No Pictures Please (1): Li Edelkoort

Haar handen friemelden onafgebroken aan haar fluwelen kleed en ze sprak zacht. Ze had rode lipstick op, en schoenen met pompons. Toen Lidewij Edelkoort afgelopen winter een lezing gaf in Texture in Kortrijk, op uitnodiging van Biënnale Interieur, mocht ik haar een half uur spreken. Ik vind het heerlijk dat iemand met de naam “Edelkoort” zo van textiel houdt. Dit is wat ze onder meer vertelde: 

Hoe meer we virtueel zijn, hoe meer we nood hebben aan materiële dingen om ons heen. Als we alleen nog schermen voelen, verdwijnen onze vingers en krijgen we klauwtjes en onderontwikkelde hersenen. Baby’s komen al heel snel in aanraking met schermen. Veel wetenschappers zijn daar ongerust over. Omdat bepaalde linken in de hersenen niet gemaakt kunnen worden als je geen vormpjes vastneemt, geen teddybeertjes … Dan mist die baby essentiële informatie. Tactiel contact is nodig.

Het primitieve komt ook op andere manieren naar boven. Er is vernieuwde interesse in samenzijn, werken in teams, weg van het individualisme. Rituele vieringen ook. Ik was onlangs in Afrika waar dorpen dance battles aangaan. Uren en uren. Het is een manier om via het lichaam negatieve energie kwijt te raken. Wij zouden daar beter een voorbeeld aan nemen. Het is niet toevallig dat meer en meer mensen aan yoga doen en mediteren. Er zijn genoeg redenen om aan te nemen dat we ook als maatschappij primitiever worden, wat eigenlijk vooruitstrevend is. Het is noodzakelijk voor de toekomst van ons mens-zijn. En voor ons gevoel van belonging.

Ik ben ervan overtuigd dat we alleen maar de toekomst kunnen ingaan als we weten waar we vandaan komen. Anders bestaat die innovatie alleen maar voor de innovatie zelf en dan verlies je het noorden. Ik zie dat in de Verenigde Staten. Enkele honderden jaren geleden zijn velen daarheen geëmigreerd. Ze gaven hun relatie met het verleden op. Daarom zie je daar een stormloop op innovatie. In Europa weten we dat we van heel ver komen. Ik kijk graag naar archeologische stukken zoals eerste kledingstukken, werktuigen enz. Die tonen hoe de mens zich van in het begin kon ontwerpen. Dat geeft mij hoop op de verre toekomst. Het toont aan dat we als mens die intuïtie en die gave hebben om te creëren en vorm te geven.

Filosofen hebben het tegenwoordig over ‘new materialism’. Zoals je mensenrechten hebt en dierenrechten, zouden er ook materiaalrechten moeten bestaan, vinden ze. Omdat het materiaal zo kostbaar en levend is dat we er zuinig mee moeten omspringen. Dat soort visies wijst op een verandering in de maatschappij die teruggaat naar het begin van de menselijke cultuur. Materialen krijgen weer spirituele eigenschappen toegedicht. Respect tonen voor materiaal en er nieuwe vormen mee maken: dat hadden we niet verwacht voor de toekomst, maar het gaat gebeuren.

De losbandigheid van textiel krijgt weer waardering. Het idee van franjes en onregelmatigheden zal belangrijker worden. Minder en minder wordt materiaal gedwongen in een vorm. Het omgekeerde is waar: er wordt geluisterd naar het materiaal om de vorm te bepalen. Mode in 2017 is wild, hoor. Zo is er bont gemaakt van raffia of van cellofaan of lichtgewichtgarens. Er is een grote terugkeer naar textiel. Een van de grote tendensen van de toekomst is dat textiel het harde van de hightech gaat verzachten.

Ik ben uitgenodigd door Parsons (een designinstituut in New York) om een Master in Textile op te zetten. Ik ga werken met studenten uit verschillende disciplines : beeldende kunsten, design, architectuur, mode, toneel. Ons doel is om het midden te vinden tussen hightech en softcraft. Die twee disciplines werken eigenlijk aan eenzelfde utopische toekomst. We hebben het over weven van zonnecellen, computergarens, geluidsgarens. Over het maken van biotechnologische zijde, zonder dat daar een spin aan te pas komt. We hebben het over 3D-printen, over robotisering enzovoort.

