Categorie archief: interieur

No Pictures Please (5): Millennial Pink blijft

De eenhoorn, zeepbellen, regenbogen en bloemenkransen. Wie uit de eerste flowerpowergeneratie had kunnen voorspellen dat ze zo hip zouden zijn bij tieners dezer dagen? En wie had tien jaar geleden durven te beweren dat meubelmerken en masse roze sofa’s op de markt zouden brengen? “Roze is het nieuwe zwart”, verklaart kleurexpert en trendwatcher Hilde Francq al jaren. “De kleur is niet langer kinderlijk. Roze is volwassen geworden.”

Hoe is dat zo gekomen?

“Door de kredietcrisis. Harde tijden zijn immers de ideale voedingsbodem voor roze. Uit onderzoek blijkt dat mensen in de Verenigde Staten en Europa die kleur associëren met gevoeligheid, tederheid, zachtheid, zoetheid en de kindertijd. Exact waar ze nood aan hebben in tijden van crisis.”

Waar kwam dat roze eerst voor?

“Niet in de mode, maar in de interieursector. Het Nederlandse ontwerpduo Scholten en Baijingslanceerde pastelkleuren, en ook de Bouroullec-broers pikten het snel op. Ze gebruikten naar eigen zeggen ‘een verschrikkelijke rode daad samen met een verschrikkelijke witte draad’ voor een soort gebreide stoel voor Vitra, die dus roze uitviel. De Scandinavische meubelmerken volgden snel. Pas daarna was het aan de mode: Raf Simons bij Jil Sander in 2012, en snel ook merken zoals Cos. En vervolgens ging de rest overstag. Nu is het gemeengoed. Zelfs haren worden vlotjes roze geverfd. Niemand kijkt ervan op.”

Is het roze ondertussen veranderd?

 

“Absoluut. Eerst was het inderdaad pastelroze met rood en wit erin. Daarna, en daar zitten we middenin, volgde huidskleur. Die valt te verklaren door de gezondheidshype en verwijst naar de aandacht voor het menselijke pure lichaam. Huidskleur is de kleur van een aanraking, van een knuffel. Iets waar we, in deze tijden van schermen en sociale media, blijkbaar naar snakken. Kleur hangt samen met de vormen. Zo zijn meubels minder hoekig dan vijf jaar gelden: ze hebben meer rondingen, als een menselijk lichaam.”

Hoe combineert een mens die verschillende tinten roze?

“Ik vind het geweldig met Yves Klein elektrisch blauw. Het wordt ook vaak met geel gecombineerd, met wit, of met messing, natuurlijk.”

Welk roze komt eraan in 2018?

“Perzikroze. Bijna oranje dus. Het hangt samen met de opgang van het feminisme, en met de aandacht voor nuchterheid en eenvoud. Geen enkele kleur is zo flatterend als roze, voor alle huidtypen bovendien. Zoals gezonde blozende wangen.”

Kleur verkoopt, Hilde Francq, uitgeverij Lannoo Campus, 34,99 euro.

Dit artikel verscheen in Knack Weekend van 28 juni 2017

In de serie No Pictures Please, bundel ik deze zomer dan weer tekstverhalen over interieur en design, wonen en architectuur. Zonder één enkel beeld.

In een andere reeks Picture Perfect? zoom ik deze zomer in op een nagelnieuw interieurbeeld. Gespot in een meubelcatalogus, op een website, een Instagram-pagina, een magazine of boek.

Picture Perfect (2): de doorzichtige plant

 

Ik hou van mannen met een baard. Ik hou ook van mooie armen. En van planten! Toch maakt dit beeld mij niet blij.

Ik leerde Paper Collective kennen in de Antwerpse winkel Espoo, van Dries en Mies. Zij verkopen al jaren de posters met bergen, landschappen en dennenappels op. Die kosten tussen de 20 en 50 euro en er zijn er meestal maximum 500 van gemaakt. En 10 % van de sales van die prints gaat naar een goed doel naar keuze van de artiest. Mooie prenten. Die perfect passen in de wat een vriendin onlangs omschreef als “natuurhistorischmuseum-stijl-interieur” .

Als kind van mijn tijd ben ik fan van oldfashion botanische tekeningen. Ik heb er zelfs een op mijn lijf laten tatoeëren. Ik schreef er eerder zelfs een artikel over voor Nest. Over de botanische tekeningen, niet over de tattoo.

Maar dus, Paper Collective  werkt al een poosje samen  met Moebe, een eveneens Deens merk dat dan weer in zijn collectie Frame als bestseller heeft: twee plexiglaasjes die met een elastiek samen te houden én op te hangen zijn. Simpel en verkrijgbaar vanaf een dikke twintig euro. Leeg. De twee merken vulden elkaar aan op beurzen en in catalogi: de ene de kader, de andere de prent. Hopla.  En ze kwamen in dezelfde winkels terecht.

