Picture Perfect (1) : De mosterdgele sofa

 

Sebastian Herkner sofa voor Linteloo © Sigurd Kranendonk

Mosterdgeel. Er valt  op deze foto van een nieuwe sofa van de Nederlandse fabrikant Linteloo niet naast kijken. De kleur van een broodje hotdog, maar ook van een chique cocktailjurk met bijhorende handschoenen. In sé redelijk retro, en toch doet deze sofa behoorlijk contemporain aan. Hoe dan?

Dankzij zijn onderkant.

Modulaire sofa’s zijn sinds jaar en dag opgebouwd zoals een veredelde Duplo-set. Met een aantal basisvormen kunt u dan “helemaal uw eigen sofa samen stellen”. Ik neem er de technische fiche bij. Dit bijvoorbeeld is een 2,5 seater 1 arm left   (de fabrikant zit niet zelf in de zetel als hij linker of rechterkant bepaalt)  vastgeklikt aan een longchair right. En hop, een hoeksofa is geboren. Er bestaat ook een versie die minder diep is (undeep, heet dat dan officieel). Nu moet u weten dat er bij sofa’s van deze hoogte (430 mm om precies te zijn)  meestal wordt gekozen uit twee pistes: ofwel staan de modules handig op  slim gepositioneerde pootjes, meestal zo onzichtbaar mogelijk. Ofwel is de onderkant opgebouwd uit comfortabele kubussen.

Hier in deze foto (scroll gerust even naar boven) krijgt u visueel het beste van twee werelden. De onderkant is helemaal open wanneer u er voor staat, en gesloten voor wie van achter of opzij kijkt.  Een extreem dun frame in vooraanzicht, maar stoer in zij- en achteraanzicht. Ideaal voor Instagram.

De onderkant is bovendien zoals een boxspringbed bekleed met stof. Een klassieke grijze tweed.   En ook dat is niet toevallig. Dat levendige grijze textiel doet -althans visueel- denken aan beton en dat materiaal is en blijft immens populair. In simpel “natuur” versie of in de massa gekleurd. Vooral accessoires worden dikwijls uit beton gemaakt. Ook terrazzo (ooit een goedkoop cementmengsel met stukjes marmer of andere steenoverschot) is extreem populair in hedendaagse woningen en op Instagram (#terrazzo maar eens: 98 245 posts op dit moment) . Niet alleen als bouwmateriaal, maar ook als lampen. En zelfs compleet fake als print op behang, tote-bag of zelfs telefoon- en laptopcovers. Wie wil er nu met een terrazzo-tegel tegen het oor rondlopen? Bon, ik wijk af.

Een sofa, die moet er best wat comfortabel uitzien en dat wordt hier benadrukt met over de leuning geplooide kussens. Het idee van  die plooikussens werd populair sinds Vico Magistretti zijn Maralunga bedacht in de jaren zeventig, waarbij die leuning rechtopstaand of liggend kan toegepast worden.

Een rond tapijt uit glansfluweel brengt wat luxe én nonchalance in het verder vrij eenvoudige, Japans aandoende huis.  De immergroene bamboe aan het raam en diens perfect vallende schaduw brengt de natuur naar binnen, een populaire wens anno 2017. Maar de getrapte salontafel (ook een ontwerp van de Duitser Sebastian Herkner, die de sofa tekende) had ik in dit beeld toch wat dichterbij gezet, kwestie van net iets gemakkelijker aan de olijven te kunnen die hier picture perfect bij zouden passen.

Ik heb de sofa vorige maand uitgetest in Milaan in de showroom van Linteloo. Vijf minuutjes. Zonder cocktail. Hij stond er vooral in de kleuren beige, grijs, crème en taupe.


In de reeks Picture Perfect? zoom ik deze zomer elke week  in op een nagelnieuw interieurbeeld. Gespot in een meubelcatalogus, op een website, een Instagram-pagina, een magazine of boek.  

In een andere reeks No Pictures Please, bundel ik deze zomer dan weer tekstverhalen over interieur en design, wonen en architectuur. Zonder één enkel beeld. 

No Pictures Please (4): Wifi in de kapel

Waarschuwing: dit is een boekbespreking. Over een boek over architectuur. Zonder prentjes bovendien. Maar wel over tijdsreizen. Ha!

