Uit het archief: Interview Jasper Morisson

‘ZO’N NIEUW IDEE, DAT IS ALTIJD EEN OPWINDEND MOMENT’

De grootste overzichtstentoonstelling ooit van het werk
van de Britse ontwerper Jasper Morrison vind je deze zomer in ons land. Interview met een verlegen Brit, die naar eigen zeggen hypergevoelig is aan zijn omgeving.

foto Kento Mori
foto Kento Mori

Dagelijks geluk, daar is het Jasper Morrison om te doen. In samenwerking met de industrie supernor- male objecten bedenken die de eindgebruiker ondersteunen. Of ze nu willen relaxen in een sofa, uren zitten werken op een van zijn stoelen, aardappe- len koken in een van zijn potten of deuren openen met een van zijn klinken. Jasper Morrison is niet op zoek naar grote kicks, spektakels of waanzinnige experimenten. Maar met geduld en gezond verstand, met intuïtie en een portie geluk zoekt hij naar eenvoud en comfort in dagelijkse industriële voorwerpen.

De eerste keer dat ik Japser Morrison in levenden lijve zag, was hij aan het fietsen in Milaan. Alsof hij niet een van de groot- ste namen van de hedendaagse designwereld was, maakte hij zijn fietsslot vast aan een paal en bezocht een van de honderden expo’s tijdens de designweek. Enkele jaren later interviewde ik hem, ook in Milaan, op een beursstand. Maar hij sprak toen zo stil dat ik hem amper kon verstaan. Hij staat erom bekend niet graag te spreken, zeker niet voor grote massa’s. Maar hij houdt er wél van om zijn verhaal te vertellen en zijn werkvisie uit te leggen. Dat doet hij via een fotoblog, via boeken én nu dus ook via zijn grootste tentoonstelling ooit, Thingness, die nog tot 13 september loopt in CID, het Centre d’ Innovation et de Design in Hornu, bij Bergen. Directrice van dat museum, Marie Pok, is bij de opening duidelijk trots: “Deze expo zal gaan reizen, ze is ondertussen ingepland voor 2016 in Zürich. Verwacht geen spektakel, de scenografie is beschei- den en eenvoudig. Het is echt een typisch Jasper Morrison-project. Zijn grote voorbeelden zijn ontwerpers en architecten Adolf Loos, Robin Day of Dieter Rams geweest. Maar ondertussen is hij zélf een belangrijke inspiratiebron geworden, voor onder anderen de Bouroullecs-broers of Konstantin Grcic. Sorry dat hij hier het woord niet neemt, hij is absoluut allergisch voor een grote groep toehoorders”, voegt ze er nog aan toe. Gelukkig was ik een uurtje eerder, als zijn publiek maar uit één vrouw bestaat, zijn er blijkbaar geen allergische reacties.

Waarom deze expo?

Jasper Morrison : Dit is een retrospectief. Heel rechtlijnig en duidelijk. Ik maakte in 2010 in Kortrijk, voor de winkel van de familie Ghyselinck, een kleine expo met eigen werk. Daarvoor bedacht ik samen met ontwerper Michel Charlot een soort van raamsysteem. Dat idee heb ik behou- den. Hier vertegenwoordigt elk raam een periode in mijn werk. De expo is ruwweg chronologisch opgevat. Het idee is niet om elk stuk te tonen, maar een selectie. Daar geef ik dan achtergrond bij: in tekst, maar ook in tekeningen en foto’s.

Als u alles zo samen ziet, welke evolutie ziet u dan zelf?
Ik ben blij dat ik redelijk consistent ben gebleven, ik heb niet echt mijn mening op design herzien. Tegelijkertijd ben ik blij dat ik beter ben geworden. Onze stoelen zijn bijvoorbeeld comfortabeler gewor- den. Dat heeft natuurlijk met ervaring te maken. In het begin maak je een stoel, maar dan weet je eigenlijk niet zo goed wat het comfort bepaalt. Elke stoel volgt op een vorige stoel. Deze stoel van Emeco, waar we nu op zitten, komt bijvoorbeeld rechtstreeks voort uit de Basel chair voor Vitra, waar al veel kromming in de rug stak. Je leert bij door te doen. Dit is de grootste expo die ik ooit gemaakt heb. Ik ben hier een jaar geleden voor het eerst ge- weest. Ik hou van deze plek en van dit mu- seum en zijn ruimten.

U lanceerde enkele weken geleden ook een nieuw boek, ‘A Book of Things’. Waarom ?

Het was nog eens tijd. Het laatste boek was acht of negen jaar oud, dus al wat ge- dateerd, want ik heb de jongste tien jaar hard gewerkt (lacht).

U was ooit zélf boekverkoper ?

Ja, toen ik op de kunstschool zat. Meestal gingen die over kunst, architectuur en de- sign. Ik reed tussen de middag, tijdens de lunchbreak, met mijn brommertje rond in Londen naar boekwinkeltjes waar ik de rekken afschuimde. Dat was een belangrij- ke leerschool voor mij. Ik kocht die boe- ken, las ze en verkocht ze. En soms hield ik ze bij, natuurlijk. Ik heb er nog steeds zeer veel.

Dus u weet wat een goed boek is ?

Ja, in de boekhandel gaat het zo: je kunt een boek oppikken van bijvoorbeeld Picasso. Een interessant onderwerp, maar de lay-out, opbouw, papierkeuze, lettertype, afwerking van de reproducties en zo bepalen of het echt een goed boek is. Als het slecht is, dan noemden we het een dog. Dus ik heb echt wel geprobeerd om geen dog te maken.

Een boek is voor mij een fijne manier om te communiceren. Ik maak liever een boek dan dat ik een seminarie moet voordra- gen. Communiceren via internet kan natuurlijk ook, maar een boek heeft nog al- tijd een speciale status voor mij.

U opent het boek met een quote van Carl Jung : “Geen enkel archetype kan worden gereduceerd tot een enkele formule… Het is een vat dat we niet kunnen legen of vullen… Het blijft voortbestaan doorheen de jaren en vraagt elke keer op- nieuw een interpretatie.” Waarom start u met deze woorden ?

Ik manipuleer eigenlijk een beetje wat Jung zegt, want ik denk niet dat hij het over objecten had. Maar het vat wel goed samen wat mijn mening is over design en de geschiedenis van ontwikkeling van objecten.

Verschilt u met die visie van anderen ?

Neen, dat denk ik niet. Ik ben er vrij zeker dat het common sense is. Ook de Deense ontwerpers bijvoorbeeld werkten veel met archetypes en keken naar de geschiedenis en ontwikkeling van vormen die uit historische keuzes kwamen.

