, hier in vol daglicht achter een hoekje opgesteld.
Boekenkast én bureau in één, deze Unit van Marina Bautier voor Stattmann Neue Möbel.

 

Sporadische thuiswerker

Wie maar af en toe thuiswerkt, komt al gauw op de eettafel terecht. En dat is zelfs de bedoeling. “We merken dat veel mensen bij de aankoop van een tafel nadenken over wat daar allemaal op gebeurt: eten, natuurlijk. Maar ook huiswerk van de kinderen en van de ouders,” legt Bart Beaumont van ’t Casteelken uit. “Een glazen tafel is dan niet ideaal natuurlijk, want dat voelt te koud aan voor wie er uren achtereen aan de laptop aan moet zitten. Dus verkopen we veel houten tafels, die veel warmer aanvoelen.” Dat weet ook Mick van der Kolff van Lensvelt. “Ik werk thuis ook gewoon aan de Beefeater tafel van Bertjan Pot,” geeft hij toe. “Dat werkt prima.” Niet alleen hout is populair, maar er bestaan ook tafels met lederen top bijvoorbeeld. Wie aan die grote tafel graag iets comfortabeler zit, kan opteren voor een combinatie van bijvoorbeeld vier gewone eetkamerstoelen en twee comfortabelere modellen, eventueel op wieltjes zelfs.

Wie niet lang moet zitten, kan dat ook wel op een krukje. Dat zitmeubeltje wordt makkelijk gecombineerd met een ondiep tafeltje, waar het krukje gewoon weer onder schuift, na gebruik. Er bestaan werkbladen die aan een boekenrek vasthangen, maar ook aan de achterkant van een sofa. Zelfs wie maar af en toe thuiswerkt heeft meestal meer nodig dan een laptop. Ook daar kunnen opbergoplossingen in textiel een oplossing bieden. Die kunnen gewoon in de huiskamer weggezet worden wanneer niet nodig. Een snel ingeplugde tafellamp die zowel op een kast tegen de muur als op de eettafel gezet kan worden, brengt extra licht op donkere dagen. Of de nu populaire wandlampen met arm die wanneer nodig boven de tafel gedraaid kunnen worden en ’s avonds voor wandsfeerverlichting kunnen dienen. Extra plaatsbesparend zijn de pupiterachtige sta-bureautjes om rechtstaand aan te werken. Die kunnen als kleine commode of catch-all dienen in het dagelijkse leven, en als werkplek wanneer af en toe eens nodig.

 

 

Console achter de sofa, bij B&B Italia

 

Bureaulampje van Design is Wolf
Een grote eettafel, zoals deze van Joli, kan perfect dienst doen als werkblad.

 

Ideaal voor avondwerk: lamp met arm van Lampe Gras.

 

Jaswig sta-bureautje, bekroond met de Henry Van de Velde PublieksAward 2016

Dit artikel verscheen in kortere versie in januari 2017 in Feeling Wonen, Gaël Maison en Eigen Huis & Interieur. 

 

Lentewoontrend (9) : Wild bos strak geregisseerd

“Ik zie mijn bostuin als een voorstelling, met de bomen en planten als personages.” Tuinarchitect Jan Minne regisseerde vlak bij Brussel een magisch bos. Frederik Vercruysse maakte er prachtige beelden van in de zomer, in de herfst én in de lente. Ik mocht vervolgens eens gaan kijken hoe die tuin tot stand gekomen is. 

“Het is het einde van het dorp, zonder huisnummer. Aan de bosrand, in een wegel, tegenover een grote weide met paarden.” Sommige plekken kun je niet terugvinden met straatnaam en huisnummer, of als locatie op Google Maps.

Vroeger was dit een typisch weekendhuisjesperceel: met een gazonnetje en grote sparren. Tot tuinarchitect Jan Minne er landde. Hij was eerst modeontwerper en graficus, maar raakte tijdens een reis door de bergen van China en India in de ban van landschappen, bomen en planten. Hij begon in zijn tuin in het Brusselse te experimenteren en groeide in het beroep. Dit is zijn weekendbos.