Vandaag 10 mei werd het programma voor het gloednieuwe Festival van de Architectuur voorgesteld.  Herbestemmen is een van de speerpunten van dat festival.

Architecten zijn tijdsreizigers. Het heden bepaalt hun werk door bijvoorbeeld huidige wetgevingen en technische mogelijkheden. De toekomst moet architecten bezighouden, willen ze het gebouw zo lang mogelijk laten gebruiken. En het verleden? Dat is de context waarin architecten werken: het landschap of de bewoonde kern waarin hun gebouwen zich een plek zullen toe-eigenen.

In een nieuw boek van uitgeverij Gestalten kreeg dat tijdreizen de hoofdrol: onder de titel Upgrade worden 52 vrij spectaculaire Europese renovatieprojecten getoond. Van een Zwitserse ruïne tot een cementfabriek in Spanje, van een modernistische Italiaanse woning tot een Gentse rijwoning: allen werden verbouwd tot hedendaagse en toekomstgerichte woningen of werkplekken. Sommigen te midden de stad, anderen op desolate plekken aan de kust, in de bergen of aan een meer. Vooral visueel indrukwekkende projecten werden voor het boek geselecteerd: woningen waar nieuw en oud naadloos in elkaar overgaan of net spannend clashen.

Soms zijn er – in postzegelformaat – ook foto’s toegevoegd van voor de verbouwing, wat extra verhelderend kan zijn. Wat blijft en wat gaat? Is de vraag die de architecten en bouwheren in élke renovatie moeten stellen. Alleen is het antwoord in de projecten in dit boek nét iets extremer dan een slim geplaatste poutrel of steunbalk in een doordeweekse rijwoning. Extra troef: er zijn ook zes Belgische en vijf Nederlandse projecten in het boek opgenomen. Experts Graux en Baeyens uit België en Zecc uit Nederland komen met elk drie projecten ruim aan bod.

Dat het niet gemakkelijk is om bijvoorbeeld isolatie rond een ruïne te voorzien kunt u zich voorstellen. Om nog van leidingen, verlichting of wifi te spreken. Het is geen toeval dat op de cover van dit boek een muurlamp te zien is van Jean Prouvé die met een draad aan een stopcontact in de vernieuwde grond zit. Improviseren hoort bij renoveren. Vandaar dat de kracht van dit boek, naast de mooie plaatjes, ook in de sterke adhoc oplossingen ligt. Hoe multifunctionele opvouwmeubels in rood meranti-multiplex in een door B-ild architecten gerenoveerde bunker in Vuren op ruimte én warmte brengen bijvoorbeeld. Of, ook dicht bij huis, drie compleet andere manieren om licht binnen te halen in oude schuren: Maxwan architecten haalt een lichtstraat in het dak in Geldermalsen; architecten de vylder vinck taillieu snijden een spie uit een Vlaamse schuur; en architect Bart Lens kiest voor een lang smal raam met onzichtbaar kader in Pepingen. In elk geval: ideeën genoeg in dit boek, ook voor wie niet net een verlaten ruïne op een klif op de kop heeft getikt.

Upgrade, Home Extensions, Alterations and Refurbishment, Gestalten,

€ 39.90, ISBN: 978-3-89955-699-5. www.gestalten.com

Dit artikel verscheen in het Aprilnummer van Feeling Wonen / Gael Maison (en français dus)  en Eigen Huis & Interieur. 

No Pictures Please (3): De kwestie van de melkfles

Afval bestaat niet meer, anno 2017. Meer dan ooit zijn er mogelijkheden om afval gericht af te danken of te vermijden, om te recycleren en te hergebruiken. Maar wat doe ik met mijn lege melkfles?

Zondigen. Dat doe ik om de twee weken. Door een kleine vuilniszak buiten te zetten met daarin al mijn huishoudelijk afval. In één zak! Ik hoor drie verschillende vuilniszakken in huis te heb- ben, een glasbak én een kartonnen doos voor papier. Die twee laatste, dat lukt nog net, maar pmd en groenafval apart houden doe ik niet. Omdat ik in een klein appartement woon en geen plaats heb voor al die verschillende zakken. Ik doe er weken over om een pmd- of gft-zak gevuld te krijgen. Dus voel ik me altijd even heel slecht op woensdagavond, als ik dat ene zakje met al eens een melkfles en wat aardappelschillen aan de deur zet.

