Work Work Work Work (7): verslag vanop een kantoorbeurs

Nooit eerder ging ik naar Orgatec, een beurs rond kantoorinrichting, die om de twee jaar plaatsheeft in Keulen. Maar omdat wonen en werken steeds meer in elkaar overlopen (zie ook hier) , ging ik toch in op de uitnodiging van fabrikant Vitra om eens naar hun nieuwigheden te komen kijken. Zij waren eerst kantoorinrichter, gooiden zich toen ook op de zogenaamde “home”-markt, maar draaien nog steeds de meeste omzet in de projectmarkt: kantoren, scholen, ziekenhuizen, hotels en andere semipublieke ruimten.

Een hedendaagse kenniswerker (want dat is het voornaamste doelpubliek dat uiteindelijk in de nieuwe kantoren terecht kan) krijgt in een modern kantoor flink wat keuzes voorgeschoteld. Hij of zij kan inpluggen waar ‘ie wil. Zitten waar hij wil, de koffie kiezen die ze wil, tussen de collega’s zitten aan een bureau, of even vergaderen in de sofa. Of zich terugtrekken in een stilteplekje om te telefoneren of te concentreren.

bureau nieuwe stijl, bij Vitra
bureau nieuwe stijl, bij Vitra, met een vintage sfeer hoekje in een geluidsdichte box

Naast een goede akoestiek voorzien via allerlei akoestische panelen, lijkt kabels wegtoveren aan vergadertafels ook een van de belangrijke opdrachten van een kantoorinrichter. De ene doet dat via speciale richels, de ander via stopcontacten aan de poten, of via werkbladen waar devices draadloos opladen.

Tafel met richels van Buzzispace
Tafel met richels van Buzzispace

Imponeren, ook een doel van een baas ten opzichte van de werknemers of een onderneming ten opzichte van externe klanten of leveranciers, lijkt wat naar het tweede plan verschoven. Discrete luxe eerder: een prachtige collectie Cyl van Erwan en Ronan Bouroullec voor Vitra die doet denken aan een klassieke universiteitsbibliotheek past daarin. Of de Dan collectie van het Belgische Bulo (eerder al in België getoond). Ook Buzzispace uit België toonde zich klassevol: met een donkere stand met sofahoekjes met sterke collectie van Dum, in rotan. (chill, dus). Door een nieuwe samenwerking met textielfabrikant Kvadrat is hun kleuren- en materialenpallet flink uitgebreid. Zo is er veel velours te zien, in retro blauw, oker en donkergroen. En een opvallend vintage aandoende vergaderzaalcollectie van Gerd Cockhuyt. En de allereerste stoel van Brusselaar Alain Gilles (daarover later meer).

Vintagesfeer lijkt sowieso flink aanwezig in de kantoorwereld. Ook Artek, voor het eerst aanwezig op Orgatec toonde de L-serie prominent in donkerbruine houten afwerking, mét cognackleurig leren lapje op. Ook Poltrona Frau, de Italiaanse ledenexpert, doet goede zaken op de beurs. “lederen bureaus blijven populair, al maken we ze iets kleiner.” Dromen zélfs die start-ups nog van Mad Men belevenissen?

Artek L-serie
Artek L-serie

Terwijl er enerzijds een absolute voorkeur is voor kleurrijke kantoren met poppy en pastel kleurtjes, zien we ook donkere kleuren weer meer terugkomen. Lampen, sofa’s, maar ook bureaus zelf.

veel zwarte accenten bij Buzzispace
veel zwarte accenten bij Buzzispace
lamp van Normann Copenhagen, voor het eerst op Orgatec
lamp van Normann Copenhagen, voor het eerst op Orgatec
String works met hoger lager desk
String works met hoger lager desk
Cyl van de Bouroullecs voor Vitra
Cyl van de Bouroullecs voor Vitra
Meetingplekje van Extremis
Meetingplekje van Extremis

Tijdens de lunch kwam ik dan weer een man tegen die ergens op het platteland kantoren aan het bouwen is “middenin de natuur”. Hij gelooft er sterk in. Toen ik hem vroeg of hij dan stadsbewoners wil aantrekken die ’s morgens richting het bos pendelen naar hun werk? “Absoluut, die mensen spenderen hun hele sociale leven in de stad, die natuur kan echt een troef zijn om hen aan te trekken.” Benieuwd hoe dat verder zal evolueren in elk geval.

Biennale Interieur (9) : the very contemporary

Trends spotten op een beurs is een tweede natuur geworden, of we nu willen of niet. Ook op Biennale Interieur zag ik materialen, typologieën of klantenservices terugkomen.

  1. Alle hoeken van de regenboog

Deze objecten scoorden afgelopen week hoog op de sociale en traditionele media. Waarom? Omdat ze allen op een zeer letterlijk manier vormgegeven zijn. Ze spelen met basisvormen: driehoeken, cirkels, lijnen, strepen en vlakken. Makkelijk te begrijpen én te fotograferen dus. In deze ingewikkelde wereld hebben we blijkbaar nood aan duidelijkheid.

Fredrik Paulsen voor Etage projects ©frederik vercruysse
Fredrik Paulsen voor Etage projects ©frederik vercruysse
Bordbord krukje gezien door evenbeeld voor Future Archive stand van Baroness O.
Bordbord krukje gezien door evenbeeld voor Future Archive stand van Baroness O.
totems van Dries Otten
totems van Dries Otten
Superloon van Jasper Morisson voor Flos
Superloon van Jasper Morisson voor Flos
Laurent Collection van Lambert & Fils
Laurent Collection, lampen van Lambert & Fils

2. Stone Age 

Niet alleen stonden er flink wat marmerhandelaars op de beurs zoals Van den Weghe, Beltrami, Hullebusch, er waren ook de tegels van Dominique Desimpele en objecten met marmer te spotten. Of met cement. Mijn favoriet: petite table d’ange van Atelier Haussmann, een reeks van unieke stukken marmer die van ontwerper Hervé Humbert elk een onderstel op maat kregen. Een begeleidend catalogusboekje vertelt welk type marmer beschikbaar is (van Rosa Quarzit uit India tot Verde Andeer uit Zwitserland, of Gallo Atlantici uit Egypte).

Atelier Haussmann
Atelier Haussmann

Andere stone age objecten :

Satellite lamp van Quentin De Coster voor Van Den Weghe Items
Satellite lamp van Quentin De Coster voor Van Den Weghe Items. Om ze te zien branden, mocht ik even mee in de opslagruimte van de stad, de stopcontacten bleken over het hoofd gezien.
Loveseat van Michael Verheyden voor Hullebusch, eentje zit links rechtop, de ander ligt met het hoofd op diens schoot met de benen over de rand rechts.
Loveseat van Michael Verheyden voor Hullebusch, eentje zit links rechtop, de ander ligt met het hoofd op diens schoot met de benen over de rand rechts.
Rock collection van Wever&Ducré, met "stone veneer".
Rock collection van Wever&Ducré, met “stone veneer”.
FCK van Frédéric Gautier voor Serax, uit aardewerk stond mooi opgesteld op een stapel bakstenen
FCK van Frédéric Gautier voor Serax, uit aardewerk stond mooi opgesteld op een stapel bakstenen

3. Samen bouwen maar 

Doe-het-zelf voor gevorderden. Anno 2016 neemt u de consument blijkbaar niet meer serieus als u hem en haar niet de mogelijkheid biedt om mee te ontwerpen. Van eenvoudige modulaire kastjes tot wandbekleding, sofa’s en volwaardige badkamers. Met of zonder apps!