Er staan twee huisjes op het perceel, veeleer boshutten. Iets nieuws bouwen mag hier niet, maar renoveren, dat kon wel. Eentje is een zomerhuisje, het andere gebruikt Jan in de winter. Ze worden bijna overwoekerd door het bos dat hij hier met de jaren bouwde.

“Enkele sparren liet ik staan, dat zijn mijn wachters. Wat brem en de rododendrons bleven. In de loop der jaren heb ik veel bomen en struiken toegevoegd die eigenlijk niet in zo’n bos horen, maar er op een spannende manier mee dialogeren en contrasteren. Het gazon is een spontane wildgroei geworden: boshyacinten, klimop, varens en honderden nieuwe plantjes.

Deze plek was een van mijn eerste creaties: een tuin die op een verrassende manier doorloopt tot diep in het aanpalende lorkenbos.” Ondertussen richtte hij talloze privétuinen in, plantte hij een 75 jaar oude eik op een plein in Diksmuide en ontwierp een tuin voor de universiteit van Hasselt. Hier in dit bosje aan de rand van Brussel laat hij zich helemaal gaan. “Ik hou van unieke bomen en struiken, ik rijd de hele Benelux rond langs kwekers, op zoek naar speciale exemplaren. Ik kies planten op basis van hun schors, de verkleuring en de vorm van blad, hun bloemen, hun geur … Ik zie mijn tuin als een schilderij. Bomen en planten zijn de personages. Misschien is het veeleer een theatervoorstelling. Ik ben de regisseur, maar zij spelen het spel. Natuur groeit en kiest een eigen weg, ik kan alleen maar sturen, met al mijn botanische kennis in mijn hoofd. Ik maak beelden, maar die beelden veranderen. Afhankelijk van het seizoen, het licht en de groeisnelheid van de planten. Een tuin is realiteit in zijn puurste vorm, maar ook een ruimte om in te verdwijnen. Een plek om te aarden én te dromen.”

info: www.janminne.be meer foto’s op de website van Frederik Vercruysse

Dit artikel verscheen op 19 april 2017 in Knack Weekend 

Lentewoontrend (8) Jungletuin: de handleiding

Nee, we zijn hier niet in de tropen. Maar toch kan u van dat kleine ommuurde koertje, balkon of stadstuintje een weelderige jungletuin maken. Ik schreef deze handleiding in opdracht van Knack Weekend, met extra tips voor huurders.

Slaapboom ©Jo-Jan Smetryns

STAP 1: Use the force of the dark side

Een smalle ommuurde tuin associeer je niet meteen met veel leven? Je gazon is maar een triestig lapje? Dat hoeft niet zo te zijn. “Wil je een echte jungletuin, dan is een zogenaamde ‘schouwtuin’, met hoge muren rondom, net ideaal”, legt Greet Tijskens van de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren (Velt) uit. “In een bos groeien struiken toch ook in de schaduw? Kies de kruidlaag uit bosvegetatie: planten die je vindt op een open plek in het bos. Varens bijvoorbeeld, of salomonszegel en hondsdraf. Ook onze inheemse klimmers zijn bosplanten: klimop natuurlijk, maar ook klimhortensia doet het goed in de schaduw.” Bijkomend voordeel: veel schaduwplanten hebben mooie en grote bladeren om het weinige licht optimaal te capteren; ze zijn dus extra decoratief. “Een bonte hosta bijvoorbeeld heeft ook wit in zijn blad, dat brengt extra licht.” Ook veel bodembedekkers zijn blij met een donkere plek, denk maar aan maagdenpalm.“Er zijn natuurlijk ook stadstuinen die net wél veel zon krijgen,” weet Greet Tijskens. “Stenen muren slaan warmte op waardoor er een microklimaat kan ontstaan dat uitzonderlijk is voor onze streek. Je kan hiervan profiteren en bijvoorbeeld een vijg zetten. Die kan groot worden, maar laat zich makkelijk snoeien. Druif groeit in volle zon en bosrank zowel in de zon als in halfschaduw. Beiden kunnen ook verschillende grondtypes aan, maar hebben een klimrek nodig.”