Begin deze maand lanceerden beide merken een samenwerking die  hierboven zo elegant wordt getoond door een Scandinaaf (tiens, dat woord komt meer in het meervoud dan in het enkelvoud voor, blijkbaar). Samen met Norm Architects brengen ze zeven verschillende transparante prints uit van planten, “speciaal gecreëerd voor de Moebe-Frames”. (De prints zullen  zullen in standaard A5, A4 en A3 uitkomen).

© Moebe / Rasmus Rønne Studio

De foto’s zijn een verlengde van de serie Sabi Leaves die Norm architects eerder in zwart-wit en op papier presenteerden bij Paper Collective. Daarover bestaat dit korte promotekstje:

Jonas Bjerre-Poulsen of Norm Architects uses a rewording of a passage from Wabi Sabi for Artists, Designers, Poets and Philosophers to explain the idea behind the new print:

“The Sabi Leaves photos are inspired by the gathering of botanic samples and classic botanic illustration. Playing with an element of decay, the Sabi Leaves also become iconic expressions of time frozen. They are visibly vulnerable to the effect of weathering and have recorded the sun, wind, rain, heat and cold in a language of discoloring, rust, tarnish, stain, warping, shrinking, shriveling and cracking. Their nicks, chips, bruises, scars, dents, peeling and other forms of attrition are a testament to their history. Through the transparency of print and frame the leaves get a unique sense of multi-dimensionality rarely achieved in printed products.“

Door de foto’s nu niet op een dikke witte poster, maar op een transparant vel te stoppen maken de drie bedrijven het nog gemakkelijker voor de consument om instant dat groene gevoel binnen te halen. What’s not to like? Dit is een kamerplant zonder vervelend gedoe. Zonder water te moeten geven. Zonder bladeren die afvallen.

Maar ook zonder groei. Zonder bloei. Zonder schaduwen, verkleuringen, plekjes en plagen. Zonder echt verval.  Dit zijn  met andere woorden planten die nooit veranderen. Die netjes aan het nageltje blijven hangen. Proper afwasbaarmet een microvezeldoekje  bovendien. Het is dat ze er zelf over waren begonnen, maar dat heeft toch helemaal niets te maken hebben met het toelaten van vergankelijkheid en imperfectie?  Meer anti-wabi sabi bestaat toch niet?  En trouwens:  waarom dan niet gewoon een koppel (gedroogde) bladeren of bloemen tussen dat plexiglas klemmen in plaats van 39,95 euro voor een transparante technisch hoogstaande print?  Waarom moeten zelfs kamerplanten, die amper natuurlijk meer zijn, nog meer getemd worden? Waarom blijft er in vele woningen enkel een zielig dun velletje over? Een ingekaderd schelleke plastic natuur?

Ik moet denken aan boomsoorten die blijkbaar te gevaarlijk dik kunnen groeien om naast autowegen te mogen geplant worden. En aan verdriet om gekapte of bijna gekapte stadsbomen.

 


In de reeks Picture Perfect? zoom ik deze zomer  in op een nagelnieuw interieurbeeld. Gespot in een meubelcatalogus, op een website, een Instagram-pagina, een magazine of boek.  Hier de eerste.

Picture Perfect (1) : De mosterdgele sofa

 

Sebastian Herkner sofa voor Linteloo © Sigurd Kranendonk

Mosterdgeel. Er valt  op deze foto van een nieuwe sofa van de Nederlandse fabrikant Linteloo niet naast kijken. De kleur van een broodje hotdog, maar ook van een chique cocktailjurk met bijhorende handschoenen. In sé redelijk retro, en toch doet deze sofa behoorlijk contemporain aan. Hoe dan?

Dankzij zijn onderkant.

Modulaire sofa’s zijn sinds jaar en dag opgebouwd zoals een veredelde Duplo-set. Met een aantal basisvormen kunt u dan “helemaal uw eigen sofa samen stellen”. Ik neem er de technische fiche bij. Dit bijvoorbeeld is een 2,5 seater 1 arm left   (de fabrikant zit niet zelf in de zetel als hij linker of rechterkant bepaalt)  vastgeklikt aan een longchair right. En hop, een hoeksofa is geboren. Er bestaat ook een versie die minder diep is (undeep, heet dat dan officieel). Nu moet u weten dat er bij sofa’s van deze hoogte (430 mm om precies te zijn)  meestal wordt gekozen uit twee pistes: ofwel staan de modules handig op  slim gepositioneerde pootjes, meestal zo onzichtbaar mogelijk. Ofwel is de onderkant opgebouwd uit comfortabele kubussen.