3D wandpanelen van Orac, makkelijk overschilderbaar.
3D wandpanelen van Orac, makkelijk overschilderbaar.
u schetst uw badkamer van uw dromen via een app, Van Marcke voert uit.
u schetst uw badkamer van uw dromen via een app, Van Marcke voert uit.
R.I.G. modulair systeem van nieuwkomer MA/U studio uit Kopenhagen
R.I.G. modulair systeem van nieuwkomer MA/U studio uit Kopenhagen

Biennale Interieur (8): Waar ik van opkeek

Biennale Interieur viert feest en hang dus enorme zilvergekleurde metersbrede doeken over de belangrijkste gangpaden. Dat het loont om ook op de standen eens boven ooghoogte te kijken bewijzen deze drie fijne ontdekkingen waarvan ik … eh … opkeek.

1. Inifinito van Davide Groppi 

Infinito davide groppi
Infinito davide groppi

Een lintlicht hing tussen twee muren gespannen bovenaan op de stand van de Italiaanse lichtspecialist Davide Groppi. De naam Infinito is natuurlijk overdreven, maar twaalf meter overspanning (het maximum) is toch ook al indrukwekkend. Technische details vind je hier.

2. Gratis sfeerlicht

screen-shot-2016-10-22-at-12-16-35

Nog meer mooi licht kwam van boven op de stand van textielexpert Kvadrat. Vierkante lichtkoepels  zoals u die wel eens in kantoren ziet, werden bekleed met stoffen langs de binnenkant, waardoor het binnenvallende daglicht -afhankelijk van het gebruikte textiel- een andere kleur krijgt. In Elle Decoration Uk van november las ik een heel dossier over koepels en in een interieur waar ik onlangs op reportage ging, en dat binnenkort in Knack Weekend verschijnt, werd ook op een slimme manier met koepels gewerkt. Laat ons zeggen dat ik eventjes een koepelmomentje heb.

3. Asbest zowaar

screen-shot-2016-10-22-at-13-29-56
Carwan Gallery uit Libanon is een van de vier designgalerieën die een podium kregen op Biennale Interieur. Zij waren vooral uitgenodigd omdat zij enkele maanden geleden een expo organiseerden met werk van het Belgische collectief Rotor. Hier brachten de Brusselaars wederom een interessante mix van objecten mee: van anders weggegooide resten van het industrieel proces van vrachtwagenhoezen tot een huid van een paar keer met keizersnede bevallen dikbilkoe. Maar ook: een stalenkaart van asbest die boven de ingang werd opgehangen. “De kader is helemaal toe, hoor,” vertelde Rotor-lid Maarten Gielen toen hij het me aanwees.  Waarom ze het daar opgehangen hebben?  “Eerst en vooral omdat het een fascinerend object is. Dit is een van de gevaarlijkste bouwmaterialen van de vorige eeuw, waar tal van productie-arbeiders, installateurs en anderen door gestorven zijn… Maar je mocht wel de kleur kiezen.”
Hij legde later per mail uit waarom dit soort objecten hen intrigeert. “We stellen vast dat in het burgerlijk interieur van vandaag elke vorm van controverse geweerd wordt, en vervangen wordt door glad designer meubilair, en architecturale compositie. Wat we proberen te doen met ons werk bij Carwan, is om via objecten verhalen in de directe woonomgeving te laten infiltreren. Zaken die je standpunten in vraag stellen, die je even doen twijfelen. Neem nu het vel leder van een Blanc-bleu koe die we tonen. Die beesten zijn gekweekt om zoveel mogelijk vleesmassa op te leveren. Ze zijn zo enorm dat elk kalf met een keizersnede moet geboren worden. En de littekens daarvan zie je in het leder. Hang zo een vel in een woonkamer, of verwerkt het in een zetel, en het wordt een accessoire in het leven van elke dag. Het geeft betekenis aan wat er rond gebeurd. De zetel staat daar wanneer je eerste kind geboren wordt, het staat er wanneer je naar dat kind roept dat het zijn bord moet leeg eten, maar het staat er ook als de tiener naar huis komt met een eetstoornis, of wanneer je zelf thuis komt van de fitness. Of wanneer er op tv iets gezegd wordt over methaan als broeikasgas. En telkens geeft het object een commentaar.  Het biedt telkens een mogelijkheid om deze situaties ook op andere manieren te lezen. Hetzelfde geldt voor de kleurstalen van Eternit op een beurs die geobsedeerd is met keuzes.” Fijn dat er op de beurs ruimte is voor dit soort kritieken.
Lees hier waar ik vrolijk van werd, hier wat me ontroerde, hier wat we deed nadenken en hier de mooiste installaties.
Biennale Interieur loopt tot en met zondag 23 oktober in Kortrijk Xpo en in de stad.

Biennale Interieur (7) : Wat pijnlijk is om afgebroken te zien te worden

Biennale Interieur beloofde op voorhand om beleving voorop te zetten. En geen  “productcatalogus” te zijn. Daarom ging ik de beurs enkele keren rond. Op zoek naar die beleving. Wat deed mij lachen? Wat deed mij nadenken? Wat ontroerde? Waar voelde ik me meest thuis? Wat gaat zelfs een klein beetje pijn doen als het zondagavond afgebroken zal worden?

Een show, dat is ook altijd de functie van een beurs. Een event waar je bij wil geweest zijn, dat je met eigen ogen gezien wil hebben. Enkele standhouders overtroffen zichzelf en toonden op een prachtige manier waar ze toe in staat zijn.

  1. Allaert aluminium

allaert-x-studio-dessuant-bone-perpetual-motion-2

voor een video: klik hier: studio-dessuant-bone-allaert-aluminium-2

Een van dé blikvangers van de beurs is de stand van Allaert aluminium. Zij vroegen de Parijse studio Dessuant Bone om aan de slag te gaan met hun aluminium profielen. Perpetual motion heet hun bewegende installatie.met roze en transparante deuren en ramen. Een … euh … straf staaltje vakmanschap.

2. Green mood

Green Mood ©Piet Albert Goethals
Green Mood ©Piet Albert Goethals

Ik ben fan van mosmuren. Daar worden gestabiliseerde mossen en andere planten (planten die in een soort coma gebracht worden) gebruikt om op muren landschappen te maken. Green mood uit Brussel werd in 2014 opgericht en somt als haar hoofdingrediënten korst- en veenmossen op, varens en het ietwat vage “wilde planten”. Een wild effect werd in elk geval gecreëerd in de kokerstand die de eveneens Brusselse ontwerper Alain Gilles uitstekende. Simpel en duidelijk.