Textiel is een interessant materiaal voor de toekomst. In Amerika wordt verwacht dat textiel de toekomst van het internet is. Tegelijkertijd zien we in Hudson Valley, rond New York, een revival van arts & crafts. Met garens direct van het schaap en de geit, geproduceerd net buiten de steden. Dat is ook een belangrijke tendens. Dus zullen er lessen zijn in borduren en quilten. Maar ook lessen over de antropologie van textiel, om te achterhalen wat de relatie is tussen mens en textiel. Als je iets leert over garens, dan leer je ook iets over het inkopen van vezels. Je maakt een collectie, een businessplan. Het wordt heel spannend en erg innovatief.

Lidewij Edelkoort (66) begon als styliste bij De Bijenkorf, en werd een van de bekendste trendwatchers. Time noemde haar een van de 25 invloedrijkste modemensen. Zij start volgend jaar een masteropleiding Textiel in New York.

Dit artikel verscheen op 5 april 2017 in Knack Weekend 

PS: Deze post is de eerste in een aantal No Pictures Please artikels die ik deze zomer online zal brengen. Omdat design, wonen, architectuur en interieur over meer gaat dan mooie plaatjes. 

 
 

Lentewoontrend (11): De interieurkleuren van nu

 

Aytm

Diep, rijk en voluptueus. De nieuwe kleurcombinaties voor in huis  zijn geïnspireerd op de natuur, art deco en het menselijke lichaam. 

Natuurlijk zijn er ook dit jaar “kleuren van het jaar” geselecteerd: jeansbroekblauw bijvoorbeeld. Of felgroen. Maar toch lijkt de tijd van dé kleur van het moment een beetje voorbij. Eerder dan dé kleur, zijn er grote kleurgroepen te zien van verfrissende kleurcombinaties. Drie grote regenbogen (zie kader) duiken op in de interieurs vandaag: enerzijds is alles wat met de natuur te maken heeft populair en kunnen groenen in zo wat alle tinten. Ook diepe art deco tinten die bovendien op erg grafische wijze toegepast worden en met messing, goud of andere metallic details gecombineerd worden. In die trend is ook de terugkeer van donkere interieurkleuren te kaderen. Meest verrassend is de subtiele huidskleur die onder verschillende namen opduikt en zowel met knalrood als met donkerbruin of beige gecombineerd wordt. Of geel. Anything goes. Regeltjes voor interieurkleuren, die bestaan nog amper.

 

En de accentmuur, waarbij een van de vier muren een opvallende kleur of patroon krijgt en de drie anderen discreter geschilderd worden, lijkt op dit moment minder populair. De kleuren worden de hele kamer rond gebruikt, of op andere manieren toegepast. “Er wordt wel meer met ‘accentvlakken’ gewerkt: strepen, blokken, cirkels, grafische vormen allerhande,” legt Isabelle De Ganck, Colour Manager bij verffabrikant Levis uit. “Een andere nieuwe hedendaagse techniek die de traditionele accentmuur vervangt, is het ombre-effect: twee kleuren op één muur die zacht in elkaar overvloeien.”

“Vermits accentmuren een beetje ‘uit’ raken, neemt het gebruik van behangpapier ook wat af. De enige reden om tegenwoordig nog behang te gebruiken is als die een structuur heeft. Variatie in texturen en materialen worden steeds belangrijker in een hedendaags interieur. Denk in raamdecoratie bijvoorbeeld ook aan de evolutie van strakke Japanse panelen naar lange, weelderige overgordijnen met grote hoeveelheden textiel,” verduidelijkt Isabelle De Ganck van Levis verder nog.

De opvallendste nieuwe trend is dat kleur niet alleen via gordijnen, tafelkleden, beddengoed, tapijten of accessoires het huis binnenkomt. Echt kleurrijke meubels zijn immers weer populair. Niet zozeer knalrood of Yves Klein blauw, maar meubels met diverse en schijnbaar bij elkaar gegooide kleuren. Meubelfabrikanten hebben daarvoor zelfs hun eigen kleurexperts. De Nederlandse ontwerpster Hella Jongerius bijvoorbeeld doet de job van kleurbepaler al jaren voor Vitra. Eerder dit jaar bracht ze haar boek “I dont’ have a favourite colour” uit. Dat het geen evidentie is, kleuren kiezen, weet ze maar al te goed. “De mogelijkheden zijn zo goed als oneindig. Je kunt er onzeker van worden. Die diversiteit overweldigt me nog altijd. Kleur is tenslotte een complex onderwerp: kleuren veranderen in de loop van de dag en zijn extreem moeilijk te reproduceren uit het geheugen. Ik heb maar één raad en overtuiging op dit punt: vertrouw voor kleuren op je intuïtie.”