U blijft in uw boek ook uw pleidooi voor supernormale producten houden.
Ik heb ook sensationele producten gemaakt, hoor. Die vangen je oog. Dat is straf op korte termijn. Maar op lange termijn kan het zijn dat ze niet de goede sfeer brengen in een ruimte. Als je in een lege kamer objecten begint te plaatsen, dan verandert de sfeer. Als je iets in die kamer zet dat te veel karakter heeft en een te sterke visuele identiteit, dan verlies je je balans. Dan krijg je geen goede atmosfeer.

Kun je er dan geen ander sterk product tegenover stellen ?
Nee, dan wordt het erger! Het is zoals een designhotel vol felle kleuren en funny shapes. Dat is mijn idee van een heel slech-te sfeer.

 

U gebruikt nu, maar ook in uw boek, vaak het woord sfeer. Waarom is een goede sfeer zo belangrijk voor u?
Ik groeide op in Londen, in een tijd dat de woningen daar redelijk gestoffeerd waren : zware sofa’s, tapijten, gordijnen, plaids… Maar de zomerliving van mijn grootvader was helemaal het tegenovergestelde. Die was zonnig en open en had veel daglicht. Er lag een houten vloer en een groot, wit, harig tapijt. Er was een haard. Ik was vier en voelde me compleet gelukkig. Dat herinner ik me goed. Het was immers een be- palend moment in mijn latere carrière.

Hoe zou u die sfeer omschrijven? En hoe bewaakt u die ?
Het is ervaring en instinct, denk ik. Ik heb altijd gewerkt met een soort denkbeeldige kamer in mijn hoofd. Als ik werk aan iets nieuws, dan probeer ik me in te beelden dat het in die kamer terechtkomt en daar de sfeer niet verpest. Als het werkt in die abstracte kamer, dan zit het goed.

Stomme vraag, is het een lege kamer ?

Het is erg abstract, hoor, eigenlijk is het geen kamer. Maar ik heb ze weleens pro- beren te tekenen. Ze hangt hier op de ten- toonstelling en ze staat in mijn boek. Dit is de abstracte manier waarin ik de dingen inplant.

Welk deel van uw designproces maakt u het meest gelukkig ?
Het is natuurlijk super als je een nieuw idee krijgt. Dat moment is altijd opwin- dend en aangenaam. Ook al kan het een valse start zijn of anders uitdraaien, het blijft een tof moment. Het moment dat je de eerste prototypes ziet, is altijd een beet- je griezelig. Maar als het afgewerkte pro- duct er is, dat is schoon. Ook het hele pro- ces van communicatie met fabrikanten vind ik hoogst bevredigend. Dat zijn leer- momenten voor mij. Zoals observeren, daar leer ik ook van. Ik fotografeer veel.

Dat gaat automatisch. Pas achteraf ga ik kijken en analyseren waarom ik een beeld interessant vind. Daar maak ik al jaren blogposts van en ik heb ze ook eens verzameld in een vorig boek, The Good Life. Er hangen er ook enkele in de expo. Want obser- vatie is een van de belangrijkste leer- scholen voor een designer. Leren kijken wat goed en wat slecht werkt.

Thingness, expo in Centre d’Innovation et de Design (voor- malig Grand-Hornu) in Hornu bij Bergen, liep vorige zomer, www.cid-grand- hornu.be

ID Jasper Morrison

  • Geboren in Londen in 1959.
  • Afgestudeerd aan Kingston Polytechnic Design School en daarna aan Royal College of Art.
  • Oprichting eigen Office for Design in Londen in 1986.

• Eerste klanten zijn SCP
in London, de Duitse producent van deurklinken FSB, Vitra en Cappellini.

• Ontwerpt ook installaties, sce- nografieën, stadsontwikkeling en trams en brengt in 1992 het boek A world without Words.

• 1994 Eregast Interieur Kortrijk

  • In 2005 stichtte hij Super Normal met Naoto Fukasawa, dat expo’s en boeken tot gevolg had.
  • Recent ontwierp hij de meubelen voor Tate Modern in London, lampen voor Flos en meubelen voor Magis, Kettal, Alias, Matiazzi, Vitra en Emeco ; keukenapparatuur voor Rowenta en een telefoon voor Samsung ; potten en pannen voor Alessi ; keramiek voor Rosenthal en een serie van sanitair en koperwerk voor Ideal Standard. En sinds heel lang ook voor Muji.

• Heeft een bureau in Londen, Parijs en Tokio.

Deze tekst verscheen eerder, eind mei 2015 in Knack Weekend.

Uit het archief: interview Vico Magistretti

Het is lang geleden, en ik had nog veel te leren (nog steeds) maar dit is een van mijn meest memorabele dagen in Milaan, eind 2005.

foto Michel Vaerewijck
foto Michel Vaerewijck
Foto Michel Vaerewijck
Foto Michel Vaerewijck

Meubelmerk DePadova werd in 2006 vijftig jaar. Wij trokken naar Milaan voor een dubbelinterview met oprichtster Maddalena De Padova en Vico Magistretti, een van de laatste overgebleven designmaestro’s, geen jaar voor zijn dood in september 2006.

 

Eind 2005, een regenachtige voormiddag in Milaan. Maddalena De Padova, de dame achter het Italiaanse meubelmerk DePadova haakt haar arm in de mijne. Het is er een die steun zoekt, maar die ook leidt. Doelgericht. Ze steekt het zebrapad voor haar showroom over, stuurt ons een smallere winkelwandelstraat in en wijst op de Dolce & Gabbana-winkels met lijfwachten voor de deur. “Daar was vroeger een bakker, daar een slager, en daar een bloemenwinkel. Het is hier veel veranderd.” Ze is zo enthousiast in haar gebaren dat ze in het oog van een toevallige passant prikt. Ze proest ze het uit en verontschuldigt zich omstandig. Ze heeft de reputatie een harde tante te zijn, maar daar is vandaag niet veel van te merken.

“Ik was achttien jaar en werd airhostess. Maar nadat drie van de zes vliegtuigen van de maatschappij waar ik voor werkte neergestort waren, vond mijn moeder het welletjes. Basta !” Een paar jaar later, in 1956, startte Maddalena Corti samen met haar man Fernando De Padova een eigen meubelzaak in de Via Montenapoleone in Milaan. “We verkochten Engels porselein, Wedgwood en andere merken, maar ook Tumble Twisttapijten en andere accessoires. Toen we per toeval een tentoonstelling op de Triënnale in Milaan bezochten, ontdekten we twee verrukkelijk mooie objecten : een visketel van Kay Boysen en een saladebowl van Finn Juhl. We hadden nog nooit zulke mooie dingen gezien, met die cleane lijnen. We vertrokken naar Denemarken, waar een wereld voor ons openging.” En daarna ook voor de Italianen die hun winkel bezochten en er niet alleen Denen, maar ook andere Scandinavische ontwerpers ontdekten. DePadova werd een fenomeen in Milaan. Zeker toen ze de fabriek ICF oprichtten en daarmee de licentie binnenhaalden van het Amerikaanse bedrijf Herman Miller, en zo ook het mythische ontwerpersdrietal George Nelson, Charles Eames en Alexander Girard.