3. De keukens  

screen-shot-2016-10-22-at-11-02-23

Een beurs is natuurlijk geen woning, maar de woonkamer die het West-Vlaamse Obumex installeerde op een hoekstand in hal 6, daar zou ik gerust tien dagen kunnen geïnstalleerd zitten. Een kook- en werkzone in natuursteen, met tafel ernaast en prachtige vintage stoeltjes van Pierre Jeanneret uit de jaren vijftig. Hopelijk krijgt alvast de keuken ergens een tweede leven? Hetzelfde geldt overigens voor de andere keukens op de beurs zoals die van PJ Mares en Bulthaup.

4. Greenhouse van Jonathan Muecke

jonathan Muecke ©Piet Albert Goethals
jonathan Muecke ©Piet Albert Goethals

“Is het een paviljoen? Is het een bank? Is het een podium?” David Van Severen vond ook geen woorden om het Green House van de Amerikaanse kunstenaar en architect Jonathan Muecke  aan de Zuidelijke ingang van Kortrijk Xpo te omschrijven. Met eronder grote houten eiken banken.  Zélf omschrijft de architect het zo: “The Green House was developed as an exterior’s interior or interior’s exterior – understanding that both an interior and an exterior are always present – that it is the proximity and presence of the objects that determine their distinction. The ‘Interior’ was developed by isolating and then lowering the overhead plane and extending it outwards in all directions.” De banken verhuizen naar de galerie in Brussel, het paviljoen zelf verdwijnt helaas.

Lees hier wat mij ontroerde, hier wat mij vrolijk maakte en hier wat mij deed nadenken.

Biennale Interieur loopt nog tot zondag 23 oktober in Kortrijk Xpo en de stad.

Biennale Interieur (6): Wat mij ontroerde.

Biennale Interieur beloofde op voorhand om beleving voorop te zetten. En geen  “productcatalogus” te zijn. Daarom ging ik de beurs enkele keren rond. Op zoek naar die beleving. Wat deed mij lachen? Wat deed mij nadenken? Wat ontroerde? Waar voelde ik me meest thuis? Wat gaat zelfs een klein beetje pijn doen als het zondagavond afgebroken zal worden?

Ontroering. Het is zeldzaam dat ik in een expohal, met veel indrukken, geuren, kleuren en lawaai heel even helemaal stil word. En toch.

  1. Oak bench van de jonge Thelonious Goupil

screen-shot-2016-10-21-at-12-48-33

Een eik die in twee gezaagd wordt, is een perfecte bank. Simpel. Arte povera.

 

2. Een gebroken hart

Philipp Käffer
Philipp Käfer op the German Wall

The GermanWall, dat waren een rist Berlijnse designers die erg dichtbij elkaar gepresenteerd stonden. Ontroeren deed deze wandlamp. Straf, vooral in combinatie met de bijhorende tekst. “Starting from the idea that something has to be destroyed to shape something new. The initial material and form were split into pieces, and rearranged to form a product with a new function or appearance. The Broken Heart lamp for instance consists of reflectors that split a circular light. From one perspective the viewer sees a heart, but when changing position, it breaks into bits of reflected light.”

3. Paddenstoelen

screen-shot-2016-10-21-at-12-53-29
Bar Terra ©anmichiels

De cateringpunten op de Biennale worden sinds enkele edities bedacht door hedendaagse ontwerpers die daarvoor moeten meedoen met de Biennale Awards wedstrijd. Deze Bar Terrra was een van de vijf winnaars. Bedacht door Carolien Pasmans, Bram Aerts en Claudio Saccucci van Trans Architeectuur en Stedenbouw Gent, draaide deze bar rond paddenstoelen. Ze lieten enkele dagen op zich wachten, maar ergens halfweg de beurs stonden de paddenstoelen ineens in volle getale te pronken. “they are alive!” instagramde An Michiels (een van de Biennale medewerkers) bij deze foto. Hoe een natuurfenomeen zo spannend kan zijn.

4. De werkbank van opa

Pinscher
Pinscher

Opvallend hoe professioneel de standen van de jonge ontwerpers zijn, in de hallen herkenbaar door de zilveren lappen stof die verticaal boven de jongerenafdeling hangen. Mooi was het eerbetoon van Stijn d’Hondt die naast de tafels in uitzonderlijke materialen, die hij op de markt brengt onder de naam Pinscher, ook de werkbank van zijn grootvader plaatste. Een stofjas draagt en opa’s bril in de bovenzak houdt.

Lees hier wat mij vrolijk maakte en hier wat mij deed nadenken. Coming up next: wat pijn zal doen als het afgebroken wordt en wat u misschien over het hoofd heeft gezien.

Biennale Interieur loopt nog tot en met zondag in Kortrijk Xpo en in de stad.

Biennale Interieur (5): Wat mij vrolijk maakte.

Biennale Interieur beloofde op voorhand om beleving voorop te zetten. En geen  “productcatalogus” te zijn. Daarom ging ik de beurs enkele keren rond. Op zoek naar die beleving. Wat deed mij lachen? Wat deed mij nadenken? Wat ontroerde? Waar voelde ik me meest thuis? Wat gaat zelfs een klein beetje pijn doen als het zondagavond afgebroken zal worden?

Lachen dus. Silver Lining was lange tijd de werktitel voor deze 25ste editie van Biennale Interieur. Uiteindelijk werd voor “the silver edition” gekozen. Maar de zilveren lijnen bleven wel boven de beurshallen hangen. En de metaforen ook: ” het zilveren randje aan de wolk, is de rol van goed design: betekenis geven aan het dagelijkse leven,” sprak ceo Jo Libeer op de openingspersconferentiespeech vorige vrijdag. Op sommige momenten liep ik op de beurs ronduit vrolijk rond.

  1. Prinses op de erwt
Magnitude / Studio Nedda
Magnitude / Studio Nedda

Zo was er het bezoek aan de stand van Magnitude. Daar vroeg een gestreepte prinses of ik wilde mee zoeken naar de erwt die haar wakker hield. Een fijne manier, bedacht door de Antwerpse Nedda El-Asmar, om te tonen wat de beddenfabrikant hier moet laten zien: dat ze topstoffeerders van eigen bodem.

2. De stand van Petite Friture

Petite Friture lamp Noé Duchaufour-Lawrance
Petite Friture lamp Noé Duchaufour-Lawrance

Dit Franse vrij jonge merk maakt eye-catchers, soms gimmicks, maar altijd mooi. Hier zag ik voor het eerst de Méditerranéa lamp van Fransman Noé Duchaufour-Lawrance, een gedrapeerde en geperforeerde lapjes metaal over een led-buis. Maar ook aardappelkapstokken en prachtig servies. Een vrolijke en open stand.

3. Den draad vzw

Goed verstopt in hal 6 botste ik tijdens het eerste half uur op de beurs vorige week op een soort springkasteeltje, gemaakt uit zitballen en kussens, gehaakt, gebreid en gemacrameed. Schoenen uit dan maar en springen. Er bestaan een foto van mijn springtest maar die heb ik nog niet. Fijn voor wie even stoom wil aflaten in elk geval.