Haar collega-ontwerpster Patricia Urquiola is dan weer art director bij het Italiaanse Cassina en haar hand en smaak is duidelijk te merken. Dat meubels best wel kleurrijk mogen zijn, benadrukt ze met haar nieuwe fauteuil Gender waarin ze roze, groen, blauw, beige, leder en stof moeiteloos combineert. “Het zijn tijden waarin alles in elkaar overloopt, toch?”. Toen Urquiola een hotel aan het Como meer aan het inrichten was (dat net opende) vroeg de klant haar naar het kleurschema “Niet nodig,” zou Urquiola gezegd hebben. “We gebruiken het blauw van het water, en het groen van de tuinen en het bos.” “Ik ben niet bang om kleur te gebruiken,” legt Urquiola uit. “Ik weet dat mijn kleurgebruik soms wat onconventioneel is. Kleur is een middel. Soms maakt kleur deel uit van de ziel van een project, maar soms niet. En dan kan het gebeuren dat ik kleurloos werk.” Zowel Jongerius als Urquiola zijn meesters in ongedwongen mix ’n match van kleuren en materialen en beïnvloeden met hun intuïtieve aanpak een hele generatie ontwerpers en fabrikanten.

Soberder en misschien net iets rationeler zijn dan weer de Franse broers en ontwerpers Bouroullec. Kleurexpert Hilde Francq is vol lof over de broers Bouroullec. “Ik schreef net een boek “Kleur verkoopt” ,dat eind mei verschijnt. Ik interviewde daarvoor de Bouroullecbroers. Ook zij kiezen nooit voor typische kleuren. Ze verleggen grenzen. Ze legden uit dat puur zwart, industrieel gefabriceerd, niet interessant is. Wel heel erg donker aubergine bijvoorbeeld, bijna zwart. Dat is harmonieuzer. Je ziet het niet, maar je voelt het wel.”

 

Trendkleur 1/ Nude

Montana

“Pink will be the new black heb ik drie jaar geleden voorspeld,” zegt Hilde Francq. “Op dat moment hebben weinigen dat geloofd. Roze is nu al aanwezig in flink wat interieurs, maar het wordt nog zachter. Nog witter. Dat nude is een niet-evidente kleur, maar eigenlijk combineert ze gemakkelijk: met donkerrood en bordeaux bijvoorbeeld, maar ook met geel. En met messing natuurlijk. Deze kleur blijft!”

Muller Van Severen voor Valerie Objects

“Zowel poederroze als oudroze en abricot (een zachter oranje) zijn grote hits bij ons,” klinkt het bij behangfabrikant Arte. De vrij klassieke fabrikant Durlet, gespecialiseerd in leder, koos resoluut voor zachtroze stof bij de voorstelling van een nieuwe bank van ontwerper Sylvain Willenz. “We vinden het interessant om de ‘ernstigere’ lederkleuren te mengen met enkele frissere en optimistische kleuren (in stof),” aldus zaakvoerder Anton Vanzieleghem. Tegelijkertijd tonen ze hun leder op een ander model zo puur als mogelijk. En zacht als een babyvel.

Durlet

Trend 2/ Art Deco

Arte

“De Scandinavische interieurmerken geven nog steeds de toon aan. Vrij nieuw is het Deense Aytm. Zij laten de typische Scandinavische stijl met lichte kleuren en hout achterwege en kiezen voor een gesofisticeerd, donker kleurenpalet met accenten in glas en metaal. De verfijnde objecten lijken wel een hedendaagse interpretatie van art deco,” aldus Hilde Francq. Art deco, de interieur- en architectuurtrend van zo’n 100 jaar oud was grafisch, felgekleurd, chic en elegant. Een beetje een mix ook van stijlen. Vooral het rijkelijke komt terug. “Door fluweel, maar ook door metallics en marmer in diepe kleuren bijvoorbeeld. Klassieke materialen die zekerheden bieden in onzekere tijden,” aldus Francq. Ook Muuto en Normann Copenhagen hebben nu metallics in de collectie. En Montana herlanceert een draadstaal rekje dat Verner Panton himself ooit in 1971 ontwierp voor hen.

