Lente in Antwerpen

Ik zag vorige woensdag in het hoofdkwartier van Born in Antwerp voor het eerst de Oscarwinnende film Mon Oncle van Jacques Tati. Ik weet dat die cult is. Ik weet dat ik die al lang gezien zou moeten hebben, als design journalist. Maar dus, soms komen er in een leven andere dingen tussen.

Screen Shot 2016-05-23 at 20.43.14

Over de kritiek die de filmmaker wil geven op “moderne” woningen uit de jaren vijftig zijn allicht boeken geschreven. De woning, die in feite een hoofdpersonage is, heet Villa Arpel en zit boordevol snufjes (een automatische keukendeur, een plastic kan!, een robotstofzuiger). Maar ze blijkt ook ietwat onpraktisch en eerder pronkerig.  En vooral wil Tati zeggen: “een mens wordt er niet gelukkiger van.” Meer sympathie heeft de filmmaker voor het personage van de ietwat chaotische maar levensgenietende nonkel (een rol die bovendien door Tati zélf wordt gespeeld). En voor de schalkse straatjochies en straathondjes.  Vooral de zoon des huizes Arpel beleeft plezier aan dat “wilde en vrije” leven.

Ik heb goed gelachen met de film die Mr. Bean allicht ook gezien heeft. En ik kon niet anders dan naar de meubels en lampen kijken. De zetel in Villa Arpel is deze:

uit Mon Oncle van Jacques Tati.
uit Mon Oncle van Jacques Tati.

En de scène waarin hij opvallendst voorkomt is deze.

De groene rollen deden me denken aan deze Rollover sofa die de Limburgse architect Bart Lens enkele jaren gelden voorstelde bij de Genkse fabrikant Jongform.

Rollover van Bart Lens
Rollover van Bart Lens

Die zat trouwens verrassend comfortabel toen ik hem uitprobeerde op een beurs. De plaid, de eenvoudige boerenkruk en het halfvolle glas kraantjeswater op de foto hierboven zorgt voor een “nonchalante doorleefde look”.  Een look die in magazines, op interieurblogs, in meubelcatalogi en op Pinterest en Instagram hoogtij viert.  Het is dé woonideologie van de jaren tien. Maar een beetje rommel, hoe installeer je dat nu weer? Want un peu, dat is algauw trop. En de wilde inheemse tuin, hoe hou je die in de hand? Wie maakt er eens een film over het échte leven tussen de  Pins en Likes van 2016?  Of is die ondertussen al gemaakt? (Ik loop wat achter met films, dus).

Milano Favorieten 6, 7 en 8

Een maand na datum, maar toch. Ook deze drie objecten vielen me op tijdens de internationale meubelbeurs van Milaan. Elk om een andere reden zijn ze blijven hangen.

Pli Side Table van Victoria Wilmotte voor Classicon 

Pli Side Table, Victoria Wilmotte voor Classicon
Pli Side Table, Victoria Wilmotte voor Classicon

Screen Shot 2016-05-18 at 07.25.18

Omdat het een simpele roestvrije stalen geplooide plaat is die elektrochemisch behandeld is waardoor ze blauw, groen, bronskleurig of zwart wordt. Simpel, maar het werkt.

 

Alu Chair en Alu Round Table van Muller Van Severen voor Valerie Objects

Alu collection Muller Van Severen voor Valerie Objects in The Apartment (foto Iphygenia Dubois)
Alu collection Muller Van Severen voor Valerie Objects in The Apartment (foto Iphygenia Dubois)
Alu collection in The Apartment Graanmarkt 13
Alu collection in The Apartment Graanmarkt 13

Aluminium zitting en tafelbladen zijn geschilderd met een hamerslag effect. Zoals machines in fabrieken. Nog tot 28 mei te zien in The Apartment van Graanmarkt 13 in Antwerpen, in de architectuur van Vincent Van Duysen.