Hier in deze foto (scroll gerust even naar boven) krijgt u visueel het beste van twee werelden. De onderkant is helemaal open wanneer u er voor staat, en gesloten voor wie van achter of opzij kijkt.  Een extreem dun frame in vooraanzicht, maar stoer in zij- en achteraanzicht. Ideaal voor Instagram.

De onderkant is bovendien zoals een boxspringbed bekleed met stof. Een klassieke grijze tweed.   En ook dat is niet toevallig. Dat levendige grijze textiel doet -althans visueel- denken aan beton en dat materiaal is en blijft immens populair. In simpel “natuur” versie of in de massa gekleurd. Vooral accessoires worden dikwijls uit beton gemaakt. Ook terrazzo (ooit een goedkoop cementmengsel met stukjes marmer of andere steenoverschot) is extreem populair in hedendaagse woningen en op Instagram (#terrazzo maar eens: 98 245 posts op dit moment) . Niet alleen als bouwmateriaal, maar ook als lampen. En zelfs compleet fake als print op behang, tote-bag of zelfs telefoon- en laptopcovers. Wie wil er nu met een terrazzo-tegel tegen het oor rondlopen? Bon, ik wijk af.

Een sofa, die moet er best wat comfortabel uitzien en dat wordt hier benadrukt met over de leuning geplooide kussens. Het idee van  die plooikussens werd populair sinds Vico Magistretti zijn Maralunga bedacht in de jaren zeventig, waarbij die leuning rechtopstaand of liggend kan toegepast worden.

Een rond tapijt uit glansfluweel brengt wat luxe én nonchalance in het verder vrij eenvoudige, Japans aandoende huis.  De immergroene bamboe aan het raam en diens perfect vallende schaduw brengt de natuur naar binnen, een populaire wens anno 2017. Maar de getrapte salontafel (ook een ontwerp van de Duitser Sebastian Herkner, die de sofa tekende) had ik in dit beeld toch wat dichterbij gezet, kwestie van net iets gemakkelijker aan de olijven te kunnen die hier picture perfect bij zouden passen.

Ik heb de sofa vorige maand uitgetest in Milaan in de showroom van Linteloo. Vijf minuutjes. Zonder cocktail. Hij stond er vooral in de kleuren beige, grijs, crème en taupe.


In de reeks Picture Perfect? zoom ik deze zomer elke week  in op een nagelnieuw interieurbeeld. Gespot in een meubelcatalogus, op een website, een Instagram-pagina, een magazine of boek.  

In een andere reeks No Pictures Please, bundel ik deze zomer dan weer tekstverhalen over interieur en design, wonen en architectuur. Zonder één enkel beeld. 

No Pictures Please (2): Vastgoed Leeggoed

Leegstand in Vlaanderen is een probleem, maar ook een opportuniteit. Voor het eerst werden de mogelijkheden in kaart gebracht. Halfleeg of halfvol, het is een kwestie van perspectief.

 

Wow!”, dacht ik toen ik twee jaar geleden voorbij een prachtig, maar verlaten winkelpand stapte. ‘Pop-up te huur’ stond er op de gigantische ramen gekalkt. Lang verhaal kort : ik heb een jaar gewerkt vanuit een statig honderd jaar oud kantoor, mét marmeren schoorsteen. We probeerden er boeken te verkopen en op de eerste verdieping (via een elegante roodfluwelen trap) opende een vriend een kunstgalerie. Een jaar later trok ik er weer uit, de plek bleek te weinig winkelende passanten te hebben. Even later was ze opnieuw bezet, er zat een andere kunstgalerie. Maar sinds begin dit jaar zie ik het pand weer leegstaan. Een grote banner tegen de gevel kondigt al meer dan een jaar ‘nieuwbouwappartementen en serviceflats’ aan. Zonde, denk ik, telkens ik er voorbijfiets en er waarlijk niets lijkt te gebeuren met die prachtige ruimte. Zonde.

Het is niet de enige leegstaande winkel in Antwerpen. Of in Vlaanderen. Recente cijfers geven aan dat één op de tien winkelpanden leegstaat. Meer in de middelgrote dan in de kleinere of grote steden. Waarom? “Omdat er paradoxaal genoeg steeds meer winkels bijgebouwd worden”, verduidelijkt Gerard Zandbergen van Locatus, dat jaarlijks alle winkelleegstand opmeet. “Zolang dat blijft duren, zullen de hoge structurele cijfers blijven bestaan. Tel daarbij de stijging in onlineshoppen en -bankieren, en de structureel hoge cijfers zijn verklaard. Dat is niet goed voor de winkels die overblijven, en ook niet voor passanten en bewoners.”