4. Gewichtheffen bij Maison Vervloet

Phillibert van Jean-François d'Or voor Vervloet
Phillibert van Jean-François d’Or voor Vervloet

Hoe toon je in godsnaam een serie prachtig gemaakte deurklinken? Maison Vervloet uit Brussel deed beroep op Base Design. Die bevestigden ze op houten blokjes die los op een tafel gelegd werden. Dat sommige behoorlijk zwaar zijn kan elke bezoeker daar zélf ondervinden. Ook hier, helaas geen foto. Uitproberen dus.

 

Lees hier wat me op de beurs deed nadenken. En hier wat mij ontroerde.

Biennale Interieur loopt nog tot en met zondag in Kortrijk Xpo en in de stad.

Biennale Interieur (4): Wat mij deed nadenken

Biennale Interieur beloofde op voorhand om beleving voorop te zetten. En geen  “productcatalogus” te zijn. Daarom ging ik de beurs enkele keren rond. Op zoek naar die beleving. Wat deed mij lachen? Wat deed mij nadenken? Wat ontroerde? Waar voelde ik me meest thuis? Wat gaat zelfs een klein beetje pijn doen als het zondagavond afgebroken zal worden?

Ik begin met de ratio.

 

Wat deed mij nadenken op Biennale Interieur? 

  1. The Anthropocene Style van Philippe Rahm in een zilveren box
Philippe Rahm ©Frederik Vercruysse
Philippe Rahm ©Frederik Vercruysse

Curatoren Office Kersten Geers David Van Severen nodigden internationale gasten uit om een van de zilveren boxen in te richten en rond het thema Interiors een installatie te maken. Philippe Rahm is expert in binnenklimaten en bekijkt zijn werk van daaruit. In de catalogus van Interieur schrijft hij bijvoorbeeld: “if the white and minimum neutrality of the Modernist style has enjoyed succes without stop today, it is because the essential and original mission of the decorative interior design was lost after the invention of central heating in the late 19th century, the invention of of electric lighting in the first half of of the 20th century and the invention of air conditioning in the middle of the 20th century. the invention and implementation of heating, ventilation, lighting, were a hundred times more effective than a curtain or a candle. The decorative art of the past was a set of ways to improve the thermal comfort of the cold and dark interiors of old buildings.” Vanuit dit soort bedenkingen stelt Rahm op Biennale Interieur zeven decoratieve kunstobjecten voor voor deze tijd (waarin we rekening moeten houden met slinkende energievoorraden en broeikasgasuitstoten); Hij ontwierp deze objecten specifiek voor ons soort klimaat om het interieur comfort te verbeteren. Hij baseerde zich op fysica: zo ligt er het laag-effusiviteitstapijt met beton en polyurethaan vlakken. Wanneer de temperatuur 20 °C is, dan voelt het betonnen vierkantje aan als 22°C en dat ernaast uit polyurethaan als 29°C. Verder staat er een high soort tennisscheidsrechter-stoel die wil profiteren van het stijgen van de warmte, hangt er een spiegelwand en staat er een paravent die warmte terugkaatsen… Verhelderend voor een niet-fysicus en erg nuttig in een setting van een beurs waar ook betonnen tafels, flink wat marmeren objecten, grote glasramen, akoestische panelen en indrukwekkende lichtinstallaties gebouwd zijn.

2. Studio Basil op 19 oktober op Future Archive 

Future Archive ©Frederik Vercruysse
Future Archive ©Frederik Vercruysse

De stand van Future Archive, opgebouwd met grote archiefrekken, werd gevuld door creatief bureau Baroness O.  met hun favoriete internationale objecten en aangevuld met gloednieuwe stuks van exposanten op de beurs. Elke dag nodigden zij een andere ontwerper of creatieveling in dat archief uit om met de objecten te werken. Op 19 oktober was dat Studio Basil. terwijl flink wat archiefgasten decoratief of grafisch te werk gingen, startten zei vanuit een simpele vraag: Wat is dit object waard voor u? Ze maakten stickertjes met boodschappen als “Give it to me, yeah” of “sure, i’ll take it” of “this is now”; Die kon een bezoeker dan op de in plastic verpakte objecten plakken. En op de vraag: hoeveel wil je ervoor betalen kon je “loads”, “little” of “normal” kleven. Een fijn onderzoek. Waar willen beursbezoekers eigenlijk veel voor betalen? En waar weinig? Wat vinden zij actueel en wat oubollig? Keuren en commentaar geven doe je sowieso als beursbezoeker. Het is verfrissend dat ook eens echt luidop te kunnen doen. Ik wacht de opgetelde resultaten met nieuwsgierigheid af.

3. Design retail Summit op 17 oktober

screen-shot-2016-10-21-at-11-30-03
hoodvragen van de summit ©layout Joris Kritis

Eerlijk? Ik vind het een van de spannendste vragen van het moment: hoe zullen wij meubels in de toekomst kopen? Ik schreef er een tekst over in de catalogus van de Biennale (wie er eentje koopt, krijgt er gratis een fles Omer bij, hopla). Ik vind het spannend omdat ik zie hoe vrienden zich niet naar de woonboulevards begeven, maar zich voor interieurinspiratie op het internet storten: Pinterest, Instagram, webshops, ze kennen veel beter de weg dan ik. Meubelmerken maken makkelijk en snel leverbare flatpacksofa’s voor de stadsmens die geen zin heeft om weken te achten of een verhuislift te huren. Er ontstaat ongerustheid dat onze interieurs er binnenkort generisch uit zullen zien, omdat we ons allemaal op dezelfde online bronnen baseren. Ik vind het zo spannend dat ik verbaasd was dat een bondig minicongres met drie toonaangevende sprekers niet de grote massa trok. Maar de sprekers Jo Caudron, Tobias Lutz en Ewald Damen stelden dan weer niet teleur. Uiteraard hebben zij ook geen pasklare antwoorden op de vele vragen, maar ze gaven wél inspirerende voorbeelden, tactieken en reflecties mee. Afwezigen, u had ongelijk.

Lees hier wat mij ontroerde en hier wat mij vrolijk maakte.

 

Biennale Interieur loopt nog tot en met zondag in Kortrijk Xpo en in de stad.

Work Work Work Work 6: Out of the office?

De werkvloer van de 21ste eeuw ? Die is niet meer van vast tapijt. Er ligt al eens een schapenvel. Of een yogamat. Kantoorwerk kan – geef maar toe – ook in pyjama thuis, in de koffiebar of de coworkspace. “De nieuwe generatie weet dat ze lang zal moeten werken en heeft geen zin om dat op een saaie plek te doen.” 