T chair van Jasper Morisson voor Maruni

T chair van Jasper Morrison voor Maruni
T chair van Jasper Morrison voor Maruni

Wederom: simpel, maar prachtig gemaakt. (zie video)

 

 

Lente in Brussel 2

Dat ze met ons te doen heeft, mailde Beth Dunlop, de editor-in-chief van het New-Yorkse Modern Magazine. “I grieve for you and your country.  I vividly recall 9/11 — even though it was almost 15 years ago — and I know how long it will take for Belgium to heal.”

Het was 22 maart, maar al een paar dagen eerder had Beth een idee: of ik een artikel wil maken over enkele Belgische designgaleries die haar waren opgevallen. Of het ermee te maken had dat The New York Times de week daarvoor de vijf belangrijkste nieuwe designdealers voorstelde, waaronder twee Brusselse, weet ik niet.

Ik schrijf voor Modern Magazine over Belgische designers, vooral die designers die limited editions uitbrengen. Dus werd ik door haar naar Brussel gestuurd. Eerst ging ik op bezoek bij Amaryllis Jacobs. Zij richtte in 2014 samen met haar partner Kwinten Lavigne de galerie Maniera op. Ze werden snel opgepikt door de design-artbeurs Design Miami en toonden werk op Interieur 2014. Hun aanpak is vrij specifiek: ze vragen voornamelijk architecten om -soms voor het eerst – meubels te ontwerpen, die dan in beperkte oplage verkocht worden. Zo leverden Office Kersten Geers David Van Severen, Anne Holtrop en 6a Architecten al meubelen. En ook beeldende kunstenaar Richard Venlet, fotograaf Bas Princen en textielontwerper Christophe Hefti brachten al nieuwe objecten uit.

De Vylder Vinck Taillieu voor Maniera
De Vylder Vinck Taillieu voor Maniera

Nog tot 21 mei is op het gloednieuwe adres van Maniera (voorheen was hun showroom hun eigen woning) aan de blauwwitte vlaggen van Daniel Buren aan het Gerechtsplein een expo te zien waar zowel Studio Mumbai als architecten De Vylder Vinck Taillieu nieuw werk tonen. Ik zag er traditioneel Indisch vakmanschap met meubels gemaakt uit baksteentjes enerzijds en hedendaagse architecturale kleurrijke vorm- en materiaalexperimenten met in roze olie doordrenkte spaanplaten en metaaltape anderzijds. “Sculpturale en esthetische objecten, inderdaad,” vindt Amaryllis. Ik kijk nu al uit naar hun najaarsexpo’s: eentje op verplaatsing en eentje in hun galerie onder de gaanderijen van het betonnen kantoorachtige gebouw waarin ze gehuisvest zijn.

Studio Mumbai voor Maniera
Studio Mumbai voor Maniera

Een paar dagen later kwam ik opnieuw in een galerie onder een gaanderij terecht, bij Victor Hunt in Elsene. Ook die galerie verhuisde pas. (voorheen zaten ze vlakbij treinstation Brussel-Zuid). Oprichter en zaakvoerder Alexis Ryngaert interviewde ik in 2010, toen hij enkele maanden open was. Toen vertelde hij me dit:

“Victor Hunt is mijn branded identity. Mijn eigen naam en het woord ‘galerie’ wou ik er bewust niet in verwerken. Ik zocht naar een merknaam die blijft hangen en internationaal aanslaat. Ik noem mezelf ‘een designart dealer’, naar analogie met een drugsdealer die goed spul heeft. Ik heb nu stukken van Kwangho Lee, Big-Game, Raphael Charles, Johannes Hemann, Julien Carretero, Sylvain Willenz, Tomas Alonso, Jason Miller en Raw-Edges in huis. Continu ben ik op zoek naar nieuwe ontwerpers. Vroeg talent spotten is de boodschap. Kort nadat ik Johannes Hemann had binnengehaald, contacteerde Cappellini hem. En Julien Carretero is nu nog onbekend, maar binnen vijftien jaar staan musea te springen voor zijn stukken. Ik zoek naar meubilair met emotie, waar het berekende aspect wordt losgelaten. Conceptueel, referentieel of procesmatig design interesseert me enorm, omdat ik daar een emotie en vrijheid voel die functionaliteit overstijgt. Ik ben 27 jaar en het contact met ‘mijn’ ontwerpers is erg direct, omdat ik ongeveer even oud ben als zij. Als ik hun werk niet goed vind, dan zeg ik dat ook rechtuit. Ik móet en zál internationaal doorbreken. Als ik me op de Belgische designmarkt blijf blindstaren, zal ik altijd maar net break-even draaien. Mijn droom is niet op Design Basel / Miami te staan. Ik wil een evenement uit de grond stampen dat nog prestigieuzer en straffer is. De vintagemarkt interesseert me niet. Ik begrijp niet dat mensen in een interieur met meubels van vijftig tot honderd jaar oud willen leven. We zijn toch Hercule Poirot niet ? Ik wil in het nu leven. Mijn devies : gisteren was oké, vandaag is nog beter, maar morgen wordt fantastisch.”