Deltalight bij Roomin

“Metallic kleuren zoals goud en chroom tinten zijn onze nieuwste toevoegingen.” “Het zijn de kleuren van de oude meesters,” legt Saskia Vanderhaeghe, product manager bij Boss Paints, uit. “Het is een rijk en weelderig palet van groenen. De kleur van pauwenstaarten. Maar ook dieppaars, accenten van roze, lederkleuren, roestbruin, rood en geel koper, …….” Ook geometrische patronen uit de art deco komen duidelijk naar voor in behangpapier en in hometextiel en zelfs lampen, spiegels en andere interieuraccessoires.

Sabine Marcelis bij Victor Hunt


Trend 3/ Groen als de bomen

Boss Paints

Deze trend spreekt het meest voor zich: natuur in huis halen doen we op allerlei manieren: door veel hout te gebruiken, kurk, natuursteen en dus ook natuurtinten. Groene meubels zijn opvallend aanwezig, maar ook in de kleurpaletten van de verffabrikanten duikt de tint in alle verscheidenheid op: van het nog altijd populaire muntgroen tot moskleur en bijna blauw.

Brabantia

Tot natuurlijk echte natuur: grote kamerplanten en een boeket bloemen zijn de ultieme groenmakers in huis. Een boeket bloemen is meteen een goed experiment om te checken welke kleurcombinaties goed werken in een bepaalde ruimte.

Levis

Lentewoontrend (10): tips voor drie types thuiswerkers

Zoals het prikklokje thuis tikt…

Waar let je best op bij de inrichting van een werkplek thuis? Praktische tips en ideeën voor wie fulltime thuis zit, voor wie gedeeltelijk pendelt of voor die grote groep mensen die af en toe een paar uur van thuis uit werken.

 

Fulltime thuiswerken

Concentratie! Dat is het doel voor een goede werkplek. Wie fulltime thuiswerkt staat dus voor de uitdaging om op de plek waar ook geleefd wordt toch een focus te vinden. Wie geluk heeft, kan een aparte kamer inrichten die helemaal rond dat werken ingericht kan worden. In antieksfeer of vintage of in de populaire industriële sfeer? “We zien absoluut de voorkeur uitgaan naar een meer huiselijke sfeer,” vindt Bart Beaumont, interieurarchitect bij ’t Casteelken. “Vroeger was de bureaukamer een mini-kantoortje, een soort kopie van de bedrijfskantoren. Maar nu verkiezen mensen een warmere en gezelligere ruimte. Merken zoals Vitra hebben ook al een tijdje een home-collectie met warmere materialen. De typologie van een kamerkantoor is wel nog traditioneel: een ladekastje op wieltjes voor onder de werktafel, en een kast in dezelfde stijl als de tafel. Opvallend is dat architecten de aparte bureaukamer niet meer wegstoppen op zolder, maar meer en meer aan de woonkamer laten grenzen. Met daartussen een schuifdeur bijvoorbeeld. Die blijft overdag open, maar wanneer de kinderen thuis zijn, kan ze handig toe. Na het werk gebruiken de kinderen die kamer ook soms en dan is het weer handig dat de computer vlakbij staat om wat toezicht op hen te kunnen houden vanuit de leefruimte.”

Vooral voor dagelijkse thuiswerkers is comfort van groot belang: een goede bureaustoel is noodzakelijk. Maar ook hier geldt: hoe huiselijker die aandoet, hoe beter. Zelfs het Italiaanse merk Poltrona Frau, toch dé lederexpert, lanceerde afgelopen herfst enkele stoelen in stofuitvoering. Belangrijk voor wie uren achtereen op dezelfde plek zit, is een goede verlichting. Een plekje bij het raam is fijn, en voor wie daar niet over beschikt zijn er daglichtlampen, of bureaulampen, wederom in de stijl die u zelf wil. “Het gebeurt dat mensen een tafellamp die eigenlijk sfeermaker is voor een leefruimte, als kantoorlampje gebruiken,” weet Bart Beaumont. “De grens is vaag.”

 

Kleurrijk en warm is de Landa collectie van Alki; gedeeltelijk met textiel bekleed.

 

 

Rival van Konstantin Grcic voor Artek, een draaistoel uit hout is zeldzaam.