Hij kent nochtans oplossingen. “Lier bijvoorbeeld doet aan kernafbakening. Ze reserveren een ‘koopzone’ waarbinnen alles in het teken staat van leveringsmogelijkheden, wandelzones, rustbanken etcetera. Eigenlijk niet eens een dure maatregel. Het is veeleer een positionering. Een boodschap voor winkeliers én consumenten: ‘Hier is het te doen, niet aan de rand of langs de steenwegen buiten de stad’.”

Winkelleegstand mag dan – door de glazen vitrines – het meest zichtbare structurele leegstandsprobleem zijn, ook woningen, bedrijfsruimten en kantoren staan soms ongezond lang leeg. Er bestaan wel boetes om leegstand tegen te gaan, subsidiëringen ook. Maar die leveren niet genoeg hergebruik van ruimte op. Vorige maand publiceerde het Departement Omgeving voor het eerst een rapport dat leegstand in kaart brengt op basis van diverse administraties en op basis van terreinobservaties. Wat blijkt ? Er staan 19.700 woningen leeg, 3000 ha bedrijfsoppervlakte en 5700 winkels. Dat moet minder worden, vindt de Vlaamse overheid, die een betonstop wil in 2040.

SLIMMER HERBESTEMMEN

Ondertussen zijn er in Vlaanderen ook steeds meer leegstandsbeheerders aan het werk. Die helpen eigenaars van gebouwen (zowel overheden als privé-eigenaars) aan tijdelijke bewoners. Sommige zijn gespecialiseerd in kantoren, andere in shops of ateliers voor creatieve beroepen. Door de huidige leegstand aan te pakken voor een aantal jaren, houden leegstandsbeheerders een buurt levendig, tonen ze het potentieel van ongebruikte gebouwen en laten ze bouwheren toe om ondertussen alle vergunningen te regelen. Maar uiteindelijk is het pas echt geen leegstand meer als een plek een definitieve toekomst krijgt.

In de leegstandswereld heet dat dan herbestemmen. Er zijn flink wat ontwikkelaars die aan herbestemming doen op indrukwekkende oude sites : brouwerijen, kloosters, abdijen, ziekenhuizen. De kritiek luidt dat dit niet altijd even democratische of kwaliteitsvolle invullingen oplevert. Er blijkt een nood aan alternatieven.

Toen de Oudaan, de politietoren van Antwerpen, vorig jaar te koop kwam, werd er met een ludiek bedoelde actie ‘Wij kopen samen den Oudaan’ op zoek gegaan naar mogelijke gebruikers die samen 10,5 miljoen euro wilden betalen voor de aankoop. Dat bleek ruim onvoldoende om het te winnen van de hoogste bieder : een vastgoedinvesteerder bood meer dan het dubbele. Maar er groeide uit de actie wel een platform dat precies dit soort gebouwen slimmer wil herbestemmen : het Open Promotor Platform of OPP. “Op dit moment zijn we een viertal sites aan het onderzoeken : interessante plekken die een goede herbestemming verdienen”, legt Peter de Groot, de financiële man van het platform, uit.

ANDERS FINANCIEREN

“Projectontwikkelaars nemen posities in door de aankoop van een terrein of gebouw om het op eigen risico te ontwikkelen en dan met winst te verkopen aan potentiële gebruikers of investeerders. Wij werken omgekeerd : wij gaan eerst in de buurt potentiële bewoners, handelaars en andere partners bevragen naar wat er nodig is, om dan pas het project samen met hen uit te werken”, legt de Groot uit. “We onderzoeken ook alternatieve financieringsmodellen zoals forward funding op basis van crowdfunding (waarbij je voorfinanciert en dus risico neemt) of crowdlending (waarbij je een deel van het benodigde kapitaal uitleent en hierop interest vergaart). We merken dat ook de traditionele banken met deze modellen beginnen te werken.”

DIY-herbestemmen is dus een piste, maar sommige steden treden al jaren zelf op als vastgoedmakelaars. Overheden kunnen op die manier een bepalende rol spelen in de kwaliteit van wat herbestemd wordt. Weer een persoonlijke anekdote : ik kocht ooit zélf van een stadsontwikkelingsbedrijf een nieuw casco-appartement. Het was een voormalige semi-industriële plek in een drukbevolkte en volgebouwde woonwijk. De gebouwen werden platgegooid, de gronden gesaneerd. Buren konden een tuin kopen en wat overbleef, daar werden zes woningen op gezet door jonge architecten. Voor een heel interessante prijs kochten wij er toen eentje. We moesten er minstens drie jaar blijven wonen, een regel om speculatie tegen te gaan. Het was een win-winsituatie. Ik woon er zelf niet meer (mijn lief van toen wel nog), maar het was een verdomd goede plek. En ondertussen zie ik in die wat moeilijke wijk meer en meer panden verkocht worden aan jonge gezinnen. In Gent werkt Sogent op een soortgelijke manier.