Nu, een dikke vijf jaar later, is Victor Hunt een vaste waarde op Design Basel en Design Miami. En zijn ambitie en gedrevenheid is nog steeds even groot. Ik zag bij hem in Elsene afgelopen weekend een wervelende expo met de Storm Series van Johannes Heman en 10 years van Kwangho Lee (nog tot 28 mei). “Mijn expertise is zowel process based design als digital craft,” vat hij bondig samen. Ik leg het uitgebreider uit in het herfstnummer van Modern magazine.

Storm Series Johannes Heman voor Victor Hunt
Storm Series Johannes Heman voor Victor Hunt
Kwangho Lee voor Victor Hunt
Kwangho Lee voor Victor Hunt

En yes, verwacht ook van Victor Hunt straf nieuws in oktober, dan brengt hij een ongezien project naar buiten samen met een van zijn vaste ontwerpers.

En ja, zwel Amaryllis als Alexis voelen dat Brussel een klap gekregen heeft. Maar beiden zeggen ze hetzelfde: “Brussel is de ideale plek voor wat we doen.”

Lente in Brussel 1

01c BRAVOURE, Filip Dujardin, 'memorial I’
01c BRAVOURE, Filip Dujardin, ‘memorial I’

Omdat onze hoofdstad wat volk in haar straten kan gebruiken, probeer ik deze maand veel naar daar te gaan. Ik startte de maand in het Atelier Vlaamse Bouwmeester in de Ravensteingaanderij waar een persconferentie werd gehouden van het Vlaams Architectuur Instituut.

Eind deze maand stuurt Vlaanderen immers haar architecten naar Venetië. Daar wordt dan de vijftiende internationale Architectuurbiënnale plechtig geopend. Elk land met een paviljoen vaardigt een  bureau of team af (in ons land dus afwisselend uit een ander landsdeel). Het Vlaams Architectuur Instituut selecteerde na een uitgebreide procedure het team Bravoure, met daarin De vylder vinck tallieu architecten, doorzon interieurarchitecten en fotograaf Filip Dujardin. Die zullen dertien architecturale ingrepen tonen. Door een foto van het project, een computerbewerkte foto waar een bepaalde ingreep letterlijk uitgelicht wordt, én een derde luik is een interpretatie van die architecturale element door fotograaf Dujardin die er een fictief gebouw mee bouwt. Een beetje surrealistisch, waarom ook niet?

Screen Shot 2016-05-11 at 20.53.02
drieluik van Bravoure

Een andere manier om als bureau op de Biennale je werk te tonen is door uitgenodigd te worden door de curator van de Biennale, in dit geval Chileen Alejandro Aravena *. Die eer is deze keer weggelegd voor twee bureaus: het Brusselse bureau 51N4E mag het pas gerealiseerde (maar al jarenlang lopende) project TID toren in Tirana in Albanië voorstellen.

