Picture Perfect (3): La Piscine

Les extrement se touchent. De ronde rivierkeien op de bodem van een ondiep poeltje buiten zijn de perfecte tegenhanger voor het pluizige grijze tapijt onder een eveneens doorschijnend oppervlak van de salontafel binnen. Doordat de vloer van de zithoek onder het waterniveau ligt, en enkele verschillende stroompjes als watervallen van nog hoger komen, is de waterbeleving helemaal compleet. Ook omdat het raamkader zo subtiel werd gehouden. De bijna rabarberachtige bladeren van de Gunnera plant, en de subtielere Waldstenia en de witte duizendknoop geven meteen verrassend veel variatie vlak bij het raam. Beter dan televisie, zelfs als het regent is er wat te beleven op die paar vierkante meter voor het raam. Een ondiep (30cm hier) rechthoekig vijvertje zoals dit wordt spiegelvijver genoemd. Dat fungeert zoals de naam doet vermoeden als weerspiegelaar: van de wolken of blauwe lucht. Van de bovenstaande planten, of eventueel van de architectuur. Allemaal afhankelijk van uw eigen perspectief en van de lichtinval.

Niet diep heeft voor- en nadelen: de aanleg is goedkoper en het nodige volume water en bijhorende filterinstallatie moeten dus niet de zwaarste zijn. Aandachtspunt is echter meteen wél de zuivering: omdat het niet diep is, warmt het water snel op en koelt het snel af, extremere temperatuurschommelingen die ideaal zijn voor algen. En die willen de meeste mensen dan weer liever niet, ook al omdat ze het spiegelend beeld verstoren. Het water wordt in dit badje van Biopool gefilterd door een externe filter die aangestuurd wordt vanuit de kelder onder het terras (waar eveneens een garage is), waardoor er in dit geval amper onderhoud nodig is. De watervalletjes komen vanuit een witgelakt aluminium element dat meteen ook dienst doet als plantenbak én zitbank achteraan. De tuin is aangelegd door Tuinonderneming Monbaliu en tuinarchitect Francis Broos.

Info: www.biopool.be 

Dit artikel staat flink ingekort in Feeling Wonen / Gael Maison & Eigen Huis & Interieur van deze maand, nu in de winkels.

In de reeks Picture Perfect? zoom ik deze zomer  in op een nagelnieuw interieurbeeld. Gespot in een meubelcatalogus, op een website, een Instagram-pagina, een magazine of boek.

In een andere reeks No Pictures Please, bundel ik  dan weer tekstverhalen over interieur en design, wonen en architectuur. Zonder één enkel beeld.

No Pictures Please (5): Millennial Pink blijft

De eenhoorn, zeepbellen, regenbogen en bloemenkransen. Wie uit de eerste flowerpowergeneratie had kunnen voorspellen dat ze zo hip zouden zijn bij tieners dezer dagen? En wie had tien jaar geleden durven te beweren dat meubelmerken en masse roze sofa’s op de markt zouden brengen? “Roze is het nieuwe zwart”, verklaart kleurexpert en trendwatcher Hilde Francq al jaren. “De kleur is niet langer kinderlijk. Roze is volwassen geworden.”

Hoe is dat zo gekomen?

“Door de kredietcrisis. Harde tijden zijn immers de ideale voedingsbodem voor roze. Uit onderzoek blijkt dat mensen in de Verenigde Staten en Europa die kleur associëren met gevoeligheid, tederheid, zachtheid, zoetheid en de kindertijd. Exact waar ze nood aan hebben in tijden van crisis.”

Waar kwam dat roze eerst voor?

“Niet in de mode, maar in de interieursector. Het Nederlandse ontwerpduo Scholten en Baijingslanceerde pastelkleuren, en ook de Bouroullec-broers pikten het snel op. Ze gebruikten naar eigen zeggen ‘een verschrikkelijke rode daad samen met een verschrikkelijke witte draad’ voor een soort gebreide stoel voor Vitra, die dus roze uitviel. De Scandinavische meubelmerken volgden snel. Pas daarna was het aan de mode: Raf Simons bij Jil Sander in 2012, en snel ook merken zoals Cos. En vervolgens ging de rest overstag. Nu is het gemeengoed. Zelfs haren worden vlotjes roze geverfd. Niemand kijkt ervan op.”