LINK MET ARCHITECTUUR

Leegstand leeft al een tijd in de internationale architectuurwereld. Enkele jaren geleden ging, op de gerenommeerde Architectuurbiënnale van Venetië, de Gouden Leeuw nog naar de aandacht die het Venezolaanse architectencollectief Urban-Think Tank en de Nederlandse fotograaf Iwan Baan gaven aan Torre David, een gekraakte wolkenkrabber in Caracas. Eind maart verscheen van uitgeverij Gestalten het boek Upgrade. Daarin worden meer dan vijftig Europese projecten uitgelicht van unieke renovaties, waarvan het gros jarenlang leegstond. Vijf projecten uit het boek bevinden zich in Vlaanderen.

Ook de link tussen erfgoed en hedendaagse architectuur wordt hier nu meer gelegd. Het Team Vlaamse Bouwmeester werkt samen met het Agentschap Onroerend Erfgoed. In januari nog werden zes interessante herbestemmingsprojecten geselecteerd, nu worden er via een Meesterproef architecten gezocht om met die projecten aan de slag te gaan. Open Monumentendag en de Dag van de Architectuur vallen dit najaar op dezelfde dag, op 10 september. Er zal een apart programma opgezet worden rond slimme en toekomstgerichte herbestemmingen.

Leegstandsuitdagingen voor de toekomst? Ziekenhuizen zullen de komende jaren leeg komen te staan, omdat grote campussen verhuizen naar buiten de stad. “En villa’s in de buitenwijken en op het platteland. Die zijn te groot, te moeilijk te isoleren en te duur voor jonge gezinnen”, legt Tania Rens van Prevenda uit. “De eerste projecten lopen nu in de Kempen en aan de kust: we nodigen artiesten uit om er in residentie in alle rust een tijd te komen werken, zoals we dat eerder in kastelen deden.” Wordt vervolgd.

Dit artikel verscheen in Knack Weekend van 26 april 2017. 

PS: Deze post is de tweede in een aantal No Pictures Please artikels die ik deze zomer online breng. Omdat design, wonen, architectuur en interieur over meer gaat dan mooie plaatjes. 

No Pictures Please (1): Li Edelkoort

Haar handen friemelden onafgebroken aan haar fluwelen kleed en ze sprak zacht. Ze had rode lipstick op, en schoenen met pompons. Toen Lidewij Edelkoort afgelopen winter een lezing gaf in Texture in Kortrijk, op uitnodiging van Biënnale Interieur, mocht ik haar een half uur spreken. Ik vind het heerlijk dat iemand met de naam “Edelkoort” zo van textiel houdt. Dit is wat ze onder meer vertelde: 

Hoe meer we virtueel zijn, hoe meer we nood hebben aan materiële dingen om ons heen. Als we alleen nog schermen voelen, verdwijnen onze vingers en krijgen we klauwtjes en onderontwikkelde hersenen. Baby’s komen al heel snel in aanraking met schermen. Veel wetenschappers zijn daar ongerust over. Omdat bepaalde linken in de hersenen niet gemaakt kunnen worden als je geen vormpjes vastneemt, geen teddybeertjes … Dan mist die baby essentiële informatie. Tactiel contact is nodig.

Het primitieve komt ook op andere manieren naar boven. Er is vernieuwde interesse in samenzijn, werken in teams, weg van het individualisme. Rituele vieringen ook. Ik was onlangs in Afrika waar dorpen dance battles aangaan. Uren en uren. Het is een manier om via het lichaam negatieve energie kwijt te raken. Wij zouden daar beter een voorbeeld aan nemen. Het is niet toevallig dat meer en meer mensen aan yoga doen en mediteren. Er zijn genoeg redenen om aan te nemen dat we ook als maatschappij primitiever worden, wat eigenlijk vooruitstrevend is. Het is noodzakelijk voor de toekomst van ons mens-zijn. En voor ons gevoel van belonging.

Ik ben ervan overtuigd dat we alleen maar de toekomst kunnen ingaan als we weten waar we vandaan komen. Anders bestaat die innovatie alleen maar voor de innovatie zelf en dan verlies je het noorden. Ik zie dat in de Verenigde Staten. Enkele honderden jaren geleden zijn velen daarheen geëmigreerd. Ze gaven hun relatie met het verleden op. Daarom zie je daar een stormloop op innovatie. In Europa weten we dat we van heel ver komen. Ik kijk graag naar archeologische stukken zoals eerste kledingstukken, werktuigen enz. Die tonen hoe de mens zich van in het begin kon ontwerpen. Dat geeft mij hoop op de verre toekomst. Het toont aan dat we als mens die intuïtie en die gave hebben om te creëren en vorm te geven.