 

Buzzispace

 

Gedeeltelijke thuiswerkers

Voor mensen die niet elke dag van de week thuis werken, is een aparte ruimte niet altijd mogelijk. Volgens Vincent Van Duysen, architect en art director voor de Italiaanse meubelfabrikant Molteni&C, twee mogelijke pistes: “Ofwel ga je voor een meubel dat discreet ingewerkt is in de woonkamer. Dat bestaat bij Molteni&C bijvoorbeeld in de 505 collectie van Nicola Gallizia. Het bureautje is gewoon opgenomen in een modulaire wand die ook fungeert als boekenkast, bar- en televisiemeubel. De tweede optie is om voor een heuse secretaire te gaan. Een antiek model bijvoorbeeld, of een nieuw. Handig daaraan is dat het opengeklapt kan worden wanneer nodig, en weer gesloten worden als het werk erop zit. Dit jaar brachten we twee opvallende eye-catchers uit: eentje van Jasper Morrison en eentje van Michele De Lucchi.” Die laatste, een erfgenaam van de Memphis beweging heeft een duidelijke filosofie over de rol van een bureau: “Het is in feite een ruimte waar je al je tools, werkmateriaal bewaart, een aandenken of twee, favoriete objecten, wat boeken en documenten die je misschien niet direct nodig hebt, maar je weet maar nooit. Het is een plek die je karakter weerspiegelt, en je weet: je karakter is het meest precieuze dat je hebt.” Je kan een bureau heel subtiel in een woonkamer integreren, vindt ook Bart Beaumont van ’t Casteelken: “Door de eetkamerstoelen en bureaustoelen bijvoorbeeld uit dezelfde serie te kiezen en bij die laatste wieltjes te voorzien. Of door een klein bureautje te zetten, er bestaan tafeltjes van 1m15 breed. Net groot genoeg voor een laptop en wat documenten. Opvallende trend is dat de retrotafeltjes populair zijn.” Mick van der Kolff, salesmanager van Lensvelt merkt dat de AVL Office chair uit hun collectie het goed doet. “Het is een perfect compromis tussen een klassieke bureaustoel en een stoel voor de woonkamer. En verkrijgbaar in stof en leder. ” Wanneer een bureau gewoon in de leefruimte wordt opgenomen, is het belangrijk om slim op te bergen. Dat laatste hoeft niet persé in een afgesloten kast, maar kan ook in een huiselijke opbergdoos. Of in een weg te rollen ladekastje dat wanneer niet gebruikt een ideaal platform is voor decoratie. Flink wat bureautjes hebben kleine laden onderaan, waar de laptop en functionele objecten gewoon in verdwijnen wanneer de dagtaak erop zit. Sommige kantoorbenodigdheden zijn bovendien zo mooi dat ze probleemloos op een bureautje kunnen blijven staan en zelfs sfeermakers worden in de ruimte. Enkele merken bieden ook hangbureautjes aan die, zoals een barmeubel toe geklapt kunnen worden en zo geen ruimte innemen wanneer ze niet gebruikt worden. Ook een oplossing voor gedeeltelijke thuiswerkers: een bureautje in een verloren hoekje in huis: in een brede gang of onder de trap of een schuin dak bijvoorbeeld.

Mr. Walter ladenkastje van Bulo fungeert als zitbankje voor het raam.
De Stadera bureau van Franco Albini uit 1954, heruitgebracht door Cassina, past zonder moeite in een gang.

 

 

Secretello is de speelse secretaire van Michele De Lucchi voor Molteni, hier in vol daglicht achter een hoekje opgesteld.
Boekenkast én bureau in één, deze Unit van Marina Bautier voor Stattmann Neue Möbel.

 

Sporadische thuiswerker

Wie maar af en toe thuiswerkt, komt al gauw op de eettafel terecht. En dat is zelfs de bedoeling. “We merken dat veel mensen bij de aankoop van een tafel nadenken over wat daar allemaal op gebeurt: eten, natuurlijk. Maar ook huiswerk van de kinderen en van de ouders,” legt Bart Beaumont van ’t Casteelken uit. “Een glazen tafel is dan niet ideaal natuurlijk, want dat voelt te koud aan voor wie er uren achtereen aan de laptop aan moet zitten. Dus verkopen we veel houten tafels, die veel warmer aanvoelen.” Dat weet ook Mick van der Kolff van Lensvelt. “Ik werk thuis ook gewoon aan de Beefeater tafel van Bertjan Pot,” geeft hij toe. “Dat werkt prima.” Niet alleen hout is populair, maar er bestaan ook tafels met lederen top bijvoorbeeld. Wie aan die grote tafel graag iets comfortabeler zit, kan opteren voor een combinatie van bijvoorbeeld vier gewone eetkamerstoelen en twee comfortabelere modellen, eventueel op wieltjes zelfs.

