Categorie archief: design

In the mood for … snow

Sneeuwrecord? Hopla.

Beter binnen blijven vandaag?

Flos lamp en Aytm magazinehouder, gespot op de Instagram van Bart Degryse, invoerder van designmerken.
Notes, een kast van Moggdesign, te koop bij Domus Plus in Roeselare.
schapenvel bij Juttu

Ik schreef dit najaar een klein artikel over schapenvellen in een dossier over landelijk wonen in Nest Magazine:

Game of Thrones fan of niet, een schapenvel werkt altijd. Bij Juttu hebben ze het jaar rond schapenvellen in de winkel liggen. Line Vanvoorden van Juttu kent de do’s en dont’s van het schapenvel in huis.

Do:

*gebruik het winter én zomer. Wol is immers isolerend. Warm op een koude vloer in de winter, verkoelend op een rotan tuinstoel in de zomer. Maar altijd dat extra laagje comfort.

* Als er wat knopen inzitten, kan je de wol borstelen met en klassieke haarborstel, wel een model met haar, dus geen met plastic nopjes op, die trekt de haren los.

* Klop het regelmatig uit met een mattenklopper of hang eens buiten.

* Kies een schaap dat qua kleur je interieur past.

* Sneeuwreinig eens: leg het op de wol-kant op de sneeuw en klop daarna de sneeuw uit. Proper.

Dont:

  • Maak het niet nat. Sommige vellen zijn speciaal behandeld zodat ze wél in de wasmachine kunnen, maar de regel is dus: niet wassen. Wordt een “normaal schapenvel” toch te nat, dan verstijft het. Dan kan je het misschien oliën om het weer wat soepel te maken.
  • Leg een vel van een donkerbruin of zwart schaap niet in de zon, het verkleurt snel.

 

Set, ijsbeertje slaapt, van Fransceso Bindaré voor Edra.
Fountain salontfael van Tokujin Yoshioka voor Glas Italia. Bevroren fontein weliswaar. Murano glas, gegoten, in vorm gebracht en daarna bewerkt met een beitel.
Hotaru Marker Light van Barber Osgerby, te koop in de nieuwe accessoirelijn van de Brusselse Marina Bautier.
Ultima Thule kan van Tapio Wirkkala voor Ittala, geïnspireerd door het ijs van Lapland, een ontwerp van 1968.

deze Ultima Thule collectie was ook opgenomen in de expo A Wild Thing, het verlengde van een boek van dr. Hilde Bouchez.

“Veel voorwerpen die we gebruiken zijn tam,” legde ze uit toen ik haar interviewde.   “Wanneer elke verwijzing naar de natuur of naar de mens die het gemaakt heeft verdwenen is, noem ik ze tam. Toch zijn er nog degelijk wilde dingen vindbaar: objecten die een intrinsieke kwaliteit uitstralen, niet bepaald door functie, noch door louter vorm, evenmin door een concept en al helemaal niet door een trend. Wat is het dan wel dat ervoor zorgt dat ene glas meer ‘aura’ heeft dan het andere, meer glans, meer passie, meer ‘mystieke allure’?”

Na drie jaar onderzoek aan KASK School of Arts rond fenomenologische kwaliteiten in design -zoals het dan filosofisch en academisch heet – bracht Hilde Bouchez nu het antwoord op die vraag in het boek Het Wilde Ding. Dat bestaat uit negen essays: over designgeschiedenis en consumeren, over sociaal design en nadruk op ecologie van een jonge generatie, maar ook over westerse kosmologie, over de ambachtsman, grondstoffen, over fluisterende viltsters in Kirgizië en ten slotte over l’orgasme permanent: het zoeken naar schoonheid en vreugde in het alledaagse. In het boek echter geen foto’s van objecten “precies omdat niet het beeld van een object, maar het echte wezenlijke object zelf zo belangrijk is,” aldus Bouchez.

 

Kussen van Pernille Folcarelli, bij Home Made Stories.
Ceramic Clocks van George Nelson, heruitgebracht door Vitra. Kijk ook even op de website, er staat een geweldig filmpje over hoe die gemaakt worden op de homepage.
Gefilterd licht, organische vormen… deze No1 van Gebrüder Thonet Vienna is ontworpen in 1850!

 

Wat je absoluut moet gezien hebben om mee te zijn met de woontrends voor 2018? Je vindt hier tot het einde van het jaar enkele moodboards. Hier deel 2 en  deel 1.

 

In the mood for … trompe l’oeil

Twee keer kijken helpt in het geval van deze beelden. Omdat het materiaal, de kleuren, de afbeeldingen zichzelf niet onmiddellijk prijsgeeft. Of omdat er wordt gespeeld met perspectieven, doorzichten en daglicht. Met aquareltechnieken en dégradé.

Een ondoordringbare jungle is gemaakt van marmer, roestig staal, bonkig keramiek, shiny plastics (really? in 2018?) , gekleurd glas, vintage leder en de nieuwe generatie neons. Hyper-polychroom.

 

 

Borden van Bensimon. Druk druk druk.
Macaron lampen in gekleurd glas met vuling van natuursteen van Brokis.
Kartell voor Laufen, badkamerspiegel in mandarijntjes-oranje .
Loveseat van Patricia Urquiola voor Moroso
Uit het boek The Island of the color blind van fotografe Sanne De Wilde. Zij maakte foto’s in Pingelap en Pohnpei, twee eilanden  in de Stille Oceaan. Daar is een hoog percentage van de inwoners kleurenblind. Een deel van haar foto’s maakte ze in zwart wit, een deel met infraroodcamera en een deel en liet ze met kleur bewerken  door kleurblinden. Het boek kwam uit bij Hannibal.
Marble Bench van Muller Van Severen, multigekleurd en nooit twee keer hetzelfde, uiteraard.
Wall clips van Henge
Uit in de lente van 2018: een nieuwe Wonderplants boek, bij Lannoo
Nicole Cota ontwierp het Drifter Hotel in New Orleans in de Verenigde Staen. Very contemporary.
Studio Morison bedacht dit paviljoen voor een 18e eeuwse tuin in Herefordshire in UK. Een giga-ananas.
Jan Plechac en Henry Wieblus bedachten deze Bump credenza kast voor La Chance

 

 

Fauteuil van Philippe Starck voor Cassina
cover van World of Interiors magazine, januari 2018.
en de cover van One Life van Sotheby’s.
En die van het decembernummer van Eigen Huis & Interieur 🙂
Le Refuge van Marc Ange, een Instagramhit van de afgelopen designweek in Milaan, is nu te zien in Design Miami, met toegevoegde spinnen deze keer, gespot bij Wallpaper.
S-chair van Tom Dixon voor Cappellini, in gelimiteerde uitgave van 99 stuks, met cover in “old-looking silver leather, obtained through a sophisticated production process. An idea taken from one of the most contemporary fashion trends.”
Tafelblad en spatwand van een nieuw gerecycleerd materiaal van Dekton. “Trillium bestaat uit een mix van vulkanische tinten in grijs, bruin en diep zwart, welke zijn geïnspireerd door de industriële uitstraling van geoxideerd staal, met als resultaat een roest-effect dat onverwacht glad aanvoelt.”
Ercole e Afrodite, van Driade. Spot de … euh… sixpack.
Dienblad van het Belgische Notre Monde, komt uit in januari 2018
Prada club, ook te zien op Design Miami begin september. “Set in a 1920’s film studio complex, formerly an ice factory, the installation is divided into an internal club space and an outdoor tropical garden, one being entirely monochromatic, the other hyper-polychromatic,” aldus hun Instagram-pagina.
Tip lamp, ook van Muuto, gefotografeerd door Tekla Evelina Severin.