In 1965 verhuisde de winkel naar het 2000 vierkante meter grote hoekpand aan de Corzo Venezia, waarvan de etalages een attractie waren : elk seizoen werd een nieuw thema gekozen en in die sfeer werden meubels tentoongesteld. Ontwerpers verdrongen zich om erin te mogen staan. Het was het toonbeeld van moderniteit in de tweede helft van de twintigste eeuw. Tot op heden komen ook meubels die niet in de DePadovacollectie zitten in de etalage te staan.

Toen Fernando stierf, nam Maddalena het beheer van de fabriek over. In de jaren tachtig verkocht ze die echter door. Ze stortte zich volledig op de verkoop van haar meubels aan grote bouwprojecten, zoals het hoofdkwartier van De Beers in Antwerpen of het Palazzo Balbi in Genua. Door contractuele afspraken met de nieuwe eigenaar van de fabriek kon ze pas in 1985 starten met iets waar ze al jaren van droomde : een eigen collectie met meubels voor in huis en op kantoor.

Het merendeel van de collectie DePadova werd ontworpen door Vico Magistretti, maar ook andere designers werkten voor het merk : in het begin mensen als Dieter Rams en Achille Castiglioni, maar Maddalena liet ook de jongere generatie aantreden. Patricia Urquiola kreeg bijvoorbeeld haar allereerste betaalde baan bij DePadova. “Een opwindende periode”, getuigt ze nu. En dit jaar nog ontwierp ze het kuipzeteltje Ola voor haar allereerste werkgever. Er kwamen ook Belgen in de showroom terecht : Xavier Lust ontwierp Crédence, een aluminium commode.

“Ciao Maurizio. ” – “Ciao signora De Padova.” De portier opent de poort en laat ons binnen in het appartementsgebouw waar Vico Magistretti woont. De Italiaanse grootmeester is bekend geworden met zijn vernieuwende meubels : de Carimatistoel, de plastic Selene of het Eclisselampje. Maar eigenlijk is Magistretti afgestudeerd als architect. Een titel die hij tot op vandaag draagt : il architetto Magistretti wordt hij in Milaan steevast genoemd. Ondanks zijn internationale succes als meubelontwerper is Magistretti zijn oorspronkelijke beroep jarenlang blijven uitoefenen.

“Vico !” roept Maddalena De Padova als een assistent de voordeur van zijn appartement opent. “We zijn er !” Het appartement is licht : muren, plafond en deuren zijn witgeschilderd en het interieur is een mix : van etnische voorwerpen, geërfde stukken zoals het bureau, en eigen werk. De lamp Atollo voor O Luce, de boekenkast en de Sinbadzetel voor Cassina, en de Vicostoel voor Fritz Hansen, ze zijn allemaal verzameld in het huis van de ontwerper zelf. Vico Magistretti, ondertussen 85 jaar, zit in zijn fauteuil. Hij is thuis, op rode sokken, en is misschien daardoor verrassend openhartig. Net als signora De Padova.

Maddalena De Padova : “Dus, het verhaal van onze levens… Waar zal ik beginnen ? We leerden elkaar zo’n 32 jaar geleden kennen.”

Vico Magistretti : “Misschien is het minder lang geleden. Laat me even tellen…”

De Padova (beslist) : “Het was 32 jaar geleden.”

Magistretti : “Het begin ? Ik herinner me nooit het begin (lacht).”

De Padova : “Ik kende l’architetto Magistretti niet. Wel zijn stoel : de Carimati voor Cassina uit 1960. In mijn winkel stonden voornamelijk Amerikaanse en Scandinavische meubels. Ik had een tafel van George Nelson en vond die stoelen er mooi bij passen.”

Magistretti : “Ik herinner me nog precies waar ik zat toen ik hem tekende : bij de schoorsteen in mijn oud huis. Hij was bestemd voor het restaurant van een golfclub dat ik als architect uitwerkte. Ik kon de juiste stoel niet vinden. Ik had een keuze tussen die van mijn latere vriend Alvar Aalto of iets van Deense ontwerpers. Maar het duurde heel lang om die geleverd te krijgen en toen wist ik niet waar ik ze moest kopen (lacht). In ieder geval wilde ik een stevig boerenmeubel.”

Jullie kenden elkaar niet ? Zo groot kan Milaan toch niet geweest zijn ? 

De Padova : We werkten vooral met de Amerikanen, ik kende de Italianen eigenlijk niet. Behalve degenen die bij mij in de winkel kwamen. En hij, hij kwam nooit. Maar ik verkocht wel zijn werk – de stoel en een bed – voor Cassina, dat toen nog geen eigen winkels had. Een skischool bestelde daar ineens 300 van ! Dus ik was blij met het ontwerp (lacht). Al vind ik het heel raar dat hij me niet kende, want alle architecten in Milaan wisten in die periode wie ik was. Ik was een knappe vrouw hoor !

Magistretti : Ik denk dat we elkaar ontmoet hebben bij jou in de winkel.

De Padova : Ik zal het verhaal vertellen : ik verkocht alle meubels van Herman Miller en ik wilde ook een eigen collectie beginnen. Maar daar was ik niet bekwaam voor : ik kon heel goed meubels presenteren van over de hele wereld, maar zelf ontwikkelen, nee dat kon ik niet. Het was mijn assistente die zei : “Ik denk dat je alleen met Magistretti moet werken in Italië. Met niemand anders.” En dus zijn we beginnen praten, en van elkaar gaan houden. We hebben samen de collectie DePadova uitgebouwd. C’est ça l’histoire.

Ons eerste grote succes van de DePadovacollectie was de Silverstoel. We waren op vakantie in de bergen. En ik zei dat de mooiste stoel van allemaal de 811 van Marcel Breuer voor Thonet was. Op dat moment had een vriendin van ons een mand meegebracht.

Magistretti : Ja, dat herinner ik mij nog erg goed : een mand van de markt van Tokio. Ik vond die zo mooi dat ik er iets mee wilde doen.

De Padova : Toen stelde Vico voor : “Misschien moeten we eens proberen een stoel in een ander materiaal te maken. Waarom niet in aluminium ? En die mand, dat motief kunnen we gebruiken voor de zitting en de leuning.”

Magistretti : Aluminium vond je toen nog maar heel weinig in Italië. Het was nieuw, maar onmiddellijk een groot succes.

Wat betekent die periode voor u ? De periode van het grote Italiaanse design ? 