DESIGN HELPT HET KLIMAAT

Dat stemmetje dat dan “schande!” roept, heb ik op- gelopen in de jaren tachtig. als kind werd het er bij ons ingehamerd: sorteren kan je leren! Met over het algemeen een goed resultaat. In België zijn we kam- pioen in recycleren. Gemiddeld 70 procent van ons afval wordt gerecycleerd. Daarmee staan we aan de top in Europa.

Ik weet dat het moet. Ik weet ook waarom. Ik heb godbetert zelfs ooit Michael Braungart ontmoet. De Duitse chemicus is samen met William McDonough de grondlegger van het cradle-to-cradleprincipe. Dat benadrukt dat grondstoffen op het einde van een levenscyclus niet het stort op moeten, maar opnieuw gebruikt moeten worden, voor nieuwe producten.

“We zijn niet met te veel op aarde, we zijn gewoon te stom”, vertelde Braungart mij een kleine tien jaar geleden. “De opwarming van de aarde is geen ethische kwestie. Het is een praktische designkwestie. Door producten op een andere manier te ontwerpen, kunnen we de problemen oplossen. Door ze te bedenken in een biologische of een technologische kringloop.”

UNIVERSELE RECHTEN VAN MATERIALEN

Ondertussen is Braungarts principe van ecodesign goed verspreid in de industrie. Zijn theorie is de voedingsbodem voor de theorie van die nieuwe afval- goeroe van het moment: architect Thomas Rau. Rau pleit voor services: koop geen lamp, maar koop een soort abonnement om je huis te verlichten. Fabrikanten zullen er dan alle voordeel bij hebben om duurzaam te werken, op alle vlakken. Dan nemen zij de oude peertjes gewoon mee als ze kapot zijn, en ge- bruiken ze de onderdelen opnieuw. Makes sense.

Rau werkt aan circulaire verlichting, circulaire interieurs, kleding, witgoed. en ook aan materialenpaspoorten voor gebouwen en producten. Dat is een samenvatting en telling van alle specifieke materialen die gebruikt zijn. en hij gaat zelfs nog een stap verder: hij pleit voor de universele rechten van materialen, naar analogie met de universele rechten van de mens. Hij wil materialen niet alleen een identiteit geven, maar ook rechten. Zou ik mijn anonieme waardevolle melkfles minder snel richting verbrandingsoven sturen als die een paspoort en rechten heeft?

ETEN HERVERDELEN
Zelf probeer ik de afvalberg kleiner te maken door het gros van mijn huishoudspullen en meubels in de kringwinkels of op rommelmarkten te kopen. (een gemiddelde Vlaming koopt 5 kg aan in kringwinkels (2015), meestal textiel, meubels en huisraad. Het doel is om tegen 2022 naar 7 kg te gaan.) Ik laat mijn fiets nog liever voor 90 euro repareren dan dat ik een nieuwe koop. Ik supporter voor mijn ouders, die fervente vrijwilligers zijn in het lokale Repair Café. Ik ga met een eigen boodschappentas naar de winkel, met mijn menu in de achterzak. Ik maak meestal genoeg voor twee dagen. Ik heb daartoe maar een mini-koelkastje nodig en ik gooi amper eten weg.

Dat laatste is niet onbelangrijk. eetbaar voedsel ver- dwijnt immers nog te vaak in de vuilniszak. “16 à 17 kilogram per Vlaming in 2015 om precies te zijn, dat als ‘vermijdbaar voedselafval’ wordt geklasseerd”, aldus Jan Verheyen van de Ovam. langs Vlaamse kant is er de website voedselverlies.be, die tips en informatie bundelt. langs Waalse kant is er het Plan reGal, dat met 17 acties tegen 2025 dertig procent van de verspilling wil terugdringen op alle echelons van de voedselketen. Onlangs nog werden in Vlaanderen de eerste Food Waste awards uitgereikt. Viel bijvoorbeeld in de prijzen: Rekub, een organisatie die pop- uprestaurants opent met voedseloverschotten.