Wat je absoluut moet gezien hebben om mee te zijn met de woontrends voor 2018? Je vindt hier tot het einde van het jaar enkele moodboards. Hier deel 1.

In the mood for … earth, wind & fire?

Wat je absoluut moet gezien hebben om mee te zijn met de woontrends voor 2018? Je vindt hier tot het einde van het jaar enkele moodboards.

( Met beelden en producten uit 2017 weliswaar. Eerlijk is eerlijk. )

Het eerste moodboard  is extra warm voor deze grijze dagen:  earth, wind & fire.

Vilten kussen, gemaakt in Nepal,  met geometrisch maar erg hip patroon uit de Luxury Nomad Capsulecollectie van M&Otto voor het Belgische lifestylemerk Flamant
Bordeaux Armada stoeltjes van Doshi Levien voor Moroso, met een tafeltje van Petite Friture, in een prachtige setting van Claude Cartier. Vel decor hier: veelhoeken op de tafel, zwart-wite  trapezia op de grond, hevige marmer  en subtiel geweven riet of rotan. tegen een achtergrond van bananenplantbehang Dieprood fluweel en-plus. Art-deco is on a roll again!
Connection een vaas uit cement van Seletti voor Moroso, 95 euro.
Omdat ze volgens mij gemakkelijk 2018 halen, deze kerstballen in leder van Dille & Kamille.
Red brown, noemt Ferm Living de nieuwe tint van deze lamp Hoop zelf. Bij de theepot passend, evidemment. de setting heeft iets primitiefs, maar dan wel met electriciteit. Contemporary Archeology is een van de trends die kleurexpert Hilde Francq vorige week nog aanhaalde op een High T trendsummit in Antwerpen. Primitieve objecten trekken ons intuïtief aan,” voorspelt ze. En bruin speelt daar een belangrijke rol in.

 

Sigve Knutson, een van de kunstenaars die trendwatcher Hilde Francq aanhaalde vorige week: “hij maakt hedendaagse maar primitieve objecten, de functie is niet meteen duidelijk, maar het spreekt aan,” sprak ze.
Heart wood, heet de kleur van 2018 van Levis, de onderste tint dus.
Tabula Rasa Style, dit beeld van Ikea Belgium van de Sinnerlig vazen in samenwerking met Hay.

 

 

 

Herfstwoontrend (4): I see faces

Over maskers. En handen.

Zijn het zo eenzame tijden dat we graag gezichten in huis hebben? Personages die deel uitmaken van ons leven, maar toch ook niet? Is het klassieke geschilderde portret stilaan vervangen door het een  variant in drie dimensies? In elk geval, ik zag veel gezichten de afgelopen weken. Op expo’s, maar ook in campagnebeelden van interkeurmerken. Mijn favorieten.

De maskers van Walter

Dé tentoonstelling van dit najaar is voor mij tot nu toe Powermask van modeontwerper Walter Van Beirendonck in het Wereldmuseum in Rotterdam. Inspirerend door de schitterende scenografie die hedendaagse kunst, mode en design samenbrengt met exotische, rituele en soms eeuwenoude maskers.  De expo loopt nog tot 7 januari, en er bestaat ook een al even inspirerend boek, mét de tentoonstellingsschetsen van Van Beirendonck.

Met open mond

Deze zomer kwam ik in Frankrijk deze vogelnestjes van de Brusselse artiest Eric Croes tegen. 

Ik bleef zijn werk volgen. Deze nieuwe geglazuurde vogelnestkastjes hieronder vind ik geweldig.

eric croes
eric croes

Schuursponsvrolijkheid

Designlabel Hay heeft niet alleen een reeks maskers om aan de muur te hangen, maar ook deze heerlijke schuursponsjes (vanaf 5 euro). Instant happiness toch?

Antimodernisme uit Denemarken

Werelberoemd in Denemarken, maar nu ook vlotter bij ons beschikbaar: het werk van Bjorn Wiinblad. Deze cache-pots bijvoorbeeld kenmerken ’s mans hyperdecoratieve stijl.

Handgemaakt

Ik zag personages à volonté in het atelier van Hilde Segers van Circaterra Céramique  in de Franse Pyreneeën. “Ik maak al lang schalen met personen, maar mensen blijven erdoor gefascineerd. Een ziel in huis, dat spreekt aan, zeggen ze.”

Hilde Segers, circaterra céramique

Ook hand gemaakt

Deze handen vormen een fruitschaal, van Harry Allen, te koop bij Domus Plus in Roeselare.

Domus PLus

Hands up

Dat ontwerper Jaime Hayon fan is van mannekes in zijn werk is geen nieuws, hij tekent ze overal op. Deze vaasjes voor BD Barcelona stralen zijn joie de vivre helemaal uit. Ik interviewde hem maar één keer, jaaaaaaaren geleden (11 jaar om precies te zijn) voor Knack Weekend en toen zei hij dit:

“Mijn rule number one is dat ik iets wil maken dat ik zelf graag zie. Ik kan niet liegen tegen mezelf. Ik zie ontwerpers die zeggen : “Onze taak is de industrie in stand te houden.” Zo denk ik dus niet : ik ben hier om gelukkig te zijn in wat ik doe. Niet om het probleem van anderen op te lossen. Ik wil kwaliteit en ik wil mijn dromen waarmaken. Mensen schreeuwen om nieuwe dingen, dingen die persoonlijkheid hebben en die een tijd meegaan.

Op uw 23ste werkte u al bij Fabrica, de creatieve communicatiedenktank van Benetton. U stond er vrij snel aan het hoofd van het departement design. Is dat geen contrast met…

(onderbreekt) Toen was ik mezelf niet. Ik leerde veel van fotograaf Oliviero Toscani. Hij heeft mijn derde oog geopend om dingen te zien. Maar ik verkoos om de positieve kant van het leven te zien. Hij toont de slechte realiteiten van de wereld. De gelukkigste en tegelijk de meest trieste dag van je leven, is de dag dat je beseft dat de wereld niet is zoals je dacht dat hij was. Dan krijg je een klap in je gezicht. En die klappen wil Toscani uitdelen. Maar ik wil mij niet in negativisme wentelen. (Brult in de cassetterecorder) : Ik wil vooral plezier hebben in wat ik doe.”