Tid Toren van 51N4E

Het eveneens Brussels bureau Org. zal dan weer een betonnen element op ware grootte tonen van de Foodmet in Anderlecht op de kaai aan het Arsenale. “Als een monument van een open samenleving,” aldus Wim Peeters van Org.

foodmet aan L’ Abattoir in Brussel
Screen Shot 2016-05-11 at 20.38.59
schets van de installatie van .org in Venetie

Blijft nu mijn dilemma tegen het einde van de week: afzakken naar Venetië of niet? De Biennale loopt nog tot in november dus ik kan eigenlijk nog wel een tijdje twijfelen.

 

* Alejandro Aravena, de curator van deze Architectuurbiennale en opvolger van Rem Koolhaas in 2014, werd begin dit jaar ook al gelauwerd werd met de Pritzker Prijs. Dat hij die niet eerder kreeg, had vermoedelijk te maken dat hij zes jaar lang in de jury van die prijs had gezeteld. Een interview dat ik in 2009 met Aravena deed, vind je hier.

Milano favoriet 5 / 10 mei 2016

Mijn favorieten uit Milaan zijn geen installaties of grote concepten, gewoon goedgemaakte, mooi afgewerkte meubels die zo bij iemand thuis terecht kunnen komen. Als die mensen het willen, kunnen betalen of kunnen plaatsen ten minste.

Salontafels, zo hoor ik de meubelverkopers wel eens zeggen, zijn op hun retour. Liever lijken we tegenwoordig te kiezen voor een trio van kleine bijzettafeltjes in verschillende diameters en maten. Je vindt ze tegenwoordig bij flink wat merken.

Toch heb ik een zwak voor mooie grotere salontafels. Omdat ze verbindend werken zoals ook grote eettafels dat doen. Of een bank in het park. Het brengt mensen samen. Bovendien zijn ze dikwijls sculpturale sfeermakers en esthetische parels waar het comfort minder belangrijk is dan bij pakweg een stoel of een sofa.

Screen Shot 2016-05-10 at 12.37.47

Dat zijn de redenen waarom ik deze Ishi van Nendo voor De Padova zo’n interessante tafel vind. Ze bestaat uit twaalf ceder blokken. Zes houten keien zijn vast aan het blad bevestigd, vijf dien je (volgens een tekening van de ontwerpers) los onder de tafel te zetten. That’s it. Co-design voor dummies.

 

Milano favoriet 4 / 9 mei 2016

Sommige fabrikanten zijn gewoon erg goed in één materiaal of één techniek. Wat je met plastic kan doen, dat toont Kartell bijvoorbeeld keer op keer. De ene keer al geslaagder dan de andere. Een merk als Dedon test dan weer telkens de mogelijkheden van geweven kunststof voor buitenmeubels.

Dé expert in gebogen hout is al eeuwenlang Thonet. Het is de achternaam van ene Michael Thonet die op industriële schaal houtstaven boog voor meubels. Ondertussen is er zowel een Thonet uit Duitsland als het merk Gebrüder Thonet Vienna (GVT), uit Oostenrijk dus. Dat zijn aparte bedrijven ondertussen, met ergens een familiale afsplitsing die ik nog eens moet uitzoeken. In elk geval is GVT in handen van een nieuwe eigenaar en dat levert de jongste jaren fijne collecties op. Het goede nieuws is dat er pas weer een Belgische agent aangeduid is voor het merk, zodat we het allicht meer in onze eigen woonwinkels en in projecten zullen zien opduiken. Deze Waltz van het jonge designduo Gamfratesi toont in alle geval de mogelijkheden van houtbuigen.

 

Screen Shot 2016-05-09 at 12.58.56

 

ik weet hoe moeilijk houtbuigen is, ik heb het ooit zelf mogen doen in de Thonetfabrieken in Duitsland. Ik schreef er toen (in oktober 2008) een intro over voor Knack Weekend (zie hieronder) en ik hield er een exclusief rugleuning/achterpoten-onderdeel van de Nr. 14 aan over. Net nog meeverhuisd. De toenmalig creatief directeur van Thonet, de immer charmante James Irvine, is ondertussen gestorven, maar ik vergeet zijn woorden daar in Duitsland niet gauw. De hedendaagse Nr 14 waarover ik het hieronder heb, werd ooit uitgebracht bij Muji, maar gefabriceerd bij Thonet.