STRAFFEN EN BELONEN

De overheid doet haar best om afval aan te pakken. er zijn twee strategieën om gedrag aan te passen, dat weet elke ouder: straffen of belonen. Het eerste gebeurt al het langst: verbieden en taxeren. restafvalzakken zijn duurder dan vuilniszakken voor gesorteerd afval. Plastic zakjes worden gebannen in winkels in Wallonië sinds december 2016. In Vlaanderen klinkt de roep naar zo’n ban ook steeds luider. kleine, belangrijke stappen.

anderzijds, en dat is een meer belonende strategie, helpt de overheid ons om “minder stom” te zijn, zoals Braungart het noemt. Ik breng mijn lege batterijen, inktpatronen, elektronische toestellen en olie zonder probleem naar de winkels waar ik ze kocht, bijvoor- beeld. Omdat ik er toch moet zijn. en omdat die win- kels daartoe verplicht werden. Hoe belangrijk nabij- heid is bij afvalverwerking, wordt steeds duidelijker. er worden experimenten uitgevoerd en onderzoek ver- richt, ook bij ons. “Supermarkten produceren een aanzienlijke hoeveelheid afval en nemen veel stedelij- ke ruimte in beslag. Ze bieden de uitgelezen kans om afvalverwerking te koppelen aan ruimtelijke innovatie”, vinden Carmen Van Maercke en Caterina Rosso. Zij zijn de curatoren van de expo ‘een nieuwe kijk op afval’, die nog tot juni loopt in de Singel in Antwerpen.

POP-UPCONTAINERPARK

Mijn glas gooi ik in de glascontainer naast de ingang van de supermarkt, maar mijn lege melkflessen kan ik onderweg (nog) niet kwijt. Nochtans bestaat het, enkele straten verder: een sorteerstraatje. Dat is een plek op een pleintje waar in verschillende luikjes gesorteerd afval terechtkan. een inwoner krijgt een elek- tronische betaalkaart om de vuilnisbakken te openen, via een weegschaal betaal je per kilogram per pmd, gft of restafval. “Antwerpen heeft er, Gent, Sint-Niklaas, Lier en Nieuwpoort. en ook andere kustge- meenten experimenteren ermee. Zij kennen immers een meeuwenplaag én hebben veel tweedeverblijvers die de vuilniszakken al eens te vroeg buiten zetten”, aldus Jan Verheyen van de Ovam.

Nog een initiatief waar ik reikhalzend naar uitkijk: een pop-upcontainerparkje op wandelafstand. Op gezette tijden zal een reizend minicontainerpark naar elke wijk trekken om er grof huisvuil gericht op te halen. “De eerste experimenten lopen”, aldus de Ovam. Ideaal voor wie zoals ik alleen af en toe een kapotte plastic emmer of een restje verf heeft.

TRUCS VOOR EEN ANDER GEDRAG

Een slechte gewoonte aanpassen? Daar zijn psychologische trucs voor. Op de website van moinsdedechets vul ik een charter in. Ik mag vrij uit een lijst van twaalf vijf beloftes kiezen. “Moi, Leen Creve m’engage à respecter 5 comportements exemplaires: Je fais mes paiements en ligne. J’achète des fruits et des légumes de saison. Je prends une boîte à tartines. J’utilise les deux faces d’une feuille. J’évite les parfums de maison.”

Ik kies strategisch die zaken die ik ofwel al doe, ofwel het makkelijkst zijn. Maar die melkfles blijft me aanstaren, om de veertien dagen op woensdagsavond. Zal ik aan dat charter een zesde belofte toe- voegen en dan toch maar blauwe zakken kopen (ik heb net ontdekt dat die ook in kleine formaten bestaan)? Zal ik met mijn halflege exemplaar aan de deuren van mijn buren aankloppen om te checken of ze hetzelfde probleem hebben? Dat stemmetje in mijn hoofd zou er blij mee zijn. en de overheid ook.

Dit artikel verscheen eerder in het aprilnummer van Nest. In het meinummer, vanaf vandaag 5 mei in de winkel, bekeek ik hoe en waarom abonnementen op jeansbroeken, maatpakken of BMW’s interessant kunnen zijn.  

No Pictures Please (2): Vastgoed Leeggoed

Leegstand in Vlaanderen is een probleem, maar ook een opportuniteit. Voor het eerst werden de mogelijkheden in kaart gebracht. Halfleeg of halfvol, het is een kwestie van perspectief.