Veel schermwerkers zijn het ondertussen gewoon om een of meerdere dagen per week thuis te werken, skype-meetings te houden of vanuit een coworkspace in hun thuisstad hun dagtaak te volbrengen. Het nieuwe werken, zoals dat dan heet, is niet eens nieuw meer. Het is voor velen dagelijkse realiteit. Rapporten nalezen aan de kassa van de supermarkt ? Tijdens de zwemles van de kinderen ? Op het treinperron ? Waarom niet ? Leve gratis wifi op openbare plekken. Leve WeTransfer en Dropbox. Leve interne chatsystemen. Bedrijven merkten dat ‘veel afwezigen’ handig kan zijn : het aantal vierkante meters kan gereduceerd en werknemers die toch ter plekke zijn, kunnen aanschuiven aan gelijk welk bureau. Dat is al lang geen nieuwigheid meer.

Flexibel en interactief

Iedereen blij dus ? Win-win ? Zo simpel is het niet. Eens geproefd van een rustigere omgeving, een gezelligere, een speelsere of gewoon eentje dichter bij huis, komen de vragen richting baas. “Kunt u een stilteplek voorzien alstublieft ? Een sofa om wat gezelliger te kunnen vergaderen ? Een telefoneerhoekje ? Deftige koffie misschien en verschillende soorten thee ? En een bureau om aan te staan in plaats van aan te zitten ? Want zitten is ongezond.”

Wat kleine, onnodige luxes lijken voor een besparende baas, blijken evidenties voor de flexibele generatie. Die weet dat ze lang zal moeten werken, maar heeft geen zin om dat op een saaie plek te doen. Of vanuit de file. “We hebben letterlijk de vraag gekregen van een Vlaams bedrijf : dat ze moeite hebben om personeel te vinden, omdat hun kantoren wat saai waren. Of wij een aantrekkelijker plek konden maken”, legt Mathieu Bellens van ontwerpstudio Five Am uit Kortrijk uit. “Dus creëerden we een stiltehoek en toffe vergaderruimtes, en werkten we voor de kantoren met warme materialen.” Ze bedachten ook een eyecatcher : een caravan die ze verbouwden tot mobiele werkplek die overal neergepoot kan worden.

Remy Schepens, managing director Benelux van de Zwitserse meubelfabrikant Vitra, weet dat aantrekkelijke werkplekken high potentials aantrekken. “Er is een war for talent aan de gang. En het gaat snel. Die kenniswerkers kunnen overal werken. Als ze naar kantoor komen, doen ze dat omdat ze ernaartoe wíllen komen. En om anderen te ontmoeten. Dus is er een inrichting nodig die daarop voorzien is. Die zelfs interactiviteit stimuleert. Zonder gedoe. Het is aan ons, fabrikanten, om meubeloplossingen te bedenken die daarin passen, die mooi en aantrekkelijk zijn.”

Semi-privé op het werk 

Maar ook praktisch. Met bijvoorbeeld bureaus en vergadertafels met inductie- oplaadstations voor smartphones en tablets : als je die op het tafelblad legt, laden ze op. Nog nieuw : het antibacteriële bureau. Het stoot letterlijk bacteriën af. Belangrijk als er elke dag iemand anders aan tafel zit. “We zijn ver gevorderd in een onderzoek naar materialen uit de medische sector die antibacterieel zijn. Die zijn immers nog veel belangrijker op plekken waar op één dag verschillende mensen aan dezelfde tafel terechtkomen. We ontwikkelen ook een soort pay per use-systeem : bedrijven kunnen dan een meubelabonnement nemen en wij voorzien in wat ze op dat moment nodig hebben. Veranderen de noden, dan nemen we bijvoorbeeld vergadertafels weg en zetten we er een sofa voor in de plaats.”

Ook Prooff, een meubelbedrijf uit Nederland, specialiseerde zich jaren geleden al in het nieuwe werken. “Ik noem het eerder tijd- en plaatsonafhankelijk werken”, zegt Karian van der Haak, marketingmanager van Prooff. “We richten ons op verschillende werkgerelateerde activiteiten die gedaan worden in de ‘publieke ruimte’ (ook wel third space genoemd, of break-out areas) van de werkvloer – daar waar de ontmoeting plaatsvindt. Door die focus zul je ons niet zo gauw een traditioneel bureau en dito stoel zien uitbrengen. We hebben bijvoorbeeld een PhoneBox en een sta-bureau met de allerbeste akoestische waarden. Daar krijg je een semi-privégevoel en kun je telefoneren of even iets staand uitwerken, het is een soort landing spot.”

Van job- naar kantoorhopper 

Hospitality, een term die alleen voor restaurants of hotels gebruikt werd, blijkt ook in de kantoorwereld ingang te vinden. Moet de CEO of hr-manager de perfecte gastvrouw of -heer worden voor degenen die overwegen om voor hun bedrijf te werken ? En beconcurreren kantoren van de toekomst elkaar op dat vlak ?

Spaces, een populaire keten van coworkingplekken in Nederland, werd in elk geval opgericht door Rattan Chada, die ook modemerk Mexx en hotelketen CitizenM uit de grond stampte. “Hier kun je jezelf omringen met mensen die graag doen wat ze doen. Niets helpt je beter uit een mental block dan een echt goede kop koffie, geserveerd door een van onze barista’s”, klinkt het. Ook in het pakket : droogkuis, een schoen- en fietshersteller en een computerassistent. “Wij nemen de vervelende taakjes wel over”, aldus het kantoor.

Allerlei extra’s biedt ook Fosbury & Sons, een nieuwe coworkingspace die begin november opent in Antwerpen. “We hebben gezond en lekker eten, en plannen een programma met sport- en bewegingssessies – van yoga en bootcamps tot minivoetbal en tai ki kung.”

Coworkspaces en corporate bedrijven groeien meer en meer naar elkaar toe. Spaces bijvoorbeeld sloot deals met bedrijven die hun werknemers abonnementen in de werkplekken geven. Het is een logische evolutie als je het grotere plaatje bekijkt, vindt Remy Schepens van Vitra. “Bedrijven die nu 5000 werknemers in dienst hebben, zullen binnen tien jaar misschien nog maar 500 mensen tewerkstellen. Al de rest zullen ze met freelancers doen, die ingeschakeld worden bij projecten. Die mensen kiezen zélf waar ze gaan werken.” Na de jobhoppers, de kantoorhoppers ?

Vereenzaming tegengaan 

Schepens wijst bovendien op de noodzaak van samenwerken, ook als je als freelancer eigenlijk alleen werkt. “Vereenzaming is een van de uitdagingen voor jongeren. Een aantrekkelijke werkplek met anderen verhoogt het welbevinden.” Niet te onderschatten, vinden ze ook bij Fosbury & Sons. “Voor vele freelancers, thuiswerkers en kleine bedrijven is afzondering het grootste probleem. Wij noemen dat het ‘pyjama-effect’. Je moet de deur niet uit, je moet niet onder de mensen komen, dus blijf je in je pyjama rondlopen. Dat heeft een negatief effect op je drive om de dag te beginnen, en op je zelfwaardering.”