Filosofen hebben het tegenwoordig over ‘new materialism’. Zoals je mensenrechten hebt en dierenrechten, zouden er ook materiaalrechten moeten bestaan, vinden ze. Omdat het materiaal zo kostbaar en levend is dat we er zuinig mee moeten omspringen. Dat soort visies wijst op een verandering in de maatschappij die teruggaat naar het begin van de menselijke cultuur. Materialen krijgen weer spirituele eigenschappen toegedicht. Respect tonen voor materiaal en er nieuwe vormen mee maken: dat hadden we niet verwacht voor de toekomst, maar het gaat gebeuren.

De losbandigheid van textiel krijgt weer waardering. Het idee van franjes en onregelmatigheden zal belangrijker worden. Minder en minder wordt materiaal gedwongen in een vorm. Het omgekeerde is waar: er wordt geluisterd naar het materiaal om de vorm te bepalen. Mode in 2017 is wild, hoor. Zo is er bont gemaakt van raffia of van cellofaan of lichtgewichtgarens. Er is een grote terugkeer naar textiel. Een van de grote tendensen van de toekomst is dat textiel het harde van de hightech gaat verzachten.

Ik ben uitgenodigd door Parsons (een designinstituut in New York) om een Master in Textile op te zetten. Ik ga werken met studenten uit verschillende disciplines : beeldende kunsten, design, architectuur, mode, toneel. Ons doel is om het midden te vinden tussen hightech en softcraft. Die twee disciplines werken eigenlijk aan eenzelfde utopische toekomst. We hebben het over weven van zonnecellen, computergarens, geluidsgarens. Over het maken van biotechnologische zijde, zonder dat daar een spin aan te pas komt. We hebben het over 3D-printen, over robotisering enzovoort.

Textiel is een interessant materiaal voor de toekomst. In Amerika wordt verwacht dat textiel de toekomst van het internet is. Tegelijkertijd zien we in Hudson Valley, rond New York, een revival van arts & crafts. Met garens direct van het schaap en de geit, geproduceerd net buiten de steden. Dat is ook een belangrijke tendens. Dus zullen er lessen zijn in borduren en quilten. Maar ook lessen over de antropologie van textiel, om te achterhalen wat de relatie is tussen mens en textiel. Als je iets leert over garens, dan leer je ook iets over het inkopen van vezels. Je maakt een collectie, een businessplan. Het wordt heel spannend en erg innovatief.

Lidewij Edelkoort (66) begon als styliste bij De Bijenkorf, en werd een van de bekendste trendwatchers. Time noemde haar een van de 25 invloedrijkste modemensen. Zij start volgend jaar een masteropleiding Textiel in New York.

Dit artikel verscheen op 5 april 2017 in Knack Weekend 

PS: Deze post is de eerste in een aantal No Pictures Please artikels die ik deze zomer online zal brengen. Omdat design, wonen, architectuur en interieur over meer gaat dan mooie plaatjes. 

 
 

Lentewoontrend (11): De interieurkleuren van nu

 

Aytm

Diep, rijk en voluptueus. De nieuwe kleurcombinaties voor in huis  zijn geïnspireerd op de natuur, art deco en het menselijke lichaam. 

Natuurlijk zijn er ook dit jaar “kleuren van het jaar” geselecteerd: jeansbroekblauw bijvoorbeeld. Of felgroen. Maar toch lijkt de tijd van dé kleur van het moment een beetje voorbij. Eerder dan dé kleur, zijn er grote kleurgroepen te zien van verfrissende kleurcombinaties. Drie grote regenbogen (zie kader) duiken op in de interieurs vandaag: enerzijds is alles wat met de natuur te maken heeft populair en kunnen groenen in zo wat alle tinten. Ook diepe art deco tinten die bovendien op erg grafische wijze toegepast worden en met messing, goud of andere metallic details gecombineerd worden. In die trend is ook de terugkeer van donkere interieurkleuren te kaderen. Meest verrassend is de subtiele huidskleur die onder verschillende namen opduikt en zowel met knalrood als met donkerbruin of beige gecombineerd wordt. Of geel. Anything goes. Regeltjes voor interieurkleuren, die bestaan nog amper.

 

En de accentmuur, waarbij een van de vier muren een opvallende kleur of patroon krijgt en de drie anderen discreter geschilderd worden, lijkt op dit moment minder populair. De kleuren worden de hele kamer rond gebruikt, of op andere manieren toegepast. “Er wordt wel meer met ‘accentvlakken’ gewerkt: strepen, blokken, cirkels, grafische vormen allerhande,” legt Isabelle De Ganck, Colour Manager bij verffabrikant Levis uit. “Een andere nieuwe hedendaagse techniek die de traditionele accentmuur vervangt, is het ombre-effect: twee kleuren op één muur die zacht in elkaar overvloeien.”