 

Wow!”, dacht ik toen ik twee jaar geleden voorbij een prachtig, maar verlaten winkelpand stapte. ‘Pop-up te huur’ stond er op de gigantische ramen gekalkt. Lang verhaal kort : ik heb een jaar gewerkt vanuit een statig honderd jaar oud kantoor, mét marmeren schoorsteen. We probeerden er boeken te verkopen en op de eerste verdieping (via een elegante roodfluwelen trap) opende een vriend een kunstgalerie. Een jaar later trok ik er weer uit, de plek bleek te weinig winkelende passanten te hebben. Even later was ze opnieuw bezet, er zat een andere kunstgalerie. Maar sinds begin dit jaar zie ik het pand weer leegstaan. Een grote banner tegen de gevel kondigt al meer dan een jaar ‘nieuwbouwappartementen en serviceflats’ aan. Zonde, denk ik, telkens ik er voorbijfiets en er waarlijk niets lijkt te gebeuren met die prachtige ruimte. Zonde.

Het is niet de enige leegstaande winkel in Antwerpen. Of in Vlaanderen. Recente cijfers geven aan dat één op de tien winkelpanden leegstaat. Meer in de middelgrote dan in de kleinere of grote steden. Waarom? “Omdat er paradoxaal genoeg steeds meer winkels bijgebouwd worden”, verduidelijkt Gerard Zandbergen van Locatus, dat jaarlijks alle winkelleegstand opmeet. “Zolang dat blijft duren, zullen de hoge structurele cijfers blijven bestaan. Tel daarbij de stijging in onlineshoppen en -bankieren, en de structureel hoge cijfers zijn verklaard. Dat is niet goed voor de winkels die overblijven, en ook niet voor passanten en bewoners.”

Hij kent nochtans oplossingen. “Lier bijvoorbeeld doet aan kernafbakening. Ze reserveren een ‘koopzone’ waarbinnen alles in het teken staat van leveringsmogelijkheden, wandelzones, rustbanken etcetera. Eigenlijk niet eens een dure maatregel. Het is veeleer een positionering. Een boodschap voor winkeliers én consumenten: ‘Hier is het te doen, niet aan de rand of langs de steenwegen buiten de stad’.”

Winkelleegstand mag dan – door de glazen vitrines – het meest zichtbare structurele leegstandsprobleem zijn, ook woningen, bedrijfsruimten en kantoren staan soms ongezond lang leeg. Er bestaan wel boetes om leegstand tegen te gaan, subsidiëringen ook. Maar die leveren niet genoeg hergebruik van ruimte op. Vorige maand publiceerde het Departement Omgeving voor het eerst een rapport dat leegstand in kaart brengt op basis van diverse administraties en op basis van terreinobservaties. Wat blijkt ? Er staan 19.700 woningen leeg, 3000 ha bedrijfsoppervlakte en 5700 winkels. Dat moet minder worden, vindt de Vlaamse overheid, die een betonstop wil in 2040.

SLIMMER HERBESTEMMEN

Ondertussen zijn er in Vlaanderen ook steeds meer leegstandsbeheerders aan het werk. Die helpen eigenaars van gebouwen (zowel overheden als privé-eigenaars) aan tijdelijke bewoners. Sommige zijn gespecialiseerd in kantoren, andere in shops of ateliers voor creatieve beroepen. Door de huidige leegstand aan te pakken voor een aantal jaren, houden leegstandsbeheerders een buurt levendig, tonen ze het potentieel van ongebruikte gebouwen en laten ze bouwheren toe om ondertussen alle vergunningen te regelen. Maar uiteindelijk is het pas echt geen leegstand meer als een plek een definitieve toekomst krijgt.

In de leegstandswereld heet dat dan herbestemmen. Er zijn flink wat ontwikkelaars die aan herbestemming doen op indrukwekkende oude sites : brouwerijen, kloosters, abdijen, ziekenhuizen. De kritiek luidt dat dit niet altijd even democratische of kwaliteitsvolle invullingen oplevert. Er blijkt een nood aan alternatieven.

Toen de Oudaan, de politietoren van Antwerpen, vorig jaar te koop kwam, werd er met een ludiek bedoelde actie ‘Wij kopen samen den Oudaan’ op zoek gegaan naar mogelijke gebruikers die samen 10,5 miljoen euro wilden betalen voor de aankoop. Dat bleek ruim onvoldoende om het te winnen van de hoogste bieder : een vastgoedinvesteerder bood meer dan het dubbele. Maar er groeide uit de actie wel een platform dat precies dit soort gebouwen slimmer wil herbestemmen : het Open Promotor Platform of OPP. “Op dit moment zijn we een viertal sites aan het onderzoeken : interessante plekken die een goede herbestemming verdienen”, legt Peter de Groot, de financiële man van het platform, uit.