Is het roze ondertussen veranderd?

 

“Absoluut. Eerst was het inderdaad pastelroze met rood en wit erin. Daarna, en daar zitten we middenin, volgde huidskleur. Die valt te verklaren door de gezondheidshype en verwijst naar de aandacht voor het menselijke pure lichaam. Huidskleur is de kleur van een aanraking, van een knuffel. Iets waar we, in deze tijden van schermen en sociale media, blijkbaar naar snakken. Kleur hangt samen met de vormen. Zo zijn meubels minder hoekig dan vijf jaar gelden: ze hebben meer rondingen, als een menselijk lichaam.”

Hoe combineert een mens die verschillende tinten roze?

“Ik vind het geweldig met Yves Klein elektrisch blauw. Het wordt ook vaak met geel gecombineerd, met wit, of met messing, natuurlijk.”

Welk roze komt eraan in 2018?

“Perzikroze. Bijna oranje dus. Het hangt samen met de opgang van het feminisme, en met de aandacht voor nuchterheid en eenvoud. Geen enkele kleur is zo flatterend als roze, voor alle huidtypen bovendien. Zoals gezonde blozende wangen.”

Kleur verkoopt, Hilde Francq, uitgeverij Lannoo Campus, 34,99 euro.

Dit artikel verscheen in Knack Weekend van 28 juni 2017

In de serie No Pictures Please, bundel ik deze zomer dan weer tekstverhalen over interieur en design, wonen en architectuur. Zonder één enkel beeld.

In een andere reeks Picture Perfect? zoom ik deze zomer in op een nagelnieuw interieurbeeld. Gespot in een meubelcatalogus, op een website, een Instagram-pagina, een magazine of boek.

Picture Perfect (2): de doorzichtige plant

 

Ik hou van mannen met een baard. Ik hou ook van mooie armen. En van planten! Toch maakt dit beeld mij niet blij.

Ik leerde Paper Collective kennen in de Antwerpse winkel Espoo, van Dries en Mies. Zij verkopen al jaren de posters met bergen, landschappen en dennenappels op. Die kosten tussen de 20 en 50 euro en er zijn er meestal maximum 500 van gemaakt. En 10 % van de sales van die prints gaat naar een goed doel naar keuze van de artiest. Mooie prenten. Die perfect passen in de wat een vriendin onlangs omschreef als “natuurhistorischmuseum-stijl-interieur” .

Als kind van mijn tijd ben ik fan van oldfashion botanische tekeningen. Ik heb er zelfs een op mijn lijf laten tatoeëren. Ik schreef er eerder zelfs een artikel over voor Nest. Over de botanische tekeningen, niet over de tattoo.

Maar dus, Paper Collective  werkt al een poosje samen  met Moebe, een eveneens Deens merk dat dan weer in zijn collectie Frame als bestseller heeft: twee plexiglaasjes die met een elastiek samen te houden én op te hangen zijn. Simpel en verkrijgbaar vanaf een dikke twintig euro. Leeg. De twee merken vulden elkaar aan op beurzen en in catalogi: de ene de kader, de andere de prent. Hopla.  En ze kwamen in dezelfde winkels terecht.

Begin deze maand lanceerden beide merken een samenwerking die  hierboven zo elegant wordt getoond door een Scandinaaf (tiens, dat woord komt meer in het meervoud dan in het enkelvoud voor, blijkbaar). Samen met Norm Architects brengen ze zeven verschillende transparante prints uit van planten, “speciaal gecreëerd voor de Moebe-Frames”. (De prints zullen  zullen in standaard A5, A4 en A3 uitkomen).