Hij zwoer toen nooit een Ikea-stoel te ontwerpen (wat hij tot dusver niet deed), en hij droomde luidop van een luxueuze rolstoel. (Ook voorzover ik weet nog niet gerealiseerd). Zijn vrolijkheid bleef.

Bd Barcelona

Novembre voor 1 november

Gufram (van de cactus) presenteerde deze limited edition versie van de schedelzetel Jolly Roger van Fabio November, een ode aan Mexico en diens traditie om op El Día de Los Muertos (1 november dus) de doden te eren. Handbeschilderd.

Gufram

Sculptuur achter de toog

Het was de mama van eigenaar en interieurarchitect Sam Peeters, Anny Dierckx, die dit sculptuur maakte dat in het gloednieuwe Antwerpse hotel Pilar achter de toog naar elke bezoeker kijkt.

Pilar
venus, van Fabio Novembre voor Driade

Guilty pleasure

Hierom vind ik Instagram en het wereldwijde web écht geweldig: er bestaat #iseefaces.

En ik volg @Shitgardens, ook een guilty pleasure.

Herfstbedenking

Over pepermolens en andere specerijen.

Ik moest twee keer kijken toen ik onderstaand beeld in mijn mailbox kreeg. Een hightech luidspreker van Sonos staat als een archeologische  vondst gepresenteerd tussen een reeks pepermolens. Wat hebben een luidspreker en pepermolens in hemelsnaam met elkaar te maken? (ja, ja  RHCP fans, ik hoor jullie)

Sonos luidspreker

Waarom? Waarom?  Waarom? Ik besloot niet te bellen naar Sonos, maar te proberen gissen waarom een art director deze setting koos. En ik kan wel enkele redenen opsommen.

Het pepermolenrek staat symbool voor allerlei zaken die op dit moment populair zijn in de interieursector:

  • Natuurlijke materialen? check (ook al lijkt het bij nader bekijken om ge-airbrushte molens te gaan, die misschien zelfs van karton kunnen zijn?)
  • Eenvoudige archetypische geometrische vormen in een soort van totem zoals de Memphis-stijl maar anders? check.
  • Link naar lekker eten? check.
  • Een verzameling curiositeiten gepresenteerd als in een wunderkammer? check.

Ik begon op pepermolens te letten. Op archeologische vondsten, typisch voor eerste beschavingen.  En ik vond ze zonder ver zoeken in hedendaagse interieurs en catalogi van populaire meubelmerken. Of wat dacht u van deze vijzel voor specerijen van het online merk Hem, geïnspireerd op een eeuwenoude molensteen en uit vier specifieke marmers uitgevoerd.

Pepermolen, maar dan anders, van Mark Braun voor Hem

Ook archetypisch is deze onderstaande vaas van het Franse merk Moustache, altijd goed voor een statement piece. De looks van terracotta, maar daar stopt het ook, want het gaat om geglazuurd keramiek. U krijgt zeven vazen voor de prijs van één (750 euro, wel). Hieronder gepresenteerd met een paar takken amarant, als ik Wikipedia mag geloven, een belangrijke voedingsbron voor zowel Inca’s als Azteken. En op dezelfde Wikipediapagina: een speciale soort van de amarant is ondertussen lekker bestand tegen glysofaat. Oersterk.

vaas van Jean-Baptise Fastrez voor Moustache

Onderstaande pepermolen van Ferm Living is “bruikbaar voor verschillende gedroogde kruiden”. Good to know.

Pepermolen van Ferm Living

Uiteraard blijven ook dé grote spelers niet achter: wie al eens graag een oerkruik in huis heeft, kan rekenen op Ikea. In de collectie Ypperlig ( een samenwerking met het Deense merk Hay die sinds enkele weken te koop is bij Ikea), vind je deze steengoedvazen, handbeschilderd bovendien.

De kruik van Hay en Ikea

Dé verklaring heb ik niet voor de populariteit van archetypische gebruiksvoorwerpen. Misschien is het een strategie van ons onderbewustzijn?  Dat kiest in overdaad aan voorwerpen voor wat het kent. Uit geschiedenisboeken, uit collectief verleden, uit de eerste beschavingen.

Misschien is het conflictvermijding? Ik geloof dat het in tijden van teveel ongevraagde meningen en ingewikkelde woonvormen slim kan lijken om voor een soort van grootste gemene deler te kiezen. Ikea onderzocht frustraties in huis en kwam tot de vaststelling dat bijna 1 op de 3 Belgen spullen van huisgenoten haat. “Rommel in huis is met ruime voorsprong de meest voorkomende frustratie. Toch vormt een gebrek aan opbergruimte niet het grootste probleem, maar wel of het om spullen van jezelf dan wel om die van huisgenoten gaat. Bijna 1 op de 3 Belgen haat het te moeten leven met bepaalde spullen van een huisgenoot (29%).” aldus het rapport.

Zijn deze eerder primitieve vormen dan gewoon veiligheid? Is het dan slim om te kiezen voor iets herkenbaar en universeel? Non-cultureel eerder dan multicultureel? Uit de vroegste beschavingen, toen de mens uit noodzaak gebruiksvoorwerpen bedacht. Toen peper nog peperduur was.  Genderneutraal bovendien?  Oef.

Of niet?  Eigenlijk is teveel generische witte producten design, hoe luxueus ook, eerder gevaarlijk. Vooral thuis. Want thuis, dat blijkt uit talloze onderzoeken, moet vooral de plek zijn waar je je veilig en geborgen moet voelen, of je huisgenoten dat nu leuk vinden of niet. Het begin van empathie en samenleven is dat.

Immers:  uit hetzelfde onderzoek van Ikea blijkt dat maar liefst de helft van de Belgen persoonlijke spullen verstopt voor huisgenoten, en dat vooral omdat ze denken dat de ander de waarde ervan niet kan inschatten (39%), omdat ze bang zijn dat huisgenoten het voorwerp kapot zullen maken (34%) of omdat ze zich ervoor schamen (32%). Die echte wunderkammer met objecten vol betekenis, denkt u daar even aan wanneer u aan het kerstshoppen gaat voor anderen?

 

 

Herfstwoontrend (3): Black Metal

We benoemden het eerder al aan: vettig is prettig.

Zachtroze, huidkleurig en elegant. Genderneutraal, halftransparant en melkachtig wit. Wolkjes, watjes en wol. Het is allemaal aanwezig in hedendaagse interieurbeelden. Maar… zoals elke fysica-leraar én elke yoga-juf weet: what goes up, must come down.

Ziehier de reactie op de roze wolk:   zwarte metalen en vettige en glanzende structuren. Alsof ze recht van de draaibank, de freesmachine of uit het olievat van de dichtstbijzijnde buurtgarage komen.  Geen steampunk of industrial chic. Of zelfs maar Game -of-Thrones. Gewoon: wat je ziet is wat je krijgt.  Niets meer, niets minder.  Want het leven, mijn beste, is geen eenhoorn-kamp.