Ook Fosbury & Sons mikt op kruisbestuiving tussen individuen, kmo’s en grote corporate bedrijven. “Voor bedrijven tot twintig personen zijn wij een mature, professionele werkomgeving. Grote firma’s gebruiken ons als representatief satellietkantoor. Werknemers die nu af en toe thuis werken, kunnen op die manier met enkele collega’s terecht in een volwassen werkomgeving. Ze kunnen er klanten of leveranciers ontvangen, of nieuwe contacten leggen. Belangrijk is dat ze niet meer elke dag naar het hoofdkwartier moeten pendelen. Ze kunnen met de fiets naar hun werkomgeving, zonder van werkgever te moeten veranderen. We noemen het ‘thuis-stad-werken’, het nieuwe thuiswerken”, aldus Stijn Geeraets en Maarten Van Gool van Fosbury & Sons.

Grote bedrijven willen ook de sfeer van coworkingspaces naar hun eigen kantoor brengen, wegens bijna synoniem met dynamiek, frisse blik, flexibiliteit, kruisbestuiving en connectivity. “Voor grote organisaties is het belangrijk om hun voelsprieten uit te steken en te weten wat er rondom hen gebeurt. Door medewerkers op een fysiek platform zoals het onze te laten werken, kunnen ze gemakkelijk buiten de muren van het bedrijf treden, brainstorms organiseren, nieuwe ideeën opdoen en zitten ze met de neus op de aankomende trends.”

Leen Creve

Deze tekst verscheen eerder in Knack Weekend Interieur Special van 12 oktober 2016

Lees ook Work work work work 1, 2, 3, 4 en 5

Biennale Interieur (3): Drie archetypes op zijn kop

Een tafel, een stoel, een zitbank, een leeslamp. Eeuwenlang al zijn het hoofdrolspelers in menig Vlaams interieur. Ontelbare nieuwe exemplaren werden de expohallen van Kortrijk binnengedragen afgelopen week. Deze drie merken brachten iets nieuws maar tegelijk iets ouds uit. 

 

  1. De nieuwe relax

Wat? Cloud, van Bart Lens voor de Limburgse fabrikant Indera. Een gemotoriseerde relaxstoel, zo eentje waar u door op een knop te drukken met de benen omhoog kunt liggen zweven. En Luv, een relaxsofa.

cloud-chair-bart-lens-for-indera

Nieuw of oud? Waar een klassieke relaxstoel al eens futuristische en hoekige trekken mee krijgt (meestal om de motor te verstoppen) kreeg de Cloud een vintage fifties look: gebogen hout als armleuningen en dikke rijkelijk beklede zitting, als ware het een fifities leunstoel van uw grootmoeder. Nog indrukwekkender was dat Indera ook een sofa uitbrachten met relaxfunctie. De lage rugleuning gaat omhoog met en motor, kantelt achterover met een tweede en de derde stuurt de benen de lucht in.

screen-shot-2016-10-16-at-21-38-48

Eindelijk? Vreemd dat het zo lang duurde vooraleer het tienjarige Indera een relaxstoel uitbracht, moederbedrijf Mecam staat immers bekend om relaxfauteuils en –sofa’s, al is de vormgeving daar eerder onopvallend te noemen (en taupe). Maar de technologie voor een lager model was een proces van jaren, aldus zaakvoerder Carl Meers. Ook zusterbedrijf Moome brengt een relaxsofa uit, met twee motoren en dus voordeliger.

  1. Een kwartdraaitje

Wat? De A’dammer kast van Pastoe, een klassieker uit 1978, is nu voor het eerst beschikbaar op zijn kant: horizontaal gelegd in plaats van vertical staand.

Nieuw of oud? De Nederlandse ontwerper Aldo van den Nieuwelaar (1944 – 2010) raakte door de mechaniek gefascineerd in de jaren zeventig. In het in 2013 verschenen boek over 100 jaar Pastoe citeerde de ontwerper: ‘Waar ik het vandaan heb? Misschien van grootvaders rikketik-bureau.” Daarbij verwijzend naar de antieke houten bureautjes met ribbelluikje. Op een rails schuift de plaat langsheen een boog naar de achterkant van de kast.

Eindelijk? Er werd in de loop der jaren met kleuren en vormen gevarieerd. Er kwamen lange smalle A’dammers op de markt, en eerder ook al een brede versie met horizontaal schuifsysteem, een driehoekige Obelisk en de welgekende Pinguïn-versie. Maar nooit eerder een platte smalle op pootjes dus.

 

screen-shot-2016-10-16-at-21-58-55
a’dammer twist

 

sideboard a'dammer die al bestond
sideboard a’dammer die al bestond

 

  1. Dweiltapijt

Wat? Een tapijt van ontwerper Davy Grosemans met Belgische driekleur, net als de dweilen die sinds de jaren vijftig door textielfabrikant De Mandel werden uitgebracht en daarna ook massaal door andere fabrikanten werden uitgebracht.

screen-shot-2016-10-16-at-21-44-35

Nieuw of oud? Dit tapijt werd in wol uitgevoerd, door de Belgische tapijtproducent Belca.

Eindelijk? Er zat allicht niemand op te wachten en voor sommigen zal het een gimmick zijn, maar het tapijt past wel binnen de missie van opdrachtgever Bokrijk dat met het project BKRK een toekomst aan typische ambachten wil geven. Op Biennale interieur stelden ze tien objecten voor de inrichting van het Kasteel van Bokrijk voor.

screen-shot-2016-10-16-at-21-44-51
dweiltapijt Davy Grisemans ©Luc Daelemans

 

 

 

Biennale Interieur (2) : Prijs Vormgeving West-Vlaanderen

Nog voor de zomer zat ik in de jury voor de Prijs voor Vormgeving van de Provincie West- Vlaanderen, samen met Biennale Interieur voorzitter Lowie Vermeersch, docent en ontwerper Fabiaan Van Severen, ontwerper Bram Boo en directeur van het Design museum gent Katrien Laporte. Ik mocht daarna ook de vier laureaten interviewen voor de catalogus bij de expo die de vier overigens zélf prachtig vorm gaven. Pik er eentje op bij de expo in Texture, een overigens door noArchtecten en Madoc prachtig gerenoveerd industrieel gebouw aan de Leie in Kortrijk. Met gouden dak.

“Objecten zijn een afspiegeling van een cultuur,” sprak Lowie Vermeersch bij de uitreiking van de bloemen en cheques (van 3000 euro elk). “Ik zie iets gemeenschappelijks in hun werk: ze drukken allen een ingehouden en intieme kwaliteit en iets humaan uit. Designers moeten levens verrijken en dat doen zij allen.”

screen-shot-2016-10-15-at-20-44-03
catalogus ontworpen door Tim Bisschop

Mathilde Vandenbussche

Mathilde Vandenbussche studeerde vorig jaar af aan het KASK, School of Arts in Gent, afdeling textielontwerp, met een onderzoek naar manuele
en industriële breitechnieken. Na haar studies werd zij gevraagd door matrasstoffenfabrikant Deslee Clama in Beselare om haar artistieke onder- zoek te ‘vertalen’ naar een industriële schaal. Het resultaat zijn twintig verschillende stoffen, bedoeld om schuimmatrassen voor bedden te omhullen.