© Moebe / Rasmus Rønne Studio

De foto’s zijn een verlengde van de serie Sabi Leaves die Norm architects eerder in zwart-wit en op papier presenteerden bij Paper Collective. Daarover bestaat dit korte promotekstje:

Jonas Bjerre-Poulsen of Norm Architects uses a rewording of a passage from Wabi Sabi for Artists, Designers, Poets and Philosophers to explain the idea behind the new print:

“The Sabi Leaves photos are inspired by the gathering of botanic samples and classic botanic illustration. Playing with an element of decay, the Sabi Leaves also become iconic expressions of time frozen. They are visibly vulnerable to the effect of weathering and have recorded the sun, wind, rain, heat and cold in a language of discoloring, rust, tarnish, stain, warping, shrinking, shriveling and cracking. Their nicks, chips, bruises, scars, dents, peeling and other forms of attrition are a testament to their history. Through the transparency of print and frame the leaves get a unique sense of multi-dimensionality rarely achieved in printed products.“

Door de foto’s nu niet op een dikke witte poster, maar op een transparant vel te stoppen maken de drie bedrijven het nog gemakkelijker voor de consument om instant dat groene gevoel binnen te halen. What’s not to like? Dit is een kamerplant zonder vervelend gedoe. Zonder water te moeten geven. Zonder bladeren die afvallen.

Maar ook zonder groei. Zonder bloei. Zonder schaduwen, verkleuringen, plekjes en plagen. Zonder echt verval.  Dit zijn  met andere woorden planten die nooit veranderen. Die netjes aan het nageltje blijven hangen. Proper afwasbaarmet een microvezeldoekje  bovendien. Het is dat ze er zelf over waren begonnen, maar dat heeft toch helemaal niets te maken hebben met het toelaten van vergankelijkheid en imperfectie?  Meer anti-wabi sabi bestaat toch niet?  En trouwens:  waarom dan niet gewoon een koppel (gedroogde) bladeren of bloemen tussen dat plexiglas klemmen in plaats van 39,95 euro voor een transparante technisch hoogstaande print?  Waarom moeten zelfs kamerplanten, die amper natuurlijk meer zijn, nog meer getemd worden? Waarom blijft er in vele woningen enkel een zielig dun velletje over? Een ingekaderd schelleke plastic natuur?

Ik moet denken aan boomsoorten die blijkbaar te gevaarlijk dik kunnen groeien om naast autowegen te mogen geplant worden. En aan verdriet om gekapte of bijna gekapte stadsbomen.

 


In de reeks Picture Perfect? zoom ik deze zomer  in op een nagelnieuw interieurbeeld. Gespot in een meubelcatalogus, op een website, een Instagram-pagina, een magazine of boek.  Hier de eerste.

Uit het archief : Carolyn Steel

 Gisteren hoorde ik een hedendaagse held: Carolyn Steel, architect en auteur van het boek “De hongerige stad”. Ik hoorde haar niet voor het eerst. Ik mocht haar vijf jaar geleden interviewen. Even enthousiast als toen vertelde ze gisteren over hoe de manier waarop we met ons voedsel omgaan eigenlijk bepaalt hoe we met elkaar en met de planeet omgaan.

Ze kwam supporteren bij de lancering van ’t Dak van Pakt, een samentuin op drie pakhuizen, goed voor 1800 m2 kruiden, fruitbomen en groenten en 200m2 serre. Daarover binnenkort in Knack Weekend meer.

Hoe belangrijk (stads)landbouw dezer dagen is, werd bovendien bevestigd deze ochtend, toen Landgenoten, een coöperatieve aankoper van landbouwgronden de prijs voor Radicale Vernieuwer kreeg van zowel de jury als het Publiek.

Positief duurzaam nieuws vandaag, het mag ook eens.

Hieronder mijn interview van vijf jaar geleden met Carolyn Steel. Ze is bezig aan een nieuw boek, vertelde ze gisteren.

STEDEN ZIJN MEER DAN HUN ARCHITECTUUR. Om architectuur te bestuderen, moet je ervan wegkijken. Ik heb de indruk dat aan het traditionele vakgebied iets ontbreekt, namelijk het leven zelf: net datgene waaraan architectuur dienstbaar zou moeten zijn. Ik wilde de verborgen kant van stedelijkheid, haar relatie met het platteland en met de natuur onderzoeken. Hoe zou het zijn, vroeg ik mij af, als je zou proberen om een stad te beschrijven aan de hand van voedsel ? Dat leidde tot mijn boek De hongerige stad.