 

Buigen of barsten ?

Een paar grote handschoenen krijg ik aan. En dan moet het snel gaan. Een beukenhouten stok heeft zes uur in een stoomoven gelegen en moet nu vliegensvlug in een mal gepast, voordat hij weer afkoelt. Want alleen warm hout kan buigen. We moeten er ook een draai aan geven om te vermijden dat de stok zal barsten. Voila, ik heb de rugleuning en de achterpoten van een Thonet No. 14 geplooid. Ik ben onder de indruk, daar in die fabriek in Duitsland. Want in de meubelsector heeft die stoel eenzelfde legendarische reputatie als parfum N° 5 van Chanel in de cosmeticawereld (zie p. 210). “Het is een van de perfectste voorwerpen die ik ken. Het is een historisch product en een grote uitvinding”, zegt de Britse ontwerper James Irvine, creatief directeur van het meubelmerk. Maar hij zou geen ontwerper zijn als hij ondertussen niet de uitdaging aanging om een nieuwe, hedendaagse versie van de klassieker te bedenken.

Die zullen we maar over enkele maanden of jaren te zien krijgen, allicht. Ik ben benieuwd, want Irvine is een industrieel ontwerper met een grote expertise en een mooi palmares. Hij was hij een van de eregasten op Interieur 04 in Kortrijk. Dit weekend opent de 21ste editie van de Biënnale voor Wooncreativiteit de deuren, met deze keer Jaime Hayon als eregast. Uiteraard is er in deze Wonenspecial aandacht voor het werk van die Spaanse ontwerper, maar ook voor dat van Stefan Schöning, onze derde Belgische Designer van het Jaar en voor de belangrijkste Belgische primeurs. In de schoot van Interieur 08 wordt dit jaar een gloednieuwe biënnale voorgesteld. Design at Work zal in december 2009 plaatshebben en wil innovatie zichtbaar maken door het tonen en promoten van goed design en innovatieve productontwikkeling over de sectoren heen : van kantoormeubelen over sport- en vrijetijdsgoederen, voertuigen of bagagekoffers tot nieuwe materialen, huishoudproducten of elektronica. Op 20 oktober al worden de eerste Design at Work Awards 08 uitgereikt.

In 1859 zou Michael Thonet dus zo’n Award in de wacht gesleept hebben. De No. 14 was een van de eerste stoelen die op industriële schaal gemaakt werd. Met succes : tegen 1930 waren 50 miljoen exemplaren verkocht. Het businessplan werkte dus perfect, Thonet had er dan ook grondig over nagedacht. Zo blijken er exact 36 stoelen in een kubieke meter te passen. Bovendien verhuisde hij in 1989 de fabrieken naar Frankenberg, te midden van uitgestrekte bossen. Transportkosten werden flink gereduceerd.

Het zijn principes die niet alleen voordeliger, maar ook ecologischer zijn. Ze passen perfect in de eco-efficiëntieprincipes die meubelbedrijven nu bezighouden (zie p. 122). In Frankenberg daagt James Irvine ons uit : “Tel het aantal zitmeubelen in je huis eens : stoelen, zetels, banken, krukjes. Ik heb deze test al veel gedaan en ik heb ontdekt dat een westerse familie er tussen de 25 en de 30 heeft”, zegt hij. “Ik zou graag mensen kunnen overtuigen om minder, maar wel betere spullen te kopen.” In hetzelfde artikel stellen William McDonough en Michael Braungart een alternatief voor. “Is het ons doel om onszelf uit te hongeren en ons te onthouden van onze cultuur, onze industrieën, onze aanwezigheid op aarde ? Streven we naar nul ? Is dat een inspirerend doel ?… Zou het niet geweldig zijn als we de menselijke industrie konden bejubelen in plaats van te beklagen ? We zouden graag een nieuwe designopdracht suggereren. Waarom beginnen we bijvoorbeeld geen producten te bedenken die, wanneer hun nuttig leven voorbij is, op de grond gegooid kunnen worden als voedsel voor planten, dieren en aarde ? Of die kunnen terugkeren naar de industriële cyclus om te dienen als ruw materiaal voor nieuwe producten ?”