Mening van de jury: “Verfrissend werk met een duidelijke eigenzinnigheid
en persoonlijkheid. Met aandacht voor zowel esthetiek als techniek, voor hightech en lowtech. Bovendien is het werk van Mathilde Vandenbussche hét bewijs dat een artistiek onderzoek, in dit geval rond de beweging van het menselijk lichaam, tot een industriële collectie van nieuw breigoed kan leiden. Een mooi voorbeeld van hoe een goede ontwerper een relevante meerwaarde kan bieden voor een fabrikant. We zijn benieuwd naar de toekomst van Mathilde Vandenbussche.”

Mathilde Vandenbussche
Mathilde Vandenbussche

“Ik ontwerp al tekenend”

Met haar eindwerk wist de piepjonge Mathilde Vandenbussche matras- stoffenfabrikant deslee clama zo te overtuigen dat hij meteen een hele collectie van haar hand opstartte. Zo bracht Mathilde leven in de… breierij.

De naam van textielontwerpster Mathilde Vandenbussche is u wellicht nog niet bekend. Maar daar komt snel verandering in. Zij is de jongste winnares van de Vierjaarlijkse Prijs voor Vormgeving van de Provincie West-Vlaanderen 2016.

Waarin bestond uw afstudeerproject?

“Ik vertrok van de ‘scharnieren’ van het menselijk lichaam. Onze spieren en gewrichten bepalen hoe ver we kunnen buigen, stretchen, rekken, strekken en spannen. Daarom gebruikte ik ze als inspiratiebron voor mijn stoffen. Voor de kleuren en motieven, maar ook om patronen en technieken te bepalen. Hoe beweeglijk is breigoed? Welke combinaties van wol en elastiek werken het best? Welke breitechnie- ken? Ik tekende veel, leerde op ver- schillende manieren breien, zowel met de hand als industrieel. Het resul- taat waren een reeks tekeningen, en industrieel en handgebreide stalen.”

enkele maanden later is daar een echte collectie uit voortgekomen. “Ja, het was een voorrecht om samen met fabrikant Deslee Clama te kunnen onderzoeken wat technisch haalbaar was op grote schaal. Voor hen is het heel interessant om rekbare matras- hoezen te maken. De gebruikte breikwaliteit is extreem elastisch en hierdoor ook zeer volumineus en zacht. Wie een matras koopt, weet wel dat deze op zich niet zichtbaar zal zijn bij hen thuis, maar toch is de presentatie in de matrassenwinkel enorm belang- rijk. Wat mooi is, verkoopt nu eenmaal beter.”

Hoe zou u uw manier van werken omschrijven?

“Ik vind onderzoek en een verfijnde techniek belangrijk. Maar het eindresul- taat moet grafisch interessant zijn. En esthetisch mooi! Misschien daarom dat ik nog zo graag en veel teken. Tijdens onze opleiding werden we daarin gesti- muleerd. Het is voor mij een manier van communiceren geworden. Al tekenend ontwerp ik. Dat gaat hand in hand.”

Waar ziet u zichzelf over vijf jaar?

“Geen idee. Ik studeer ondertussen verder om mijn lerarendiploma te behalen en ik geef ook al les in textiel- ontwerp in het middelbaar onderwijs. Maar ik zou natuurlijk graag intussen mijn eigen bureau opstarten.”

We Became Aware

We Became Aware is het multidisci- plinair ontwerpbureau van Valentijn Goethals en Tomas Lootens, afkom- stig uit Torhout en Gistel. Ze werkten al voor het Vlaams Architectuur Instituut, Kraak & Cinema Nova, de muziekbands Amenra en T.B.H.R., voor Het Nieuwe Instituut en het mu- ziekfestival Boomtown. Ze hebben ook een eigen platenlabel en een exporuimte 019 in Gent.

Mening van de jury: “We Became Aware toont een duidelijke eigen visie en tast de grenzen af van wat grafisch ontwerp kan betekenen vandaag. Hun multidisci- plinaire insteek en samenwerking met andere kunstenaars en ontwerpers toont dat deze ontwerpers buiten hun studio kunnen kijken en ook zélf projecten kunnen initiëren. Daadkrachtig en met lef, zo zien we ontwerpers graag.”

We became Aware
We became Aware

1+ 1 = 3

Dat er ‘we’ in hun naam staat, is geen toeval. grafisch vormgevers Valentijn goethals en tomas lootens van We became aware schakelen voortdurend andere kunstenaars, ontwerpers en architecten in om samen te werken. tot en met rem Koolhaas.

Nooit eerder hingen er in Kortrijk zo’n grote vlaggen als in de zomer van 2015. Door toedoen van het duo Goethals en Lootens werden, vanop een twintig meter hoge mast op het Buda-eiland, om de paar weken nieuwe boodschappen doorgegeven aan plezier- en vrachtboten. Dit najaar doet We Became Aware die stunt nog eens over met een vlag aan het Texture- gebouw in Kortrijk, waar de expo Vierjaarlijkse Prijs voor Vormgeving West-Vlaanderen loopt.

Wat laat u nog zien op de expo?

Valentijn Goethals: “Voor onze wed- strijddeelname stuurden we vooral boeken, brochures en posters in. Maar we vonden het niet zo interessant om die gewoon op een tafel te leggen, zonder uitleg. Dus naaiden we een grote tent van de honderddertig vlaggen die we inmiddels samen met verschillende ontwerpers uit onze mouw schudden.”

Wat hebt u toch met vlaggen?

“Zoals veel van ons werk zijn die vlaggen ontstaan uit noodzaak. We hebben een tentoonstellingsruimte in Gent, maar we kunnen die niet constant bemannen. Op het dak lag een vlaggenmast. Door er een vlag aan te hangen konden we ook op sluitingsdagen ‘aanwezig’ zijn. We merkten dat een vlag niet alleen een goedkoop communicatiemiddel is, maar ook grafisch grote troeven heeft. Een vlag is een driedimensionale sculptuur. Ondertussen doceren Tomas en ik het vak vexiology ofte vlaggen- kunde aan de Academie van Bouw- kunst in Amsterdam.”

Hoe werkt u het liefst?

“Tomas was concertorganisator, ik muzikant. Zo hebben we elkaar leren kennen. We begonnen samen te werken en hadden een platenhoes nodig. We hebben ze dan maar zelf ontworpen. Zo zijn we steeds vanuit onze eigen behoeften beginnen werken. Nu hebben we ons eigen platenlabel en ons eigen ontwerp- bureau. Grafische vormgeving is per definitie zeer toegepast werk: je moet het doen met beelden en teksten van iemand anders. Voor ons is samen- werken met anderen niet meer dan logisch: we gaan telkens op zoek naar partners die ons kunnen aanvullen, die dingen beter kunnen dan wijzelf.
Zo wordt één plus één drie. De meeste van die medewerkers kennen we al jaren en zijn vrienden. Soms, zoals toen we Rem Koolhaas vroegen een vlag te ontwerpen om ze te laten wapperen op een site waar hij het masterplan voor tekende, volstaat een simpele e-mail.”