Magistretti : Italiaans design is begonnen in de jaren zestig, toen ik samen met Ignazio Gardella artistiek directeur was van de Milanese Triënnale. Toen kwamen de eerste stukken boven. Niet dat we dachten : “Nu zullen we het Italiaans design eens gaan uitvinden.” Oh nee ! We hebben vooral heel veel plezier gehad. Achille Castiglioni, Cesare Cassina… De mensen met wie ik toen werkte, dat was niet werken, dat was vriendschap. Misschien wel liefde. Maar jammer genoeg zijn ze er niet meer. Ik denk er met grote melancholie aan terug. Maar het echte geheim (zegt hij op fluistertoon, hoewel hij het keer op keer aan journalisten vertelt) van het Italiaanse design is dat het kon ontstaan dankzij de producenten : Maddalena, Cesare Cassina en de anderen.

U ontwerpt nog steeds voor DePadova. Hoe gaat dat ? 

De Padova : Ik ben zijn criticus en ik blijf altijd erg kritisch. En wat ik nu ga zeggen, is eigenlijk heel intiem. Ik ben zo kritisch omdat ik bang ben. Bang dat de nieuwe sofa die ik op schets zie, niet goed zal zijn. Ik blijf voorzichtig. Ik blijf altijd een beetje antipathiek. Dat is zo. Uit onzekerheid, denk ik.

Magistretti : Daar gaat het precies om : het is goed om nooit zeker te zijn. Zelfs wij zijn nooit zeker. We hebben ook nood aan een derde persoon die ons met de beslissing helpt.

Magistretti is vermoeid. We nemen afscheid. Zijn assistent helpt hem in zijn trui, en ze gaan de slaapkamer binnen. “Tot vanavond, Vico !” roept Maddalena De Padova hem nog na als we vertrekken. “Hij komt bij mij eten”, fluistert ze. Haar ogen blinken.

Koffie bij signora De Padova 

Lunchtijd, Maddalena De Padova neemt ons mee naar haar favoriete adresje voor een snelle risotto. Ze wordt er met veel egards behandeld, wat ons eraan herinnert dat we hier met een van de grootste signora’s van het Italiaanse design op stap zijn. “Hebben jullie zin in een kopje koffie bij mij thuis ?” Uiteraard. Haar bediende maakt de koffie, maar ze geeft zelf de suiker. “Eén of twee lepeltjes ?” We krijgen een rondleiding, tot in de slaapkamer toe. Ook hier witte muren, plafonds en deuren, en overal DePadova. Ze wijst naar een schommelstoel en haalt er meteen een boek over de Shakers bij, haar inspiratie voor die collectie. Ze zet zich in de Raffles, haar best verkopende zetel, en vertelt aan de hand van foto’s in het boek het hele Shakersverhaal. Gepassioneerd ratelt ze een kwartier aan een stuk door. En dan staat ze op. “Nu moet ik een dutje doen.” Twee minuten later staan we op straat. 

Dit artikel is eerder verschenen in knack weekend, januari 2006

Trend: hergebruik chic

Opvallend veel gespot deze zomer: gerecycleerde ramen en deuren. Hier mijn favorieten.

Gedeurfd, een gevel in Gent

Dit artistiek buurtproject in de Bloemekeswijk in Gent werd net voor de zomer afgewerkt. Flink wat deuren hebben een fantastisch verhaal (kijk hier). De initiatiefnemers kregen steun van verffabrikant Boss Paints.

Gedeurfd
Gedeurfd

De stadsboerderij in Wilrijk

Deze foto’s doen me veel zin krijgen om nog voor het einde van de zomer eens langs te fietsen in de Antwerpse stadsboerderij. De boerderij van Lizette werd aangepakt door de ontwerpers achter De Klopperij (zij richtten ook Bar Gloed in de A-Tower in Antwerpen in)

boerderij van Lizette
boerderij van Lizette
boerderij van Lizette
boerderij van Lizette
boerderij van Lizette
boerderij van Lizette

 Bar Paniek in Antwerpen

Bar Paniek (beeld: lofficiel.nl)
Bar Paniek (beeld: lofficiel.nl)

Het is een topplek aan een Antwerps dok, deze tijdelijke bar. De ramen dienen als beschutting tegen weer en wind, maar geven tegelijkertijd een hedendaags veranda-gevoel. Met een balkonnetje zelfs.

Bar Paniek
Bar Paniek

Modeboetiek Enes in Antwerpen

Deze modewinkel verhuisde van de Lombardenvest in Antwerpen naar de Volkstraat. Decorateur Gert Voorjans richtte het ietwat excentrieke herenhuis (vroeger van Eddy Jambers) opnieuw in. Ondermeer met deze gerecycleerde deuren uit het vorige winkelpand.

Enes (foto Frederik Vercruysse)
Enes (foto Frederik Vercruysse)

The original

Dit principe van assemblage zag ik voor het eerst bij Verbeke Foundation in Kemzeke. Daar bouwde Jason van der Woude dit Glass House jaren geleden al. Of neen, het principe zag ik voor het eerst in de tuintjes van moestuiniers, in hun zelfgemaakte serres. Of in zelfgeconstrueerde veranda’s en koterijen. Vlaamse plantrekkers en artiesten, ze lijken soms meer op elkaar dan ze zelf willen weten.

Jason Van derr Woude / Verbeke Foundation
Jason Van der Woude / Verbeke Foundation

Design: co-creatie

Van potten choco en flesjes bier tot hippe sneakers, chique pakken, fietsen of meubelen, u kunt ze mee ontwerpen of met uw eigen naam op laten leve- ren. Het is een uitdaging om als ontwerper dit soort industriële producten mee te bedenken. Want hoe doe je dat, het handje van de eindconsument ferm maar toch zachtjes genoeg vasthouden? 

“Empowerment van de consument.” Het was de Franse ontwerpster Matali Crasset die deze woorden in de mond nam, bij de lancering van haar kleerkast voor Ikea in het voorjaar van 2014 in Parijs. Die bestaat uit een metalen frame met een soort van kippengaasstructuur. Daarin kun je plastic gekleurde clips hangen. Helemaal zoals je zelf wilt. Of je kunt één van haar drie voorbedachte dessins namaken.“Ik zou dit object omschrijven als open”, zegt ze. Openheid, empower­ ment, co-creatie. Het zijn zware woorden voor plastic clips.

Is dit het moment waarop zogenoemd democratisch design een extra laag meekrijgt? Is het nu behalve meer betaalbaar, toegankelijk en inzetbaar ook personaliseerbaar? Waarom nu? En waarom willen we dat: dezelfde, maar toch andere gebruiksvoorwerpen? Ruth Mugge, Associate Professor of Consumer Research aan het departement Product Innovation Management van de Technische Universiteit Delft, heeft onderzoek naar het fenomeen gedaan.