STAP 2: Doe lekker vettig 

“Wintergroen. Dat is het belangrijkste als je het jaar rond wil genieten van weelderigheid”, weet tuinarchitect Bart Haverkamp. “Mahonia ‘Apollo’ bijvoorbeeld is een mooie struik die bloeit van januari tot maart. Of de conifeer ‘apenverdriet’. Ik vind dat een jungle iets vettigs nodig heeft. Doe maar niet te lieflijk qua struiken en bomen. Een Fatsia japonica blinkt en reflecteert het licht. Met bijna kitscherige eenjarigen zoals bromelia’s of dahlia’s kun je toch nog vrolijk oranje, rood en roze binnenhalen. En er is natuurlijk bamboe. Die is het mooist felgroen in de winter en verliest zijn blad pas in april.”Er zijn ook inheemse struiken, zoals bijvoorbeeld vlier, die in de prille zomer heerlijk ruiken”, zegt Greet Tijskens van Velt. “Maar die durven al eens te groot uitvallen voor een gemiddelde stadstuin. Een kleinere, niet-inheemse struik zoals hibiscus of eikenbladhortensia kan soms beter zijn om toch wat planten in de tuin te hebben. Als je er kiest, kies dan liefst voor enkelvoudige bloemen, zodat de bijtjes er ook iets aan hebben. Ze geraken immers fysiek niet tot bij de nectar van een roos met bijvoorbeeld erg veel bloemblaadjes in één knop.”

 

STAP 3: Kijk omhoog en omlaag, en links én rechts

Gebruik de muren rondom in je voordeel en laat planten – gecontroleerd – klimmen. Een ideale klimplant voor beginners is de Oost-Indische kers. Ze heeft weinig wortels in de grond en kruipt snel de muur op. Gele en oranje (eetbare) bloemen krijg je er gratis bij. Ook in scheuren van stenen muren kun je planten: muurpeper of zandkruid en tijm.

Meestal heeft een stadswoning meerdere verdiepingen en kun je van de tuin genieten zowel vanuit kikker- als vanuit vogelperspectief. Eén boom, zoals een slaapboom of een fluweelboom, kan dan al volstaan voor een vol effect vanop de verdiepingen. Wie muren heeft, kan er ook gaten in boren en rekken, schapjes of plantenbakken aan bevestigen. Een verzameling cactussen op een houten plank geeft instantexotiek. Zijn de muren of afscheiding te laag, of ben je huurder en kun je geen gaten boren? Ga dan voor een verrolbare, met potten en kuipen gevulde groenmuur die in de winter binnen kan.

STAP 4: Kijk uit waar je loopt

In een jungle vindt u geen stoeptegels, kiezels of decoratieve cementtegels met vrolijke patroontjes. Toch is verharding praktisch, al was het maar om niet telkens met vuile voeten de woonkamer te moeten binnenstappen. Wat ligt er op de grond? “Wil je een echt ‘woest’ effect dan kun je kiezen voor vulkanisch substraat”, adviseert Bart Haverkamp. “Ook boomschors of zelfs witte kiezels gaan goed samen met weelderige planten. Een houten terrasje is altijd praktisch, maar dat installeer je beter niet in de schaduw, want dan wordt het een gladde en mossige bedoening.”

Greet Tijskens vult aan : “Leg alleen verharding die je dagelijks gebruikt. Een gezin van vier moet maar plaats voorzien voor een tafel en vier stoelen. Ook raden we aan om nooit ‘paadjes’ aan te leggen langs de rand van de muren, doe dat liever in het midden. Tegen een muur loop je toch nooit, daar verschijnen dan sowieso planten. Je kunt de randen beter laten begroeien.”

STAP 5: Geen vaste grond? Geen nood

“Een echte jungle komt uit de grond”, meent tuinontwerper Bart Haverkamp. Toch kun je ook met potten en kuipen een junglesfeer creëren. Voor bloempotten in de tuin of op het terras geldt: blend sfeervol en ton sur ton. Of laat er een blikvanger uitspringen. Vermijd goedkope plastic kuipen van het tuincentrum, ga op zoek naar kwaliteit. Elke kringwinkel heeft een ruim assortiment van afgedankte bloempotten (van 1 tot 10 euro), zelfs grote ornamentele en vrij klassieke modellen die het ook in een stadstuin goed doen. Twee middelmatig grote potten hebben soms een weelderiger effect dan één gigantische pot, die je bovendien amper verplaatst krijgt. “Of kies voor een reflecterende bak of pot”, tipt Bart Haverkamp. “Ook spiegels werken goed in een kleine stadstuin: ze verdubbelen visueel de ruimte én het aantal planten, als ze goed opgehangen of geplaatst zijn.” En dan zijn er nog de ‘potten’ van textiel. Ze wegen een stuk minder dan terracotta of stenen exemplaren en zijn dus makkelijker verplaatsbaar in de winter.