“Vermits accentmuren een beetje ‘uit’ raken, neemt het gebruik van behangpapier ook wat af. De enige reden om tegenwoordig nog behang te gebruiken is als die een structuur heeft. Variatie in texturen en materialen worden steeds belangrijker in een hedendaags interieur. Denk in raamdecoratie bijvoorbeeld ook aan de evolutie van strakke Japanse panelen naar lange, weelderige overgordijnen met grote hoeveelheden textiel,” verduidelijkt Isabelle De Ganck van Levis verder nog.

De opvallendste nieuwe trend is dat kleur niet alleen via gordijnen, tafelkleden, beddengoed, tapijten of accessoires het huis binnenkomt. Echt kleurrijke meubels zijn immers weer populair. Niet zozeer knalrood of Yves Klein blauw, maar meubels met diverse en schijnbaar bij elkaar gegooide kleuren. Meubelfabrikanten hebben daarvoor zelfs hun eigen kleurexperts. De Nederlandse ontwerpster Hella Jongerius bijvoorbeeld doet de job van kleurbepaler al jaren voor Vitra. Eerder dit jaar bracht ze haar boek “I dont’ have a favourite colour” uit. Dat het geen evidentie is, kleuren kiezen, weet ze maar al te goed. “De mogelijkheden zijn zo goed als oneindig. Je kunt er onzeker van worden. Die diversiteit overweldigt me nog altijd. Kleur is tenslotte een complex onderwerp: kleuren veranderen in de loop van de dag en zijn extreem moeilijk te reproduceren uit het geheugen. Ik heb maar één raad en overtuiging op dit punt: vertrouw voor kleuren op je intuïtie.”

Haar collega-ontwerpster Patricia Urquiola is dan weer art director bij het Italiaanse Cassina en haar hand en smaak is duidelijk te merken. Dat meubels best wel kleurrijk mogen zijn, benadrukt ze met haar nieuwe fauteuil Gender waarin ze roze, groen, blauw, beige, leder en stof moeiteloos combineert. “Het zijn tijden waarin alles in elkaar overloopt, toch?”. Toen Urquiola een hotel aan het Como meer aan het inrichten was (dat net opende) vroeg de klant haar naar het kleurschema “Niet nodig,” zou Urquiola gezegd hebben. “We gebruiken het blauw van het water, en het groen van de tuinen en het bos.” “Ik ben niet bang om kleur te gebruiken,” legt Urquiola uit. “Ik weet dat mijn kleurgebruik soms wat onconventioneel is. Kleur is een middel. Soms maakt kleur deel uit van de ziel van een project, maar soms niet. En dan kan het gebeuren dat ik kleurloos werk.” Zowel Jongerius als Urquiola zijn meesters in ongedwongen mix ’n match van kleuren en materialen en beïnvloeden met hun intuïtieve aanpak een hele generatie ontwerpers en fabrikanten.

Soberder en misschien net iets rationeler zijn dan weer de Franse broers en ontwerpers Bouroullec. Kleurexpert Hilde Francq is vol lof over de broers Bouroullec. “Ik schreef net een boek “Kleur verkoopt” ,dat eind mei verschijnt. Ik interviewde daarvoor de Bouroullecbroers. Ook zij kiezen nooit voor typische kleuren. Ze verleggen grenzen. Ze legden uit dat puur zwart, industrieel gefabriceerd, niet interessant is. Wel heel erg donker aubergine bijvoorbeeld, bijna zwart. Dat is harmonieuzer. Je ziet het niet, maar je voelt het wel.”

 

Trendkleur 1/ Nude

Montana

“Pink will be the new black heb ik drie jaar geleden voorspeld,” zegt Hilde Francq. “Op dat moment hebben weinigen dat geloofd. Roze is nu al aanwezig in flink wat interieurs, maar het wordt nog zachter. Nog witter. Dat nude is een niet-evidente kleur, maar eigenlijk combineert ze gemakkelijk: met donkerrood en bordeaux bijvoorbeeld, maar ook met geel. En met messing natuurlijk. Deze kleur blijft!”

Muller Van Severen voor Valerie Objects

“Zowel poederroze als oudroze en abricot (een zachter oranje) zijn grote hits bij ons,” klinkt het bij behangfabrikant Arte. De vrij klassieke fabrikant Durlet, gespecialiseerd in leder, koos resoluut voor zachtroze stof bij de voorstelling van een nieuwe bank van ontwerper Sylvain Willenz. “We vinden het interessant om de ‘ernstigere’ lederkleuren te mengen met enkele frissere en optimistische kleuren (in stof),” aldus zaakvoerder Anton Vanzieleghem. Tegelijkertijd tonen ze hun leder op een ander model zo puur als mogelijk. En zacht als een babyvel.