Enkele voorbeelden:

Ikea Backig bordjes in zwart gerecycleerd glas
Ikea Backig
Keukenfrontjes van Norm Architecten voor  Reform CPH, zoals ik toegepast zag in de woning van Kelly en Arthur van Atelier Avondzon, de volledige reportage vind je deze maand in Feeling Wonen. Hier zie je  behandeld tombak (een legering van koper en zink). “Het mooie aan dat materiaal is dat het een gebruikspatine krijgt. Nu al zien we gouden gloed op de plekken waar we de keuken het meest aanraken.” 

Stelton viert de 40ste verjaardag van deze EM77 met een speciale black metal uitvoering
Freitag tassen en tasjes , gerecycleerde vrachtwagenhoezen, te koop bij Rewind Design in Antwerpen
Tom Dixon
Co.studio tekende deze dienbladen voor het RAS. XLBoom brengt ze nu in productie. Bestaat in messing, maar ik verkies dit speciaal zwart afgewerkte metaal.

 

Uit het archief: Unfold, interview uit 2012

Het duo Unfold is DESIGNER OF THE YEAR 2017. Waarom? Omdat ze vooruitlopen.  “Hun werk loopt vijf à tien jaar vooruit op de werkelijkheid”, kopt het ere-interview in Knack Weekend deze week.  Om dat te bewijzen: een interview uit 2012 in datzelfde Knack Weekend. Toen lag hun focus qua materiaal nog meer op keramiek dan nu. Maar het was wel hun basis. 3D-printen blijft hen uitdagen, daar bestaat geen twijfel over. Proficiat!

Porseleinprinters

De derde industriële revolutie is aangebroken, kopten magazines, kranten en websites enkele maanden geleden. Daarmee verwezen ze naar de opkomende alternatieven voor de klassieke industriële methoden, waarbij een fabriek identieke massaproducten aflevert. De alternatieven heten fablabs, 3D-printers en open source design. Ook in ons land is een jonge generatie designers met nieuwe productiemogelijkheden bezig. Unfold uit Antwerpen bijvoorbeeld, het bureau van Claire Warnier en Dries Verbruggen. Ze haalden als een van de vaandeldragers van de “nieuwe industriële revolutie” pas nog de voorpagina van de New York Times. Hun L’Artisan Electronique is een “pottenbakkersstudio in het digitale tijdperk met een virtuele pottenbakkersschijf en een keramiekprinter”. Concreet : door de handen voor een laser te bewegen, wijzig je een ronddraaiende 3D-tekening op een scherm voor je. Zodra je tevreden bent over het resultaat, druk je op de knop, waarna de printer met spuitkop laagje per laagje een vaasje of kopje van klei opbouwt. Unfold noemt het stratigraphic porcelain. Toen bij Knack Weekend een uitnodiging binnenviel om de keramiek- en glasfabrieken van Iittala (de oude industriëlen, zeg maar) te gaan bezoeken, leek het ons een goed idee om daar de jonge revolutionairen op af te sturen.

Hoe goed kent u het materiaal keramiek eigenlijk ?

Dries Verbruggen : Het is het oermateriaal, het eerste wat gebruikt werd om functionele objecten mee te maken. Het heeft een schijnbare eenvoud, maar toch is het een heel complex materiaal.

Complex ?

Claire, mijn vader en ik hebben een paar jaar avondschool keramiek gevolgd. Ik begreep nooit dat mensen hun leven konden wijden aan één materiaal, ik vond dat kneuterig, zeker keramiek. Maar toen zag ik dat het gewoon erg moeilijk is en erg veel ervaring vraagt om het goed toe te kunnen passen. Het is pure chemie.

Wat hebt u geleerd van die avondschool ?

De basis. L’Artisan Electronique hebben we alleen maar kunnen maken omdat we geen specialisten zijn. We kennen wat van klei, maar ook van de beginselen van elektronica, software en van 3D-tekenen. Als we met echte keramisten spreken over 3D-printen met klei, dan zeggen ze onmiddellijk dat het onmogelijk is. Vanuit hun praktische ervaring geven ze soms compleet nutteloze tips. Omdat we bij l’Artisan Electronique precies tegen alle logica en gewone methoden ingaan. Er zit een heel gat tussen keramiek als pottenbakken en keramiek als veelgebruikt technisch industrieel materiaal. Die kloof vinden wij zo interessant. Dat keramiek, met zijn historische en duurzame associaties, ook met nieuwe technieken gecombineerd kan worden.

Welke klei gebruikt u het liefst ?

Porselein, maar we zoeken constant. Als we productieklare objecten willen afleveren, hebben we iets anders nodig. Dat is niet zo simpel, we zijn al twee jaar bezig met porseleinrecepten. En dan stoot je op de onwaarschijnlijke kennis van mensen die er al hun hele leven mee bezig zijn. We zijn ook met keramiekfirma’s gaan praten, die vinden dat allemaal heel interessant, maar het zijn ook voor hen geen ideale tijden om te gaan experimenteren. We hebben bijvoorbeeld ook al tests gedaan voor het Architectural Association School of Architecture in Londen, om te zien of sommige ideeën toepasbaar zijn op betonstructuren.

L’Artisan Electronique heeft dus een rol in deze wereld ?

Ja, en daar zijn we blij om. We doen nu tests voor echte producten. We denken andersom : we maken eerst de machine en kijken dan waarvoor we die allemaal kunnen gebruiken. Ambachtsmensen moesten vroeger eerst hun tool kunnen maken vooraleer ze aan hun ambacht konden beginnen. Zwaardsmeden in Japan maakten hun eigen gereedschap, waardoor ze een andere stijl hadden dan hun collega. Digitale tools hebben die dimensie niet. Software wordt gemaakt door grote firma’s die natuurlijk op zoek gaan naar de grootste gemene deler. Het uitgangspunt van l’Artisan Electronique ging op dat probleem in : kunnen wij als klein ontwerpbureau een digitale tool maken die nuttig kan zijn, én toekomstgericht én persoonlijk ? Die analogie van de pottenbakkersschijf werkt wel. Er is in de klassieke ontwerpsoftware te weinig relatie tussen de acties die je doet met je handen en het resultaat. Er is qua handeling geen verschil tussen een gebouw ontwerpen en Facebook checken. Je klikt en je sleept met je muis en je doet maar.

Op de allereerste Designbiennale van Istanbul werden jullie gevraagd voor een tentoonstelling over veranderende machtsstructuren en ongewone productiemethoden. Jullie geloven erg in codesign waarbij consumenten hun goederen mee ontwerpen.

Ja, de keramiekprinter was daarop gebaseerd : mensen bedenken altijd dingen die je niet hebt bedacht als ontwerper. Als ontwerper leg je de grenzen en de esthetische stijl vast die zorgen dat het object zal functioneren, al de rest bepaalt de consument zelf. Je krijgt iets wat wij voor de helft hebben gedaan, de gebruiker zorgt voor de andere helft. Daar geloven wij in.