STAP 6: Denk aan zit- én kijkplezier

Wil je optimaal profiteren van al dat groen, dan kun je voor doorkijk-tuinmeubels kiezen. Het aanbod is gigantisch. Ze bestaan in rustige aarde- en groentinten maar ook in flashy kleuren of zuiders wit. Ook niet onbelangrijk: de verlichting. Deze brengt sfeer in de tuin, ook als je ernaar kijkt van binnenuit, vanachter het raam. Tegenwoordig bestaan er flink wat oplaadbare modellen of lampen die op zonne-energie werken, waardoor er buiten geen elektriciteit voorzien moet zijn. Een old-fashioned windlicht met een dikke kaars, doet het natuurlijk ook nog altijd. Plaats de lichtbron naast een opstapje om struikelen te vermijden of installeer ze zo dat ze je mooiste planten extra in beeld brengen.

Meer weten?

beweegt.velt.be/plantenzoeker, voor de juiste plant op de juiste plaats

vmm.be/mijn-gifvrije-tuin, met heel concrete tuintips

– In het voorjaar is het plantenaanbod in tuincentra groot. Maar specialere planten vind je rechtstreeks bij de kwekers, of op plantendagen:  op 30 april in Hombeek, op 29 en 30 april in La Feuillerie in Celles met extra focus op schaduwbloemen, en van 12 tot 14 mei in Beervelde.

Het beeld bovenaan dit artikel is van Bacsac en werd gefotografeerd door Jerome Galland. Dit artikel verscheen in ingekorte versie in Knack Weekend van 4 april 2017 
 

Lentewoontrend (1): Chique Botanique

Eigenlijk wil ik hier gewoon zes bloempot-trends tonen, maar ik weet dat bovenstaande titel gewoon veel hipper is. Vorige week las ik een artikel in Toronto Star over waarom milennials met zijn allen kamerplanten omarmen.De conclusie: planten onderhouden is makkelijker dan huisdieren of aan kinderen te beginnen. Een dag later las ik in Daily Shouts van The New Yorker, een hilarisch verslag over “attachment planting” naar analogie met “attachment parenting”.Maar dus: planten houden, stekjes geven, experimenteren met opvallende bloempotten om te hangen, staan of bengelen zijn populair. Daarvan de resultaten posten op Instagram ook. Al worden de  Latijnse plantennamen er eigenlijk nog niet altijd bij gehashtagd. Bloempotten, vazen en andere cache-pot krijgen een hoofdrol en zijn een interessante markt voor modieuze interieurmerken.

 

1/ Als een plant in een kooi

Populair dezer dagen en zo lijkt het alsnog een beetje op een kanariepietje: een plant in een kooi. Nog duidelijker kan de wilde natuur niet gedomesticeerd worden. Wie is er de baas in huis? Wij zijn de baas in huis. Hier twee nieuwe modellen van Serax. En onderaan: het ultieme hangkooitje, van Atelier Haussmann.

Serax
Atelier Hausmann

2/ Zet een tak in een vaas

Luiaards let op: een bolle vaas, of zelfs die lege Gin-fles van gisteren vult u met een bodempje water. U raapt bij een volgende passage in een park een afgevallen tak op, of koopt een kersenbloesem in de supermarkt en hop. Klaar. Hier alvast de cover van Botanical Style, een boek dat later dit jaar verschijnt bij Terra Lannoo. Meteen ook een andere tip: hang gewoon een prent van een bloem of plant aan de muur. Nog stiller stilleven.