Wat zijn goede voorbeelden van personaliseerbare gebruiksvoorwerpen?

RUTH MUGGE: Personaliseren houdt in dat consumenten zelf hun producten gaan ontwerpen. Een veel gebruikt voorbeeld is NIKEiD, waarbij consumenten hun eigen paar sneakers kunnen ontwerpen en kopen. Personaliseren werkt als het product op zich belangrijk is voor de consumenten en als ze het kunnen gebruiken voor de expressie van hun identiteit. Zoals kleding en schoenen. Het gaat dus vooral om producten die iedereen kan zien. Het personaliseren van een wasmachine bijvoorbeeld, zal weinig consumenten interesseren.

Zijn er nog andere redenen voor een consument om zélf mee te ontwerpen?

Hoe meer moeite een consument zelf in het personaliseren van een product heeft gestopt, hoe meer hij of zij dat product een expressie van zijn identiteit vindt. Het gevolg is dat je een sterkere emotionele band met het product ervaart. Daarnaast blijkt ook uit onderzoek dat consumenten een ‘I designed it myself’­effect kunnen hebben. Ze voelen zich dan trots en bekwaam. Ten derde voelt het gepersonaliseerde product uniek aan, wat weer een positief effect heeft voor de consument. Tot slot vinden veel mensen ook het ontwerpproces zélf plezierig.

Vallen potten choco en flesjes bier met een naamsticker ook onder personaliseren?

Personalisatievormen kunnen verschillen op allerlei manieren. Bijvoorbeeld in de hoeveelheid moeite die de consument erin moeten stoppen. En die kan zowel fysiek als mentaal zijn. Met fysieke moeite bedoel ik dat hij bijvoorbeeld zelf iets gaat verven, mentale moeite draait om het creativiteitsproces. Ten tweede kunnen personalisatie­ vormen ook een verschillende initiator hebben. Bij het verven van een fiets is de consument de initiator, terwijl dat bij de personalisatie van een Coca­Cola­flesje het bedrijf is. Naar mijn mening zijn dat dus
twee verschillende vormen van personalisatie, en of de consument
ze alle twee ervaart als iets bijzonders zal per consument verschillen. Als je een veelvoorkomende naam hebt, zal een gepersonaliseerd Coca­Cola­flesje minder bijzonder aanvoelen. Dus hier speelt de uniciteit weer een duidelijke rol. Als de input van de consument en het creatieve proces erg beperkt zijn én de consument de personalisatie niet zelf uitvoert, is het maar de vraag of hij hieruit de eerder vermelde voor­ delen zal halen.

Waar liggen volgens u mogelijkheden voor te personaliseren design?

Je moet vooral voldoende input vragen aan de consument. Als hij er fysiek of mentaal mee bezig is, nemen de voordelen toe en zal hij ook bereid zijn om er meer voor te betalen. Uiteraard zit er wel een maxi­ mum aan de hoeveelheid moeite die consumenten kunnen investeren. Want ze zijn geen professionals en moeten dus geholpen worden. Ontwerpers moeten het personalisatieproces zo maken dat consu­ menten het eindproduct niet kunnen verpesten.

Dit artikel verscheen eerder in Kwintessens, ergens in 2015

Woontips: Green Grass of Home

Een weelderige jungle rond een lamp, een mosmuur of een onderwatertuin? De nieuwe generatie groen is niet alleen mooi, maar ook verrassend makkelijk te onderhouden. Daarom vindt ze zelfs in de meest plant-onvriendelijke kamers van het huis een geschikt plekje.

Dat bloemen en planten decoratief zijn, bewijzen de talloze Pinterestfoto’s van zonnige interieurs vol plafondhoge kamerplanten. Pas nog verscheen ook het nieuwe boek ‘Greenterior. Plant loving creatives and their homes’ door fotograaf Bart Kiggen en journaliste Magali Elali van de interieurblog Coffeeklatch. Zij vatten het samen in hun voorwoord: “Ondanks de verstedelijking zien we een nieuwe, groene revolutie. Planten zijn hot.” En ze verklaren meteen ook waarom: “Het is de emotionele verbondenheid die de plantenliefde zo bijzonder maakt… Als je goed bent voor je planten, zijn ze goed voor jou.”

Het is iets wat ook Marieke en Jan Vos, van de winkel Nature and Aquarium Design Antwerp (Nada) weten.
“Wij zijn erg geïnspireerd door hoe Japanners met groen omgaan, de eerder dit jaar overleden Takashi Amano, bijvoorbeeld. Hij was natuurfotograaf en begon op een bepaald moment zijn landschapsfoto’s met planten, stenen en takken na te bootsen in een aquarium. ‘To know nature is to love her smallest creations’, is zijn credo. Wij houden van de wabi-sabi filosofie, waarbij men zich beroept op de schoonheid van de chaos in de natuur. Bij ons primeert het esthetische en artistieke. Je kunt de natuur niet sturen. Alleen begeleiden en helpen. Zelfs op een kleine plek, met weinig licht en een klein budget kun je van de natuur genieten.” Nada specialiseerde zich in atypische groenoplossingen die niet vallen onder de noemer ‘kamerplant in pot’. Klanten komen voor grote aquaria of kleine decoraties voor in de woonkamer, maar ook met vragen voor minder evidente ruimtes en kamers in huis. Ondertussen weten Jan en Marieke perfect welke groenoplossingen ideaal zijn voor kamers die te klein, te donker, te vochtig of te droog zijn voor traditionele kamerplanten. Lees hier hun tips voor vijf moeilijke kamers.

DE SLAAPKAMER

Het probleem: in een slaapkamer draait alles om frisse lucht. Daarom zetten veel mensen er overdag de ramen open. Maar dat zorgt voor temperatuurschommelingen en tocht.

Screen Shot 2016-08-17 at 21.16.14

De oplossing van Nada: “Ideaal voor
kleine slaapkamers zijn hangplanten en luchtzuiverende planten. Die produceren ’s nachts en overdag zuurstof, waardoor je beter slaapt. Bovendien zijn hangplanten minder gevoelig voor wind of tocht, en bestaan er verschillende sterke soorten, zoals Philodendron oxycardium of kleinbladige Hedera helix, die je in prachtige hangelementen kunt plaatsen, als een echte eye-catcher. Ideaal voor de slaapkamer zijn ook luchtzuiverende planten die goed in de halfschaduw gedijen, zoals de Krulvaren (Nephrolepis), de stokpalm (Rhapis excelsa), rubberplanten of gekende klassiekers als de lepelplant (Spathiphyllum) en fel overhangende graslelie (Chlorophytum).”