Hoe vonden jullie onze uitnodiging om naar Iittala in Finland te gaan ?

Ik was benieuwd. Ik had gedacht dat de productie vooral in het Oosten zou gebeuren en effectief wordt er in Thailand geproduceerd, maar ook in Helsinki. Daar zag ik een moderne fabriek, waarin geïnvesteerd is. Alle knowhow zit daar.

Bekijkt u als ontwerper zo’n fabriek op een specifieke manier ?

Ik ben geïnteresseerd in de rijke geschiedenis van zo’n merk, natuurlijk. We hoorden dat er bij een renovatie oude mallen gevonden waren, maar ze wisten nog niet wat ze ermee gingen doen. Dat intrigeert mij immens. Als je mij zou vragen wat ik het liefste zou ontwerpen voor Iittala, dan zou ik willen kijken naar wat er is aan structuren en geschiedenis en manieren van werken, eerder dan een nieuw kommetje te bedenken. Een object is het resultaat van een proces, en vooral dat proces interesseert ons : bedrijfsstructuren, tradities, copyrights,… Het dorp dat we de dag daarna bezochten bestaat volledig uit ontwerpers en glasblazers, daar voel je gewoon de chemie, maar toch vind ik dat Iittala daar te weinig mee doet.

Hoe zou u de bestaande collectie aanpakken ?

Die nieuwe reeks Sarjaton is ontstaan uit het idee dat mensen geen volledig servies meer kopen, maar dat ze moeten kunnen mixen en matchen, en telkens stukken kunnen bijkopen die erbij passen. Maar was het misschien ook niet interessant geweest om de hele Iittalacollectie te bekijken en waar nodig schakels te versterken, in plaats van toch nog een nieuwe lijn uit te denken ? Ik kreeg ter plekke een boek over hun jarenlange huisdesigner Kaj Frank. Een van zijn eerste opdrachten was precies een set samenstellen voor mensen met een lager inkomen. Hij had echt goede ideeën om dingen bij elkaar te doen passen. Er zit zoveel in de geschiedenis in dat bedrijf, het ligt er gewoon om te rapen.

U bracht hen zelfs een cadeau mee ? Een kopie van hun Aaltovaas ?

Ja, dat was het resultaat van een van onze recente projecten, onze Kiosk, een bakfiets met een 3D-printer in en een 3D-scanner. Het idee is dat we ermee naar exposities of winkels rijden en dan dingen kopiëren en ze voor de deur op straat verkopen. Het is een provocerend idee, we zijn niet voor of tegen kopiëren, we tonen gewoon hoe simpel het is. 3D-printers worden almaar goedkoper, wie weet kan iedereen zich over vijf jaar thuis eentje permitteren ? Muziek, film, foto’s, allemaal sectoren die al gedigitaliseerd zijn, nu is het de beurt aan echte objecten. Een paar maand geleden heeft Piratebay ook een afdeling toegevoegd voor fysieke goederen. Het ís er gewoon. Weinig ontwerpers en fabrikanten zijn daarmee bezig. Ze steken hun kop in het zand en zeggen dat de kwaliteit toch nog te laag is en zo. Dat zijn dingen die men ook over muziek- en filmkopies zei.

In de Kiosk hadden we dus van een glazen Aaltovaas een plastic kopie gemaakt. De 3D-tekening daarvoor hadden we gewoon online gevonden. Iedereen kan ze online vinden. Dat is de realiteit. Dus, dan zou Iittala toch beter dat model op hun eigen website gratis beschikbaar stellen ? Dan heb je het zelf in de hand hoever mensen ermee kunnen spelen bijvoorbeeld door de wanddikte aan te laten passen. Dan combineer je echt het ambachtelijke en het digitale. En heb je een marketingtool en websitebezoekers.

Kreeg u nog andere ideeën bij uw bezoek ?

Ik zag de arbeiders vazen blazen in een stalen mal. Vakmannen die perfect hun job kennen, maar aan de lopende band dezelfde perfecte vaas maken. Wat verderop zagen we een volledig geautomatiseerde robotarm ongeveer dezelfde handelingen uitvoeren. Daar werd snel aan voorbijgegaan, dat werd blijkbaar als iets negatiefs beschouwd, ‘mondgeblazen’ klinkt toch net wat romantischer. Maar ik ben net gefascineerd door machines en door de vraag hoe je een machine ook het recht kan geven op kleine onvolmaaktheden zoals een vakman ?

DOOR LEEN CREVE

ID UNFOLD

Als jonge designstudenten ontmoetten Claire Warnier en Dries Verbruggen elkaar in Eindhoven, aan de Design Academy. Exact tien jaar na hun afstuderen hebben ze niet alleen hun handen vol met twee jonge kinderen, maar ook met hun goed draaiende ontwerpstudio. Ze werkten onder meer al voor Jaga, Heineken, Nederlands Architectuur Instituut, Middelheim Museum en Unilever. Claire was een tijdlang curator in Z33 in Hasselt en Dries geeft les aan Sint Lukas in Brussel en aan de Design Academy.

Dit artikel verscheen in oktober 2012 in Knack Weekend. Op 26 oktober 2017 ontving het duo de prijs van DESIGNER OF THE YEAR. Lees het artikel met Unfold in Knack Weekend van deze week, door collega Thijs Demeulemeester,  hier. Er loopt nu een expo bij Bank Delen in Antwerpen. Die verhuist  op 27 oktober naar het Design museum Gent.

 

Interview : Rotor DC (2/2)

Wat? Deuren, lampen, of zelfs lavabo’s  uit het stadhuis van Antwerpen zijn te koop? Online dan nog wel. Als dat geen verhaal is voor de kleinkinderen weet ik het ook niet. Wie dat mee mogelijk maakt?  De schelmen van Rotor Deconstruction uit Anderlecht natuurlijk. Ik interviewde hen het afgelopen jaar al twee keer. Hieronder het meest recente interview, uit Knack Weekend in juni 2017. Dat voor Flanders DC in januari, toen ze de Henry Van de Velde Award Bedrijf 2016 mochten ontvangen,  vind je hier

Al twaalf jaar geven ze gebruikte bouwmaterialen een tweede leven. Miuccia Prada is fan, Rem Koolhaas ook. We zijn amper halfweg 2017 en ze kregen al een belangrijke designprijs, leverden een exporuimte af, begonnen les over afbraak te geven aan de Technische Universiteit van Delft en verhuisden naar een nieuw kantoor mét showroom. Kortom, Rotor draait goed.