Tim Bisschop

Tim Bisschop is grafisch vormgever. Hij maakt boeken, brochures, jaar- verslagen en huisstijlen voor onder meer uitgeverij Hannibal/Kannibaal, Hatje Cantz, Xavier Barral, Prestel UK & US, In Flanders Fields, Anton Corbijn, Atelier Stephan Vanfleteren, Ancienne Belgique, De Vlaamse Overheid, De Morgen en, pas nog, het Gemeentemuseum in Den Haag.

Mening van de jury: “Het is als vormgever natuurlijk dankbaar werken met foto’s van topfotografen Stephan Vanfleteren en Anton Corbijn, met historische beelden uit lang vervlogen tijden of met beelden van de beste Vlaamse kunstwerken. Toch toont Tim Bisschop een consistentie en hoge kwaliteit doorheen al zijn werken. Deze boeken zijn stuk voor stuk ver- zamelobjecten geworden, die veel kans maken om de tand des tijds te doorstaan.”

Tim Bisschop
Tim Bisschop

Zichtbaar Onzichtbaar

Een dikke vier jaar geleden stampte Tim Bisschop zijn eigen grafisch bureau uit de grond. inmiddels circu- leert zijn naam in cultuurkringen en maakt hij gelauwerde boeken met top- fotografen anton corbijn en stephan Vanfleteren.

Volgens Time Magazine en American Photo behoren de boekprojecten die grafisch ontwerper Tim Bisschop met Corbijn en Vanfleteren realiseerde
tot de beste fotoboeken van 2015. Hij werd genomineerd voor de twee ‘best vormgegeven boeken’ van 2015 en stak ook de Vierjaarlijkse Prijs voor Vormgeving van de Provincie West-Vlaanderen 2016 op zak. Het gaat Tim Bisschop voor de wind!

Wat is volgens u de rol van een goede grafisch vormgever?
Tim Bisschop: “Ik denk dat die rol wat onzichtbaar moet zijn. Hij/zij moet niet te veel aandacht opeisen. Al is er een verschil tussen het binnenwerk van het boek en de cover. Voor het binnenwerk probeer ik zo veel mogelijk uit te puren. Less is more. Ik hou van eenvoudige typografie, van tijdloze letters. Meestal gebruik ik bestaande lettertypes, maar bijvoorbeeld voor Atlantic Wall van Stephan Vanfleteren heb ik zelf letters gemaakt, gebaseerd op oude Duitse Fraktur-letters. Die teken ik dan eerst een voor een uit op papier. Pas daarna maak ik ze digitaal. Ook het stramien van het boek, het kader waarin ik de foto’s en teksten inpas, teken ik vaak eerst uit met potlood, papier en meetlat.”

Toch zijn uw covers altijd zeer opvallend.
“Ja. Met covers kun je verder gaan. Toch als dat haalbaar is binnen het budget. Zo ontwierp ik voor uitgeverij Hannibal een cover met in lood gestanste
letters en met een lederafwerking.
Voor de Vlaamse Overheid maakte ik een boek waarvan de titel in de cover uitgespaard is. Daarachter steekt een fluo-oranje blad papier dat, als het beschenen wordt door de zon, zal ver- vagen in de uitsparingen, waardoor een nieuwe binnentitel ontstaat. Ik vind het belangrijk dat een cover het onderwerp niet alleen visueel draagt, maar dat je dat ook kunt voelen.”

Hoe ziet u uw toekomst?

“Ik doe heel graag wat ik nu doe. Voorlopig vind ik het super om alleen te werken en heb ik geen plannen om mijn bureau uit te breiden. De combi- natie van jaarrapporten, waarin je heel leuke dingen kunt doen, en boeken over architectuur, kunst, fotografie en sport vind ik geweldig. Mijn grootste voorbeelden zijn de Nederlandse vorm- gevers: de sublieme minimalist Wim Crouwel, de geweldige Irma Boom en infographic-specialist Joost Grootens. Allemaal beheersen ze de kunst van de eenvoud: niet te veel toeters en bellen, maar toch niet saai.”

Couvreur.Devos

Couvreur.Devos, dat zijn grafisch vormgever Bram Couvreur en productontwikkelaar Björn De Vos. Ze leerden elkaar kennen toen ze allebei voor Modular werkten. Sinds bijna twee jaar werken ze als duo samen, onder de vleugels van het multidisciplinaire team Maister dat voor bedrijven huisstijlen, architectuur en marketingplannen maakt.

Mening van de jury: “Dit is product- vormgeving op een hoog en constant niveau. De ontwerpers benutten
ten volle de samenwerking met een belangrijke speler in de verlichtings- wereld, waarbij ze nieuwe techno- logieën aanwenden om tijdloze en soms verrassende objecten te creëren. Het duo Couvreur.Devos is een goede ambassadeur voor West-Vlaams en Belgisch design.”

couvreur.devos
couvreur.devos

Meer dan mooie vormen

Ze zijn maar met zijn tweeën, couvreur.devos, maar hun tempo ligt hoog. de afgelopen jaren creëerden de ontwerpers tientallen lichtarmaturen, maar ook een champagne-emmer, fornuizen,
een keuken en een feestschuur.

Niet minder dan drie Henry van de Velde Awards kaapte ontwerpersduo Couvreur.Devos al weg, plus een Good Design Award én een prijs van de vakbeurs Light+Building. Nu dus ook de Vierjaarlijkse Prijs voor Vormgeving West-Vlaanderen. Paradepaardjes op de bijbehorende tentoonstelling zijn hun award-winnende verlichtingsarma- turen voor Modular en het akoestische paneel voor Buzzispace.

Wat maakt, volgens u, een goede ontwerper?

Björn De Vos: “In verlichting en interieur- inrichting is al zo veel gedaan. De logische vraag die je dus stelt als ont- werper is: ‘Wat is onze rol? Wat kunnen wij toevoegen?’ Sommigen maken dan iets supergroots of iets heel expliciets, zodat het bijna gaat om een kunstwerk. Wij zoeken het eerder in de subtiliteit. Bij ons gaat het werk verder dan mooie vormen bedenken. We stellen ons compleet ten dienste van de klant. De kunst bij verlichtingsdesign bestaat er bovendien in om armaturen te tekenen die niet overheersen in de architectuur. Anderzijds is het zo dat wie verlichting koopt, vaak kiest uit een catalogus.
Het ontwerp moet dus wel opvallend genoeg zijn om eruit te springen. Wij bekijken het volledige plaatje.”

Hoe moeilijk is het om op te vallen?

“We gaan altijd tot het uiterste. Het is niet omdat iets vandaag niet bestaat dat het morgen niet zou kunnen bestaan. Zowel op technisch als op esthetisch vlak en op het gebied van materialen zoeken wij altijd naar inno- vatie. En dat valt op, blijkbaar.”

Wat zijn uw plannen voor de toekomst?
“We willen nog meer totaalprojecten realiseren. Architect Henry van de Velde tekende alles, van de archi- tectuur van een woning tot de deur- hendels en de badkamer. Wij geloven enorm in dit soort ‘maatwerk’ en willen inzetten op twee denksporen, als specialisten en als generalisten.”