ANDERS FINANCIEREN

“Projectontwikkelaars nemen posities in door de aankoop van een terrein of gebouw om het op eigen risico te ontwikkelen en dan met winst te verkopen aan potentiële gebruikers of investeerders. Wij werken omgekeerd : wij gaan eerst in de buurt potentiële bewoners, handelaars en andere partners bevragen naar wat er nodig is, om dan pas het project samen met hen uit te werken”, legt de Groot uit. “We onderzoeken ook alternatieve financieringsmodellen zoals forward funding op basis van crowdfunding (waarbij je voorfinanciert en dus risico neemt) of crowdlending (waarbij je een deel van het benodigde kapitaal uitleent en hierop interest vergaart). We merken dat ook de traditionele banken met deze modellen beginnen te werken.”

DIY-herbestemmen is dus een piste, maar sommige steden treden al jaren zelf op als vastgoedmakelaars. Overheden kunnen op die manier een bepalende rol spelen in de kwaliteit van wat herbestemd wordt. Weer een persoonlijke anekdote : ik kocht ooit zélf van een stadsontwikkelingsbedrijf een nieuw casco-appartement. Het was een voormalige semi-industriële plek in een drukbevolkte en volgebouwde woonwijk. De gebouwen werden platgegooid, de gronden gesaneerd. Buren konden een tuin kopen en wat overbleef, daar werden zes woningen op gezet door jonge architecten. Voor een heel interessante prijs kochten wij er toen eentje. We moesten er minstens drie jaar blijven wonen, een regel om speculatie tegen te gaan. Het was een win-winsituatie. Ik woon er zelf niet meer (mijn lief van toen wel nog), maar het was een verdomd goede plek. En ondertussen zie ik in die wat moeilijke wijk meer en meer panden verkocht worden aan jonge gezinnen. In Gent werkt Sogent op een soortgelijke manier.

LINK MET ARCHITECTUUR

Leegstand leeft al een tijd in de internationale architectuurwereld. Enkele jaren geleden ging, op de gerenommeerde Architectuurbiënnale van Venetië, de Gouden Leeuw nog naar de aandacht die het Venezolaanse architectencollectief Urban-Think Tank en de Nederlandse fotograaf Iwan Baan gaven aan Torre David, een gekraakte wolkenkrabber in Caracas. Eind maart verscheen van uitgeverij Gestalten het boek Upgrade. Daarin worden meer dan vijftig Europese projecten uitgelicht van unieke renovaties, waarvan het gros jarenlang leegstond. Vijf projecten uit het boek bevinden zich in Vlaanderen.

Ook de link tussen erfgoed en hedendaagse architectuur wordt hier nu meer gelegd. Het Team Vlaamse Bouwmeester werkt samen met het Agentschap Onroerend Erfgoed. In januari nog werden zes interessante herbestemmingsprojecten geselecteerd, nu worden er via een Meesterproef architecten gezocht om met die projecten aan de slag te gaan. Open Monumentendag en de Dag van de Architectuur vallen dit najaar op dezelfde dag, op 10 september. Er zal een apart programma opgezet worden rond slimme en toekomstgerichte herbestemmingen.

Leegstandsuitdagingen voor de toekomst? Ziekenhuizen zullen de komende jaren leeg komen te staan, omdat grote campussen verhuizen naar buiten de stad. “En villa’s in de buitenwijken en op het platteland. Die zijn te groot, te moeilijk te isoleren en te duur voor jonge gezinnen”, legt Tania Rens van Prevenda uit. “De eerste projecten lopen nu in de Kempen en aan de kust: we nodigen artiesten uit om er in residentie in alle rust een tijd te komen werken, zoals we dat eerder in kastelen deden.” Wordt vervolgd.

Dit artikel verscheen in Knack Weekend van 26 april 2017. 

PS: Deze post is de tweede in een aantal No Pictures Please artikels die ik deze zomer online breng. Omdat design, wonen, architectuur en interieur over meer gaat dan mooie plaatjes.