Ontwerpcollectief Rotor geeft gebruikte bouwmaterialen een tweede leven

Maarten Gielen (links) en Lionel Devlieger tussen het stenen aanbod op het terrein van Rotor in Anderlecht. © Fred Debrock voor Knack Weekend

Wanneer bij de doop van hun nieuwe hoofdkwartier in Anderlecht de fles schuimwijn niet kapot spat tegen de gevel, haalt Maarten Gielen een aansteker boven, brandt het touwtje door, schudt de fles en spuit de bubbels op de gevel. “Zo, wie wil er een glas?” Even nuchter en praktisch als op dit feestelijke moment, voert hij samen met Lionel Devlieger sinds 2005 het ontwerpcollectief Rotor aan. Terwijl er wordt geklonken, herhaalt hij hun hoofdbekommernis. “Zeshonderdduizend ton bouwmaterialen wordt jaarlijks als afval uit Brussel afgevoerd. Achthonderdduizend ton bouwmaterialen wordt ingevoerd. Zou het niet beter zijn om die bouwmaterialen in Brussel te hergebruiken?” En meteen voegt hij er – alweer nuchter – aan toe: “Onze bijdrage is bescheiden: wij halen voorlopig 0,1%. Maar we zorgen voor toegevoegde waarde: we werken met lokale leveranciers, aannemers, transporteurs… Hergebruik werkbaar maken is het verhaal van de kip en het ei. Architecten en ontwerpers die met tweedehandsmaterialen willen werken kunnen dat alleen maar als er een dienstverlening is. Die dienstverlening, wij dan, kan alleen maar overleven als er ook klanten zijn.” Vroeger overleefde Rotor op onderzoekswerk rond hergebruik van industriële bouwmaterialen, daarna bouwden ze artistieke presentaties van gebruikte materialen en nog later werden ze een echt demontagebedrijf. Nu breken ze voornamelijk kantoren af, inventariseren slim, stockeren en verkopen door aan ontwerpers en architecten. Of ze bouwen er zelf interieurs mee.

Showroom in Anderlecht met stalen glas uit de Val Saint Lambertfabriek. Op de achtergrond: toonzaalmeubelen uit kledingwinkels.

Showroom in Anderlecht met stalen glas uit de Val Saint Lambertfabriek. Op de achtergrond: toonzaalmeubelen uit kledingwinkels. © FRED DEBROCK voor Knack Weekend

“Wij werken niet met afval”, verduidelijkt Maarten Gielen bij een rondleiding door hun nieuwe plek. “Wij zijn het afval voor: wij hergebruiken de componenten zoals ze zijn. We gaan ze niet versmelten of vermalen. Wat goed is, moet je als dusdanig kunnen gebruiken : een tegel, een wand, een plafond… We maken hoogstens schoon en herverpakken. Kijk, twee à drie keer per week krijgen wij de sleutel van een gebouw. Alles wat wij er niet uithalen gaat naar de sloop en de afvalberg. Maar we zijn realistisch. Wij weten dat een architect en aannemer een serieuze verantwoordelijkheid nemen en dus betrouwbare materialen willen.”

NÉT NIEUW

Hun team van zo’n twintig ontwerpers, architecten, arbeiders en ingenieurs is opgesplitst in twee bedrijven: Rotor zelf, dat het onderzoekswerk levert en Rotor DC. “Wij zijn drie in één”, vertelt Lionel Devlieger: “Architect, die de waarde en de bruikbaarheid van de materialen inschat op een af te breken werf. Tezelfdertijd aannemer, die weet hoe de demontage praktisch kan verlopen zonder dat er bijvoorbeeld schroeven kwijtraken. En ten slotte ook verhuizer.” In Anderlecht zit iedereen samen op één plek. “Handig, onze ontwerpers kunnen letterlijk komen shoppen in de showroom en het depot”, lacht Lionel.

De klanten zijn divers: schattenjagers die helemaal wild worden van bijvoorbeeld een jarenvijftigtegel van Lucien Engels. “Veel handelaars zijn actief in rustieke materialen zoals parket, marmer of schouwen, of meer industriële materialen zoals baksteen en stoer metalen fabrieksmeubilair. Maar wij houden het veeleer modernistisch”, vindt Maarten Gielen. Een tweede groep klanten bestaat uit architecten en ontwerpers die unieke, goedkope of ecologische interieuroplossingen zoeken, zoals binnenwanden, brandwerende deuren, wastafels, plafonds of tegels. “Daar telt prijs én ecologie mee.” Een opvallend nevenprojectje is Ditto: gereinigde klinken, scharnieren, schroeven en moeren, die in twee gewone doe-het-zelfzaken netjes verpakt naast de nieuwe onderdelen te koop liggen.

De week na de opening starten Lionel Devlieger en Maarten Gielen met doceren aan de Technische Universiteit van Delft. “Hoe tof is het om aan architecten, opbouwers per definitie, eens les te geven over afbraak!”

rotordb.org en rotordc.com

Showroom in Anderlecht met stalen glas uit de Val Saint Lambertfabriek. Op de achtergrond: toonzaalmeubelen uit kledingwinkels.

Showroom in Anderlecht met stalen glas uit de Val Saint Lambertfabriek. Op de achtergrond: toonzaalmeubelen uit kledingwinkels. © FRED DEBROCK voor Knack Weekend

PROJECTEN IN 2017

1. Tegels, Gent en Anderlecht

“Tegels houden ons al een tijdje bezig. Een van de eerste projecten waar door ons gerecupereerde tegels gebruikt werden, was in 2015, door Doorzon Interieurarchitecten in de winkel Moor & Moor in Gent. Onlangs ontmantelden we interieurs uit een universiteitsgebouw in Luik. Duizenden vierkante meters keramische tegels lagen er, per kamer telkens volgens een ander patroon geschikt. In de winkel hebben de architecten die tegelpatronen speels gecombineerd. Die tegels uit Luik hebben we volgens een zelf ontwikkelde methode gereinigd. Ze zijn in perfecte staat en kunnen voor een zeer redelijke prijs worden verkocht. We stelden dat reinigingsproces deze winter voor op de expo Manufactuur in Z33 in Hasselt. We ontvingen net een economische beurs om uit te zoeken hoe we dat semiautomatisch kunnen doen. Een van de hangars hier zal daarvoor gebruikt worden.”

TEGELS, Gent en Anderlecht

TEGELS, Genk, Hasselt en Anderlecht © Z33

2. Mad, Brussel

“We ontwierpen samen met architecten V+ het nieuwe MAD, een grondige transformatie van drie panden. Hier geen recuperatiematerialen, alles is nieuw en wit. We kozen wel voor materialen die aan iedere oppervlakte een aparte textuur en karakter geven, want wit is nooit gewoon wit. We staken er ook knipogen in naar typische materialen van openbare ruimten. De zwarte Pirellivloer, zoals in Brusselse metrostations, vind je hier bijvoorbeeld in het lichtgrijs.”