KNACK WEEKEND 15 OKTOBER 2008

Screen Shot 2016-05-09 at 13.35.47

Milano favoriet 3 / 6 mei 2016

Ergens in maart sprak ik Rolf Hay, samen met zijn vrouw Mette de grote baas van het gelijknamige Deense meubellabel. Ik had hem eerder al geïnterviewd en de man liet hem zelden verleiden tot primeurs of zelfs tot andere antwoorden dan degene die hij zowat standaard geeft, welke vraag je hem ook stelt. Hij haat het om het om vergeleken te worden met die nog veel grotere andere Scandinavische meubelgigant Ikea. Hoge kwaliteit, hij herhaalt het woord in zowat elke zin, is wat zijn bedrijf anders maakt dan die blauw-gelen.

Maar vriendelijk is hij altijd wel. Met zijn baseballpet op was hij zeer goedgezind en rustig daar op die vroege ochtendmeeting in Kopenhagen. Hij was fier ook, want hij keek uit naar de presentatie in Milaan, in de Pelota in de Brerawijk. Een ietwat legendarische plek in designmiddens. Established&Sons hield er legendarische presentaties (maar dat merk is ondertussen een schim van wat het was). Niet op de beurs zou hij staan, maar temidden de stad. En, slim gezien, bezoekers konden er meteen een hapje eten én Hay-spulletjes kopen.

Ik had daar in Kopenhagen vragen voorbereid die hem uit zijn kot moesten lokken, maar hij was moeilijk van zijn stuk te brengen. Tot een onverwachte telefoon hem deed ontdooien. “Hi Ronan,” nam hij op. Gevolgd door een big smile. Na drie minuten praten legde hij op en zuchtte: “Die zijn zo geweldig om mee te werken.” En meteen vertelde hij me toch nog enkele keukengeheimen over zichzelf en zijn bedrijf. Die verschenen in Knack Weekend Black Design een dikke twee weken geleden. De passage over de Bouroullecs:

“Ik heb veel samengewerkt met Erwan en Ronan Bouroullec. Niemand uit de sector brengt een esthetische balans zoals zij. We mailen amper, maar maandelijks zitten we twee dagen samen en tussendoor stuurt Ronan mij berichten. Hij schetst op papier, maakt een foto en stuurt die door. Het is een constante visuele en verbale dialoog. Zo werk ik graag.”

“De uitgangspunten voor mijn jongste opdracht aan hen: sofa’s zullen in de toekomst meer online gekocht worden en we zullen steeds kleiner wonen. Dus vroeg ik Ronan en Erwan om een sofa te ontwerpen die flatpack is. Zodat mijn klanten, de winkeliers en onlinewinkeliers, geen twee mannen moeten sturen om dat meubel drie verdiepingen naar boven te sleuren. De Bouroullecs hebben dat perfect gedaan.”

Ik ben net verhuisd en dus gevoelig voor dit soort praktische oplossingen. Want eerlijk, de Ikea-zetels (de meesters van de flatpack) kunnen mij niet altijd bekoren. Toen ik daar in Milaan echter in die Pelota in de Can-sofa van de Bouroullecs van Hay ging zitten, viel het comfort toch nog wat tegen. Maar het kan geen kwaad dat een merk als Hay nadenkt over de gewone drukbezette stadsmens die voor een sofa-levering een ladderlift per uur moet huren, parkeerverbodsborden moet aanvragen, eventueel de buren moet laten slepen en andere ongemakken oplossen. Gewoon om rustig te kunnen neerploffen. Maar mij is het gelukt. En dat ploffen is ook heerlijk.  (Geen idee wie de ontwerpers of het merk van mijn sofa’s zijn, ik heb ze gekregen van vrienden).

 

haycanbouroullec