 

3/ Maak er een geordend rommeltje van

Bloempotten in kringwinkels kosten tussen de 20 cent en de 2 euro. Zelf koop ik ze meestal in groen- en grijstinten. Of in glas, die zijn meestal nog goedkoper. Dat geeft, als er tien potten bij elkaar staan, toch nog wat eenheid. Of af en toe een zot keramieken object ertussen, dat werkt natuurlijk ook altijd. Die vind je zelfs vrij goedkoop in de wooncollecties van modeketens. Zoals deze nepkoraal.

Zara Home

4/ De truc met de plateau. En andere trompe l’oeils

Hoe groter de kamerplant hoe duurder. Wie een beperkt budget heeft, kan de truc van de plateau toepassen: zet enkele kleine en goedkope planten (misschien zelfs ineens ook die verse keukenkruiden) gewoon samen op een tafeltje en op een houten of andere plateau met een opstaande rand, zodat er een soort natuureilandje ontstaat. Zet het tafeltje op een plek die je veel passeert. Nog meer valsspelen? Een jungle-effect kan ook door de halve muur rafelig groen te schilderen zoals in onderstaand beeld van Levis verf.

Levis

5/ In de kast ermee

Staat wat zielig, zo een voorlopig nog halflege boekenkast, niet? D&M Depot voorziet boekensteuntjes om bijvoorbeeld kleine varens in te zetten, die kunnen meteen ook wat schaduw aan. Twee vliegen in één klap.

D&M Depot

6/ Doe meteen aan architectuurcultuur

Tachtig jaar geleden werd deze onderstaande bloempot ontworpen door de Finse ontwerpster Aino Aalto, vrouw van Alvar, voor een presentatie van Artek op de World Fair in Parijs in 1937. Nooit werd de pot in productie genomen, tot nu. Keramiek in diepblauw of glanzend wit, 12 of 20 cm hoog.

Artek

Uit het archief : Ilse Crawford

screen-shot-2016-11-15-at-06-22-26

Knalrood en zijdezacht. Als je het ziet, wil je het aanraken. Het boek dat tien jaar geleden op mijn bureau belandde, heeft een textielcover en er staat in witte letters en in diepdruk een vraag op : Home Is Where the Heart Is ? En onderaan een naam : Ilse Crawford. Ik begon net over wonen te schrijven en ik kende haar niet. De Britse bleek een ontwerpstudio in Londen te leiden waarmee ze hotels, winkels en woningen inricht. En objecten ontwerpt. Ze bleek de hoofdredacteur van de allereerste Britse Elle Decoration-magazines. En ze bleek de afdeling man & well-being in de Design Academy opgericht te hebben. Maar dat wist ik allemaal niet toen ik dat boek voor het eerst uitlas. Niet de beelden bleven hangen, maar haar woorden over hoe een huis een thuis wordt.

Het boek van Crawford heb ik altijd bij de hand gehouden en mee verhuisd : tussen woningen en tussen kantoren. Toen ik eind deze zomer dus in de nieuwe catalogus van Ikea op pagina 9 kwam, rinkelde er meteen een belletje. “Nu ons leven steeds digitaler wordt, snakken we meer naar het fysieke”, staat er te lezen. Woorden uit het boek. Met daarboven een foto van Ilse Crawford. En met beeld van de gloednieuwe collectie die ze tekende voor de meubelgigant: Sinnerlig. Die werd in april in Milaan voorgesteld en kreeg flink wat aandacht. “We gebruiken natuurlijke materialen die je zintuigen stimuleren, je weer in contact brengen met jezelf en je gevoelens, en die de band met je woning versterken”, zo verklaart ze haar tactiele mantra. “De objecten en meubelen beantwoorden aan onze primitieve menselijke instincten. Ze zien er niet alleen goed uit, ze voelen goed aan. Ze ruiken goed, en ze klinken goed.”