Wie niet lang moet zitten, kan dat ook wel op een krukje. Dat zitmeubeltje wordt makkelijk gecombineerd met een ondiep tafeltje, waar het krukje gewoon weer onder schuift, na gebruik. Er bestaan werkbladen die aan een boekenrek vasthangen, maar ook aan de achterkant van een sofa. Zelfs wie maar af en toe thuiswerkt heeft meestal meer nodig dan een laptop. Ook daar kunnen opbergoplossingen in textiel een oplossing bieden. Die kunnen gewoon in de huiskamer weggezet worden wanneer niet nodig. Een snel ingeplugde tafellamp die zowel op een kast tegen de muur als op de eettafel gezet kan worden, brengt extra licht op donkere dagen. Of de nu populaire wandlampen met arm die wanneer nodig boven de tafel gedraaid kunnen worden en ’s avonds voor wandsfeerverlichting kunnen dienen. Extra plaatsbesparend zijn de pupiterachtige sta-bureautjes om rechtstaand aan te werken. Die kunnen als kleine commode of catch-all dienen in het dagelijkse leven, en als werkplek wanneer af en toe eens nodig.

 

 

Console achter de sofa, bij B&B Italia

 

Bureaulampje van Design is Wolf
Een grote eettafel, zoals deze van Joli, kan perfect dienst doen als werkblad.

 

Ideaal voor avondwerk: lamp met arm van Lampe Gras.

 

Jaswig sta-bureautje, bekroond met de Henry Van de Velde PublieksAward 2016

Dit artikel verscheen in kortere versie in januari 2017 in Feeling Wonen, Gaël Maison en Eigen Huis & Interieur. 

 

Lentewoontrend (9) : Wild bos strak geregisseerd

“Ik zie mijn bostuin als een voorstelling, met de bomen en planten als personages.” Tuinarchitect Jan Minne regisseerde vlak bij Brussel een magisch bos. Frederik Vercruysse maakte er prachtige beelden van in de zomer, in de herfst én in de lente. Ik mocht vervolgens eens gaan kijken hoe die tuin tot stand gekomen is. 

“Het is het einde van het dorp, zonder huisnummer. Aan de bosrand, in een wegel, tegenover een grote weide met paarden.” Sommige plekken kun je niet terugvinden met straatnaam en huisnummer, of als locatie op Google Maps.

Vroeger was dit een typisch weekendhuisjesperceel: met een gazonnetje en grote sparren. Tot tuinarchitect Jan Minne er landde. Hij was eerst modeontwerper en graficus, maar raakte tijdens een reis door de bergen van China en India in de ban van landschappen, bomen en planten. Hij begon in zijn tuin in het Brusselse te experimenteren en groeide in het beroep. Dit is zijn weekendbos.

Er staan twee huisjes op het perceel, veeleer boshutten. Iets nieuws bouwen mag hier niet, maar renoveren, dat kon wel. Eentje is een zomerhuisje, het andere gebruikt Jan in de winter. Ze worden bijna overwoekerd door het bos dat hij hier met de jaren bouwde.

“Enkele sparren liet ik staan, dat zijn mijn wachters. Wat brem en de rododendrons bleven. In de loop der jaren heb ik veel bomen en struiken toegevoegd die eigenlijk niet in zo’n bos horen, maar er op een spannende manier mee dialogeren en contrasteren. Het gazon is een spontane wildgroei geworden: boshyacinten, klimop, varens en honderden nieuwe plantjes.

Deze plek was een van mijn eerste creaties: een tuin die op een verrassende manier doorloopt tot diep in het aanpalende lorkenbos.” Ondertussen richtte hij talloze privétuinen in, plantte hij een 75 jaar oude eik op een plein in Diksmuide en ontwierp een tuin voor de universiteit van Hasselt. Hier in dit bosje aan de rand van Brussel laat hij zich helemaal gaan. “Ik hou van unieke bomen en struiken, ik rijd de hele Benelux rond langs kwekers, op zoek naar speciale exemplaren. Ik kies planten op basis van hun schors, de verkleuring en de vorm van blad, hun bloemen, hun geur … Ik zie mijn tuin als een schilderij. Bomen en planten zijn de personages. Misschien is het veeleer een theatervoorstelling. Ik ben de regisseur, maar zij spelen het spel. Natuur groeit en kiest een eigen weg, ik kan alleen maar sturen, met al mijn botanische kennis in mijn hoofd. Ik maak beelden, maar die beelden veranderen. Afhankelijk van het seizoen, het licht en de groeisnelheid van de planten. Een tuin is realiteit in zijn puurste vorm, maar ook een ruimte om in te verdwijnen. Een plek om te aarden én te dromen.”