MAD, Brussel

MAD, Brussel

3. Bar Rural, Parijs

“Zelf zijn we helemaal wild van gelijmde, gelamineerde spanten van 25 of 30 meter lang die gebruikt worden voor de structuur van sporthallen en zo. Die maken wij bij de afbraak handelbaar door ze te verzagen in de lengte, maar ook in de breedte. Je kunt er zoveel mee doen. Ontwerper Lionel Jadot heeft er in een bar in Parijs een soort Flintstones-achtige tafels van gemaakt. Dat kunnen wij nooit verzinnen. Wij maakten er zelf een eettafel van voor onze kantoorkeuken. De oneffenheden vulden we op met op maat gefreesd inox. Lionel Jadot komt geregeld materialen bij ons kopen, ook bijvoorbeeld voor ijssalon Gaston of voor Cohabs in Brussel.”

BAR RURAL, Parijs

BAR RURAL, Parijs © ISABELLE KANAKO

Interview : Rotor DC (1/2)

Consistentie en gezond verstand. Zie daar het geheim van Rotor. Sinds 2005 concentreert dit Brusselse collectief zich op één zaak: het hergebruik van hoofdzakelijk bouwmaterialen. Vanuit elke hoek bekijken ze de zaak: theoretisch en esthetisch, maar ook politiek en cultureel. En vooral: praktisch.

In zijn werkbroek begroet Maarten Gielen mij. “Ik kom recht van een werf”. Samen met Tristan Boniver, Michaël Ghyoot en Lionel Devlieger richtte hij in 2005 het collectief Rotor op. Eerst doken ze in de industriële afvalbakken van Brusselse fabrieken en maakten er een database van zodat ook anderen al dat bruikbaar materiaal konden vinden. Ze ontdekten dat er ook schoonheid te vinden was en gebruikten mooi afval om hun boodschap “waarom weggooien wat eigenlijk perfect bruikbaar is?” kracht bij te zetten op tentoonstellingen in Duitsland en op de Architectuur Biennale van Venetië. Ze charmeerden niet alleen Miuccia Prada die hen uitnodigde om iets te doen met haar stock catwalks, maar ook Rem Koolhaas die hen inviteerde om door het archief van zijn bureau OMA te gaan. Ze werden curator van de Architectuur Triennale in Oslo en publiceerden een kritisch boek over duurzaamheid. Ze leverden studierapporten af, richtten gebouwen in en werden als adviseur ingeschakeld door overheden en bedrijven. Ze richtten de website opalis.be op waar aannemers en architecten een adressenlijst vinden met herbruikbaar bouwmateriaal. Bedachten nog een zeer toegankelijke expo in Luik n.a.v. de laatste designbiënnale Reciprocity. En zo’n twee jaar geleden lanceerden ze Rotor Deconstruction: een, zeg maar, afvalverwerkend bedrijf. Het verklaart de werkbroek van Maarten. En het verklaart waarom Rotor ondertussen 20 mensen in dienst heeft: de helft architecten, onderzoekers en ontwerpers, de andere helft arbeiders. En soms wordt de ene onderzoeker, en de andere arbeider.

In 2013 werd Rotor gecontacteerd door een groot kantoorvastgoedbedrijf dat jaarlijks enorme oppervlakten verbouwt. Het bedrijf wilde weten of Rotor iets kon doen met de materialen die vrijkwamen. Maarten Gielen: “We maakten een inventaris van wat er in die gebouwen zat en begonnen mogelijke bestemmingen te zoeken. Omdat het bedrijf wilde dat wij budgetneutraal werkten, onderzochten we welke materialen genoeg waarde hadden om hun eigen demontage te financieren. Het waren er flink wat, zo bleek. Dat model hebben we behouden in Rotor Deconstruction. In het begin hadden we geen depot, en vervoerden we zaken rechtstreeks van afbraak- naar opbouwwerf. Nu hebben we een hybride model. Een groot deel van wat we verzetten passeert niet meer langs de depot. Dat is in volume en gewicht zeker het grootste deel. Het heeft geen zin om betondallen twee keer te verhuizen. Dan worden ze te duur. Maar aan de meest waardevolle stukken kan je waarde toevoegen door ze aan de juiste mens op het juiste moment in de juiste omstandigheden te verkopen.”

Ontmanteling van het BNP Paribas Fortis hoofdkantoor Brussel - Foto RotorOntmanteling van het BNP Paribas Fortis hoofdkantoor Brussel – © Rotor
Restauratie van het gebouw voor Civiele Bouwkunde (Val Benoits Spl) - Foto: Olivier BeartRestauratie van het gebouw voor Civiele Bouwkunde (Val Benoits Spl) – © Olivier Beart

 

LEGO

Rotor Deconstruction is bijna hoofdzakelijk in kantoren aan het werk en dat is logisch, vindt Maarten: “In Brussel is de standaardpraktijk voor de betere kantoorgebouwen op het einde van een huurcontract meestal zo dat je de kantoorruimtes opnieuw casco achterlaat. Dat levert een enorme turnover aan materialen op. Ondertussen werken we ook voor de vijf grootste concurrenten van dat eerste vastgoedkantoor. Omdat het systeem werkt.”

Maarten vergelijkt een modern kantoorgebouw met een grote Lego. Er wordt aan systeembouw gedaan: een deur of muur wordt honderd keer herhaald. “Veel materialen zijn ontworpen om verplaatsbaar te zijn en moeten meerdere keren ingezet kunnen worden. Een droom voor hergebruik, want daarmee kunnen architecten meteen aan de slag. Maar door het ontbreken van een markt voor die materialen loopt het meestal systematisch fout.” “Omdat de operatoren ontbreken,” vult Lionel Devlieger aan. “De aannemerswereld is gericht op het leveren en plaatsen van materialen. Aannemers die enkel de verplaatsing doen van werf naar werf bestaan niet.” Rotor doet dit wel. “Het probleem is dat je drie types vaardigheden nodig hebt,” duidt Maarten nog. “Enerzijds een architect die de waarde en de bruikbaarheid van een component inschat. Anderzijds de aannemer die weet hoe de demontage praktisch kan verlopen en wat hiervan de kostprijs is. En tenslotte ook de expertise van een verhuisfirma. Veel schade aan materialen gebeurt nadat ze verwijderd zijn uit de gebouwen. Wat is bijvoorbeeld de juiste manier om een grote hoeveelheid glazen platen te vervoeren? Daar kruipt heel wat denkwerk in. Er is dus de verhuisfirma, de aannemer en de architect, maar er zijn weinig bedrijven die de kennis van de drie samen combineren. Dit is onze metier. Wij nemen zo’n zes à zeven keer per week een inventaris van een gebouw. Voor ons is het nuttig om daarvoor dan een app te ontwikkelen die dat sneller en efficiënter doet. Daarin worden foto’s, afmetingen en opbouwinstructies opgeladen, krijgt alles een barcode en kan het vertrekken. Andere aannemers of architectenbureaus ontwikkelen dat niet voor één werf.”

Veel concurrentie heeft Rotor niet. Enkel voor de meer rustieke en nobele bouwmaterialen is die er wel. Parket, marmer of schouwen bijvoorbeeld worden gebracht naar handelaars die hierin gespecialiseerd zijn.