Mooie woorden, maar werkt het ook ? Begin oktober vatten we in de Ikeawinkel post aan de kurken eettafel. En ja hoor, gevoeld dat er wordt. “Ik vind kurk niet mooi”, klinkt het bij een moeder. “Ja, maar het voelt zo fijn”, zegt haar dochter. Een andere bezoekster blijft staan, voelt, gaat zitten en besluit. “Dit is een zeer mooie tafel. Ik zou ze zo als bureau gebruiken. Het is veel fijner om aan te zitten dan een witgelakte tafel.” Dat was de bedoeling. Ilse Crawford: “We hebben de collectie losjes opgedeeld in drie categorieën : werken, eten en loungen. En elk van die drie heeft een meubelstuk in de hoofdrol. Respectievelijk een schraagtafel, een eettafel en een dagbed. Als inspiratie, niet als voorschrift. De schraagtafel kan bijvoorbeeld overdag een bureau zijn, maar ’s avonds eettafel. Een bank kan een console worden en krukjes kunnen bijzettafeltjes worden. Het is aan de gebruiker om te beslissen hoe die met deze dingen wil leven en hoe ze passen in zijn of haar leven.”

SCANDINAVISCHE INSPIRATIE

Sinnerlig telt dertig verschillende stuks. Concreet gaat het om die drie grotere meubelen – het dagbed met jute is het duurste stuk uit de collectie, voor 345 euro – en verder kleinere stuks : krukjes met gewone en verbrande kurk, keramiekservies, lampen, glazen en karaffen, en banken. Het goedkoopste is een bloempot voor 4,99 euro.

screen-shot-2016-11-15-at-06-32-22

Nochtans heeft Ilse Crawford geen opleiding als architect of ontwerper. Ze studeerde architectuurgeschiedenis en werd als 27-jarige de eerste hoofdredacteur voor de Britse Elle Decoration. “Voor magazines werken was een prima opleiding. Het zette me met beide benen op de grond, gaf inzicht in wat echt werkt. Ik zag zoveel nieuws dat ik begon te selecteren op wat zou blijven duren en waar mensen een connectie mee voelen.” De meeste interieurs die ze voorgeschoteld kreeg, gingen eerder over het spectaculaire dan om het normale, legde ze in The Wall Street Journal uit. “Maar ik ben net geïnteresseerd in hoe je het normale een up- grade kunt geven. Het interessante is precies om te weten waar je ruimte kunt laten voor mensen. Als mensen het object dat je maakt of de ruimte die je ontwerpt niet kunnen aanpassen, dan zijn we mislukt.”

Waar ze haar menselijke focus vandaan haalde ? Thuis, bij haar Deense moeder en Britse vader. “Mijn interesse in de manier waarop ruimtes mensen beïnvloeden, dateert van toen ik erg jong was. De grote familie en het idee dat er rond onze tafel altijd plek was, trok mensen aan. De informaliteit en de warmte waren als een magneet. Wanneer ik andere woningen bezocht, die veel meer gecontroleerd waren, was ik me altijd zeer bewust van de temperatuur die meteen een aantal graden zakte.”

Ilse Crawford omschrijft zichzelf als “een designer, academicus en creatief directeur”. Die combinatie van denken en doen leverde haar de jongste jaren niet alleen opdrachten op voor zowel de rich and famous als voor de grote massa, maar ook een eredoctoraat aan de University of Arts in Londen. Haar interieurs en objecten zijn niet alleen bedoeld om ons functionele brein te prikkelen of het oog te strelen, maar ook de rest van ons lijf. Onze handen en mond als het om een kopje gaat waar we dagelijks uit drinken. Ons zitvlak, benen, dijen en rug als het stoelen of sofa’s betreft. Warm design. Laat de winter maar komen.

Dit artikel verscheen in oktober 2015 in Knack Weekend. Sinds deze zomer werk ik aan de Sinnerlig tafel. Ze stond toen al ergens ver verstopt in het warenhuis. Omdat Ikea zelf geen cijfers wil vrijgeven, besluit ik dan maar dat ze, gezien de quasi onzichtbaarheid in de winkels, misschien wel niet zo goed verkocht, deze collectie. Nu ik deze ochtend even op de website zocht, is er van de grotere meubels geen spoor meer…. Doet het kurk nog te retro aan voor de vijftigers en zestigers? 

ILSE CRAWFORD

• Studeert History of Architecture aan de London University.

• Wordt in 1989 de eerste hoofdredacteur van de Britse Elle Decoration.

• Richt in 1998 Donna Karan Home op in New York, enkele jaren later haar eigen designstudio, waar vandaag ongeveer 25 mensen werken.