info: www.janminne.be meer foto’s op de website van Frederik Vercruysse

Dit artikel verscheen op 19 april 2017 in Knack Weekend 

Lentewoontrend (8) Jungletuin: de handleiding

Nee, we zijn hier niet in de tropen. Maar toch kan u van dat kleine ommuurde koertje, balkon of stadstuintje een weelderige jungletuin maken. Ik schreef deze handleiding in opdracht van Knack Weekend, met extra tips voor huurders.

Slaapboom ©Jo-Jan Smetryns

STAP 1: Use the force of the dark side

Een smalle ommuurde tuin associeer je niet meteen met veel leven? Je gazon is maar een triestig lapje? Dat hoeft niet zo te zijn. “Wil je een echte jungletuin, dan is een zogenaamde ‘schouwtuin’, met hoge muren rondom, net ideaal”, legt Greet Tijskens van de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren (Velt) uit. “In een bos groeien struiken toch ook in de schaduw? Kies de kruidlaag uit bosvegetatie: planten die je vindt op een open plek in het bos. Varens bijvoorbeeld, of salomonszegel en hondsdraf. Ook onze inheemse klimmers zijn bosplanten: klimop natuurlijk, maar ook klimhortensia doet het goed in de schaduw.” Bijkomend voordeel: veel schaduwplanten hebben mooie en grote bladeren om het weinige licht optimaal te capteren; ze zijn dus extra decoratief. “Een bonte hosta bijvoorbeeld heeft ook wit in zijn blad, dat brengt extra licht.” Ook veel bodembedekkers zijn blij met een donkere plek, denk maar aan maagdenpalm.“Er zijn natuurlijk ook stadstuinen die net wél veel zon krijgen,” weet Greet Tijskens. “Stenen muren slaan warmte op waardoor er een microklimaat kan ontstaan dat uitzonderlijk is voor onze streek. Je kan hiervan profiteren en bijvoorbeeld een vijg zetten. Die kan groot worden, maar laat zich makkelijk snoeien. Druif groeit in volle zon en bosrank zowel in de zon als in halfschaduw. Beiden kunnen ook verschillende grondtypes aan, maar hebben een klimrek nodig.”

STAP 2: Doe lekker vettig 

“Wintergroen. Dat is het belangrijkste als je het jaar rond wil genieten van weelderigheid”, weet tuinarchitect Bart Haverkamp. “Mahonia ‘Apollo’ bijvoorbeeld is een mooie struik die bloeit van januari tot maart. Of de conifeer ‘apenverdriet’. Ik vind dat een jungle iets vettigs nodig heeft. Doe maar niet te lieflijk qua struiken en bomen. Een Fatsia japonica blinkt en reflecteert het licht. Met bijna kitscherige eenjarigen zoals bromelia’s of dahlia’s kun je toch nog vrolijk oranje, rood en roze binnenhalen. En er is natuurlijk bamboe. Die is het mooist felgroen in de winter en verliest zijn blad pas in april.”Er zijn ook inheemse struiken, zoals bijvoorbeeld vlier, die in de prille zomer heerlijk ruiken”, zegt Greet Tijskens van Velt. “Maar die durven al eens te groot uitvallen voor een gemiddelde stadstuin. Een kleinere, niet-inheemse struik zoals hibiscus of eikenbladhortensia kan soms beter zijn om toch wat planten in de tuin te hebben. Als je er kiest, kies dan liefst voor enkelvoudige bloemen, zodat de bijtjes er ook iets aan hebben. Ze geraken immers fysiek niet tot bij de nectar van een roos met bijvoorbeeld erg veel bloemblaadjes in één knop.”

 

STAP 3: Kijk omhoog en omlaag, en links én rechts

Gebruik de muren rondom in je voordeel en laat planten – gecontroleerd – klimmen. Een ideale klimplant voor beginners is de Oost-Indische kers. Ze heeft weinig wortels in de grond en kruipt snel de muur op. Gele en oranje (eetbare) bloemen krijg je er gratis bij. Ook in scheuren van stenen muren kun je planten: muurpeper of zandkruid en tijm.