OVER VOEDSEL NADENKEN, IS OVER HET LEVEN NADENKEN. We hebben voedsel nodig. Het verbindt ons met elkaar en de natuur en het beïnvloedt ons in bijna elk aspect van ons leven. Sinds het boek kijk ik op een andere manier naar de wereld. Als ik een landschap zie, bedenk ik in hoeverre het aangepast is om ons van eten te voorzien. Als ik door een stad wandel, vraag ik mij af waar men- sen hun maaltijden vinden. Waar zijn de markten, waar zijn de winkels ? Koken ze thuis ? Gaan ze uit eten ? Ik kijk wat bestelwagens leveren, of mensen er gezond uitzien.

HET IS TEGELIJK GEMAKKELIJKER EN MOEILIJKER GEWORDEN DAN VROEGER OM ONS- ZELF TE VOEDEN. Technologieën van nu maken de oogsten efficiënter. Tegelijkertijd verbranden we tien calorieën voor elke calorie die we in het Westen produceren. Dat heeft toch geen zin. Bovendien zijn we met zeven miljard. We moeten ons in de toekomst concentreren op het beheer van grondstoffen. Er zijn er genoeg, maar alleen als we ze eerlijk verdelen, ze behoorlijk waarderen, voorzichtig produceren en stoppen met verspillen.

WESTERLINGEN GAVEN NOOIT EERDER IN DE GESCHIEDENIS ZO WEINIG GELD UIT AAN VOEDSEL ALS NU. Britten besteden slechts tien procent van hun inkomen aan eten, terwijl dat der- tig jaar geleden nog dertig procent was. Dat komt omdat we de echte kosten van het goedkope industriële voedsel op een andere manier betalen : grondstoffen worden opgebruikt en er is veel vervuiling, maar we worden ook geconfronteerd met gezondheidsproblemen als obesitas, kanker en hartziekten. Die kosten zijn immens voor de maatschappij en zullen een steeds grotere rol spelen. In de vorm van een vettaks, bijvoorbeeld. Ik stel het begrip sitopia voor, wat inhoudt dat bij het ontwerp van een stad rekening wordt gehouden met haar voedselproductie en -consumptie.

ZEG MIJ WAT JE EET EN IK ZAL ZEGGEN WIE JE BENT. Die zin werd voor het eerst gepopulariseerd door Anthelme Brillat-Savarin, wellicht de bekendste culinaire filosoof. Ik ben het met hem eens dat voedsel zowel plezier brengt als ons leven vormt. Ik blijf ook onder de indruk van de boer- dichter Wendell Berry, die erg goed schrijft over de relatie tussen voedsel, natuur en leven.

HOE KUNNEN WE EEN GOED LEVEN LEIDEN? DIE VRAAG WAS NIET ANDERS VOOR DE OUDE GRIEKEN DAN VOOR ONS NU. Maar zij zagen het gemakkelijker, omdat ze minder afgeleid werden. Epicurus zegt dat we het leven niet kennen, maar dat we het ook niet kunnen vermijden, dus kunnen we er evengoed plezier aan beleven. Maar met mate, anders verspillen we dat plezier. Een eenvoudige boodschap, die wel tot in de kern van de moderne dilemma’s gaat. We moeten leren ge- nieten van het leven op zich, een nieuwe balans zoeken en focussen op wat dicht bij ons staat.

IEDEREEN HEEFT RECHT OP ETEN, DAT STAAT IN DE UNIVERSELE VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS. Dat moeten we serieus nemen. Er zijn nieuwe wetten nodig, met strak- kere planningen, nieuwe belastingen en internationale overeenkomsten. De jongste jaren zien we overal ter wereld initiatieven in de goede richting, zoals jullie voedselteams en groententassen.

Carolyn Steel is architecte in Londen bij Kilburn Nightingale Architects en (gast)professor in Cambridge, Wageningen en de London Metropolitan University. Ze was de eerste studio director van het Citiesprogramma van de London School of Economics and Political Science. Vorig jaar verscheen haar boek ‘De hongerige stad’ in het Nederlands, bij het Nederlands Architectuurinstituut. Ze blogt regelmatig op www.hungrycitybook.co.uk.

Dit artikel verscheen in Augustus 2012 in Knack Weekend