Het magazijn in Vilvoorde (detail) - Foto RotorHet magazijn in Vilvoorde (detail) – © Rotor
Uit de sloop geredde deuren - Foto RotorUit de sloop geredde deuren – © Rotor

 

KLINKEN IN PLASTIC ZAKJE

Afbreken is één, maar opbouwen en klanten vinden is de andere kant van het Rotor Deconstruction verhaal.

“Enerzijds heb je te maken met bijna antiek, heel klein in volume, maar heel hoog in waarde, zoals lampjes van Jules Wabbes, kapstokken, chique kantoormeubilair… Dat verkopen we via onze eigen website, of soms zelfs via veilinghuizen. Anderzijds heb je grote volumes van materialen met een eerder lage waarde. Zo voeren we gebruikte plankenvloeren van de Muntschouwburg af naar een winkel met ecologische bouwmaterialen. Daar staan ze in de rekken tussen andere werfplaten en worden ze door aannemers gekocht om ramen tijdelijk af te sluiten, een vloer te beschermen of als bekisting voor een betonnen balkje of zo. Klein beslag zoals klinken van deuren en kastjes poetsen we op, steken we in een plastic zakje en daar plakken we een barcode op. Die hangen hier in Brussel in materialenwinkels naast nieuwe producten, aan een iets betere prijs. Een product is ook een hele dienstverlening. Als je dertig kilometer moet omrijden voor een klink, dan doe je het niet, maar als je de keuze zo dichtbij hebt, dan werkt dat wel. Er zijn uiteenlopende motiveringen bij klanten. Soms is het puur economisch, maar even goed kan een ecologische overtuiging de doorslag geven, of de erfgoed- of culturele waarde.”

Ditto, een kwaliteitslabel van Rotor voor uit de sloop gered beslag - Foto RotorDitto, een kwaliteitslabel van Rotor voor uit de sloop gered beslag – © Rotor
Ditto, een kwaliteitslabel van Rotor voor uit de sloop gered beslag - Foto RotorDitto, een kwaliteitslabel van Rotor voor uit de sloop gered beslag – © Rotor

 

DESIGN&BUILD

“Wij blijven een ontwerpbureau en vinden ook dat aspect erg belangrijk. We bouwden bijvoorbeeld de Parodi boekenwinkel in Brussel met materiaal uit verschillende gebouwen in Brussel en Gent. En in 2018 zullen we de nieuwe kantoren van de Sociale huisvestingsmaatschappij De Zonnige Kempen inrichten. Opmerkelijk is dat we werken volgens het design&build principe: we zijn én ontwerper én bouwer, een veelbelovend principe in de context van hergebruik. Binnen het geijkte stramien van een overheidsopdracht bijvoorbeeld wordt eerst een ontwerper aangesteld, die materialen kiest en een bestek opmaakt. Vervolgens maken meerdere aannemers een offerte en wordt de meest voordelige gekozen. Wij vinden het echter veel interessanter om ontwerp én bouw in één offerte te laten meedingen. Voor kantoorgebouwen zouden we dan kunnen zeggen: dat materiaal hebben we, we kennen een aannemer die met dat materiaal kan werken en wij stellen een inrichting voor. Dan krijg je de beste prijs/kwaliteit verhouding.”

Dat een simpele prijsvraag soms volstaat, merkte Rotor toen UGent hen vroeg om mee na te denken over een nieuwe bestemming voor de boekenrekken uit de Boekentoren die door Robbrecht & Daem gerenoveerd wordt. “In de eerste plaats vroegen ze of we niet geïnteresseerd waren in een deel van de rekken. Maar die rekken werden samen met het gebouw geplaatst. Het is zelfs zo dat het ritme van de kolommen van het gebouw aangepast is aan de standaardmaten van die rekken en niet andersom. Het probleem was dat die rekken voor de verbouwing moesten verwijderd worden. Een klassieke aannemer zou serieus doorrekenen om de rekken te demonteren, te stockeren en weer aan te leveren, precies omdat hij niet meteen een oplossing weet. In de eerste besparingsronde wordt dan logischerwijze afgezien van deze piste en worden er gewoon nieuwe besteld. Wij stelden voor om een aparte prijsvraag te maken voor de rekken. Onze prijs van zorgvuldige ontmanteling, inventarisatie, demontage, stockage en montage werd vergeleken met een offerte voor nieuwe rekken. En wat bleek? De bestaande rekken hergebruiken was concurrentieel tegenover de aankoop van nieuwe rekken. Een deel van de recentere boekenrekken uit de toren zijn wel verkocht en in heel wat woonkamers terecht gekomen.

Een heel ander soort erfgoed kwam Rotor tegen in Wallonië. Maarten: “In Luik hebben we een universiteitsgebouw ontmanteld waar duizenden vierkante meters keramische tegels lagen, per kamer telkens volgens een ander patroon geschikt. Een derde kon gered worden. Dat zijn we nu aan het reinigen volgens een eigen ontwikkelde methode. De tegels zijn in perfecte staat en kunnen aan een heel redelijke prijs worden verkocht.

En dan wil Lionel het toch nog even hebben over een van de belangrijkste argumenten voor hergebruik van bouwmaterialen: de embodied energy. “Die tegels werden in de jaren dertig geproduceerd bij Cerabel (Henegouwen), in ovens met extreem hoge temperaturen waarbij veel CO2 is vrijgekomen. Voor ons dragen die tegels CO2 in zich. Wanneer wij die tegels hergebruiken, sparen wij al die CO2 uit die niet meer opnieuw vrijgemaakt moet worden voor een nieuwe vloer. Die tegels zijn nog perfect en lang niet afgeschreven, ook al zou een econoom dat natuurlijk wél al lang zo omschreven hebben.”

Dit interview verscheen naar aanleiding van de  Henry Van de Velde Award die Rotor DC kreeg in 2016. Lees hier een interview van een half jaar later in Knack Weekend.

 

Herfstwoontrend (2) : Calder achterna

Een oogvijs in het plafond draaien, en er iets aanhangen, er bestaat amper een simpelere manier om een ruimte aan te kleden (los van gordijnen dan). Sculpturale mobiles à la Calder zijn ongelooflijk populair dezer dagen. Als lampen, als kamerplanthouder, of gewoon als mobile. Meestal simpel zwart, maar soms ook in felle kleuren. Evenwichtsoefeningen in huis, de ideale metafoor voor het eeuwige zoeken naar de work-life balance?

 

Atelier Haussmann
Artemide
Cappellini
DePadova
Hay, zelfdovende kandelaar.
Michael Anastassiades voor Flos, volgend jaar in productie
Multiplex, ooit ontworpen door Charles en Ray Eames, nu in productie bij Vitra.
Lambert & Fils in de vitrine van Conran shop in Parijs, voor de Paris Design Week die deze week plaatsheeft