DE KEUKEN

Het probleem: veel meer dan vroeger is de keuken een volwaardige leefruimte. Ze is in de eerste plaats natuurlijk praktisch en functioneel ingericht, maar daarnaast is de hedendaagse keuken ook sfeervol, kleurrijk en warm. Al staan kamerplanten vlakbij een fornuis of afwasbak eigenlijk gewoon in de weg.

Screen Shot 2016-08-17 at 21.16.38

De oplossing van Nada: “De Brio Aquaponics Unit is een superstrakke versie van het traditionele Aquaponics-systeem: een combinatie van een aquarium met vissen en een groente- of plantenbak. In zo’n gesloten systeem gebruiken de planten de mest van de vissen als voedingsstof, en zuiveren de wortels van de planten het water voor de vissen. Deze kleine hypermoderne versie is mooi als je het aquarium natuurlijk inricht en opvult met kleurrijke siervisjes. In deze unit groeien het hele jaar door verse kruiden. Handig bij het koken.”

DE WERKRUIMTE

Het probleem: geen enkel! Je bureau is immers een plek waar je je goed moet kunnen concentreren, en uit onderzoek blijkt dat mensen net efficiënter werken als ze de kleur groen in hun gezichtsveld hebben.

Screen Shot 2016-08-17 at 21.16.46
De oplossing van Nada: “Hier zouden we een ‘Nature Style’ aquarium durven voor te stellen, met garnaaltjes, een scholenvis of – waarom niet? – kwallen. Met de huidige technologie en de vele beschikbare materialen is het veel makkelijker geworden om een mooi onderwaterlandschap te creëren. Het aanbod onderhoudsvriendelijke waterplanten is ook veel groter geworden. Het geeft een fijn en rustgevend gevoel om zo’n zelfgemaakte natuurlijke creatie in de buurt te hebben. Voor mensen zonder groene vingers hebben we de ‘Cube planter’ van Bosske. Dat is een mooie designpot die het waterpeil voor de planten zélf regelt.”

DE BADKAMER

Het probleem: veel badkamers zijn vrij klein en hebben te weinig plaats om grote kamerplanten op de vloer of op een krukje te plaatsen. Bovendien is de luchtvochtigheid in die afgesloten ruimte heel hoog.

Screen Shot 2016-08-17 at 21.16.31

De oplossing van Nada: “Hier passen airplants of Tillandsia, afkomstig uit de Midden-Amerikaanse berg- en woestijnstreken. Het bijzondere aan deze planten is dat hun wortels geen aarde of water nodig hebben, omdat ze het vocht uit de lucht opslaan in hun bloemen. Ze af en toe eens verstuiven of regelmatig een kort badje geven volstaat al. Omdat ze niet veel wegen, kun je ze ook makkelijk ophangen, bijvoorbeeld in simpele glazen bollen die je tegenwoordig in heel veel winkels kunt kopen (foto hiernaast). Als je die bollen op verschillende hoogtes hangt en combineert met bijvoorbeeld Bromelia’s, krijg je een prachtig effect.”

DE GANG

Het probleem: de gang is vaak smal en te donker voor traditionele kamerplanten. Toch is het een ruimte waar je dikwijls langskomt en die dus best wat decoratie kan gebruiken.

Screen Shot 2016-08-17 at 21.16.23

De oplossing van Nada: “Een mosmuur of moslijst aan de muur. Die neemt niet meer plaats in dan een schilderij, en de lijst kan in om het even welke vorm worden gemaakt. Vervolgens kun je hem laten beplanten met verschillende soorten of kleuren van gestabiliseerde mossen. De mossen worden op duurzame wijze geoogst en met glycerine bewerkt, zodat ze jarenlang groen en zacht blijven. Daardoor vragen ze amper bewatering en daglicht. Ze halen het vocht dat ze nodig hebben zelf uit de lucht. Een lijst met mos is ook mooi aan het plafond of zelfs in het toilet.”

Dit artikel verscheen in het januarinummer van Feeling Wonen : Gaël Maison (en français) en in Eigen Huis & Interieur 

Trend: de kijkwoning

Interieurspullen kopen we niet langer uitsluitend in winkelstraten of aan drukke steenwegen. Online natuurlijk, maar ook steeds meer in kijkwoningen en appartementen. In de stad of op het platteland. “Ding-dong, wij komen shoppen.”

Ze worden pop-ups genoemd, maar ook off-line hubs, temporary living rooms of experience labs. Hippe Engelse termen voor een oud concept : de kijkwoning. Dat principe, waarbij een ingerichte woning of appartement moet overtuigen tot aankoop van een sleutel-op-de-deurwoning, of van meubelen of verlichting, lijkt terug van weggeweest.

Zo opende Roomin dit voorjaar een ‘ervaringsappartement’ in Antwerpen en doet het online-interieurplatform dit najaar hetzelfde in Gent. Initiatiefnemer Nele Pieters is tevreden over de eerste uitgave : van april tot juni kwamen er vijfduizend mensen langs. Haar verklaring ? “Waar men een aantal jaar geleden nog inspiratie ging opdoen op het moment dat de beslissing tot (ver)bouwen werd genomen, zijn mensen nu voortdurend het moodboard van hun ideale interieur aan het samenstellen. Stille getuigen zijn alvast de vele dream home-borden op Pinterest. Een eerder traditionele woonwinkel zal vooral de eerste doelgroep van (ver)bouwers aantrekken. Room-in richt zich op de tweede doelgroep. Wij willen bezoekers voortdurend inspireren. Voordat er concrete plannen zijn.”

Ook Bert Pieters, van creatief bureau Dift, dat meewerkte aan Re-vive, een kijkappartement van een vastgoedontwikkelaar en enkele meubelimporteurs in Gent, weet dat Belgen anders shoppen dan vroeger : “De baksteen in de maag is vervangen door een heel huis in de maag. Mensen dromen het geheel. Dus is inspireren belangrijker geworden dan meubelen aanbieden.”

Meubelfabrikant Indera uit Genk is tevreden met de samenwerking met Roomin. “Het is een extra venster om onze collectie te tonen, en complementair met traditionele verkooppunten. De bezoekers van het modelappartement worden doorverwezen naar ons dichtstbijzijnde verkooppunt. We gebruiken de plek voor thema-avonden met onze winkeliers en op hun beurt kunnen zij er hun klanten uitnodigen.”

Ook het Belgische interieurlabel Design is Wolf opent deze zomer een kijkwoning aan de kust, en intussen kun je in steeds meer B&B’s of hotels bijna ter plekke kopen. Luxebeddenmerk Hästens bijvoorbeeld betaalt de overnachting terug van mensen die na een nacht in hotel Nest in Namen een bed van kopen.