Meestal heeft een stadswoning meerdere verdiepingen en kun je van de tuin genieten zowel vanuit kikker- als vanuit vogelperspectief. Eén boom, zoals een slaapboom of een fluweelboom, kan dan al volstaan voor een vol effect vanop de verdiepingen. Wie muren heeft, kan er ook gaten in boren en rekken, schapjes of plantenbakken aan bevestigen. Een verzameling cactussen op een houten plank geeft instantexotiek. Zijn de muren of afscheiding te laag, of ben je huurder en kun je geen gaten boren? Ga dan voor een verrolbare, met potten en kuipen gevulde groenmuur die in de winter binnen kan.

STAP 4: Kijk uit waar je loopt

In een jungle vindt u geen stoeptegels, kiezels of decoratieve cementtegels met vrolijke patroontjes. Toch is verharding praktisch, al was het maar om niet telkens met vuile voeten de woonkamer te moeten binnenstappen. Wat ligt er op de grond? “Wil je een echt ‘woest’ effect dan kun je kiezen voor vulkanisch substraat”, adviseert Bart Haverkamp. “Ook boomschors of zelfs witte kiezels gaan goed samen met weelderige planten. Een houten terrasje is altijd praktisch, maar dat installeer je beter niet in de schaduw, want dan wordt het een gladde en mossige bedoening.”

Greet Tijskens vult aan : “Leg alleen verharding die je dagelijks gebruikt. Een gezin van vier moet maar plaats voorzien voor een tafel en vier stoelen. Ook raden we aan om nooit ‘paadjes’ aan te leggen langs de rand van de muren, doe dat liever in het midden. Tegen een muur loop je toch nooit, daar verschijnen dan sowieso planten. Je kunt de randen beter laten begroeien.”

STAP 5: Geen vaste grond? Geen nood

“Een echte jungle komt uit de grond”, meent tuinontwerper Bart Haverkamp. Toch kun je ook met potten en kuipen een junglesfeer creëren. Voor bloempotten in de tuin of op het terras geldt: blend sfeervol en ton sur ton. Of laat er een blikvanger uitspringen. Vermijd goedkope plastic kuipen van het tuincentrum, ga op zoek naar kwaliteit. Elke kringwinkel heeft een ruim assortiment van afgedankte bloempotten (van 1 tot 10 euro), zelfs grote ornamentele en vrij klassieke modellen die het ook in een stadstuin goed doen. Twee middelmatig grote potten hebben soms een weelderiger effect dan één gigantische pot, die je bovendien amper verplaatst krijgt. “Of kies voor een reflecterende bak of pot”, tipt Bart Haverkamp. “Ook spiegels werken goed in een kleine stadstuin: ze verdubbelen visueel de ruimte én het aantal planten, als ze goed opgehangen of geplaatst zijn.” En dan zijn er nog de ‘potten’ van textiel. Ze wegen een stuk minder dan terracotta of stenen exemplaren en zijn dus makkelijker verplaatsbaar in de winter.

STAP 6: Denk aan zit- én kijkplezier

Wil je optimaal profiteren van al dat groen, dan kun je voor doorkijk-tuinmeubels kiezen. Het aanbod is gigantisch. Ze bestaan in rustige aarde- en groentinten maar ook in flashy kleuren of zuiders wit. Ook niet onbelangrijk: de verlichting. Deze brengt sfeer in de tuin, ook als je ernaar kijkt van binnenuit, vanachter het raam. Tegenwoordig bestaan er flink wat oplaadbare modellen of lampen die op zonne-energie werken, waardoor er buiten geen elektriciteit voorzien moet zijn. Een old-fashioned windlicht met een dikke kaars, doet het natuurlijk ook nog altijd. Plaats de lichtbron naast een opstapje om struikelen te vermijden of installeer ze zo dat ze je mooiste planten extra in beeld brengen.

Meer weten?

beweegt.velt.be/plantenzoeker, voor de juiste plant op de juiste plaats

vmm.be/mijn-gifvrije-tuin, met heel concrete tuintips

– In het voorjaar is het plantenaanbod in tuincentra groot. Maar specialere planten vind je rechtstreeks bij de kwekers, of op plantendagen:  op 30 april in Hombeek, op 29 en 30 april in La Feuillerie in Celles met extra focus op schaduwbloemen, en van 12 tot 14 mei in Beervelde.

Het beeld bovenaan dit artikel is van Bacsac en werd gefotografeerd door Jerome Galland. Dit artikel verscheen in ingekorte versie in Knack Weekend van 4 april 2017