Durlet

Trend 2/ Art Deco

Arte

“De Scandinavische interieurmerken geven nog steeds de toon aan. Vrij nieuw is het Deense Aytm. Zij laten de typische Scandinavische stijl met lichte kleuren en hout achterwege en kiezen voor een gesofisticeerd, donker kleurenpalet met accenten in glas en metaal. De verfijnde objecten lijken wel een hedendaagse interpretatie van art deco,” aldus Hilde Francq. Art deco, de interieur- en architectuurtrend van zo’n 100 jaar oud was grafisch, felgekleurd, chic en elegant. Een beetje een mix ook van stijlen. Vooral het rijkelijke komt terug. “Door fluweel, maar ook door metallics en marmer in diepe kleuren bijvoorbeeld. Klassieke materialen die zekerheden bieden in onzekere tijden,” aldus Francq. Ook Muuto en Normann Copenhagen hebben nu metallics in de collectie. En Montana herlanceert een draadstaal rekje dat Verner Panton himself ooit in 1971 ontwierp voor hen.

Deltalight bij Roomin

“Metallic kleuren zoals goud en chroom tinten zijn onze nieuwste toevoegingen.” “Het zijn de kleuren van de oude meesters,” legt Saskia Vanderhaeghe, product manager bij Boss Paints, uit. “Het is een rijk en weelderig palet van groenen. De kleur van pauwenstaarten. Maar ook dieppaars, accenten van roze, lederkleuren, roestbruin, rood en geel koper, …….” Ook geometrische patronen uit de art deco komen duidelijk naar voor in behangpapier en in hometextiel en zelfs lampen, spiegels en andere interieuraccessoires.

Sabine Marcelis bij Victor Hunt


Trend 3/ Groen als de bomen

Boss Paints

Deze trend spreekt het meest voor zich: natuur in huis halen doen we op allerlei manieren: door veel hout te gebruiken, kurk, natuursteen en dus ook natuurtinten. Groene meubels zijn opvallend aanwezig, maar ook in de kleurpaletten van de verffabrikanten duikt de tint in alle verscheidenheid op: van het nog altijd populaire muntgroen tot moskleur en bijna blauw.

Brabantia

Tot natuurlijk echte natuur: grote kamerplanten en een boeket bloemen zijn de ultieme groenmakers in huis. Een boeket bloemen is meteen een goed experiment om te checken welke kleurcombinaties goed werken in een bepaalde ruimte.

Levis

Lentewoontrend (6): Ruitjes

Handgetekend, oldschool of zelfs in 3D: ruitjes zijn heerlijke motieven voor servies, behangpapier, tapijten of decoratieve objecten. Simpel en herkenbaar. Nostalgisch én geometrisch.

 

Habitat lanceert deze vier bamboo borden, 12 euro voor 4, www.habitat.co.uk

Homework behangpapier van Mini Moderns, in de Pale Verdigris kleur of simple grijs, 76 euro per rol, www.minimoderns.com

Colour Check: Fysiskt Prov (Nils Pedersen)

Ternslev tapijt van Ikea, 250cm op 250 cm, 1489 euro, www.ikea.be

Kunstenaar Terry Powell, ondertussen overleden, maakte graag kunstwerken uit kippengaas. Serax brengt ze nu opnieuw uit, in serie. Hier een opgesloten theepot, 118 euro, www.serax.com

Haard met tegels van D-tile.

Een deel van dit artikel verscheen eerder in Knack Weekend

Lentewoontrend (5): artistieke kleurvlakken

Ik zag daarnet dit beeld in de mannenspecial van Knack Weekend van deze week. Woontrends en modetrends durven al eens vlak bij elkaar te liggen.

Dries Van Noten SS17

Bijna abstracte kunst, een beetje camouflage en vooral veel kleur: de nieuwe kleurvlakken in huis zijn ietwat grillig, wild en onvoorspelbaar. Niet alleen of software als textiel, maar ook in hardware zoals servies. Spelen maar. De trendmeester hier? Het Franse label Moustache.

Canova, Constance Guisset voor Moustache
Happy bord, van Maarten Baas, Sergio Herman en Cor Unum, veel spannender dan de Sergio Herman servies bij Serax.
Clutch als minilandschap, bij House Doctor
Ferm Living
Habitat
Silkscreen tapijt van Les graphiquants, voor Moustache, 80 % zijde, 20 % wol

 

Zara Home
nog meer Moustache