Zelfs merken die niets met interieur te maken hebben geloven in de kijkwoning. Het Nederlandse kledingmerk Scotch & Soda won onlangs een trendprijs met Lola’s place, een via Airbnb te boeken appartement in het hartje van Amsterdam. Is de volgende stap de samenwerking tussen particulieren die hun deur wagenwijd openzetten voor merken ? En gaat u binnenkort shoppen bij de buren?

Dit artikel verscheen op 13 juli 2016 in Knack Weekend in deze fijne lay-out!

Screen Shot 2016-08-17 at 17.10.26 Screen Shot 2016-08-17 at 17.10.39

Decoratietrend: cactus

Designliefhebbers kennen hem: de kapstok van Guido Drocco en Franco Mello uit 1971 uit polyurethaanschuim die het Italiaanse bedrijf Gufram uitbracht  (en die regelmatig in een limited edition verschijnt, de laatste versie kreeg een soort dégradéverflaag van de Britse modeontwerper Paul Smith, zie hierboven).

originele Cactus uit 1971 an Gufram (foto Aldo en marirosa Ballo)
originele Cactus uit 1971 van Gufram (foto Aldo en Marirosa Ballo)

 

Toch heb ik mij altijd afgevraagd  waarom ik zo een nepcactus in huis zou halen? Een gewoon grote cactus in huis halen kost een tiende minder dan het cultobject, waar in feite in de praktijk toch zelden jas aan komen te hangen.  Dat het in de jaren zeventig een teken van moderniteit was, daar kan ik inkomen. Het schuim (dat u ook kent van de Quinze&Milan poefjes die begin 2000 zo’n furore maakten) was immers relatief nieuw als toepassing in woningen. Maar anno 2016, in tijden waarin het niet echt als meest milieuvriendelijke materiaal bekendstaat, is het misschien een eerder vreemde keuze?

Feit is dat de cactus als decoratief thema een kleine revival kent, bij populaire merken. Hay heeft het in de collectie, Serax en H&M Home bijvoorbeeld ook. Ze dienen als vaas of kandelaar. Ook Buzzispace gebruikt de archetypische vorm voor akoestische panelen voor kantoren. Leven in het landschap, als het ware.

hay
hay
h&m
h&m
buzzispace
buzzispace
buzzispace
buzzispace

 

 

 

 

 

 

 

Belgisch en handgemaakt: Itsi Label
Belgisch en handgemaakt: Itsi Label

Geef mij maar gewoon een echte cactus. Makkelijk in onderhoud en met wat geluk kan je ze jaren en jaren op hun gemak zien groeien. Meer moet dat toch niet zijn. Het leven gaat al snel genoeg. Dat die op een hedendaagse en toffe manier in woningen kunnen geïntegreerd worden, zie je bijvoorbeeld hier.

mooiwatplantendoen.nl
mooiwatplantendoen.nl

Wie echt helemaal mee wil zijn met deze trend: bij Eurotuin in Merelbeke zag ik deze ochtend cactussen in cactuspotten. Hopla.

Eurotuin
Eurotuin
IMG_20160817_120036 copy
Eurotuin

 

De toekomst van de kamerplant

Weg met die vrouwentongen: de kamerplant van de toekomst is mannelijk en behoeft water noch potgrond. Wat maakt dat u écht geen excuus meer heeft om ze nog om zeep te helpen.

Het is met kamerplanten als met schoot- hondjes: het zijn gedomesticeerde wilden. En u doet er goed aan ze regelmatig van water te voorzien. Dat ook, ja. Al is dat laatste niet eens meer een struikelblok voor het huiskamergroen van de toekomst. Tenminste als u voor een mosmuur kiest. Sinds Marieke en Jan Vos van Nature & Aquarium Design Antwerp die aanbieden, valt de vraag amper bij te houden. “De mossen worden op duurzame wijze geoogst en met glycerine bewerkt”, leggen ze uit. “Zo blijven ze jarenlang zacht en groen, én vragen ze amper bewatering of daglicht. Ze kunnen net zo goed in een donkere ruimte geplaatst worden, en het vocht dat ze nodig hebben, halen ze gewoon uit de lucht.” Handig voor al wie enige zelfredzaamheid van zij n kamerplanten verwacht. “Het is een ideaal stukje groen voor jonge gezinnen die toch de natuur in huis willen halen, maar geen tijd hebben voor nazorg.Je kan voor een muur kiezen, maar een lijst met mos staat net zo mooi aan het plafond of zelfs in het toilet.” Een kleinste kamer-plant, zo u wilt.“De grotere muren zijn dan weer erg in trek voor kantoren of wachtruimtes. Groen heeft een rustgevend effect maar helpt ook de productiviteit verhogen. Zo’n wand kan geheel op maat gemaakt worden: we kunnen er tekst in verwerken en je kan kiezen tussen verschillende mossoorten en dertig kleuren. Voor een sterrenrestaurant in Lommel ontwikkelen we nu bijvoorbeeld een muur en plafond in zwart mos ter verbetering van de akoestiek.”

 

Ruimtekruid

‘Yes, there are other life forms in space!’ tweette astronaut Scott Kelly half januari vanuit een baan om de aarde. Het International Space Station was er voor het eerst in geslaagd een zinnia te laten bloeien in de ruimte. De oranje, eetbare bloem die familie van de aster is, maakte deel uit van het Veggie Station, enkele stekkussentjes die afgelopen november in het ruimtestation geïnstal- leerd werden. Zo wil NASA onderzoeken hoe planten groeien in een gewichtloze omgeving. Tuinieren in de ruimte belooft nog knap lastig te worden. De planten deden het

bij een eerdere poging ook helemaal niet goed. Kelly vond het vooral een kwestie van buikgevoel. “Als we naar Mars gaan en daar planten telen, moeten wij beslissen wanneer die water nodig hebben. Ik denk dat we het best aanpakken zoals ik mijn achtertuin aanpak: gewoon naar buiten kijken en bedenken ‘misschien moet het gras vandaag maar eens water geven’.

Bodemloos

‘Potgrond is de basis van alles’, weten we sinds de film Alles Moet Weg. Alleen gaat dat vandaag niet noodza- kelijk meer op. Neem bijvoorbeeld de ‘luchtplanten’ of tillandsia’s. De spinachtige planten uit de bromeliafamilie zijn niet alleen zeer decoratief maar halen hun voedingstoffen zowel als hun water gewoon uit de lucht. Geen wonder dat ze weer aan een opmars bezig zijn.

“Daarnaast heb je ook nog in-vitroplanten”, vertelt Marieke Vos. “Hun wortels steken in een soort gel en worden opgekweekt in een schimmel-, algen- en kiemvrije omgeving. Zo krijg je supersterke en gezonde planten die daarna nog altijd in de grond of in aquaria overgeplaatst kunnen worden. Die gelkorrels leng je aan met water, plaats je even in de microgolfoven en klaar.”