• Doet de inrichting van interieurs, hotels, restaurants over de hele wereld, zoals Soho House in New York en de pas afgewerkte lounge van Cathay Pacific in Hongkong.

• Ontwerpt meubels voor onder meer De La Espada en Georg Jensen en dus Ikea.

• 2016 : Ontwerper van het jaar bij de vakbeurs Maison & Objet in Parijs.

Herfststillevens (2) : Lichtpuntjes

Soms lijkt het licht té snel op in november. Dit is het seizoen om te experimenteren met stillevens met licht. Een goede lamp voor boven de tafel, bij de zetel of praktisch licht in huis is een evidentie. Maar dat extra lichtje op een onverwachte plek zoals de gang, in de slaapkamer en zelfs in de badkamer zou wel eens kunnen helpen tegen de herfstdip. Liefst, het is tenslotte geen lente, zonder een extra elektriciteitsleiding te moeten leggen of zonder te veel  te moeten boren in muren of plafonds.

Mijn favoriete lichtjesstillevenstips. In volgorde van redelijk wat tot extreem weinig werk.

Plug & Work van Lampe Gras is eten ook een catch-all of een minibureautje
Plug & Work van Lampe Gras is meteen ook een catch-all of een minibureautje
Vintage industriële lampen doen dienst als leeslampje in The Jam Hotel in Brussel
Vintage industriële lampen doen dienst als leeslampje op een simpel timmerhouten hoofdbord, in The Jam Hotel in Brussel
een spiegelkoplamp maakt dat licht beter verspreid wordt. Ideaal om te hard licht in bijvoorbeeld een badkamer te verzachten.
Een spiegelkoplamp maakt dat licht beter verspreid wordt. Ideaal om te hard licht in bijvoorbeeld een badkamer te verzachten. De bestaande lamp uitdraaien en deze erin draaien en klaar. Bestaat ook in led.
Met een set letters geleverd, maar zonder batterijen, deze lightbox, bij Urban Outfitters.
Met een set letters geleverd, maar zonder batterijen, deze lightbox, bij Urban Outfitters. Overal te plaatsen dus.

Ideaal om uit te proberen waar u graag licht hebt, is een lampe baladeuse die met een meestal vrij lange draad en een clip of haak komt om ergens aan te bevestigen. Er zijn de klassieke industriële werklampen, de May Day lamp van Konstantin Grcic voor Flos, of de eenvoudige staaldraadlampjes zoals je die bij onder andere Merci in Parijs kan kopen (ik kreeg er ooit eentje cadeau).

May Day van Flos
May Day van Flos
een leeshoekje in het boshuisje van fotografe Bieke Claessens, gepubliceerd in haar gloednieuwe boek Wonen zoals je bent dat op 11 november wordt voorgesteld.
een leeshoekje in het boshuisje van fotografe Bieke Claessens, gepubliceerd in haar gloednieuwe boek Wonen zoals je bent dat op 11 november wordt voorgesteld.

Maar er zijn ook groter uitgevallen modellen zoals deze hieronder. Sculptuur én lamp tegelijk.

Moire van Marc Sarrazin voor Petite Friture, om neer te leggen of op te hangen en dus multi-inzetbaar.
Moire van Marc Sarrazin voor Petite Friture, om neer te leggen of op te hangen en dus multi-inzetbaar.

 

Trend: kleurrijk hout

Natuurlijke materialen zoals hout, natuursteen en leder zijn trendy en tegelijk duurzaam. Fijn is dat hout tegenwoordig in diepe kleuren gebeitst of gelakt worden. Mijn favoriete gekleurde houten stoelen.

Branca van Sam Hecht / Industrail Facility voor Mattiazzi
Branca van Sam Hecht / Industrail Facility voor Mattiazzi
Profile stoel van Sylvain Willenz voor Stattmann Neue Möbel
Profile stoel van Sylvain Willenz voor Stattmann Neue Möbel
Bodystuhl van Nigel Coates voor Gebrüder Thonet
Bodystuhl van Nigel Coates voor Gebrüder Thonet
Nerd van David Geckeler voor Muuto, in gelakt fineer.
Nerd van David Geckeler voor Muuto, in gelakt fineer.