Maar Vos ziet vooral een gouden toekomst voor aquaponic-toepassingen binnenshuis. Gesloten ecosystemen waar zoetwatervissen in een aquarium en de planten erbovenop elkaar in stand houden. Bemesten hoeft niet, want dat doen de vissen wel. Het water filteren hoeft evenmin, want daarvoor zorgen de planten. “Je combineert de kweek van verse kruiden, groenten of planten met de schoonheid van een aquarium.”

Vroeger was hydrocultuur – zij het aquaponics dan wel andere manieren van kweken zonder grond – een zaak van de professionele tuinbouwer. Vandaag winnen de technieken terrein bij particulieren.
“Van simpele smart pots met een waterreservoir tot de gigantische FishPlant, die een vierkoppig gezin van verse kruiden en vis kan voorzien.” Momenteel primeert het gadgetgehalte of designwaarde nog op de werkelijke oogst, maar Vos ziet in hydroponics
dé manier om toch binnenshuis groenten te telen
in de stad. “Het hele jaar door en helemaal compu- tergestuurd. Ik voorspel dat elke nieuwe keuken in 2026 al uitgerust zal zijn met een hydro-eenheid met ledverlichting. Gewoon tussen de stoomoven en de microgolfoven. Om zo het hele jaar door van kruiden verzekerd te zijn. Ook al omdat we steeds meer gaan letten op kwaliteit, transport en verpakking van ons voedsel. Restaurants zie ik ook niet achterblijven: naast de wijnkelder komt gewoon een kruidenserre.”

Mannen, maten, miniboompjes

Het VLAM, het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing, beaamt Vos’ theorie. “Ook binnen de sierteelt wordt multifunctioneel denken de norm. Zoals tuinkruiden die ook ter decoratie dienen. Denk maar aan salie, daslook of Oost-Indische kers.”

Maar net zo goed merkt het VLAM de opkomst van ‘binnenbomen’ op. Of beter: de comeback. En Pieter Toebaert, projectmanager van de Gentse Floraliën, weet waarom de olifantspoten, geldbomen, kamerlindes en drakenbloedbomen weer scoren. “Mannelijkheid! Ze zijn groot, rustgevend en lucht- zuiverend. Ze geven je het betere bosgevoel, maar dan binnenshuis. Mannen zijn een onderschatte consumentengroep, en zoeken naar kamerplanten met een twist. Ze mogen karakter en persoonlijkheid hebben. Het is ook die nieuwe generatie DIY-mannen die zelf bijvoorbeeld een hangende binnentuin ineen knutselen.”

Al hoeft het niet altijd maxi te zijn. Mini kan ook best. Kleine landschapjes van enkele vierkante centi- meters bijvoorbeeld, die een levend stilleven vormen en gepresenteerd worden in glazen bokalen. En zelfs Ikea waagt zich tegenwoordig aan de eeuwenoude bonsaitraditie.

Tegenwoordig kunt u daar zelfs de leviterende variant van aanschaffen: enkele Japanners haalden recent nog via Kickstarter een half miljoen euro op voor hun zwevende bonsais. Hun filmpje met fragiele, haast magische planten ging de wereld rond. Opgelet: klanten krijgen enkel de basismodule. Planten moet u zelf doen. Vos heeft er zo haar vragen bij. “Dit soort levitatiepanelen is al enige tijd in trek. Je kan er om het even welk object mee laten zweven boven een magnetisch krachtveld. Een waanzinnige blikvanger en een gegarandeerde rage. Maar nefast voor een bonsai. Het boompje draait onophoudelijk om zijn as, wat desastreus is omdat de sapstromen dan naar de buitenkant geduwd worden en niet naar de top van de boom. Geen goed idee dus. Bonsai zijn zo al de meest gevoelige boompjes. Hoe de bomen kunnen worden begoten is ook nog maar de vraag. Hopelijk beseft men dat de boompjes zeer intensieve zorg nodig hebben en geen tijdelijk hebbeding zijn.”

“Er gebeurt zoveel innovatiefs met groen op dit moment”, gaat Toebaert verder. “Er wordt vandaag verwoed gezocht naar plantengadgets voor de woonkamer.” Zo is er Plant-e, een jong Nederlands bedrijf dat kamerplanten op de markt brengt die in staat zijn om energie op te wekken.” In beperkte mate weliswaar. Denk aan de citroen of aardappel die mits de nodige elektroden een lampje kon doen branden in de les fysica. Uw droogkast op sanseveriastroom laten draaien, is niet bepaald voor morgen.

Dit artikel verscheen eerder in Ché (+) van februari 2016

ché
ché
ché
ché

Decoratietrend update: gespikkeld

Een té strak interieur is saai. De oplossing? Spetters en spikkels op het verder minimalistische object.

Half februari gespot tijdens een lunch:  de gloednieuwe kleur Dotted Blue op het legendarische Teema servies van Iittala. Die borden, kommen, bekers werden in de jaren vijftig ontworpen en bestonden enkel in monochrome kleuren, omdat “kleur meer dan genoeg decoratie is,” aldus de ontwerper. Nu werd er aan het glazuur toch titaniumoxide toegevoegd die voor dit spetter-effect zorgen.

Habitat

En in de catalogus van Habitat: dit nog heviger gespikkeld servies:

 

 

 

Magis
Magis

Handbespikkeld zijn deze krukjes en tafel van de ietwat contraire ontwerper Jerszy Seymour. Getuige daarvan de naam van deze collectie: Bureau for the Study of Vivid Blue Every-Colour Inhabitations of the Planet, the Transformation of Reality, and a Multitude of Happy Endings, voor Magis. Voorlopig is er nog geen verkoopprijs bekend,

Hem
Hem

Splatter, kruk uit metaal van Max Lamb, online te bestellen via Hem, 249 euro.

Normann Copenhagen
Normann Copenhagen

Schaar uit de Daily Fiction subcollectie van Normann Copenhagen, 40 euro, of In België te koop bij woonwinkel La Fabrika in Brussel of bij Espoo in Antwerpen.

Ikea
Ikea

“In de 18de eeuw was schilderen met spatten een betaalbare manier om je eigen behangpapier te maken. Het is het soort motief dat even goed op zijn plaats is in een eigentijds interieur als in een meer traditionele look”, zegt designer Maria Vinka van Ikea. Hier Sällskap stoffen en handdoeken.

Ferm Living

Ferm Living

Servetjes met plekjes, 5 euro, bij Ferm Living

Hay

Hay

Terrazzo potlood van Hay, 2 euro.

Habitat
Ovenschotel van Habitat

Ovenschotel bij Habitat

Een deel van dit artikel verscheen eerder in Knack Weekend.